Nu ik erachter ben wat jou emotioneel heeft geknakt: al vanaf je puberteit veel te grote verantwoordelijkheden dragen voor veel te veel kinderen, zonder daarvoor ooit erkenning te hebben gekregen, zal ik je vanaf nu wat minder schrijven.
Waarschijnlijk ga ik weer een tijdje een anti-depressivum proberen, hoewel de situatie nu anders is dan dertig jaar geleden, na de dood van Benno en de liefde van Lia. Destijds bleef ik jarenlang kampen met een gevoel van onverschilligheid, omdat ik na de dood en de liefde ‘alles’ wel meende te hebben meegemaakt. Nu voel ik me al maanden wanhopig en dat is iets anders dan onverschilligheid. Waarbij een anti-depressivum me nu zou moeten helpen, weet ik niet: jij komt er niet mee terug. Ga ik dan minder huilen? Mijn gevoelens voor jou wil ik er niet mee verdoven. Wat tot nu toe het beste werkt, is zo lang mogelijk op bed blijven liggen en dan gaan lezen of schrijven.
Betekenis Slapen bekort de tijd waarin ik om je kan treuren. Zo simpel is dat. Ik wil verder leven als ik het gevoel heb dat ik voor iemand van betekenis kan zijn, zoals voor jou. Werk of vrijwilligerswerk zal daarvoor nooit genoeg zijn. Een nieuwe liefde lijkt mij de enige weg om mijn levenswil weer aan te wakkeren, maar dat zie ik niet gebeuren, gezien mijn successen in het verleden. Maar gering succes in het verleden, betekent natuurlijk geen garantie voor de toekomst. Het zal ook nog een bestendige liefde moeten zijn en niet slechts afleiding, zoals ten tijde van de dood van Benno. Tot dan blijft het bij een paar keer goed voor mezelf koken per week en drie vastendagen. Ik merk al dat ik minder boodschappen hoef te doen. Sinds je dood val ik langzaam af, maar heb nog steeds een paar kilo te veel bij me. Ik ben benieuwd hoe het zal zijn als ik mijn buik helemaal kwijt ben. Dat is al in geen dertig jaar meer gebeurd. Pas over een half jaar verwacht ik dat het zover is en dan ben ik vier maten gekrompen en zal zo’n 73 kilo wegen. Dat is nu ruim 78. Mijn horlogebandje zit los; daaraan voel ik dat ik vet verlies over mijn hele lichaam.
Ik ervaar het afvallen als een interessant en spannend experiment, temeer ik altijd al gezond at, maar nu veel minder en vrijwel niet meer drink. Mochten de dagen lengen en de zon weer gaan schijnen dan verdwijnt mijn ‘nieuwe matigheid’ wellicht weer en anders wacht ik rustig af waar mijn experiment eindigt. Een obees zou een moord doen voor mijn discipline en zelfbeheersing, maar jij moest ervoor overlijden en dat gun ik niemand.
Elke dag probeer ik een half jaar van je verzonden e-mail te bekijken. Ik hoop zo nog iets te vinden van wat je bezig hield, maar behalve de verkrampte correspondentie met je jongste dochter, blijkt vooral dat je echt geen vriendinnen had en je doodeenzaam moet zijn geweest. Ook qua mailverkeer zat je in de tang van je manipulantendochter: zij en haar kinderen ontvingen meer dan driekwart.
Doodsangst De meeste mails waren voorzien van zwaar gecomprimeerde en dus vage foto’s zonder commentaar, vaak verder verprutst doordat je de achtergrond had vervaagd of er een digitaal lijstje omheen had gedaan die de helft van een beeldscherm vulde. Ik ben nu ruim over de helft en zie vooral op tegen de mail uit het laatste jaar van je leven. Het zal wel minder zijn, want toen maakte je bijna geen foto’s meer.
Maar misschien ga ik ook iets terugzien van je doodsangst, bijvoorbeeld in mails aan je zus of broertjes.
Veel liefs,
Tuur
PS: Altijd maar weer die ouwe dwergteckel in de verzonden e-mail aan je manipulantendochter. Je had niks beters te doen dan het onnozele beest fotograferen dat je aan huis gekluisterd hield. Een klein tyfusbeest, waarmee Carine me chanteerde en mijn laatste maanden met jou verpestte. Omdat ze me niet meer aankeek en het alleenrecht op jou had verworven. Zelfs toen je al doodziek was, werd je nog met honden opgescheept. Sorry mam, voor mijn plotselinge woede-aanval.
Ergens tussen het eind van de oorlog, toen de ultieme bescherming door je ouders achter je lag, en de ontmoeting met mijn brutale verwekker, moet jouw ontwikkeling naar zelfbewustzijn, tot onafhankelijke persoonlijkheid zijn gestopt. Wat kan er in de tien jaar tussen kleuterleeftijd en pubermeisje gebeurd zijn dat je een angstig, afwachtend en afhankelijk mens bent geworden met wie manipulatieve karakters quasi konden doen wat ze wilden?
Ook je zus heeft daar tot nu toe nog geen antwoord op kunnen geven. Misschien is het een samenstel van voor de hand liggende factoren, samen met je karakterstructuur en weet een goede psycholoog hier ook wel antwoord op. Ik weet zo weinig van je jeugd, alleen dat je een soort surrogaatmoeder was voor je jongere broertjes. Als Clara echt geen antwoord weet, ga ik een goede psycholoog zoeken om deze brievenreeks aan voor te leggen.
Zware verantwoordelijkheid
Zou het kunnen dat de rol van surrogaatmoeder een veel te zware verantwoordelijkheid voor je was? Dat het je een zorgeloze puberteit heeft ontnomen? Dat je als opvoeder en onderwijzeres op erkenning hoopte die nooit kwam? Omdat je je moeder weliswaar ontlastte, zoals je weleens hebt gezegd, maar dat ze desondanks haar handen zo vol had aan je andere broertjes en zusjes dat ze je niet zag? Je brieven vanuit Gouda in je onderwijzersjaar buiten je ouderlijk huis, getuigen steevast van zorgen on je kleine broertjes en je moeder, en de hang naar hen. Je kaartje, geadresseerd ‘aan lieve Wimpie’, laat zien dat ze in je hart zaten, alsof het je eigen kinderen waren. De heimwee naar begin jaren zestig heb je altijd gehouden, te zien aan hoe je met de foto’s uit hun en onze kindertijd omging, en met die van je ouders.
Janie Vermulm Ineens zie ik ook de werkelijkheid achter de foto met jou en je leerling Janie Vermulm tegen het muurtje rond het schoolplein. Jullie staan daar heel intiem en raken elkaar net niet, of net wel aan. Beiden op zoek naar erkenning. Bij elkaar. Naast de periode dat je schilderde en exposeerde, waarschijnlijk één van de weinige keren. Des te wranger is het dat je jongste dochter, op zoek naar jouw erkenning, er alles aan heeft gedaan jouw gevoel van eigenwaarde te breken, met als gevolg dat je oudste dochter je des te makkelijker voor haar karretje kon spannen. Zo maakten jullie gedrieën de cirkel rond en hield jij steeds minder speelruimte over.
Halsoverkop getrouwd
Waarschijnlijk is de veel te grote verantwoordelijkheid voor je broertjes en vanaf 1962 ook nog voor mij als ongehuwde moeder de reden dat je halsoverkop met Theo trouwde. Het zorgen voor je broertjes was tot dan immers een impliciete plicht geworden? Je woonde nog bij je ouders in en jouw moeder zorgde ook voor mij. Je had ineens de mede-verantwoordelijkheid voor een zeven en negenjarige en je eigen baby. Feitelijk raakte je gevangen in een situatie van verplichtingen aan je ouders. Werk of inkomen had je als ongehuwde moeder niet meer. Je kon evengoed trouwen en dat deed je dan ook. Of je nu zorgde voor je eigen kind en twee broertjes of je eigen kind en twee kinderen uit eerste huwelijk van je echtgenoot: het zijn er bij elkaar drie. Dat je echtgenoot nog veel tirannieker was dan je vader en je binnen een jaar nog twee keer zwanger zou zijn, kon je niet voorzien. Je kwam van de regen in de drup. De opvoeding van vijf en later zes jonge kinderen rustte alleen op jouw smalle schouders. Je echtgenoot bracht het geld binnen, strafte ons of speelde met ons; dat vond hij genoeg
Gezien en erkend Je hebt levenslang een veel te grote verantwoordelijkheid gevoeld voor ‘jouw’ kinderen: je broertjes, voor ons en voor de kinderen uit je klasjes. Vandaar dat je na je scheiding nooit meer ergens verantwoordelijkheid voor hebt genomen, en zeker niet voor je eigen leven. Je bent er nooit in geslaagd je aandacht min of meer eerlijk over je kinderen en stiefkinderen te verdelen. Je werd ‘oma speelgoed’ en die rol van kind tussen kinderen en kleinkinderen vervulde je met verve. Vandaar ook dat de foto’s met de kinderen uit je klasjes er zo intiem uitzien: je was kind onder kinderen. Door hen voelde je je gezien en erkend.
