Lieve mam,
Vanmiddag kwam je jongste dochter het getekende wandkleed van Ché Guevara ophalen. Ik heb het aan haar afgestaan, omdat ik wist dat ze het graag wilde hebben en omdat ik dan iets anders van je kan ophangen.
Ik denk aan het wandkleedje van ons oude huis in Tricht of het ‘Gezicht op Oudewater’, zo mooi los geschilderd door je vader. Kunnen Charléne’s vrienden naar de getekende kop en afgeknipte handen van Ché kijken in plaats van de enkeling die bij mij over de vloer komt.
Het kostte me moeite, omdat het je beste werk is, in mijn ogen en het heeft ook niets geholpen. Sinds jij er niet meer bent, richt ze haar verwijten vol op mij en Carine. In elke e-mail die ze stuurt en elke derde zin die ze zegt, zit een verwijt. Toen ik haar Ché aanbood, vond ze dat ontijdig, omdat jij nog leefde. Toen ik aangaf niet te willen meebetalen aan de uitvaartkosten, omdat je jongste zoon enig erfgenaam van zijn vader is, was ze het met me eens, maar beviel mijn toon haar niet. Bij het ophalen van Ché toonde ik volgens haar te weinig compassie voor wat Carine haar had aangedaan. Ik kan het nooit goed doen en hetzelfde gold voor jou. Ik heb daarop gezegd dat ‘het er op je zestigste niet meer om gaat wat er in je jeugd gebeurd is, maar hoe je er mee omgaat en dat ze in de relatie met Carine medeverantwoordelijk is voor wat er is gebeurd.’ Het mocht niet baten, Lén zit te vol zelfmedelijden om tot reflectie te kunnen komen. Ook je zus Clara constateerde dat je jongste dochter zichzelf ‘vooral zielig vindt’.
Zelfmedelijden
Zelfmedelijden heb ik bij jou nooit bespeurd, wel denk ik dat jullie beiden een laag zelfbeeld hebben. Lén zegt veel therapieën te hebben gevolgd, maar zolang ze naar bevestiging van haar leed blijft zoeken, is ze niet te helpen.
Ze is alleen maar ten diepste zielig, een stumperdje, zoals opa over jou schreef, maar verder contact met haar zou slechts ten koste van mij gaan. Een stumper, omdat ze blijft zwelgen in zelfmedelijden en verwijt, zonder ooit verantwoordelijkheid te nemen voor haar eigen aandeel in het leven, zoals jij en Carine dat ook zelden gedaan hebben.
Foute mannen
Jullie waren slachtoffer van ‘foute mannen’ en van elkaar. Het slachtofferschap is levenslang je trouwste bondgenoot gebleven die je kon oproepen wanneer je maar wilde. Meestal heette hij Theo en in Carine’s geval ook nog, ex-echtgenoot Alex en hoewel ik hem een narcistische, arrogante klootzak vond die net als mijn vader zijn eigen kinderen kleineerde, heb ik ook meegemaakt hoe hij gepest werd. Dat ging ongeveer zo: Alex nam iets voor Carine mee van zakenreis, bijvoorbeeld dure bonbons. In plaats van een bedankje en ze vervolgens weg te geven aan een liefhebber zei ze: ‘Bedankt hoor, Alex, je weet toch dat ik suikerziekte heb?’ Carine ten voeten uit. En jij deed dit soort dingen ook bij Theo, mam, liefst als er anderen bij waren en je je kortstondig sterk voelde. Theo had losse handjes en je lokte er klappen mee uit. Telkens weer. Uit machteloosheid en omdat je was wie je was: recalcitrant, eigenwijs en chaotisch. Je vocht met een autist die daar niet tegen kon, fysiek sterker was en vrouwen sloeg. Carine sprong er tussen, de anderen, ikzelf incluis, distantieerden zich ervan.
Medestander
Voor Carine’s medestanderschap heb je de rest van je leven een torenhoge prijs betaald. Mocht je ooit de illusie hebben gehad dat je na je twee scheidingen van Theo en de Marokkaan (die mij niet mocht, omdat ik, buiten mijn schuld, kind van mijn vader was) regie over je eigen leven had kunnen nemen, dan heeft Carine die de grond in geboord. Je enige kans om aan haar juk te ontsnappen, zou een nieuwe liefde zijn geweest met een sterke persoonlijkheid en respect en bewondering voor jouw eigenheden, die Carine’s dwingelandij zou hebben ingedamd. Maar waarschijnlijk ben je nooit volwassen genoeg geworden om zo iemand te kunnen ontmoeten (het niet-volwassen worden is een observatie van Charléne, waarbij ik nooit heb stilgestaan, en die mij zeer plausibel lijkt).
Heel veel liefs,
Tuur
PS: Niet leuk om te lezen, dit alles. Dat spijt me, mam. Ik had je dit bij leven nooit kunnen vertellen; je zou je alleen maar bedreigd hebben gevoeld.