Over-pijn-zingen (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

De vrijdag voor je stierf (20 juni 2025) de dag van de uitslag van het kankeronderzoek en je vol bleek te zitten met uitzaaiingen, ving ik rond 18.00 uur op bij de hospice waar je met de ziekenwagen aankwam. Die vrijdagnacht bleef ik slapen in een verstelbare stoel.

Je kon nog met hulp naar het toilet schuifelen en we hebben nog gepraat over je ex-leerling Janie van wie ik de volgende dag nog een foto op je nachtkastje heb gezet. Maandag heb ik je aan anderen overgelaten en dinsdag was je al niet meer aanspreekbaar.

Beter worden
Je wilde beter worden en wilde niet beseffen niet dat je niet meer dan een roesje, een slaapmiddel en een beetje morfine kreeg. Je was gewend dat je beter zou worden gemaakt als je in een ziekenhuisbed terechtkwam. Dat had je levenslang zo geleerd en daar klampte je je aan vast. Je begreep ook niet goed, waarom je niet meer hoefde te eten, hoewel je een hol gevoel in de buik zei te hebben. Je wilde twee keer een piepklein stukje van een snoepschuimpje. Je wilde daarna je tanden nog poetsen, zoals je dat een levenlang gewend was
gweest. Je had bijna al je eigen tanden nog, waaarschijnlijk een unicum voor jouw generatie. Ik zei: ‘Dat hoeft niet hoor, mam’,bang dat ze uit bed zou klimmen. In mijn achterhoofd speelde: ‘Je hebt je tanden nog maar een paar dagen nodig.’  Misschien een goed moment om over afscheid nemen te beginnen, maar ik deed het niet. Misschien dacht jij
hetzelfde en accepteerde je daarom dat het poetsritueel werd
overgeslagen. Afscheid nemen deden we niet  Je dronk  ook nog slokjes water uit een glas als ik de rug van het bed overeind zette. Zondag was het glas al een tuitflesje geworden waaruit je muizenbeetjes dronk in zijligging.

Postoel
Het moeizame schuifelen naar de WC, werd de postoel en een dag later een luier. De postoel heb je maar één keer gebruikt, waarschijnlijk had je nauwelijks ontlasting meer. Dinsdag hoefden alleen je lippen nog nat gemaakt te worden en bleken de piepkleine stukjes kers die ze je hadden geprobeerd te voeren nog in je mond te zitten. Je had niet meer kunnen slikken.

Geen afscheid
Op woensdag stierf je toch nog onverwacht; ik zat in de tuin van de hospice te lezen, terwijl ik een half uur eerder je hand nog had vastgehouden. Carine was bij je op de kamer, toen het plotseling stil werd. Ik heb je geen afscheidskus meer gegeven.

De allergekste anekdote is dat ik dacht dat je aan de binnenkant van haar rechterknie een verdikte ader had. Ik dacht aan een heel grote spatader, maar jij beweerde dat het kauwgom was. De verpleegster die erbij stond en ik zeiden wijselijk niets; ik dacht alleen: ‘Je zult wel een beetje in de war zijn door de morfinepleister.’  Op je sterfdag bleek dat je een aantal dagen eerder kauwgom had liggen kauwen wat gaan zwerven door het bed. Van je been halen zou pijnlijk zijn, ook vanwege de haartjes die er onder zaten, dus hebben jij en mijn halfzus die mantelzorg verleende, het laten zitten. Wrang bewijs dat jullie beiden woordeloos wisten dat het einde nabij was, ook voordat je in de hospice terechtkwam.

Lippenstift
Je had in de laatste dagen 10 centimeter diepe gaten tussen hals en sleutelbeen. Toch deed je zondagmiddag nog lippenstift op en heb ik je beloofd aan je dochters te vragen om je op te maken. Het hoefde niet meer. Maandag had je al een morfinepomp en was je nauwelijks meer aanspreekbaar. Op een filmpje van eind augustus 2024 valt me ineens op dat je die gaten tussen hals en sleutelbeen toen ook al had, misschien minder diep, maar toch. Je zei zelf dat je dun was, maar: ‘de buurvrouw nog dunner’ en toch gingen bij mij destijds geen alarmbellen af. Je moet al langere tijd slecht gegeten hebben, maar je dochter die kind aan huis was, heeft er naar mij toe nooit iets over gezegd. Ook ruim voor je kankerdiagnose, zijn er meerder signalen geweest dat het niet goed met je ging, maar niemand heeft ze opgepikt. Onbegrijpelijk.

