Dode dingen (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Je bent er al twee weken niet meer, zo snel gaat dat. Heb wat glazen en bekers opgehaald, omdat er bij mij kort achter elkaar twee kapot waren gevallen. Jij hebt ze niet meer nodig. Heel praktisch.

Papier-maché kop
Heb ook de kleine pinda-bakjes, het zijn er tien, en de grotere schaal meegenomen die ik als kind van serpentines en harde lak heb gemaakt. Alleen de voet van de grote schaal is ingezakt. Lief dat je dat voor me bewaard hebt. Mijn andere maaksels zal ik wel gaan weggooien bij het ontruimen van je huisje of als ik wat uitgerouwd ben.

Geen kunstenaar
Ik vind mezelf niet zo’n kunstenaar. Onlangs heb ik de papier-maché-kop weggegooid die op een heks of tovenaar leek.
Hij heeft hier dertig jaar op de kast gestaan en is nu vervangen door een mooie pop van jouw hand. Dankzij jou staan er veel foto’s hoog op de kast hier, omdat je ze gaf, ingelijst en wel, en omdat jouw huisje er vol mee stond, vooral van kinderen en kleinkinderen. Bij mij staan vooral foto’s uit mijn kindertijd, maar ook die waar je trots op was met twee kleindochters op schoot.

Corry met kleindochters Lyra en Vela in 2001

(Kleinkind Lyra staat als één-jarige links op de foto en onderaan, maar dan zeventien jaar later)

Je was ongeveer zestig en zag er prachtig uit op een vrolijk ‘s-zomers plaatje. Je wees zelfbewust naar iets of iemand, en had vlot, blonde-meidenhaar. Niet afwerend, zoals je normaal reageerde op een camera. Haast onwerkelijk, dat ook jij dit was.

En hieronder je oudste kleindochter (rechts op de bovenste foto). Vela is daar net veertien. Jullie waren in een vrolijke bui, hoewel je meestal niet één van de vrolijksten was.

Corry met kleindochter Vela in de zomer van 2011

Je ziet er wat gevulder uit en maakte in die tijd veel foto’s. Je voelde je blijkbaar goed toen. Fijn om te zien. In 2018 zie ik je weer met je dan nog jongste kleindochter. Jullie zijn een mooi, intiem stel.

Corry met kleindochter Lyra in 2018

Dode dingen
Uit je huisje is je geur verdwenen, alles is muf en ik herken niets meer. Het zijn dode dingen, zoals Jos Brink zingt.

Gisteren zat ik in de trein vanaf het Afrikafestival en realiseerde me, dat ik voor het eerst wel steeds dichter bij Utrecht kwam, maar niet dichter bij jou. Toen moest ik huilen en daarnet ook. Ik huil meerdere keren per dag, meestal in korte buien. Ik probeer me in te houden als er anderen bij zijn. Meestal lukt dat, maar liefst zou ik willen schreeuwen en krijsen en zo hard mogelijk ‘mama !’; roepen, maar ik heb dat nog maar één keer gedaan, terwijl ik buiten liep.

Honderd worden
Ik zet soms de tv aan of muziek en na vijf minuten weer uit; niets heeft nog betekenis zonder jou. Ik heb zelfs geen trek meer of zin om te eten. Alleen kleine stukjes lezen vind ik soms nog wel prettig; het verzet mijn gedachten een beetje.

Je aanwezigheid was zo vanzelfsprekend, mijn leven lang, dat ik dacht dat je voor altijd bij me zou blijven. Voor mij wilde je honderd worden.

Misschien maar goed met je artrose en je rugpijn dat het niet is uitgekomen. En je had toch niet gewild dat je mij moest wegbrengen, zoals je zus Clara met haar jongste, kleine Ankie heeft moeten doen? Ze is er na meer dan 45 jaar nog steeds niet overheen.

Tot later mam,

Tuur