Niet gehuild (brief aan mijn moeder)

Dag mam,

Sinds je dood heb ik mijn mooie muziekstreamer niet meer aan gehad en in het boek ben ik blijven steken waar ik was op het moment dat je stierf en ik even in de zon zat in de tuin van de hospice.

Het enige wat ik in de tussentijd gedaan heb, is helpen je huisje te ontruimen, je papierwinkel af te wikkelen en instanties op te zeggen, je computer op te schonen en journaal kijken.

Nalatenschap
Je computer opschonen om zo je nalatenschap aan foto’s veilig te stellen en toegankelijk te maken, en brieven aan je schrijven, is het enige dat me afleidt, zin geeft en je dicht bij me houdt. Momenteel is mijn gevoel dat als ik stop met schrijven of dat een dag niet zou doen, ik je definitief kwijtraak. Dit is al de derde brief vandaag.

Selecteren
Ik ben en heel benieuwd hoeveel tijd het gaat kosten om je resterende foto’s handmatig door te nemen en te bekijken. Aan het eind van de week zal ik wel klaar zijn de doublures uit je foto’s te halen. Van sommige foto’s had je tientallen kopieën gemaakt in evenzovele mappen en op usb-sticks. Ik hoop dat het doenbaar zal blijken om een nieuwe mappenstructuur te maken van bijvoorbeeld: vlinders en bijen, andere insecten, vogels, overige dieren, familie en landschappen. Zoiets. Maar misschien is zelfs dat te veel uitzoekwerk, want elke foto zal individueel naar een map moeten worden gesleept. Maar wie weet kan er bij de handmatige selectie weer zoveel weg dat het toch werkbaar is. Anders kunnen de anderen de overgebleven foto’s, inclusief jouw puinhoop aan mappen op schijf krijgen. Opschonen doe ik dan alleen voor mezelf.

Familiekiekjes
Er zullen dan vooral vlinders en een paar landschapjes overblijven om ansichten van te maken en wat familiekiekjes. Ik schat een paar honderd foto’s in de hoogste resolutie, zonder lijstjes eromheen van de 150.000 die op je laptop stonden. Het selecteren en bewaren van je mooiste foto’s is het enige wat me momenteel houvast biedt, omdat ik met jou en je nalatenschap bezig kan zijn en zie met hoeveel liefde je ze namen hebt gegeven, soms wel vijf verschillende, met jouw typerende, droge humor.  Je hebt ze vaak ook onoordeelkundig bewerkt en soms verpest. En altijd gezeten op je gammele bureaustoel die je artrose verergerde aan je te kleine
lessenaartje waar je laptop nauwelijks op paste, laat staan een muismat. Jammer dat je nooit een goede cursus fotografie hebt gevolgd, maar daarvoor moest je onder de mensen komen en dat durfde je niet.

Eigenwijs
Je typte met één vinger en gebruikte de mousepad; iets waarmee ik absoluut niet overweg kan. Maar je was eigenwijs en had alle tijd, dus lieten we je maar begaan. Twee seizoenen terug vond je het ineens niet interessant meer om insecten te fotograferen. Je had het allemaal wel gezien, zei je. Misschien had het er ook wel mee te maken dat je favoriete fotosite uit de lucht ging. Zo kreeg je minder commentaar op je foto’s en moest je op zoek naar een nieuw platform om je foto’s op te publiceren. Dat heb je gevonden en gebruikt zag ik. Ook keerde je terug naar Facebook. Minder leuk voor jou, want alleen de openbare Facebookresultaten worden geïndexeerd door Google. Ik heb er nooit aan gedacht jouw Facebookprofiel als ‘openbaar’ in te stellen.

Verdwenen
Zo verdwenen jouw foto’s langzaam van internet, uitgezonderd wat op jouw eigen weblog stond. En dat hebben we samen in één keer gevuld en daarna niet meer. En je was zo trots op wat ‘meneer Google’ allemaal aan fotowerk in zijn resultaten liet zien, toen je nog op fotoo.nl publiceerde. Elk jaar maakte ik 25 Euro voor je over. Internetbankieren deed je niet.