Aangeraakt
De laatste keer dat ik je echt intens heb aangeraakt, was van vrijdag- op zaterdagnacht toen ik naast je in een stoel sliep in de hospice en ik je onder de armen pakte om je terug in bed te leggen waar je was uitgeklommen en daarna gevallen.

Een levenlang geven
Je hoefde een levenlang alleen maar te geven, maar genoeg was het nooit. Zo gaat dat met parasieten. Pas op je sterfbed hebben we iets teruggegeven door er voortdurend te zijn:  de klok rond. Dat was cruciaal voor je, want de alarmknop die je om je pols had, kon je niet bedienen. Je zei voortdurend de vrijwilligers van de hospice ‘lief’ te vinden maar wilde, als vanouds niet onder vreemden zijn. Op een half uur afwezigheid van mij op zaterdagochtend en de aankomst van je jongste zoon, had je gereageerd met: ‘Waar zijn mijn kinderen?’ Ik dacht wel even weg te kunnen.

Veel liefs,

Tuur

PS: Ik denk nu dat je vorig jaar kort na de operatie al voelde dat je nog maar kort te leven had en daarom depressief en huilerig was. Je hebt elf maanden in het besef geleefd dat je niet lang meer bij ons kon blijven en ons niet meer zou kunnen beschermen: je huilde uit onmacht.
Jij kende je lichaam het beste en moet gevoeld hebben dat je toen al vol zat met kanker, ondanks baarmoederverwijdering. Achteraf bezien, zou je zeggen dat we je eerder hadden moeten laten gaan. Je hebt bijna een jaar onnodig geleden na een zinloze operatie. Maar niet-behandelen past niet binnen onze medische filosofie en het is wijsheid achteraf.

Afscheid van mijn moeder

Nooit meer

Lieve mam, Corry, de naam waaraan je een hekel had (je had liever Cornelia geheten, naar je grootmoeder).

Vanaf het eerste moment dat ik me ergens van bewust was, was je bij me en nog eerder. En nu moet ik zomaar zonder jou verder.

Hoef ik nooit meer naar je malle-Pietjeswinkel aan de Wulpstraat, je overvolle stulpje met zijn schilderijen aan de muur, stapels boeken, speelgoed, kinderfoto’s en dvd’s.

Zie ik nooit meer het in olieverf geschilderde gezicht van opa, die en profiel naar zijn moeder kijkt die een meter verderop aan dezelfde muur hangt.

Nooit meer het zelfportret van je broer Robert die wegkijkt, met wie je als peuter het deeg uit een brood opat en alleen de korst overliet, terwijl jullie onder de tafel zaten. Je had honger en het was oorlog. Jouw oorlog. Met de korst nog intact, zouden je ouders minder snel zien dat het brood was leeggegeten. Kinderlogica.

Nooit meer: je-weet-niet-waar-het-nog-eens-goed-voor-is. En voor ik naar de Action of de tweede-hands ging vroeg ik je, of je ‘iets’ had liggen. En vaak lag het in de kast of op de vliering: een das, een muts, handschoenen. Je bewaarde alles. Aandoenlijk, maar wat moet ik er mee? Een door oma gebreid truitje, een jasje van toen ik vier was, steunzooltjes. Een uitslag van de schaakclub in de krant, ergens uit de jaren zeventig, waar mijn naam tussen staat. Je wilde het me op de valreep allemaal geven. Zo goed bedoeld, maar je hield het toch maar weer zelf. Omdat het vanuit mijn handen linea recta de textielbak in zou gaan.

Nooit meer een borrel bij je drinken en praten over vroeger, over je ouders of over Bert, die waarschijnlijk je enige kortstondige liefde was en van wie ik kind ben. Dat enig kind van jullie samen.

Nooit meer het geluid van de computer herstellen, je modem resetten of een band plakken. Typische mannendingen voor je doen, omdat je al 40 jaar gescheiden bent.

Nooit meer stuur je me een foto, van een insect of een lelijk Nijlganzenjong; je prachtige foto’s, gewoon gemaakt met een compactcamera, waaraan ik kon zien dat je een schildersoog, een kunstenaarsblik had. Google en Facebook vinden ze nog terug: je erfenis leeft nog even voort op internet.

