Asbus (korte brief)

Lieve mam,

Plotseling stond jouw as voor de deur na één keer aanbellen en een schreeuw door de deur. Plompverloren neergezet door je jongste dochter. Ze was al weer uit zicht voordat ik de deur open had, zo erg moet ze me haten.

Ze wil het blijkbaar niet bij zich houden. Ik had het feitelijk gewoon buiten moeten laten staan voor de eerlijke vinder. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen. Het is jouw as, mam. Het zou in het vennetje verstrooid moeten worden bij vliegveld Hilversum en een beetje bij het bankje in het binnentuintje aan jouw straatje. Geldermalsen is ook een idee, bijvoorbeeld aan de voet van de walnotenboom bij ons oude huis. Vraag is of de boom er na 40 jaar nog staat en of het mag van de huidige bewoners. Het zou wel een mooi gebaar zijn.

Kattengrit
Je as houdt het midden tussen cement en gemalen kattenbakgrit: fijn met kleine stukjes ertussen. Fijne, lichtgrijze stof bijna, zoals in de open haard, maar dan lichter. Veel lichter van kleur dan me voor de geest stond bij de as van Bert. Dat leek grover en korreliger. Misschien komt het doordat hij in een kist is gecremeerd en jij in een mand. Het lijkt ook veel minder, misschien drie kilo. Ik heb zijn as destijds in de tuin bewaard, voordat ik het begroef. Ik was er bang voor. Dat ben ik voor jouw as niet, mam. Heb je een levenlang betaald voor je uitvaart, moeten we 1500 Euro bijbetalen en krijgen we je as in een plastic containertje. Er zit wel een papieren wikkel omheen met bloemmotief, als om een reep chocola.

Je laatste resten zien er goedkoop uit, het zou evengoed een bus cement of fijn kattengrit kunnen zijn.

Tot later, mam

Tuur

PS: Heb voor het eerst weer de voetbalsamenvattingen gekeken op zondagavond. Jij had daar helemaal niks mee, maar misschien is het een goed teken. Tot nu toe kwam ik niet verder dan het NOS-journaal.

Nieuw weblog (korte brief)

Lieve mam,

Ik heb een nieuw weblog voor je gemaakt. Hierop ga ik alle brieven posten die ik aan je schrijf. Ben benieuwd hoe lang ik hiermee doorga. Misschien tot ik ben uitgehuild, misschien nog jaren als vervanging voor de gesprekken die we hadden als ik een borrel bij je kwam drinken.

Misschien blijf ik je langs deze weg wel al mijn avonturen vertellen. Ik kan altijd schrijven, ook op de smartphone. Mocht het ooit goed genoeg zijn voor een boek, dan zal deze berichtenreeks op een dag tot een afronding moeten komen, maar voorlopig is dat nog niet. Het zou nu al een dik boek worden, denk ik, maar er zitten aardig wat herhalingen in. Met name over wat je dochters je hebben aangedaan. Dat blijft pijn doen, met name dat ik niet heb geprobeerd je tegen hun manipulaties te beschermen.

Ik ben heel benieuwd wie dit weblog gaat vinden. Dat zal van het algoritme van meneer Google afhangen, denk ik. Onze achternamen staan er niet in en ik heb de namen van je drie jongere kinderen veranderd. In elk geval hoop ik dat het voorlopig onder ons blijft, al was het maar omdat ik me zo eindelijk jouw enig kind kan voelen.

Tot later mam,

Tuur

PS: Plotseling stond Erik van jouw “Big hug” voor de deur, vol goedbedoelde adviezen: ‘Dat ik verder moest’, leuke dingen moest gaan doen en ‘De wrok achter me laten ten aanzien van je andere kinderen’. Goed bedoelde adviezen, maar het enige dat ik wilde, was verder gaan met jouw weblog. Ondertussen maakte hij zich zorgen over de wrijving tussen zijn eigen zoons. Ik moet mijn eigen weg hierin gaan en dat is voorlopig jou zo dicht mogelijk bij me houden door je te schrijven. Ik hield mijn tranen in tot hij de deur weer achter zich dichtsloeg.