De ‘fouten’ konden alles met je doen en alles van je gedaan krijgen. Jij wilde ‘alleen maar lief’ gevonden worden. Als kwetsbare vrouw en moeder kreeg je het tegendeel: van Bert, van Theo en tenslotte van je eigen dochters. En zo werd je steeds onzekerder en makkelijker te manipuleren.
Tot de dood erop volgde.
Oorlogskind Ik heb mijn bevindingen uit deze brief samengevat doorgegeven aan je zus. Clara komt niet veel verder dan ‘dat jullie als zussen altijd met de jongetjes speelden’. Dat zal best waar zijn, maar ze gaat daarmee voorbij aan het feit dat zij en Loes, respectievelijk drie en vijf jaar jonger waren dan jij en dat jij als enige de oorlog als geheel bewust hebt meegemaakt. Voor mij staat vast dat jij ook als enige de volle verantwoordelijkheid voor je naoorlogse broertjes hebt gevoeld en gedragen.
Veel liefs,
Tuur
PS: Ik zie plotseling een parallel tussen jou en mijn ex Ida die jij niet mocht; jullie konden beiden nauwelijks met volwassenen overweg, maar alleen met kinderen. Jij, omdat je van kinderen hield; Ida, omdat ze gekleineerd en gepest werd door volwassenen.
Vanmiddag was ik bij Jan die een paar jaar gepensioneerd is en buiten zijn werk weinig vrienden lijkt te hebben gemaakt. Intelligente kerel met wie ik misschien af en toe naar muziek kan gaan. Net zo’n verzamelaar als mijn vriend Tim, met een kast vol platen, oude bandrecorders en een berging vol apparatuur waarvan hij geen afstand kan doen. Vrijgezel natuurlijk en zijn twee-kamerappartementje rook naar stof en oude archiefdozen.
Jan heeft journalistiekschool gedaan; is er niet mee aan de bak gekomen en heeft uiteindelijk zijn hele werkzame leven volgemaakt in distributiecentra van Albert Heijn. Volgende keer vragen hoe hij het daar heeft uitgehouden als intelligent mens en wat hij leuk vond in het werk.
Maatje
Ik kwam hem op het spoor via de praktijkondersteuner van de huisarts: Jan zoekt blijkbaar een maatje tegen de eenzaamheid en ik afleiding van jouw dood en nieuwe ‘zin’ in het leven. Ik denk wel dat het een zinvol contact kan zijn.
Darmkanker
Meest bijzondere onderwerp van de dag was dat Jan net voor Corona uitbrak, werd geopereerd aan darmkanker, terwijl de operatie van je broertje Bram juist werd uitgesteld door Corona. Jan heeft geluk gehad en Bram is dood.
Gansstraat
Jan woont aan het eind van de Gansstraat, dus kon ik op de weg huiswaarts nog een hondenspeeltje bij Carine afleveren. Ik heb het niet aangedurfd door je straatje te fietsen om bij je huisje te gaan kijken. De vorige keer dat ik dat deed, was ik tien dagen van slag. Misschien duurt het wel een jaar of langer voor dat weer kan, en misschien wel nooit meer.
Verrot gescholden
Na het boodschappen doen werd ik verrot gescholden door een vent in een scootmobiel, omdat ik blijkbaar niet snel genoeg opzij ging. Ik heb de hele weg op de fiets naar huis gehuild. Ik voel me weer zo radeloos, mam, terwijl ik normaal gesproken mijn schouders ophaal over een scheldende klootzak. Maar ik denk bij alles en het minste of geringste: ‘Mama zal me nooit meer aanhoren, me nooit meer troosten, me nooit meer bellen’ en dan komen de tranen.
Veel liefs,
Tuur
PS: Voor het eerst huil ik de laatste dagen ook vaker ’s nachts. Het zijn korte buien, zoals ik die vroeger vaak had om Benno. Dan zie ik je plotseling door je keukentje scharrelen om een tosti of koffie voor me te maken. Dan realiseer ik me dat je dat nooit meer zult doen en dat ik verder moet zonder jou. ’s Nachts huilen is heel onpraktisch, omdat ik dan neusdruppels nodig heb die je maar een week achtereen mag gebruiken. Ik huil al vijf maanden om je, dus is overdag beter. Grapje mam.
Tijdens je uitvaart sprak ik over: ‘het ravijn van Nooit Meer’ dat steeds dieper, breder en leger wordt, omdat er geen herinnering meer bijkomt die we samen kunnen delen.
Soms voel ik dat al. Ik huil al minder om je de laatste weken en het is al driekwart jaar geleden dat je voor het laatst vroeg: ‘Heb je niet te veel gedronken om nog te fietsen?’ Op een dag zal ik deze brievenreeks moeten teruglezen om nog precies te weten wie je was en wat ik voelde toen je stierf. Ik weet bijvoorbeeld nog dat ik mijn hand over de jouwe had een half uur voordat je stil werd en dat hij gebald was en ik af en toe een trilling voelde, waardoor ik dacht dat je de aanraking niet prettig vond. Je was toen al in coma, dus je wist waarschijnlijk niet eens dat mijn hand jouw vuistje bedekte. Dat zijn de kleine herinneringen die ik straks nog kan nalezen.
Nalatenschap Door je straatje durf ik niet meer te fietsen. Alleen als ik een filmpje kijk waarop je staat, komen de tranen nog, en heel soms in bed. Je nalatenschapje heb ik bijna helemaal bekeken en verdeeld. Alleen het grootste deel van je verzonden e-mail is nog over. Daaraan besteed ik een uurtje per dag, omdat lezen over wat je bezighield, terwijl je er niet meer bent, heel zwaar is. Het heeft geen relevantie meer, behalve voor mij en deze brievenreeks.
Callantsoog
Meestal kijk ik naar jou in besneeuwd Callantsoog met je gehaakte, witte mutsje op, zorgvuldig opgemaakt, zoals je zelfs op je sterfbed je lippen nog rood stiftte. Je leek op het besneeuwde strand het onbekommerde deel van jezelf, nog geen 74 en riep tegen de camera: ‘Lekker koud hier; het heeft wel wat die kou’. Tot nu toe moet ik steeds weer huilen als ik je zo zie. Dat zijn de momenten dat ‘het ravijn van Nooit meer’ voor even een beetje dicht gaat, maar dat zal wel minder worden op den duur.
Liefs,
Tuur
PS: Misschien heb ik het al eerder gemeld, maar het aantal mensen dat compassie toont, is op minder dan de vingers van één hand te tellen: een vriend, een vriendin en een buurvrouw. De mensen die ik het langste ken, laten het helemaal afweten. Misschien omdat ze hun ouders nog hebben, of omdat ze al uitgerouwd zijn. Een harde constatering en ik ben niet van plan het hun te vergeven.
Vanmorgen met de psychiater gesproken over wel of niet een anti-depressivum. Het mocht wel, maar het leek hem niet nodig. Hij vond dat ik goed op weg was in mijn rouwproces en wist wat ik onder de mensen moest komen.
Ik gaf aan dat een anti-depressivum me eerder had geholpen na de dood van Benno, maar ook dat er verschillen zijn met nu. Na zijn dood en de liefde van Lia die erop volgde had ik het gevoel ‘alles wel gezien te hebben’. Ik kwam onverschillig in het leven te staan; iets dat in mijn herinnering jaren heeft geduurd. Na jouw dood overheerst wanhoop en dat is anders dan onverschilligheid.