Nooit meer eigenwijze dingen doen, zonder vriendinnen, met alleen je kinderen en zussen in de buurt.

Nooit meer jouw eigenheid van schilderen en wandkleden maken, je eigen wereld, waarin je je terugtrok als bescherming tegen een mislukt huwelijk, een half leven geleden.

Nooit meer vastzitten aan zelfgevlochten touwtjes van schuldgevoel, waaraan een half leven lang getrokken werd, doordat je jezelf aanrekende dat ik met een handicap geboren ben, of omdat je geen aandachtige moeder zou zijn geweest.

Na je scheiding werd je slachtoffer van het Salomonsoordeel. In het Bijbelverhaal vechten twee moeders om dezelfde baby en zijn bereid het kind uit elkaar te trekken.
Jij werd verscheurd, met je aandacht en genegenheid als inzet. Het deed je veel verdriet, maar ik heb het niet aangedurfd het Salomonsoordeel over jou te vellen. Nu ben je eindelijk vrij. Te laat voor excuses. Te laat voor alles.

Wat ik had willen vertellen tijdens de uitvaart: Na je scheiding werd je willig slachtoffer van een variant op het Bijbelse Salomonsoordeel. In het Bijbelverhaal vechten twee moeders om dezelfde baby en zijn bereid het kind uit elkaar te trekken. De echte moeder geeft op, maar jij werd zonder scrupules verscheurd door manipulatie en verwijten met jouw aandacht en genegenheid als inzet.

Wat ik had moeten vertellen tijdens de uitvaart: Inzet waren jouw aandacht en genegenheid. Twee moeders namen de rol van je ex-echtgenoot naadloos over. Zonder klappen, zonder slaag dat wel. Ze wakkerden gewoon naar believen je schuldgevoel aan. Je moest een half leven lang boeten voor wat je allemaal fout en niet fout had gedaan.

Het ravijn van ‘Nooit meer’
Ik ben bang voor het ravijn van ‘Nooit meer’, waar geen ankerpunten meer zijn, geen ontmoetingen met jou, telefoontjes of e-mail, of jouw stem. Bang voor het ravijn van de absolute leegte dat steeds dieper wordt en breder en leger, waar de tijd veel sneller gaat dan in het echte leven. Omdat ik je nooit meer zal zien. Omdat er niets meer is. Bang voor het ravijn van het gemis waar de pijn niet slijt, maar went. De tijd die niet alle wonden heelt, maar steeds nieuwe wonden slaat. Mijn tijd zonder jou.

Dag mam, mijn liefste vriendin en trouwste fan. Voor altijd, nooit meer.

Kijk op mama’s weblog: corry-lengkeek.tekstuur.nl met al haar kunstwerken.

PS: Op de rouwkaart sta ik als ‘Tuur’, zoals jij mij een leven lang noemde, onderaan de andere drie en de kleinkinderen. De vier letters van mijn naam vallen in het niet bij de anderen en dat is precies de bedoeling. Zo heb ik Charléne, Carine, en Robert de voorrang gegeven die ze een levenlang hebben gezocht en heb ik me als eenling van hen afgescheiden. Precies wat ik wilde en het is hun niet eens opgevallen dat ik me op de kaart heb gepositioneerd als enig kind. Sinds je ons hebt losgelaten, ben je weer van mij alleen.

Tuur

(geen brief)

Signalwisseling met een vriendin tussen 20 juni en 4 juli 2025

Vrijdag 20 juni 2025

Slaap vannacht in een stoel bij moeder in de hospice. Ze slaapt al. Kanker uitgezaaid en overal vochtophoping. Ik ben straks wees, net als jij. Nog een paar dagen schat ik. Heb al een foto-presentatie gemaakt en opgeschreven wat ik wil vertellen. Het heet ‘Nooit meer’ en eindigt met: ‘Voor altijd nooit meer.’ Ik heb het ook opgenomen voor als ik te emotioneel ben. Maar eigenlijk is is dit verwerking. Ik had vorig jaar al afscheid van mama genomen.

Nicole, maandag 23 juni, 13.10 uur

Is zij rustig? Hoop voor jou en jouw moeder dat het vredig verloopt. Het is niet niks wanneer je op een goeie dag vooraan loopt. In redelijk korte tijd vader en moeder weg. Als je zin hebt om te bellen, kan altijd, zie maar. Zou graag zijn bij het afscheid van haar, sterkte, wijsheid en liefde.

