Lieve mam,
De eerste weken na je overlijden dacht ik nog dat je je met de dood verzoend had na de scanuitslag waarin overal uitzaaiingen waren geconstateerd; de avond waarop ik je voor het hospice opving en je niet meer huilde.
Volgens mij verzuchtte je op zondag nog dat je niet begreep waarom je je niet beter ging voelen. Dat was een dag waarop je slokjes dronk uit een tuitflesje. Maandag, dus pas twee dagen voor je dood, zou je schoorvoetend aan je zus Clara gevraagd hebben: ‘Gaat het met mij nu net zo als met Bram?’, waarop Clara zei: ‘Ik denk het wel, Corry’. Blijkbaar heb je je pas van zondag op maandag, dus twee dagen voor je dood neergelegd bij het onvermijdelijke.
Werkelijkheid verzwegen
Daarna was je niet meer aanspreekbaar. Jammer dat ik je voordien niet heb kunnen troosten. Je was te bang om de werkelijkheid te benoemen en ik sloot mijn ogen voor je angstige verdriet en voor wat komen ging. Toch wisten we beiden sinds je baarmoederoperatie dat je al een uitzaaiing in een weggenomen eileider had. Is dat dom, nalatig, kortzichtig of gewoon de werkelijkheid niet tot je door willen laten dringen? We hebben de werkelijkheid in elk geval verzwegen, tot op het allerlaatst.
Geen afscheid genomen
Daardoor hebben we geen afscheid genomen, zoals we wel altijd deden als ik bij je was geweest voor een zondagavondse borrel en babbel.
We hebben geen afscheid genomen, hoewel we beiden wisten dat het deze ene keer voor altijd zou zijn. Dat is nalatig mam. Ik begrijp nu niet meer, waarom ik niet geprobeerd heb je op de valreep te bereiken. Te verliezen hadden we beiden niets meer.
Veel liefs,
Tuur