Niet depressief Vandaar dat een anti-depressivum misschien niet gaat helpen. Ik gaf ook aan dat ik niet van plan ben om nog jaren vol te maken als het verdriet en gemis zo groot blijft, en dat stoppen met eten mij een reële optie lijkt. Desondanks kwam ik blijkbaar niet echt depressief over. Het leek hem een goed teken dat ik veel om je huil. Dat ik goed weet wat ik moet doen om er bovenop te komen, veel schrijf en aan zelfreflectie doe, leek hij zelfs te bewonderen.
Ongelijkwaardig Achteraf bezien had ik wel willen weten of zijn ouders nog leven, maar ik heb alleen gevraagd hoe oud hij is. Wat de uitwisseling van informatie betreft, is de relatie tussen hulpverlener en cliënt natuurlijk ongelijkwaardig. Jammer is dat, want als hij zijn ouders ook kwijt is, zou ik misschien van hem kunnen leren.
Jacoba
Vanmiddag praten mat Jacoba die me probeert te helpen bij mijn rouwverwerking. Iedereen schijnt haar ‘Kootje’ te noemen, maar ik heb gevraagd of ik haar gewoon bij haar echte naam mocht noemen. Even wennen voor haar geloof ik, maar ik heb uitgelegd dat ik iets goed te maken had naar Trijntje waar ik lang vrijwilliger was en die iedereen Tine noemde, en ik dus ook. Een vergissing, vind ik achteraf die ik niet nog eens wil maken. En Jacoba is een naam met stijl. Ze is zes jaar jonger dan jij, maar heeft een heel oude, versleten stem. Gek he? Jij had dat helemaal niet; Theo ook niet trouwens. Ik weet nu dat ze drie kinderen heeft en kleinkinderen en dat haar man al tien jaar dood is. Volgende keer verder vragen hoeveel kleinkinderen ze heeft en of haar man veel ouder was dan zij. Ik las haar het tekstje aan Nicole voor over hoe je manipulantendochter je ‘in gijzeling’ nam. Jacoba vroeg daarop of ik boos was en dat gaf ik toe. Ik gaf ook aan dat bespreken ervan geen zin meer heeft, omdat het mosterd na de maaltijd is; het maken van verwijten niet in mijn aard ligt en dat zelfreflectie en verantwoordelijkheid nemen binnen ons gezin niet voorkomen. We hebben ook nog iets leuks besproken, namelijk mijn avonturen met cabaretliefde Uta. Soms moet er even wat lucht tussen de tranen door.
Jouw gezicht
Soms zie ik je gezicht langskomen bij het opstarten van de computer en daarna je mooiste foto van de Oude Gracht in herfstkleuren. Je lijkt soms ineens ver weg en dan weer huil ik mijn ogen rood. Die paar seconden dat je in beeld bent, kijk ik altijd intensief naar je, alsof ik je gezicht steeds opnieuw moet inprenten om je niet te vergeten. Alsof ik bang ben om je te vergeten. Dat ik je elke dag verplicht een beetje eer moet bewijzen en dat is waar. Sommige foto’s kan ik al dromen, bijvoorbeeld die van Facebook.
Onverdraaglijk
Met wat ooit je huisje was, voel ik geen binding meer, maar ik durf ook niet door je straatje te fietsen. Dan zou mijn oog uit nieuwsgierigheid toch naar je voordeur en kale voorraam getrokken worden. Ook het idee dat er ooit iemand anders achter jouw voordeur zal komen te wonen die straks alleen nog van-horen-zeggen van jouw bestaan weet, lijkt me onverdraaglijk. Ik durf niet meer in de buurt van de plek te komen die me ooit zo vertrouwd was. Eén keer geprobeerd sinds we je huisje ontruimd hebben en het heeft me twee weken uit het lood geslagen. Ik wil je niet loslaten, maar het is misschien onvermijdelijk. Ik voel me nu al schuldig, mama dat ik je nagedachtenis ga verwaarlozen en dat het onontkoombaar is. Al was het maar uit zelfbehoud. Me wentelen in gemis, of je een vredig plekje geven. Dat lijkt de keuze. Bij Benno heeft het 15, misschien wel 20 jaar geduurd voordat de acceptatie kwam. Voor jou heb ik zoveel tijd hopelijk niet meer. En dat is niet cynisch bedoeld.
Muziekcafé
Ben met asperger-Pieter naar een cultureel café in Houten gegaan om mezelf uit te laten. Hij zou er vrienden of kennissen ontmoeten, maar er kwam niemand opdagen. Jammer, want ik had graag kennis gemaakt met zijn entourage, al was het maar om nieuwe gezichten te zien.
We gingen er samen heen, maar ik was er veel eerder, omdat ik het vouwfietsje bij me had en Pieter met de bus moest. Ik voelde me zo eenzaam mam, en ook nu de muziek speelt, kan ik mijn beeldschermpje nauwelijks zien door mijn tranen heen. Wat heb je me aangedaan door dood te gaan?
Pieter mocht blij zijn dat ik er was, al beweerde hij onderweg terug naar het station dat het hem niks uitmaakte dat zijn ‘vrienden’ niet waren gekomen. Ik heb het zo gelaten, al is mijn betekenis misschien groter dan ikzelf denk. En betekenis in het leven is het enige waarnaar ik op zoek ben.
Dat ik hier temidden van de evergreens, de kroegherrie met ‘een vriend’ naast me zit te huilen, zegt genoeg. Muziek luisteren kan ik niet meer. Het betekent niks. Thuis muziek luisteren kan ik misschien nooit meer, omdat het me bindt aan een verleden met jou. Jaap Fisher bijvoorbeeld; we luisterden er samen wel naar. Of Boudewijn de Groot met wie je zelfs nog hebt gecorrespondeerd. Als ik weer naar hen kan luisteren, heb ik je waarschijnlijk een rustig plekje gegeven.
Truste mam,
Tuur
PS: Theo’s eerste sterfdag vandaag, 21 november, de verjaardag van je stiefdochter. Hij zal zijn euthanasie wel expres zo gepland hebben om levenslang haar verjaardag te verpesten.
Vandaag met Nicole naar een optreden van twee liedjeszangers geweest in een piepklein zaaltje in Amsterdam. Haar ook weer verteld hoe je geknecht en gemanipuleerd werd door je eigen dochters en hoe schuldig ik me voel dat ik nooit voor je ben opgekomen.
Anderzijds ook aangegeven dat ik de alomtegenwoordigheid van Carine die voor jou misschien levensvervullend was, nooit had kunnen overnemen. Wel gehuild, maar het ging nog. Ook aan Nicole laten weten dat het niet goed gaat en ik niet van plan ben nog jaren vol te maken als ik geen levensdoel meer vind, dat wil zeggen: er dringend voor iemand zou moeten zijn.
Nalatenschap
Bij je jongste zoon nog twee mappen met persoonlijke spullen uit jouw nalatenschap achtergelaten, als foto’s, kindertekeningen en een blikje met jouw as. Kan hij zelf uitmaken wat hij daarmee wil. Heb aangebeld, ‘pakketje’ geroepen en een plastic tas op de trap gezet. Ik hoop dat dit het allerlaatste contact was.
Veel liefs en het spijt me dat het zo gaat. Ik weet dat jij dit niet gewild had, maar het is de onvermijdelijke afloop.
Tuur
Aan je e-mail uit 2018 zie ik dat je veel contact had met je gewelddadige ex-man, vader van je drie jongsten. Het was aantrekken en afstoten. En hoewel je juist in 2018 heel veel foto’s maakte, bevestigt het mijn beeld van jou als eenzame ziel. Je manipulantendochter woonde toen nog niet pal achter je en de kleinkinderen hadden oma niet meer nodig. De jongste was toen dertien en de oudste twintig. Behalve foto’s maken en om de week met je zussen op stap gaan, had je niets meer om handen dan een beetje lezen, e-mailen, foto’s verklooien en wachten op ons. Je schreef Theo slechts één regel in een e-mail getiteld, ‘Stil’: ‘De dag duurt lang zonder iets van jou te horen !’ Gek dat ik dat nooit tot me door heb laten dringen toen je nog leefde. We hebben het nooit over je eenzaamheid gehad, ook niet als kinderen onderling. We zijn botweg alle vier tekort geschoten te doorzien hoe je eraan toe was. Carine moet ervan geweten hebben; zij was kind aan huis bij jou. Jij praatte er niet over en ondernam niets.