Tuur, maandag 23 juni, 22.54 uur

Als je dat echt wilt, graag. Ik voel me als enig kind vaak erg alleen nu. Maar komen is zwaar. Zoveel verdriet te zien. Mam is nu rustig. Heeft een morfinepomp gekregen. Mijn halfbroer Robert slaapt er twee nachten en zegt dat ze sinds vandaag niet meer drinkt. Morgen ga ik hem aflossen. Heb gelukkig nog twee keer wat herinneringen met haar kunnen ophalen. Zonder vocht zal het eind van de week voorbij zijn. Gelukkig wordt ze beter verzorgd dan mijn vader, maar mijn moeder als een klein, oud vogeltje te zien liggen met gaten van 10 centimeter diep tussen hals en sleutelbeen, is
verschrikkelijk.

Machteloosheid
Drink nu het laatste bodempje goede whisky die ze trouw voor me kocht. Hier thuis huil ik af en toe uit machteloosheid; in de hospice huil ik hartstochtelijk als ik haar zie liggen, maar moet ik het zachtjes doen om haar niet te verontrusten. Ik besef nu pas wat het betekent als tranen over je wangen biggelen, terwijl je geen geluid maakt. Gisteren zei ze nog dat ze niet begrijpt waarom ze zich, ondanks medicatie niet beter gaat voelen. Ze is immers gewend dat de dokter je beter maakt. Ze beseft half dat ze niet meer naar huis zal gaan. Ze is ook verward. Heeft rode opliggende beadering op haar benen die heel dik zijn door het vocht en denkt dat het kauwgom is. Ik kan soms nauwelijks geloven dat dit zielige muisje mijn moeder is.

Heb een foto-slide gemaakt en een toespraak geschreven, maar mijn halfzussen willen niet dat ik hem voordraag, omdat ze voelen dat ze een manipulantenrol toebedeeld krijgen. Ik trek een parallel met het Salomonsoordeel. Ik vind het prima. Ze mogen kiezen: ik draag een milde versie voor of zet ik een bikkelharde versie op internet en stuur hem naar iedereen die ik ken. Vandaag heb ik de milde versie ter lezing naar mijn halfbroer gestuurd. Wellicht kan hij mijn halfzussen nog overreden te accepteren wat ik wil zeggen.

Tuur, dinsdag 24 juni, 00.22 uur

Ik ga naar de uitvaart om me niet onmogelijk te maken bij een paar mensen die ik een warm hart toe draag, dus vooral om strategische redenen. Uit respect voor mijn moeder kan ik niet wegblijven, hoewel ze dan toch al dood is. Maar als jij mij komt steunen, kan ik mijn halfzussen en halfbroertje met goed fatsoen links laten liggen. Dat is wat ik het liefste wil.
Sinds mijn vader overleden is, weet ik dat ik enig kind ben en dat wil ik per sé zo houden.

Soms denk ik eraan dat ze in een hospice ligt te sterven en dan raakt die gedachte mijn emoties niet. Het enige dat ik dan voel, is ongeloof. Het kan niet waar zijn.

Ik vind het zo onvoorstelbaar. Iedereen kan sterven, maar het is zo
zwaar en zo wreed, hoewel ze goed verzorgd wordt. Mijn moeder sterft aan baarmoeder waarmee ze vier kinderen het leven gaf. Eergisteren praatte ik nog met haar, nu kan ze niet meer slikken.
Soms staart ze naar me en knijpt ze wat in mijn hand, verder is slecht te beoordelen wat ze nog meekrijgt. We slapen er ombeurten. Er is altijd iemand bij haar. Het is zo’n piepklein oud vogeltje geworden. Een maand terug dronk ik nog een borrel bij haar en vroeg ze als vanouds: ‘Heb je niet teveel gedronken om te fietsen?’ Nu kan ze me niet meer beschermen. Ze heeft al haar energie nodig om te sterven. Fijn dat je komt. Ik hoop dat ik je hand mag vasthouden.

Ik kan het soms nauwelijks verdragen haar zo hulpeloos te zien liggen. Ik zou willen gillen en schreeuwen, maar doe het niet.

