Gek hoor mam,
Een paar maanden geleden wilde je me plotseling een wollen truitje, gebreid door oma, een jasje en ingelijste steunzooltjes cadeau doen. Ik zei iets als: ‘hou ze maar zelf, want ik weet niet wat ik er mee moet.’ En je hield het toch maar weer zelf. Zonder woorden wilde je laten weten dat je nog maar kort te leven had, net als toen je een paar maanden later je spaargeld aan ons overmaakte.
Dat was minder dan twee maanden voor je stierf. Ik heb het niet tot me door laten dringen. Ik kon het niet. Tijdens je uitvaart zei ik nog heel stoer dat het truitje dat je voor me bewaard hebt: ‘vanuit mijn handen rechtstreeks de textielbak in zou gaan’. Voorlopig niet dus. Jasje, broekje en truitje ergens uit 1965 schat ik met één gerafeld mouwtje, omdat er een steekje aan los zit, liggen nu in een Action-tas in een rollerbox onder mijn bed. In het kraagje staat wie het gebreid heeft, en mijn naam, in jouw onberispelijke onderwijzeressenhandschrift.
Vreemde talen sprak je nauwelijks, maar spelfouten maakte je niet. Ik heb ook nog vier schilderijen opgehangen. Mijn slaapkamer hangt nu helemaal vol met jouw werk, zoals jouw hele huisje volhing. Heel onrustig, maar als ik op bed lig, heb ik toch meestal mijn ogen dicht. Op enkele mindere werken na, blijft alles in de familie.
Een enkel stuk gaat naar een vriend of vriendin. Gelukkig maar, want ik vind het een onverdraaglijk idee dat jouw schilderijen naar de tweede-hands zouden moeten en vandaar misschien naar de milieustraat. Je hebt er zoveel liefde en aandacht ingestopt.
Geen Assepoester
Schoonmaken deed je de lijsten nooit; het glas was ongelooflijk smerig. Je was beslist geen familie van Assepoester. Ik heb ook nog een beschilderd kleipopje meegenomen; prachtig in donkerrood gekleed met hooghartige blik, zoals jij op je trouwfoto. Ook weer heel stoffig. Geen kans dat dat ooit gewassen kan worden. Ik weet niet wanneer je je poppenmaakperiode had, waarschijnlijk eind jaren zeventig. Het geraamte van de kogelvis die ik al tientallen jaren heb, met zijn ene knikker-oog en deels afgebroken stekels door vallen van grote hoogte, moet voor jouw pop wijken en mag naar de tweede-hands. Wie weet vindt een ander hem weer decoratief.
Ze mogen je werk weggooien als ik er niet meer ben. Statistisch gezien ben ik nu aan de beurt. Het wordt tijd een testament te maken en een euthanasieverklaring op te stellen. Als ik tegen die tijd nog wat overhoud, zal het in de vorm van studiebeurzen moeten worden uitgekeerd aan kinderen van mindervermogende ouders, althans zo denk ik er nu over.
Dat ga ik binnenkort regelen. Als eerste die euthenasieverklaring, want dementerend en seniel als Bert, wil ik echt niet aan mijn eind komen.
Tot later mam,
Tuur
