Lieve mam,
Naar een lezing geweest over kasteel Vredenburg, samen met mijn nieuwe maatje Jan die zich eenzaam voelde en daarom iemand zocht om er af en toe op uit te gaan.
Dat doe ik dus, maar volgens mij heeft Jan meer mensen om zich heen dan ik. Hij heeft nog een tweelingbroer, twee zussen en een dementerende moeder. Hij was met kerst in elk geval niet alleen en ik wel. Ik vind het wel gezellig hem op sleeptouw te nemen. Zo maak ik me nuttig. Asperger-Pieter was ook bij de lezing in de Neude-bieb. Hij is historicus, net als ik. Voorstellen doen voor uitstapjes dwingt mij om bij te houden wat er in Utrecht te doen is en om uit bed te komen.
24/7-slapen
Verder lees ik nog graag en schrijf soms wat aan jou. Ik verslaap zoveel mogelijk tijd, want als ik slaap dan huil ik niet. Dat ik soms meer dan 24 uur mijn bed niet uitkom, vertel ik niemand. Doordat ik weinig eet, heb ik ook nauwelijks een hongergevoel en val af, terwijl ik zo goed als geen beweging heb. Sinds je dood ben ik elke maand een kilo afgevallen en heb inmiddels bretels nodig om mijn broeken op te houden. Ik merk ook dat ik slechter ga lopen door het gebrek aan beweging, maar het is al een week zwaar winterweer met veel sneeuw en gladheid: geen weer om te gaan wandelen en juist wel om als een beer in zijn hol in winterslaap te blijven.
Geknecht en gemanipuleerd
Ondanks dat, onderneem ik nog wel eens wat. Van Carine, de enige van je andere kinderen die ik nog een enkele keer spreek, begrijp ik dat ze alleen nog op bed ligt, tv-kijkt en de hond uitlaat. Het is jammer dat we elkaar niet kunnen steunen, juist omdat zij, net als ik, diep gebukt gaat onder jouw dood. Maar er is teveel gebeurd; ze heeft jou te zeer geknecht en gemanipuleerd, ook ten koste van mij en de andere twee, om overheen te kunnen stappen.
Geen houvast
Ondertussen denken mensen om mij heen, zoals Nicole, asperger Pieter en de huisarts dat het beter met me gaat. De huisarts ‘ziet lichtpuntjes’. Ik voel dat niet zo. Ondanks een maximale dosis anti-depressivum, huil ik nog elke dag mijn ogen rood, zelfs ’s nachts, terwijl ik dat tot een paar weken terug niet deed. Het leven is nog steeds een groot gat, zonder houvast dat nooit meer kan worden opgevuld nu jij, Theo en straks Clara er niet meer zijn. Iedereen die van mij hield, is straks weg. Clara is de laatste die mij als baby heeft gekend. En van mijn zogenaamde vrienden hoor ik nauwelijks iets. Het beste dat eraf kon, was een obligate nieuwjaarskaart.
Compassie
De meeste compassie gaat nog steeds uit van mijn buurvrouwen. En mijn allereerste lief Lia belt af en toe op, iets dat ze vroeger nooit deed. Op mijn vraag: waarom?, zei ze: ‘Omdat jij mij altijd trouw gebleven bent’. Hoewel ik niet van plan ben de hand aan mijzelf te slaan, en dat heb ik gisteren ook de huisarts nog verzekerd, denk ik dat de enige uitweg uit dit verdriet een bestendige liefde kan zijn bij wie ik me veilig voel. Jij vulde die leemte moeiteloos op. Vergeleken met jouw onvoorwaardelijke moederliefde waren mijn relaties slechts leerzame experimenten, behalve die met Lia dan. Haar onvoorwaardelijkheid heeft mij ook een heel nieuw zelfbewustzijn gegeven van geliefd te zijn, naast jouw moederliefde.
Ontboezeming
Blijkbaar verlang ik zo zeer naar de nabijheid van een schouder om aan uit te huilen en jou te beklagen, dat me plotseling de opmerking te binnenschoot van Duitse Kati uit Magdeburg die mij de ontboezeming deed: ‘Ondanks je handicap, zou ik van je kunnen houden.’ En dat, terwijl haar vriend een deur verderop lag te snurken. Dat moet onderhand 15 jaar geleden geweest zijn. Hoop doet leven. In de tussentijd gewoon maar culturele uitstapjes maken. Thuisblijven helpt zeker niet.
Op de valreep nog een brief aan je geschreven, mam en hij is nog best lang geworden. Toch alweer de derde in tien dagen.
Veel liefs,
Tuur
PS: een paar uur nadat ik opschreef dat ik het leven nog steeds ervaar als een grote leegte en ontkende de lichtpuntjes van de huisarts te zien, realiseer ik me dat ik een deel van je ziel in me draag. Deze brievenreeks is daar de weerslag van. Je hebt geen artrose-pijn meer en hoeft niet meer bang te zijn voor het leven. Pas als ik vrede sluit met jouw dood, en me niet vastklamp aan het gemis kun jij ook rust vinden. Dat wil ik proberen, maar weet nog niet of het vredig wordt. Ik neem het me vast voor. Voor het eerst in maanden bijtijds opgestaan, weliswaar na 36 uur verslapen te hebben, en muziek aangezet. Moest meteen weer huilen, omdat het voelt als verraad dat mijn aandacht heel even niet bij jou is. Mijn rechteroor hoort bijna niets meer: hij piept en voelt vol water. Het zal na twee jaar plotsdoofheid niet meer beteren, denk ik. Ik moet het ermee doen mam, ook dat zonder jou, zoals alles wat nog komt. Dat besef is het allermoeilijkste: verder zonder jou; voor altijd zonder jouw onvoorwaardelijke liefde en aandacht, zelfs als ik me opricht.