Tuur, dinsdag 24 juni, 19.50 uur

Mama wordt van binnenuit opgevreten door de kanker. Mensonterend. Dan heb ik wel bewondering voor mijn opvoeder, Theo die euthanasie vroeg en kreeg. Maar waarschijnlijk kon en wilde mijn moeder ons niet eerder loslaten. En nu kan ze niet meer slikken of praten en moet ze de lijdensweg tot het bittere einde gaan. Eergisteren praatte ik nog met haar. Vrijdag kon ze nog met hulp naar het toilet. Het is niet te bevatten en misschien maar goed dat ik de moeder van een maand geleden niet meer echt herken in dit hulpeloze muisje. Mijn halfzus had vanmiddag geprobeerd haar nog een paar stukjes kers te voeren. Die bleek ze nog steeds in haar mond te hebben toen Carine haar een paar druppels water gaf via een sponsje. Het enige wat nog kan is haar hand vasthouden. Dat voelt ze wel en daar reageert ze op.

Tuur woensdag 25 juni, 9.19 uur (haar sterfdag)

Mama kan niks meer aangeven, dus is ze te laat voor euthanasie of palliatieve sedatie. Ze heeft wel een morfinepomp en de dosis kan tussentijds worden opgevoerd, maar omdat ze waarschijnlijk uit angst, niet eerder een beslissing heeft genomen, moet ze nu helemaal wegteren.
Pijn heeft ze wellicht nauwelijks, maar niet kunnen slikken en verdrogen, moet ze wel degelijk voelen. Ga er zo weer heen om mijn halfzus af te lossen.

Tuur, donderdag 26 juni, 11.56 uur

Het regent sinds gisterenavond. Mijn wereld huilt om mama.

Nicole, zaterdag 28 juni

Mooie beeldspraak.
Zij heeft de wereld iets veranderd, gegeven.

Tuur, woensdag 2 juli

Ik had mijn moeder van de elektronische adreslijst afgehaald, maar heb haar weer teruggezet. Ze woont nu aan de Wulpstraat 9 in Heimweestad. Zo moet het blijven zolang ik bijzinnen ben.

Nicole 3 juli

Zo kun je haar blijven bezoeken in jouw mooie taal.

Ik bedacht mij gisteren toen ik terugreed naar huis dat jullie als haar vier kinderen, drenkelingen zijn die zich na een onveilige jeugd, vastklampen aan je moeder.

Tuur, vrijdag 4 juli

Dat zou kunnen meespelen, maar ons lot is niet uniek. Vrijwel elk zoogdier klampt zich aan de moeder vast. Zelfs het vechten om voorrang komt veel voor. Mijn halfzussen proberen mij nu een schuldgevoel aan te praten, omdat ik de laatste maand weinig bij mijn moeder was. Ik heb welbewust verstek laten gaan en daarmee op de koop toe genomen dat ik mam daarmee verdriet zou doen. Maar daardoor zijn mijn laatste herinneringen aan mijn moeder goed, in tegenstelling tot die aan mijn vader.

Voor mij was het heilzaam om mij goeddeels te onttrekken aan mijn moeders lijden, mede om Carine’s treiterijen te ontlopen. Ze weigerde tot voor kort zelfs tegen me te praten en omdat ze vrijwel altijd bij mijn moeder zat, heb ik haar gewaarschuwd dat dat gevolgen zou hebben voor mama. Misschien had ik haar moeten behandelen zoals ze mij deed: negeren dus, door roeien en ruiten gaan, maar voor spijt is het altijd te laat. Mijn moeder had een piepklein huisje, me terugtrekken met Corry was onmogelijk en Carine wegsturen ook, omdat ze steeds meer zorg nodig had en Carine welbewust de  thuiszorg had geweigerd die ik had geïnitieerd.

Gedwarsboomd
Ik voelde me de laatste tien maanden sinds mama’s operatie in alles gedwarsboomd en wilde niet hetzelfde zien als bij Bert. Dus heb ik Corry uiteindelijk aan Carine en de andere twee overgelaten en gedacht: ‘Je hebt mam een levenlang geclaimd; je mag haar nu hebben’. Dat was goed, want anders was weer alle aandacht naar mij gegaan. Maar dat is redeneren achteraf en riekt naar zelfrechtvaardiging en dat is niet mijn bedoeling. Dat ga ik hun allemaal niet proberen uit te leggen. Toen ze
naar de hospice ging ben ik met liefde weer ingehaakt en hebben we gevieren eendrachtig voor Corry gezorgd. Ze vonden ze de zoete inval van zoveel mensen en vijf dagen continu waken en ondersteunen, bijzonder. Dat hebben we goed gedaan.