Vandaag had ik een eerste gesprek met Jacoba die tachtig is en vrijwillig rouwbegeleider vanuit Humanitas. Ze hoorde zelf pas op haar vijftigste dat haar vader zelfmoord had gepleegd toen ze twee jaar oud was. Daardoor kwam ze in een verlaat rouwproces terecht. Als rouwbegeleider en is ze nu aan mij gekoppeld.
Na het gesprek gisteren met je oudste kleindochter over de knechtende rol van Carine, ging het vandaag ook over mijn onmacht daar iets tegen te doen. Over hoe ze alomtegenwoordig was, zelfs als ze er niet was, al was het maar door een hond bij je te stallen, waardoor je geen kant op kon.
Airbag
Ik trok de vergelijking tussen haar dwingende aanwezigheid en een airbag die binnen een paar seconden mijn ruimte om bij jou te zijn kon vullen en die alle gezelligheid wegblies. Jacoba begreep de vergelijking. Ik gaf het voorbeeld dat ik op een zondagavond bij je zat en Carine binnenstapte met de mededeling ‘dat haar zoon zelfmoord wilde plegen’ en dat mij vervolgens niets restte dan weg te gaan. Ook heb ik de anekdote verteld hoe zij je had wijsgemaakt dat het personeel tassen steelt van kamers in het zorghotel en hoe je daarover in paniek raakte terwijl we redelijk gezellig zaten te eten. Of die keer dat zij en haar zoon zo’n stennis in jouw kleine huisje hadden getrapt dat jij in shock naar het ziekenhuis moest worden afgevoerd. Hoe je werd misbruikt als hondenoppas en je jongste dochter je een half leven lang verwijten maakte. Het leidde ertoe dat ik steeds minder bij je keam, omdat er geen ruimte meer was; niet voor mij en niet voor je twee jongste autistenkinderen.
Schuldgevoel Hoe ze je bonden aan je schuldgevoel en zo de rol overnamen van je ex-echtgenoot. Ze leek oprecht met me te doen te hebben, toen ik zei me schuldig te voelen over het feit dat ik nooit iets gedaan heb om je te beschermen. Ik hoefde maar één keertje te huilen, maar dit is het ergste besef dat ik heb.
Zorgweigering
Net als met je kleindochter gisteren, kwam de zorgweigering nog aan de orde waardoor je geen hulp kreeg als Carine uit werken was en je in arren moede, maar in je badje noest gaan zitten als je jezelf had ondergepoept. Blijkbaar kon of durfde je ook niemand meer te bellen. Het is vreselijk om dit alles zo onder elkaar te lezen, temeer Carine je naar eer en geweten heeft gemanipuleerd en verzorgd, waarmee ik wil zeggen dat ze nooit kwade bedoelingen heeft gehad. Ze heeft alleen de desastreuze gevolgen voor jou nooit ingezien, zeker niet in de eindfase van je leven. Ik heb ook niet willen weten wat mijn wegblijven voor jou betekende en daar kom ik ook niet meer achter. Ik kan alleen vrede vinden als ik de mooie momenten met jou voorrang leer geven. Tot die voorlopige conclusie zijn Jacoba en ik wel gekomen. Volgende week komt ze weer.
Veel liefs,
Tuur
PS: In 2018 sloot je een mail af met: ‘Lieve groetjes van oma speelgoed’. Blijkbaar was dat je bijnaam geworden onder de kleinkinderen, omdat je er een hele vliering vol mee had. Er spreekt waardering uit voor jou in je rol als oma en dat troost me een beetje.
Vanavond uit eten met je oudste kleinkind. Ben benieuwd hoe dat zal gaan. Ik kan daar slecht uit volle borst gaan zitten huilen. Ze is dan wel 28, maar ik wil haar niet belasten. Ze heeft net de kunstacademie afgerond en wel wat anders aan haar hoofd dan een dode oma.
Over haar manipulantenmoeder kan ik het ook niet diepgaand hebben. Polsen hoe het met haar gaat, dat wil zeggen: belangstelling veinzen, zal het maximaal haalbare zijn. Het wordt op eieren lopen morgen, lijkt me.
Levensgeluk
De laatste keer dat ik de manipulant sprak, bleek haar jongste dochter een teckel te hebben genomen. Het Roemeense bijtertje waarmee ze jou in je laatste levensmaanden opzadelde, was blijkbaar niet genoeg als troost: er moest weer een teckel komen om de vorige te doen vergeten. Een hond die jouw dood moet compenseren; voor levensgeluk moet zorgen dat ze niet kan vinden door ‘iets’ te gaan doen.
Bang voor kanker
De Vlaamse cabaretbroers Kommil Foo zingen een lied waarin de zinsnede voorkomt: ‘Jij bent iemand die z’n eigen leven ontwijkt’. Lang dacht ik dat zoiets niet mogelijk is, totdat ik me realiseerde dat Carine precies dat doet. Roken als een ketter, maar als de dood voor kanker en ze speculeerde erop dat jij het niet rook, hoewel ze stonk als een asbak. En jij rook het inderdaad al lang niet meer. Jij leefde ook met de kop in het zand mam, maar gelukkig niet ten koste van anderen. Over dit soort dingen kan ik het straks dus niet hebben. Daarom schrijf ik ze nu maar vast op.
In de tang Het etentje met je kleindochter en haar vriendje was gezellig. Heb uiteindelijk toch gezegd hoezeer het me dwars zit dat haar moeder meevrat van je AOW, feitelijk je portemonnee en je huisje had overgenomen, mijn ruimte innam om bij jou te zijn en er een hond achterliet, waar je in je stervensfase niet meer tegenop kon. Ze had je in de tang, zelfs als ze er niet was. Ik weet niet of mijn ontboezemingen je kleinkind verbaasden. Ik denk niet dat ze verwacht had dat ik over haar moeder denk als een rasmanipulant die jou levenslang aan zich verplichtte door je schuldgevoel uit te buiten.
Gijzeling
Na het schrijven van 140 brieven vond ik eindelijk het juiste woord voor wat Carine vanaf ongeveer 1990 met jou heeft gedaan, gedreven door jouw schuldgevoel, ten koste van mij, Charlénr, Robert en vooral jouw zelf: ze heeft je 35 jaar lang in gijzeling gehouden met honden, kleinkinderen, weer honden, zichzelf en haar angsten. Gegijzeld, je hebt een half leven lang in gijzeling gezeten met behulp van manipulatie en aangepraat schuldgevoel Op basis van je e-mail begrijp ik nu pas hoe volkomen eenzaam je al die jaren bent geweest, te zwak en te afhankelijk om je te verweren tegen een rasmanipulant en haar alomtegenwoordigheid die jouw portemonnee, huis en wie je mocht zijn had overgenomen.
Manifeste patronen Uit het gesprek met je kleindochter concludeer ik dat zich tussen Carine en haar jongste dochter dezelfde patronen manifesteren als tussen jou en Carine. Ook Carine wordt overvleugeld door haar dochter. Zij doet het met behulp van intelligente manipulatie en valse beloften; zo is haar een tweede hond aangemanipuleerd. Hun relatie heeft nog 25 jaar de tijd om uit de hand te lopen. Het manipuleren is van dochter op dochter overgegaan en Carine zit nu in hetzelfde parket als waarin jij zat. Ze krijgt wat haar toekomt. Ook haar huwelijk was vergelijkbaar, alleen keek deze Alex ook nog neer op zijn eigen kinderen.
Tot later mam,
Tuur
PS: Sinds je dood ben ik een hele maat afgevallen en kan ik al mijn broeken weer aan. Ik ben terug bij maat 34 en dat blijft zo. Twee vastendagen per week en weinig alcohol bevallen prima.
Heb vanavond een aantal van je vlinderfoto’s van je naam voorzien, zodat ik er ansichten van kan maken. Ga ze trouw versturen bij verjaardagen, zodat je naam blijft circuleren.
Probeer aan te sluiten bij jouw kleurgebruik: een foto met veel groen krijgt jouw naam in donkergroen; een foto met een okergele vlinder krijgt jouw naam in okergeel. Ik gebruik een ander grafisch programma dan jij, want met Gimp kan ik niet overweg. Zo kan ik, behalve met je e-mail nog even met je nalatenschapje bezig blijven, want dat is het enige wat ik nog wil.