Niets bijgeleerd (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Afgezien van je huwelijk en een jaartje als onderwijzeres, was je je hele leven afhankelijk van een uitkering: van bijstand en AOW. Vrijwilligerswerk deed je niet. In de jaren tachtig plukte je wat appels bij ‘Appelen Jan’, zwart. Je had alleen iets voor jezelf door in de jaren zeventig en tachtig schilderijen en wandkleden te gaan maken. Toen er kleinkinderen kwamen, was ook dat voorbij.

In je perioden van eenzaamheid, eerste helft van de jaren negentig en na je tachtigste, werd je ingezet als hondenoppas en ‘Hotel mama.

Boudewijn de Groot
Als ik dit zo op een rijtje zie, concludeer ik dat je, behalve toen je kinderen en kleinkinderen had, veel te weinig omhanden had in het leven. Je ging er een enkele keer op uit met je zussen, dat was het. Dit is me eens te meer duidelijk geworden, nadat ik een nietszeggend briefje vond van Boudewijn de Groot aan jou, ergens uit het eind van de jaren tachtig. Hij altijd onderweg en druk; jij huismus en in afwachting vanwat anderen voor je in petto hadden. Je was iemand die at wat de pot schafte; wat je voorgeschoteld kreeg. Je zorgde voor ons, zo goed je kon, maar had verder weinig. Echte hobby’s had je niet. Je las wel, maar alles wat los en vast zat.

Bang om te leven
Een totaal ander karakter dan je jongste dochter die vol initiatief zit, waar dat dan ook maar uit voortkomt. Ze lijkt op haar vader wat dat betreft. Je lijkt veel meer op je oudste dochter: veel verder dan ‘met de hond wandelen’ komt Carine niet. En jou vertellen wat je leuk moest vinden, dat kon ze ook goed. Beide, zowel bang om te leven als voor de dood; beide na een basisopleiding nooit meer een cursus gevolgd of iets bijgeleerd. Je was autodidact en dat is te zien aan veel van je foto’s: je close-ups van insecten kunnen de toets der kritiek doorstaan; de andere niet.

Kaartlezen
Nooit iets bijgeleerd; de gevolgen daarvan staan me nog bij als de dag van gisteren. Als we op vakantie gingen met een deel van ons gezin, dan moest jij als bijrijder kaartlezen. Dat lukte zelden en liep altijd uit op knallende ruzie in een propvolle auto. Het is nooit in je opgekomen iets voor te bereiden of het je uit te laten leggen. Dat initiatief zat niet in je. Makkelijk slachtoffer was je wel en het slachtofferschap paste als gegoten. Dat zijn de twee sterkste banden met je dochters: het slachtofferschap en het gebruik dat ze van je hebben gemaakt.

Later moest ik zelf kaart lezen als bijrijder en zo kwam ik erachter dat de eindbestemming op de borden staat die aan het einde van de weg ligt, Zo beoaal je de richtong. Keulen bereik je bijvoorbeeld door de borden ‘Frankfurt’ te volgen tot Keulen bovenaan staat. Dat heb jij nooit onder de knie gekregen, omdat niet in je opkwam er moeite voor te doen. Zelfs niet als het ruzie had kunnen voorkomen.

Dit is geen verwijt mam, gewoon een vaststelling, maar daardoor hebben anderen je geleefd. En hier zijn we weer terug bij je afhankelijke karakter. Hoe meer ik over je schrijf, des te duidelijker wordt me dat je een ernstige afhankelijkheidsstoornis had. En je zocht de oorzaak voor het leven dat zich voordeed niet bij jezelf, maar koos de slachtofferrol, net als je dochters.