Teleurstellend
Allemaal weg en dat moet heel teleurstellend voor je geweest zijn. Je kopieerde de thumbnails uit de Google-resultaten weer terug naar je laptop, of je maakte er screenshots van en miste de kennis en het besef dat de resolutie dan zover achteruit was gegaan, dat het maken van een afdruk op papier nergens meer op lijkt. Maar dat deerde je niet. Je rommelde lustig voort. Je dacht dat meneer Google je foto’s voor je bewaarde en was er maar wat trots op. Je sloeg ook eindeloos snelkoppelingen naar webpagina’s en
bestanden op, zonder te weten dat ze alleen bereikbaar bleven, zolang de link in tact bleef. De snelkoppelingen heb ik eerste verwijderd van je computer, samen met de thumbnails. Feitelijk heb ik als eerste stap alle laag-resolutieplaatjes van je laptop gegooid. Daar zaten ook recepten bij die jij voor me maakte, maar ja, ik heb niet eens een oven. Het deed me pijn om zoveel van jouw werk en bezigheid uit te wissen, juist ook, omdat dat op de automatische piloot ging, maar anders zou het opschonen voor mij ondoenlijk zijn. Troost in mijn achterhoofd is dat ik nog een backup-schijf heb, waarop de hele inhoud van je laptop staat, inclusief backup, usb-sticks en micro-ssd’s uit je camera. Daarop kan ik altijd teruggrijpen en hij blijft bewaard en onaangetast. Hij omvat je hele digitale nalatenschap. Een troost, zij het een schrale.

Niet uitgewist
Je hebt zoveel moeite gedaan, ogenschijnlijk voor niets. Als ik klaar ben met opschonen, ga ik je weblog weer verder vullen, hoor mam en je Facebookprofiel blijft ook bestaan. Ik wil niet dat je wordt uitgewist zolang ik er nog ben.

Iets mis
Misschien is er nog wel een andere reden dat je ineens geen zin meer had om foto’s te maken, namelijk dat je in 2023 al voelde dat er iets mis was met je lichaam; dat je minder energie had, zonder dat je wist wat de oorzaak was? Als dat zo was, dan hebben we niet goed op je gelet, in de eerste plaats degene die de deur bij je plat liep.

Veel liefs,

Tuur

Sinds je overlijden, vier weken geleden, drie dagen niet gehuild. In je huisje kwam ik Carine tegen en hield me in. Maar ik heb het zo vaak te kwaad. Wat me elke dag weer verbijstert dat ik niets hoor van mijn zogenaamde vrienden, Arjan en Michel voorop. Arjan heb ik geblokkeerd; ik hoef hem nooit meer te zien. Van Michel wacht ik het nog af. Mensen zijn blijkbaar met zichzelf doende en je bent er toch niet meer. Ik moet het er maar mee doen. Hoe bizar ook, in mijn verdriet kunnen of willen ze zich niet verplaatsen. Van mensen als Tony of mijn buren moet ik het hebben, en ik praat niet over Ireen, die al weer terug is bij: ‘Alles goed?’. Er zit blijkbaar niet meer in. Ze neemt me nog kwalijk dat ik weinig toeschietelijk ben, ook nog. De mensen die enige compassie tonen zijn op minder dan één hand te tellen. Ongelooflijk cynisch, ook omdat ik weet dat ik het heel anders zou doen en al heb gedaan. Met Carine heb ik nog wel af en toe zakelijk contact in verband met het opruimen van je huisje, met Charléne en Robert niet. Het bijleggen van onze geschillen, is gelukt, zolang je de hospice lag. Ik wil ze nooit meer zien of spreken als alle formaliteiten zijn afgewikkeld. Het spijt me mam, maar het is niet anders.