Lettertype
Ik zet je naam er wel veel groter op dan jij zou doen, omdat ik wil dat je naam leesbaar blijft, ook op het A6-formaat van een ansichtkaart. Jij hield daar geen rekening mee, keek alleen naar je beeldscherm. Ik weet zeker dat je het mooi zou vinden; ik heb een zwierige schrijfletter gekozen. Bijna zo mooi als jouw onderwijzeressenhandschrift. Het heet ‘Shell’ en zal ook wel in Gimp zitten. Jij gebruikte waarschijnlijk het standaardlettertype in de standaardgrootte. Je had geen idee dat je bij een hogere resolutie van de afbeelding ook een groter lettertype moest kiezen.
Binnenkort langs de fotowinkel om wat afdrukken te maken. Dat heb ik nog nooit eerder gedaan, maar jij kon het ook. Zolang ik leef, ga ik ze versturen. Alleen zo kan ik je uit de vergetelheid houden.
Tot later mam,
Tuur
PS: In de laatste maanden voor je dood tot aan de hospice heb ik verstek laten gaan. Daarmee kan ik inmiddels wel een beetje leven, al zie ik de rechtvaardiging er niet meer van in. Waarom ik steeds weer moet huilen, is dat ik geen afscheid van je heb durven nemen. Omdat ik niet mocht laten merken dat je dood zou gaan. Maar zelf voelde je het al driekwart jaar aankomen. Je praatte er alleen niet over, maar huilde erom. Waarom heb ik in de hospice niet gewoon gezegd: ‘Mag ik je omhelzen mam? Misschien kan het niet meer zo vaak.’ Misschien was je bij een knuffel en een zoen alsnog gaan praten door de nabijheid. In plaats daarvan reageerde ik niet op jouw opmerking dat je niet snapte waarom je je niet beter ging voelen. Je kreeg immers medicijnen; een verpleegkundige kwam bij je kijken; je was in veilige handen. Ik gaf je een snoepje; dat vond je genoeg. Waarom heb ik niets gedaan, maar me gevoegd naar jouw naïeve: kop-in-het-zand?
Vandaag, (zondag 9 november) stond ik pas om 16.00 uur op, omdat ik een licht hongergevoel kreeg. Dat ga ik vandaag proberen te stoppen met een paar rijstwafels en een beetje geraspte kaas. Het koken stel ik nu al zo lang mogelijk uit. Dat wordt nu morgen.
De enige dingen waarop ik me nog verheug als ik uit bed kom, is koffie met een stukje chocola en het boek waarin ik bezig ben. Lees de laatste weken alleen nog maar Duits. Het volgende wordt Properzia van Jean Claude van Rijckegem, denk ik. Te lezen heb ik genoeg
Dood gaan Het is fijn om zo lang op bed te liggen. Het voelt alsof ik al een beetje dood ga en ik hoef niet om je te huilen. Zonder jou betekent het leven niets meer en zoals ik er nu over denk, ga ik daar de uiterste consequentie aan verbinden. Ik verheug me inmiddels op de weegschaal en het wijzertje dat hopelijk weer een stukje lager staat. Mijn buikje wordt steeds smaller en op een dag zal hij helemaal verdwenen zijn als ik zo doorga. Ben ik voor het eerst sinds 30 jaar weer een slanke jongen.
17 november 2025
Gisteren vond ik bij Dirk de rijstwafels met kaassmaak die eetbaar zijn zonder dat er iets van beleg op hoeft. Bij alle andere varianten is het toch alsof ik bordkarton zit te eten. Ze zitten in een rol, net als beschuiten, en met thee erbij kan ik er prima een hongergevoel mee dempen. Het betekent dat ik nog twee keer per week goed voor mezelf ga koken en drie vastendagen inlas. Vooralsnog ben ik benieuwd waar dit zal eindigen: vind ik bijtijds een nieuwe levensvervulling, waarbij ik jou een vredig plekje kan geven, of honger ik mezelf langzaam uit? Voorlopig valt mijn keus op het laatste. Ik ben hierover ook duidelijk naar de huisarts en psycholoog, maar ik speculeer erop dat ze denken dat het zo’n vaart niet loopt.
2 december 2025, 01.04 uur
Zoals ik het nu zie, zal een bestendige liefde de enige weg zijn, maar die heb ik zelfs nog nooit vanuit de verte in de ogen gekeken. Ik reken eerder op spoedige vergetelheid die mij nog eerder wacht dan jou, omdat jij tenminste nog kleinkinderen had. In de vergetelheid zijn we straks gelijk en dat troost me een beetje.
4 december, 11.50 uur
Voor het eerst meer dan 24 uur achter elkaar gedommeld. Ook voor het eerst in maanden niet om je gehuild en in die tijd niet gegeten. Een prettige manier van verdoving voor een beginnende hongerstaker.
6 december, 19.55 uur
Sinds ik het anti-depressivum slik, lig ik alleen nog maar op bed: de ultieme verdoving. Ben benieuwd hoelang dit gaat duren. In elk geval een prettig tijdverdrijf. Eten hoef ik nauwelijks meer, heel praktisch op mijn vastendagen. De pil heeft ook een heel positieve bijwerking, namelijk dat ik van mijn huisstofallergie helemaal geen last meer heb. Het werkt blijkbaar als een heel sterk anti-histaminicum. Het huilen is minder geworden: het blijft bij één bui per dag als ik denk aan passages uit de filmpjes waarop je staat: ‘Lekker koud hier!’, roep je ergens op het strand in besneeuwd Callantsoog. Vrolijk, kinderlijk haast, zo ten diepste in tegenspraak met de leegte die ik al maanden voel.
20 december
Wat ik ook doe of laat, wie ik ook nog ga ontmoeten, waar ik ook heen ga: ik kan het nooit meer met je delen. Daarom gaat niets me uit dit graf helpen, zelfs geen liefde, niets. Dat is mijn reden om ‘uit het leven’ te willen. Ik heb nog een flinke tijd om eraan te wennen en het einde voor te bereiden. Ik val ongeveer een kilo per maand af, hoewel ik geregeld voor mezelf kook. Ik eet structureel te weinig en alcohol drinken doe ik vrijwel niet meer. Ik ben benieuwd of dit gewichtsverlies vanzelf stopt en hoe ik er dan emotioneel voor sta. Ondertussen bereid ik het einde verder voor, bijvoorbeeld door mijn belastingpapieren en wachtwoordgegevens toegankelijk voor anderen op te slaan.
Ik ben benieuwd of dit de afscheidsbrief wordt die ik als allerlaatste zal publiceren.
21 december
De laatste twee dagen wat beter gegeten. Weet niet of het iets goeds betekent, want ik heb wel gewoon mijn dagen verslapen en ondanks anti-depressivum de laatste week weer veel gehuild.
26 december
Heel eerste kerstdag verslapen, het enige dat voor vergetelheid zorgt. Na 24 uur kreeg ik voor het eerst een hongergevoel dat ik genegeerd heb. Nog weer twaalf uur later stond ik op. Iets gegeten, maar niet veel. Kijken hoelang dat genoeg is. Ik weeg nog 75 kilo, ooit een streefgewicht dat ik al tientallen jaren niet meer heb gehaald. Ben zo’n zeven kilo kwijt en van plan dit afvallen door te zetten, totdat ik een nieuwe ‘zin’ in het leven heb gevonden. Lukt dat niet, dan zie ik wel hoe ik er over een half jaar over denk en 15 kilo lichter ben.
10 januari 2026
Voor het eerst meer dan 36 uur achtereen niet uit bed gekomen. Daarna zoveel mogelijk gegeten. Van enig geordend levensritme kun je niet meer spreken. Ik weeg nog 74 kilo. Pas als het gewichtsverlies gevaarlijk wordt, ga ik nadenken of ik het leven echt wil beëindigen. Hoewel anderen veronderstellen dat het beter met me gaat, zie ik zelf geen enkel perspectief, geen levensdoel, geen enkele reden om er nog te zijn. Daar verandert anti-depressivum iets aan, misschien wel in tegendeel.