Tot later,

Tuur

Geestelijke verzorging (korte brief)

Lieve mam,

Vandaag een afspraak gemaakt met de huisarts om een euthanasieverklaring te bespreken en vast te leggen, en contact gezocht met een organisatie voor geestelijke verzorging: ‘Zin in Utrecht.’ Misschien is er een ‘lotgenotengroep verliesverwerking’, of iets dergelijks.

Ik blijf maar huilen: gisteren bij de Stay OK, Bunnik en ’s avonds laat nog, terwijl mijn bovenbuurvrouw voorbij het raam liep. Ze zag en hoorde me snikken en belde aan. Ze heeft me nog een tijdje aangehoord en steeds barstte ik weer in tranen uit. Ik heb het gevoel dat dit nooit minder zal worden of overgaan. Ik mis je zo en heb steeds weer spijt dat ik je weinig heb aangeraakt in de hospice.

Geen afscheid genomen
Gepraat hebben we wel, bijvoorbeeld over Janie Vermulm, maar waarom heb ik je nauwelijks aangeraakt of geknuffeld? We wisten toch dat het voor het laatst zou zijn? Ik pakte je hand pas toen je al in een soort coma lag, de laatste twee dagen voor je dood. Dat je dood zou gaan leek je niet eerder te hebben geaccepteerd en erover praten vonden de anderen geen goed idee, dus deed ik het niet. Het zou je maar bang maken. Ik heb je laten gaan, zonder afscheid van je te nemen. Zelfs van mijn dementerende verwekker heb ik dat wel gedaan.

Spijt
De keuze om in de laatste twee maanden van je leven zo veel mogelijk weg te blijven en je aan je drie andere kinderen over te laten, zit me minder dwars, Dat was mijn eigen keuze, al zie ik nu in dat er momenten waren om op mijn schreden terug te keren en dat ik hen gewoon had moeten weerstaan, in jouw belang. Maar omdat ik er niet was, wist ik niet hoe het met je ging en omdat ik niet wist hoe het met je ging, bleef ik weg. Dat spijt me, maar voor spijt is het altijd te laat.

Tot later mam,

Tuur

Tranendal (korte brief)

Lieve mam,

Je huisje is opgeleverd en ik heb de sleutel van je voordeur in de vensterbank gelegd. Was nog even in je tuintje, je slaapkamer en in je badkamer en kuste je spiegel, omdat ik vergeten was dat bij jou te doen. Hij was koud als jouw haren tijdens de uitvaart. Er was niets meer, niets meer van jou.

Voor jou is geen plaats meer in dit tranendal. Ik zal een nieuw plekje voor je moeten vinden waar je je dichtbij voelt. Misschien kan dat gewoon hier thuis als ik je profielfoto voorbij zie komen op mijn computer, of als ik een van de laatste filmpjes kijk waar je op staat. Liever zou ik onderweg gaan om je ergens te gedenken. Die plek heb ik nog niet gevonden.

Binnentuintje
Eén dezer dagen het binnentuintje aan jouw straatje eens proberen. Voelen hoe het bankje voelt waar we een jaar geleden nog samen gezeten hebben. Jij met stok en ik met biertje. Ik geloof wel dat we elkaars hand nog even hebben vastgehouden in een zeldzaam moment van nabijheid, maar misschien verbeeld ik het me gewoon, omdat ik het zo graag had gewild.

Vanavond naar de jeugdherberg Bunnik; daar zou livemuziek moeten zijn, hoewel ik na het definitief dichtdoen van je voordeur weer in doffe berusting ben, waarbij alles aan me voorbijgaat. Misschien dat Tony meegaat, maar met hem weet je dat maar nooit. Drinken doe ik alleen nog buiten de deur, want zonder jouw zondagse borrel is drinken niet interessant meer. Niks is interessant meer, maar zolang ik leef, probeer ik door te gaan.

Tot later, mam.