Mijn halfbroer en halfzussen beseffen nog niet dat mijn moeder sinds haar overlijden weer helemaal alleen van mij is, zoals het was toen ik haar achternaam kreeg en ik enig kind was. Ik zie er naar uit hen voor altijd los te mogen laten, zoals ik eerder al heb gedaan met de halfbroers van vaderskant.

Heb aan haar weblog gewerkt gisteren en vandaag een lange brief aan haar geschreven. Dat troost me.

Fietsmaatje
Tony die je vast ook gesproken hebt, is sinds vandaag mijn nieuwe fietsmaatje en past net zo goed op me als mijn adoptiefvader, Theo deed.
Alsof mijn moeder over hun schouders meekijkt en zegt: ‘Denk erom, pas
goed op mijn liefdeskind. Ik moest er onderweg erg om huilen, omdat ik weet dat mam er heel blij om zou zijn geweest. Ik ben dus Jantje huilt, Jantje lacht.

Tony heeft zijn moeder vroeg verloren, blijkt ook enig kind van zijn
ouders te zijn met nog een setje oudere halfbroers. Ook dat lot is dus niet uniek.

Op een mooie dag zullen we (elkaar) zien goed? Dat is de betekenis van ‘Un Bel Di Vedremo’ uit de opera van Puccini waarmee de uitvaart begon.
Mijn vader floot dat voor haar, vertelde Corry altijd. Hun herkenningsmelodie

(geen brief)

Erfenis (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Rond jouw baarmoederoperatie, ongeveer een jaar geleden, was je jongste zoon nog executeur-testamentair namens zijn vader Theo die net
twee hartaanvallen achter de rug had. Robert wist toen al dat al zijn broers en zussen onterfd waren, behalve hijzelf. Hij zou, behalve zijn kindsdeel, zeven wettelijke porties van Theo’s andere kinderen ontvangen, bij elkaar ongeveer twee ton, inclusief erfbelasting.

In december 2024 sprak ik hem er op aan, kort na Theo’s overlijden. Robert ontkende toen dat het om negen maal 23.000 Euro zou gaan voor hem en eenmaal 23.000 Euro voor de onterfden. Hij zou slechts ongeveer 80.000 Euro tegemoet kunnen zien. Een leugen. Daarnaast liet hij impliciet weten dat hij mij en zijn twee zussen, desnoods hun wettelijke portie zou betwisten. Wij zouden al het een en ander ontvangen hebben, waaronder ik een belastingmeevaller die hiervan echter losstaat.

Mentale afwezigheid
De timing van je operatie en je erop volgende kwetsbaarheid paste perfect om te verzwijgen dat wij onterfd waren. Onder normale omstandigheden zou je bij Robert hebben gepleit voor je andere kinderen; dat wij tenminste recht hebben op ons kindsdeel, zijnde twee wettelijke porties. Hoewel ik jou, Carine en Charléne hiervan per e-mail op de hoogte heb gesteld, inclusief, globale berekening van de verdeling, was je al te veel op jezelf teruggeworpen om Robert erop aan te spreken. Je was te kwetsbaar, afhankelijk en labiel geworden. Charles heeft die goed ingeschat en van je “mentale afwezigheid” optimaal gebruik gemaakt om de inhoud van het testament voor ons te verzwijgen. We kwamen er bij toeval achter, kort ma Theo’s overlijden via de nieuwe testamentair executeur, en buurvrouw van Theo. Voor mij geldt dat ik na het ontruimen van je huisje nooit mer met Robert wens om te gaan, omdat hij in mijn
optiek, willens en wetens dief is van zijn eigen broers en zussen.

Tot later, mam en veel liefs. (Deze boze brief is natuurlijk niet tegen jou gericht). Ik heb je werkelijk nooit iets te verwijten gehad.

Tuur

PS: dit is de dag (vrijdag) waarop je het hospice inging en ik je voor de deur opving en je nog vijf dagen te leven had. Waarschijnlijk heb ik dit bericht geschreven, zittend in de stoel waarop ik probeerde te slapen tijdens het waken over jou. Het is mijn eerste brief aan jou.