26 januari 2026
Voor het eerst sinds tijden weer bijtijds opgestaan, na een heel weekend verslapen te hebben, vrijwel zonder te eten. In bed hield ik het uiteindelijk toch niet meer uit. De nieuwe weegschaal geeft 73, 2 kilo aan. Dat is negen kilo minder dan toen jij overleed, dat is meer dan een kilo per maand en meer dan 10% gewichtsverlies. Ik vraag me af of ik dat ooit nog gewogen heb. Ik ga door met dit regime van af en toe voor mezelf koken, afgewisseld met vastendagen met fruit en rijstwafels en een enkele boterham, totdat ik al mijn buikvet kwijt ben. Mocht dat bij 70 kilo zijn, zij dat zo. En mocht ik niet zonder jou verder willen, dan blijf ik vasten tot het bittere einde. Ik hoop voordien nog iets of iemand te vinden om me over te verwonderen. Dan blijf ik waarschijnlijk nog een poosje en stop ik met vasten, maar zorg dat ik nooit meer aankom.
8 februari 2026, 05.00 uur
Bijna tweeënhalve dag op bed gelegen zonder eten of drinken. Het idee om het einde te versnellen door te stoppen met beide, nam de overhand. Ik wilde alvast ‘oefenen’, kijken hoe lang ik het uithield. Het was uiteindelijk niet de dorst die me wakker hield, maar een knorrende maag. Tegen de dorst had ik een half glas water naast mijn bed gezet met een washandje erbij waarvan ik af en toe de punt nat kon maken om op te sabbelen. Dat bleek afdoende. Dat weet ik dan alweer, mocht ik het plan om het leven te beëindigen willen doorzetten. Om de honger te stillen zullen naturel-rijstwafels genoeg zijn. Om de slaap te bevorderen en niet tussendoor uit bed te hoeven, zou ik bij de drogist melatoninepillen in hoge dosering kunnen kopen (5 milligram of meer). Uiteindelijk was ik blij uit bed te kunnen om twee mango’s, een mandarijn en een boterham te eten. Ook de koffie smaakte prima. Overnight zelfmoord plegen zal ik niet doen, maar het lijkt erop dat een vochtbeperking makkelijker vol te houden is dan stoppen met eten. Ik had het omgekeerde verwacht.
Tot later mam,
Tuur
PS: Afscheid neem ik ook van hen die er niet meer zijn:
van mama (Corry), Theo en Bert;
Oma, opa, Loes, Clara en Cees en kleine Anke, Bram, Robert en Paula, Trudy, Wout en Henk;
Ben, Frieda, Inge, kijvende Karin, Remco, Karel, Gerard, Trijntje (Tine), Piet, en Wil;
en van mijn allerliefste vriendje B.
Kort na je kankerdiagnose schreef ik de afscheidstoespraak voor bij je uitvaart, besloot ik je aan je andere kinderen over te laten en nam ik steeds meer afstand, totdat ik in de laatste maanden voor je dood helemaal niet meer kwam. Ik hoopte dat het makkelijker zou zijn om met je dood om te gaan, als ik maar op tijd genoeg afstand genomen had. Bij het omgekeerde heb ik nooit stilgestaan: zo dicht mogelijk bij je te blijven, zolang het nog kon, dwars tegen mijn weerzin tegen je manipulantendochter in.
Geen moment heeft jouw liefdeskind gedacht aan wat het beste voor jou zou zijn. Ik heb het omgaan met je dood niet makkelijker gemaakt, maar moeilijker. Ook dit heb ik al eens eerder opgeschreven, maar nooit zo kernachtig.
Messenger Je zus Clara schrijft op 7 november op wat ik al vier maanden voel en ik wil antwoorden dat ik daarom uit het leven wil. Ik doe het niet om haar niet te verontrusten.
Clara schrijft:
De dood kan een verlossing zijn wanneer het leven je niets meer te bieden heeft, alleen nog pijn en ellende, maar voor ons, de achterblijvers, is het ook een kwelling. Waar moet je nu heen met je liefde en je verlangen, nu ze onbereikbaar zijn? Met wie kan je jouw gevoelens en zorgen nog delen? Dat voelt eenzaam en doods aan. Stukje bij beetje sterf je ook; er blijft weinig vreugde over. Corry zei weleens: het leven is een tranendal, een gedoe. Zo wilde ik het toen niet zien; ik vond het te negatief. Maar ik denk nu dat ze gelijk had.
Erfenis
Af en toe krijgen wij als kinderen een stand van zaken rond de erfenis van je ex-man. Naar aanleiding daarvan heb ik uitleg gevraagd aan de executeur-testamentair. Als onterfde heb ik feitelijk geen recht op informatie, maar ze was zo goed een rekenvoorbeeld te geven. Op basis daarvan kon ik bepalen dat je jongste zoon als enig kind-erfgenaam 156.000 euro overgemaakt krijgt. Daarvan houdt hij zo’n 130.000 over na aftrek van erfbelasting. Dat is meer dan vijf keer wat wij krijgen en hij is nog eens extra beloond doordat je stiefzoon zijn aandeel geweigerd heeft uit rancune naar zijn vader. Hoe dom kun je zijn: stelen loont. Op een dag leg ik me erbij neer, maar je andere kinderen wil ik nooit meer zien. Ik heb mijn bevindingen wel met je dochters gedeeld. De druk op je jongste zoon om alsnog met onze kindsdelen over de brug te komen, kan ik alleen maar opvoeren door te laten zien hoe hij hen besteelt. Juridische mogelijkheden heb ik niet en jij kunt niet meer voor ons pleiten
Zit nu in het Muzieklokaal, zoals vaak op donderdagavond en zondagmiddag, omdat er live-muziek wordt gespeeld. Beetje jazzy op gitaar zo te horen. Het is relatief druk, zodat het niet makkelijk was een zitplaats te vinden Ze kennen me inmiddels als vaste gast, dus het zal wel opgevallen zijn dat ik nogal wankel ben. Ik kreeg zomaar een tafeltje voor mij alleen.
Ik begon te schrijven, omdat ik weer moest huilen bij de gedachte dat ik tot voor kort bij jou vandaan gekomen zou zijn. Na een biertje, boterham en een babbeltje zou ik de Oude Gracht van Zuid naar Noord zijn afgefietst. Ik heb geen idee hoe ik ooit aan dit gemis kan wennen. Jouw boterham met biertje is nu een frietje en huisgemaakte limonade met-een-jenevertje erin geworden. Ook lekker, maar niet zoals bij jou en veel duurder. En ik wijk af van mijn plan om te vasten. Maar dat geeft niet; het leven is zo al ondraaglijk genoeg. Ik ga hier afsluiten met een limondejenevertje. Voelde me gek genoeg niet zo eenzaam als anders hier, misschien omdat er naast me Duits gesproken werd of omdat er drie frisse koppies aan een tafeltje tegenover me zaten. Ik weet het niet.
Ansichtkaart
Inge Broekman, de dochter van kunstenaar Willem met wie je in de jaren tachtig creatief op sjouw was, stuurde nog een ontzettende kitch-kaart, expres natuurlijk. Hoofdzaak is dat ze aan me gedacht heeft. Ik schreef terug dat ik aanvankelijk dacht dat het van een geheime liefde kwam, maar alweer niet. Toch lief van haar. Het gaat om de aandacht. Dat ik de jouwe voor altijd moet missen, kan ik nog steeds nauwelijks verdragen, mam.
Tot later,
Tuur
PS: Nicole noemt me sinds jouw uitvaart ook ‘Tuur’ Ze nam het erna over. Symbolisch, nietwaar? Ik dacht eerst dat mijn bijnaam zou gaan uitsterven. Het tegendeel is waar en ik heb het als bijnaam nu ook op Facebook gezet. Jij en Clara gebruikten het als koosnaampje en nu ben ik er zo trots op dat het moet blijven. De buitenechtelijke dochter van je ex krijgt nu ook een deel van Theo’s erfenis die jij haar misgunde. Het betekent ook dat je jongste zoon tien maal mijn aandeel krijgt. Ik probeer zijn dievenstreek naast me neer te leggen, maar het valt niet mee. Jouw dood kwam voor hem precies op tijd.