Tuur

PS: Ik lees en voel me desondanks ten diepste verdrietig, een nieuwe combinatie. Tot nu toe las ik niet als ik er niets bij voel. Ik wacht op de dag dat dit voorbij is en dat kan van alles betekenen, behalve dat ik de hand aan mezelf sla. Maar hoe ik het gemis van jou moet dragen, weet ik ook niet. Soms lijkt het een dag wat beter te gaan, dan huil ik weer een halve dag mijn ogen rood.

Vakantie (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Morgen is de eindinspectie van je huisje door het Monumentenfonds. Ik heb de huur laten doorlopen tot twee maanden na je dood, dus als ze niet akkoord zijn, hebben we nog maar tot het einde van de week om dat in orde te maken. Daarna ga ik misschien even naar Ostfriesland.

Ik heb een betaalbaar appartement gevonden en nog wel vlak aan de Waddenzee, maar wie moet ik nu bellen als ik ben aangekomen? Ik weet ook niet of ik er energie voor heb. Vanaf de grens is het een eind fietsen en ik voel me sinds je dood (zonder jou) lichamelijk en mentaal heel kwetsbaar. Dus ik weet niet of ik het red. Ik zou de appartementhouder moeten bellen, maar verkeer nog in de welles-nietesmodus.

Kop in het zand
Ik huil nog elke dag om je en voel me dan haast net zo desperaat als in het begin. Ik denk erover het buurteam Oost te bellen om te kijken of er een lotgenotengroep rouwverwerking in mijn buurt is. Ik zie er wel tegenop, maar dat ik geen afscheid van je heb durven en mogen nemen, blijft me achtervolgen. Het voelt alsof we alleen oppervlakkig contact hadden. En misschien was dat ook wel zo. Jij leefde per slot van rekening met je kop in het zand, net als je oudste dochter: als de dood voor kanker, maar wel roken als een ketter.

Dat deed jij niet; jij moest accepteren dat je oud en lelijk werd, vond je zelf. En bang om oud te worden, was je op je veertigste al.

Randmeer
Ik heb ook nog geen gedenkplek voor je gevonden, zoals voor Bert. Op zijn oude camping aan het Randmeer voel ik hem het meest dichtbij, misschien omdat alles hetzelfde lijkt te zijn gebleven als in mijn jeugd: het vlot ligt nog midden in de zandafgraving en de kantine uit grijze betonblokken staat er nog. Alles lijkt kleiner geworden dan toen, behalve de bomen.

Gedenkplek
Meest aangewezen voor jou zou zijn het binnentuintje in het midden van jouw straat, waar we ongeveer een jaar geleden voor het laatst gezeten hebben. Aan de Hooge Hoeven 34 heb ik ook goede herinneringen, toen ik als student een tijdje bij je op zolder bivakkeerde als alternatief voor mijn studentenkamer. Het verdreef voor even je eenzaamheid daar, zonder dat ik me daarvan bewust was. Als je maar iemand om je heen had om voor te zorgen, dan ging het wel. Ik neem me al een tijdje voor daar weer eens te gaan kijken en wandelen, zoals destijds met de teckels, maar het is er nog niet van gekomen. Misschien is het wel onherkenbaar veranderd, zoals je huisje aan de Wulpstraat. Je zou er zo terug kunnen komen: het is schoon en opgeruimd nu en je mooiste spulletjes hebben we bewaard. Zelfs de muizen sterven er nu de hongerdood. Een val heb je voorlopig niet meer nodig.

Bankrekening
Op je bankrekening staat nog een kleine 2000 euro. ik ben benieuwd wat er nog afgaat de komende maanden, bijvoorbeeld aan eigen risico of te verrekenen schade aan je huisje. Morgen voor het laatst je meterstanden gas en licht opnemen en doorgeven aan Eneco. Omdat je de afgelopen twee maanden spaarzaam was met gas en stroom: zuiniger kan niet, krijgen we misschien wel iets terug. Dan is dat ook afgesloten. Dan zal in de komende maanden moeten blijken of ik vergeten ben iets op te zeggen. Van het overblijvende bedrag wil ik niets hebben: dat mogen de dief, de manipulant en je verwijtdochter onder elkaar verdelen, zoals ik hen heb laten opdraaien voor de mantelzorg voor jou.

Parallellen
De parallellen tussen jou en je oudste dochter zijn trouwens opvallend, bedenk ik me nu. In je jeugd leek je op haar, terwijl je als jongvolwassene meer op je jongste ging lijken. Allebei leven met de kop in het zand, snel in de stress, hypochonder en na de opleiding nooit meer iets aan persoonlijke ontwikkeling gedaan. Een manipulat was je niet. Dat vind ik vooral jammer, waar het je fotografeerwerk betrof, want daardoor was 95% oninteressant en heb ik 90% weggegooid. Alleen je close-ups van bijen, vlinders en enkele andere insecten zijn interessant; voor grotere dieren en vogels op afstand was je camera niet geschikt. Je maalde er niet om en modderde en Photoshopte maar raak. Zalig zijn de onwetenden, zegt men dan, maar ik vond het jammer.

Veel liefs,

Tuur

PS: Ga binnenkort een afspraak maken met de huisarts over een euthanasieverklaring. Ik heb ook een concept-testament gemaakt en een contract met mijn hostingsprovider opgesteld, zodat jouw weblog nog 15 jaar online zichtbaar blijft, mocht ik er niet meer zijn. Ik wil dat je kunstwerken en schilderijen nog een tijdje gevonden worden door meneer Google. Je was zo trots op al die kleine plaatjes van jouw werkstukken.

Gelachen (korte brief)

Lieve mam,

Ik wilde helemaal niet schrijven vandaag, maar ik heb gisteren voor het eerst weer gelachen: om een cartoon die op Facebook voorbij kwam. Zit een sipkijkend jongetje naast een modelspoorbaan onder de kerstboom. Zegt vader: ‘Tja, dit is het basispakket van de NS, dus de trein komt later.’ ’s Avonds in bed moest ik weer lachen.

Als contrast vanmiddag weer veel gehuild, omdat de wanhoop me weer overviel. Benieuwd hoe lang dit zo blijft terugkomen.

Long-covid
Gisteren was Nicole hier. Afgekeurd, omdat ze zich als jurist op de Zuidas kapot gewerkt heeft en daarbij Long-covid opliep. Zal wel iets met elkaar te maken hebben. Samen bij een wijnbar gezeten aan de Biltstraat. Vier wijntjes, een fles water en een kaasplankje voor 60 euro. Als je die prijzen ziet, wil je niet meer leven mam.

Tuur
Nicole noemde me voor het eerst sinds ik haar ken ‘Tuur’. Had ze waarschijnlijk opgepikt van de rouwkaart. Het raakte me, juist omdat het de eerste keer was in 30 jaar en ze het uit zichzelf deed. Jij hebt mij nooit ‘Arthur’ genoemd, hoewel je blijkbaar wel vond dat de naam bij me paste. Je gebruikte mijn geboortenaam wel als je kaarten en enveloppen schreef.

Verjaarskaart
Realiseer ik me opeens ook dat je me nooit meer een verjaarskaart zult sturen; iets wat je trouw deed. Meestal met een heel nostalgisch tekstje erop als ‘Je was mijn Tuurtje’, iets wat je een paar weken voor je dood nog zei. Huilend, zonder dat ik zag of begreep dat je stervende was, terwijl jij het wel wist, maar er niet over wilde praten. En ik verzucht het weer: ‘En nu is het voor alles te laat’. Als ik dat tot me door laat dringen, zou ik de rest van mijn leven willen huilen.