Het zal mij benieuwen of ik deze brief ooit plaats. Ik las inmiddels twee keer per week een vastendag in. Tussendoor kook ik met aandacht voor mezelf en eet ik goed, maar niet meer dan één keer per dag. Door het vasten krimpt mijn maag langzaam, neem ik aan.
Zo val ik af, zonder hongergevoel, en dat is de bedoeling. Ik geef mezelf nog twee maanden, dat wil zeggen tot 1 januari om een nieuwe levensvervulling te vinden en anders wordt jouw sterfdag ook de mijne.
Mijn baken
Je was mijn baken, mijn alles in dit leven, en daarnaast heb ik nog iets met relaties geprobeerd. Het had geen haast, want jij was er altijd om op terug te vallen. En nu heeft het wel haast, omdat jij er niet meer bent. Ik laat niemand achter, niemand wacht op mij en dat stelt me gerust. Mijn vrienden zijn er niet, nu ik hen nodig heb. Niemand belet mij om jou te volgen.
Ik ben benieuwd hoe deze brief verdergaat: of ik erop terugkom, of dat dit mijn afscheid wordt. In het laatste geval zit er misschien wel een boek in dat ik dan niet meer meemaak.
3 november
Na een stukje pizza gisteren, twee peren, een paar rijstwafels en drie biertjes, had ik tegen de ochtend een serieus hongergevoel. Dat is voor het eerst. Ik ga het dempen met een peer.
Ik wilde op bed blijven liggen, maar dat valt niet mee als je niet ziek bent, maar breng zo wel een groot deel van de dag door zonder te huilen. Uiteindelijk stond ik om kwart over drie ’s middags op; had zin in koffie. Na die ene peer van negen uur geleden werd onmiddellijk een hongergevoel merkbaar. Mijn gewicht is tot onder de 79 kilo gezakt sinds jouw dood, dat is ongeveer een kilo per maand eraf. Ben voor het eerst meer dan de helft van mijn buikje kwijt, maar het afvallen gaat niet snel genoeg om jouw sterfdag te plannen als de mijne. Die over anderhalf jaar misschien? Dan heb ik een jaar langer de tijd om verdrietig te zijn, maar ook om een nieuw houvast in het leven te vinden. Beetje cynisch?
Buikvet schijnt ongezond te zijn. Een stukje chocola bij de koffie schijnt te helpen tegen depressie. Dat moet dan wel pure zijn en die heb ik niet neer.
Vanavond ga ik weer eens goed koken: pasta met veel groente en een beetje kaas erover. Smaakt me altijd. Heb tijdens het koken voor het eerst sinds lang weer muziek opgezet. Alleen maar hartstochtelijk gehuild. Het is weer even erg als in de eerste dagen. Zo kan ik niet verder.
4 november
Te weinig te schrijven voor een hele brief, vandaag. Zit je aantekeningen te lezen die je van onze kinderdialogen maakte toen je nog geen bandrecorder had, waarmee je ons gebabbel vanaf 1966 opnam. Ben nu ongeveer halverwege en er blijkt dat je dochter die ik in deze brievenreeks vrij consequent ‘je manipulantendochter’ of ‘de rasmanipulant’ noem, dat al deed toen ze nog geen twee jaar oud was.
Over een tweejarige die een val simuleert en vuile handen maakt om een snoepje los te peuteren.
Onvergeeflijk
Ik keek nog even het stukje film waarin je praat over Henry Netto en je buurvrouw. Je zegt daar: ‘Het is goed dat ik je nu zie en niet een uur geleden, want ik was weer een beetje down’. Een eufemisme voor je doodsangst. Waarschijnlijk zat je te huilen, zoals ik je later ook aantrof. Je beweerde depressief te zijn, maar weigerde een anti-depressivum, omdat je daarmee 55 jaar geleden een slechte ervaring had gehad. Een drogreden natuurlijk. Je was bang voor het einde en daar helpen geen pillen tegen. Ik heb het al eerder opgeschreven. Je was misschien ook depressief, maar vooral doodsbang. Doodsbang voor de dood en bang voor het leven. Bang om zelfstandig iets te moeten ondernemen, bang om jezelf te zijn. Eigenlijk net als je manipulantendochter die haar levensgeluk laat afhangen van een hond. Onbegrijpelijk dat ik het niet heb gezien en er niet voor je was. Ik weet niet of ik je had kunnen troosten, maar ik heb het niet geprobeerd. ik begrijp mezelf niet en voel me schuldig. Het enige wat ik kan zeggen, is dat ik je angst en verdriet niet heb willen zien. Ik heb dit al eerder opgeschreven in iets andere bewoordingen, maar het blijft me dwars zitten. Zeker ook, omdat ikzelf je verdriet op film heb vastgelegd. Meer dan een jaar later nog steeds onbegrijpelijk en misschien wel onvergeeflijk.
Doodsangst
Niemand van je kinderen heeft tot zich door laten dringen hoe bang je was in het laatste jaar voor je dood. Ook je manipulantendochter niet die de deur bij je platliep en je huilbuien vooral lastig vond. En dat, terwijl ze zelfs stijf staat van de angsten. Je jongste zoon was op enige afstand druk met zichzelf en zijn gezin, je tweede dochter met haar verwijten aan jou en ik? ik was er niet. Het was wel zo makkelijk om je verdriet en je huilbuien aan een depressie te wijten. Zo konden we de confrontatie met jou en je doodsangst uit de weg gaan. Dat hebben we consequent volgehouden: tot aan je laatste snik, je laatste adem. Mijn grootste straf is dat ik daardoor geen afscheid van je heb kunnen nemen. Hoe lang me dat zal blijven achtervolgen, weet ik niet.
5 november
Sinds tijden heb ik weer eens een fles brandewijn in huis. De laatste had ik vier maanden geleden uit je huisje meegenomen. Ik wil voelen hoe het is om te drinken zonder dat jij op me past en vraagt: ‘Bel je nog, als je weer thuis bent?’ Nu ik thuis zit en niet meer hoef te fietsen, kan ik drinken, totdat ik aan mijn tax zit. Wat ik je nooit verteld heb, is dat ik me altijd in acht nam als ik bij jou zat en het liet bij één whisky en twee biertjes of omgekeerd om jou niet ongerust te maken als ik naar huis fietste.
Nadrinken
Thuis dronk ik dan soms nog flink na, bijvoorbeeld twee Affligems. Soms viel ik dan plompverloren om in de badkamer tijdens het tandenpoetsen. Als een blok zakte ik door mijn benen, ook voor mij totaal onverwacht. Heb goed gegeten vandaag: vasten komt wel weer, maar ik heb me nu wel weer zodanig aan de brandewijn met suikervrije tonic vergrepen, dat ik straks extra alert moet zijn als ik van de bank naar mijn bed wankel. Dat wist jij allemaal niet. Voor vanavond bevalt het thuiszuipen goed. Tot nu toe had ik helemaal geen behoefte meer aan alcohol. Misschien slaap ik er een keertje goed op. In elk geval heb ik er muziek bij aangezet en ook dat voelt prettig, voor het eerst sinds maanden.
Herinnering
Eigenlijk begon ik aan dit stukje, omdat er een aandoenlijke herinnering binnensloop over de zondagavonden bij jou. Altijd als ik vroeg om citroen voor in de tonic met brandewijn, kwam je aan met een citroen, een mesje en vooral een groot plat bord, met de nadruk op ‘groot’, zodat ik je oude houten bijzettafel niet zou bederven met citroensap. Je vertrouwde mijn motoriek niet tijdens het snijden, en terecht. De tafel die je al tientallen jaren had en net zo afgeleefd was als al je andere meubilair en kasten in huis moest gespaard blijven. Je was er aan gehecht, terwijl je verder nergens zuinig op was. In mijn koelkast ligt nog steeds één blikje suikervrije tonic uit jouw boedeltje. Misschien heb jij het voor me gekocht en anders heb je aan me gedacht toen je Carine je boodschappen deed. Zo aandoenlijk ineens.
In je optekeningen van onze kinderprietpraat kom ik opnieuw een veelzeggend stukje tegen over hoe het stoken in een slecht huwelijk in zijn werk gaat. Misschien onbedoeld. Iedereen om mij heen zegt lieve dingen, behalve opa, want dat is een ouwe zemelaar. En papa natuurlijk.
Vader die de boeman is en de opdracht geeft: ‘Hand naast je bord’. Ik ben dan drie jaar oud.
23 augustus 1970
Je sluit je aantekeningen af met een verwijt aan je echtgenoot. Ik heb dit zelf niet zo ervaren, mam. Zeker toen we wat ouder waren, gingen we op zondag vaak een boswandeling maken of naar de speeltuin. Dat Theo zich gedroeg als de man ‘die op zondag het vlees komt snijden’, met ons speelde en ons strafte, klopt wel. Dat hij weinig aandacht aan je besteedde, klopt waarschijnlijk ook. Hij verwekte niet voor niets een buitenechtelijk kind in die tijd.
Corry die het verwijt maakt dat haar echtgenoot weinig aandacht aan haar en de kinderen besteedt. Het lijkt een adequate samenvatting van twintig jaar huwelijk en getuigt van enig zelfinzicht. Drie jaar later begon je met het schilderen van stillevens in aquarel en had je eindelijk iets voor jezelf.
Lieve, lieve mam, schrijftechnisch heb ik een inspirerende slemppartij achter de rug. Morgen ga ik deze lange brief publiceren. Kleine herinneringen opschrijven, maakt dat je heel even dichtbij bent.
De meeste mensen ontvangen meer e-mails dan ze versturen, gewoon omdat ze e-mail ontvangen van verschillende mensen. Jij verstuurde veel meer mail dan je ontving. In de eerste plaats, omdat je dezelfde e-mail eindeloos opnieuw verstuurde aan verschillende mensen. Blijkbaar heb je nooit geleerd om meerdere mailadressen te selecteren voor hetzelfde bericht. Daarnaast stuurde je eindeloos veel e-mails naar Jan-en-alleman met informatie die jou interessant leek, bijvoorbeeld over hoge bloeddruk of de gezondheidswaarde van broccoli. Dergelijke mail stuurde je dan ook nog door aan jezelf.
In 2018 en 2019 verstuurde je 1100 e-mails, voor mij te veel om zelfs maar te bekijken. Er zaten meestal foto’s bij, commentaar ontbrak veelal, omdat dat te moeilijk was voor je éénvinger-typevaardigheid. Je verwachtte wel bericht terug. Je jongste dochter zag het als e-mailspam en liet meermaals weten dat ze niet geinteresseerd was in de slechte kwaliteit foto’s die je doorstuurde. Haar kritiek was een schreeuw om jouw aandacht, zoals jouw e-mails een schreeuw om onze aandacht was. Ik gooi nu de meeste e-mail die niet aan mij persoonlijk gericht is ongezien weg, alle mail waarin laagresulutie-afbeeldingen zitten en die met links naar onzinnige medische onderwerpen. Eigenlijk ben ik alleen nog op zoek naar foto’s waar jij goed op staat. Dat jij te veel e-mail verstuurde om te kunnen bekijken, vanachter jouw ongelukkige kinderbureautje had ik niet verwacht. Zo verdreef je de de eenzaamheid en de verveling, zeker in de winter. Het spijt me dat ik me nooit gerealiseerd heb, hoe eenzaam je was, mam. Ik had het in elk geval niet voor je kunnen oplossen en zelf nam je geen initiatief. Je afwachtende karakter was het kernprobleem en daaardoor konden je dochters je levenslang te grazen nemen.
Zachte ogen
Ik vond nog een e-mail die ik blijkbaar aan je had doorgestuurd over Lia’s liefde-op-het-eerste-gezicht die ik herkend had. Je vond mijn opmerking over haar ‘zachte ogen’ prachtig en het gaf aan hoezeer je me de liefde gunde. Ik moest erom huilen, zoals ik de laatste dagen weer tomeloos verdrietig ben.
Jazz op Tilt Vanavond eens een nieuw café proberen waar jazz gespeeld gaat worden. Althans, nieuw: het heette vroeger ‘De Lange Juffer’ en nu ‘Café Tilt’ en 25 jaar geleden kwam ik er een enkele keer. Nu ga ik om onder de mensen te komen. Het is mijn enige kans op overleven: ergens nieuwe ‘zin’ in het leven vinden. Het klinkt dramatisch en zo is het ook bedoeld.
Tot later mam,
Tuur
PS: Bij Café Tilt geweest. Veel herrie en hoewel er plek was om te zitten, voelde ik me niet vrij ergens aan te schuiven. Een La Chouffe kostte zes euro. Neem thuis nog een Affligem. Jij kocht het allemaal zo trouw voor mij. Waar ik ook ben, wat ik ook doe: overal ben jij en ook weer niet en daarom trek je tranen, steeds weer, dag en nacht. Het wordt niet minder. Vandaag blijft het eten bij een stukje pizza van gisteren, twee peren en een paar rijstwafels straks. Een voordeel heeft mijn gebrek aan eetlust, namelijk dat één La Chouffe al in de benen zakt. Ben blij dat ik nu op het terras buiten zit, tussen de rokers. Binnen is paniekjazz aan de gang. Weet dat ik hier niet meer naartoe hoef. De rijstwafels met kaas zijn lekker, weet alleen niet meer waar ik ze gekocht heb. Bij Dirk, denk ik. Verpakking te bewaren. Ik ga afsluiten met een Affligem, mam. Ik mis je zo ontzettend dat ik geen woorden meer heb.
Via Google Maps heb ik uitgeplozen waar je op kamers woonde in Gouda. Spoorstraat 39 en 39A zijn verdwenen. Eronder moet destijds een sigarenzaak gezeten hebben. Er staat nu een rood-bakstenen kantoorpand. Volgens Google Streetview vormen nummer 37 en 37A waar het naast stond, waarschijnlijk hetzelfde type pand met een stenen trap omhoog. Dat is er nog wel.
De trap met het portiekje erboven deed me een beetje denken aan de Omloop in Utrecht waar je in je puberteit en tijdens je adolescentie gewoond hebt. Ook de omloop is afgebroken, heel symbolisch. Je had er altijd heimwee naar, net als naar de Bolksbeekstraat waar je geboren werd.
Boelekade vs. Spoorstraat
Ongeveer tegenover Spoorstraat 39 moet het huis van Bouty van de Wall hebben gestaan, althans met de zijkant naar de Spoorstraat toegekeerd. Bouty woonde aan de Boelekade. Ook dat pand is afgebroken. Voor mij is dus niets om naar terug te gaan. Hoe je bij Bouty op kamers kan hebben gewoond en tegelijk aan Spoortstraat 39A ertegenover, begrijp ik niet. Was Bouty huisjesmelker en hat hij het pand Spoorstraat in bezit? Ben je in het jaar dat je in Gouda woonde tussentijds verhuisd; van de Boelekade naar de Spoorstraat of omgekeerd? Enige kans is dat je zus het weet.
Kinderpraat
IK heb de map gevonden waarin je tussen 1965 en 1970 onze kinderlijke prietpraat noteerde in je prachtige handschrift. Alle 30 pagina’s zijn gescand en naar de anderen doorgestuurd. Ze mogen ermee doen wat ze willen. Er zitten fotootjes bij van ons allemaal en een briefje van je oudste stiefzoon, Peter dat je ‘schattig’ noemde. Ik zie je daar nog geen onderscheid tussen ons maken: alleen een liefdevolle en aandachtige moeder. Het troost me en ik hoop dat het de andere vijf ook troost.
Dialogen
Ik ben nog geen drie jaar oud en mijn moeder noteert over mij en de kinderwagen de opdracht aan mijn opvoeder Theo: ‘Hee pap, ga jij het wagentje es halen !’ Verder zitten er veel dialogen in tussen mij en mijn stiefzusje Niki, omdat we vrijwel even oud waren. Begin 1965, toen je met de notities begon, was Niki net drie en ik bijna drie jaar oud.
Liefs,
Tuur
PS: Ik blijf maar huilen, mam. Vandaag een pizza gemaakt en bijna helemaal opgegeten, maar als ik het bij een peer en een paar rijstwafels had gelaten, zou dat ook voldoende zijn geweest. Mijn eetlust wordt langzaam minder en ik ben er blij om. Ik weet niet of dat zo blijft, wel dat er een patroon in zit. Muziek luisteren doe ik niet meer, alleen nog je mail lezen en aan je schrijven. Hoe verdrietiger ik ben, des te meer wil ik met je bezig zijn.