Kitty
Liep over de Wolter Heukelslaan en zag een ontzettend oud vrouwtje stoepvegen met zo’n platte bezem van riet die je verder alleen op tv ziet in reportages over arme landen als Albanië, Moldavië of verre ontwikkelingslanden. We raakten aan de praat over haar heksenbezem, haar dochter die bij mij in de straat woont en haar zussen, van wie ze de oudste een ‘kreng’ noemde. Net als jij gescheiden, onderwijzers geweest, maar zonder kleinkinderen. Volgende keer vragen of ze dat jammer vindt. Ze zag er wel oud en ‘hekserig’ uit, reutelde van de astmatische bronchitis, maar bleek even oud als jouw zus Clara. Waarom zijn alle leuke en wijze vrouwen toch veel te oud voor mij? Zij heet Kitty; jouw buurvrouw Joke is een vlotte vrouw, maar ook 85; Janne, die ik op een festival heb ontmoet is 78. En ik weet dat er leuke vrouwen zijn van mijn eigen leeftijd, maar ik ‘vergeet’ het ijzer te smeden als het heet is en zoveel kansen krijg ik niet meer.

Veel liefs,

Tuur

PS: Deze brief gecorrigeerd, kort voordat ik ging slapen om nog even met jou bezig te kunnen zijn, hoewel ik hem al anderhalve maand terug geschreven heb. Ik voelde me vanavond (8 oktober) weer zo radeloos en verlaten, mam. En als ik zo wanhopig ben, heb ik ook geen behoefte aan eten. Daar zit een patroon in, want de laatste weken ging dat juist wat beter. Ik kookte zelfs weer geregeld. Vandaag kwam ik niet verder dan een boterham met ei, een stukje kaas, een appel en een paar mandarijnen. Veel beweging heb ik niet, doordat ik nauwelijks buiten kom, maar het is te weinig.

Mail aan mama’s buurvrouw en Signal aan een ex-collega

Dag Joke,

Ik kan alleen maar bij een jongere zus van Corry terecht. Zij is de laatste die mij als baby heeft gekend. Met mijn halfbroer en halfzussen heb ik weinig meer; feitelijk ben ik enig kind van Corry’s enige liefde. Wat ik als troost kan zeggen, is dat ik liefdeskind was.

Omdat ik geen partner of kinderen heb, voelde ik me de laatste twee maanden erg eenzaam zonder Corry. Het gaat sinds een paar dagen iets beter: minder huilen en ik lees af en toe weer wat.

Ook ik heb al meerdere vrienden verloren, hoewel ik jonger ben dan jij. Ik vind het mooi dat je volhoudt, ondanks alles.
Voor mijn moeder kwam de diagnose helaas te laat en ook daardoor was haar laatste jaar een lijdensweg. Doordat ik haar de afgelopen maanden, al vanaf haar eerste dag in de hospice, tientallen brieven heb geschreven, ben ik ook nieuwe patronen gaan zien. Mijn moeder had een angstig en afhankelijk karakter en dat leidde tot eenzaamheid, in extremis in haar laatste levensjaar.

Eigenwijs
Door Corry’s leven heen is er grif gebruik gemaakt van deze kwetsbaarheid en ik was niet in staat haar te beschermen. Ze was er ook te eigenwijs voor. Daar heb ik de afgelopen twee maanden nog het meeste verdriet om gehad.

Im kort bestek weet je nu veel over Corry. De goed verstaander heeft maar een half woord nodig, zegt men dan.

Hartelijke groet,

Arthur

Dag Inge,

Ik ben gelijk begonnen brieven aan mijn moeder te schrijven, waardoor ik heel nieuwe patronen ben gaan zien. Ze moet een ernstige afhankelijkheidsstoornis hebben gehad, waardoor ze zich heeft laten leven door eenieder die daar gebruik van wist te maken. Ze was ook een eenzame ziel die met de kop in het zand leefde, niet aan zelfreflectie deed en te weinig omhanden had als een ander haar niet in beslag nam.

Ik wil mijn brievenreeks te zijner tijd ook graag laten lezen door een gespecialiseerd psycholoog om uitsluitsel te krijgen. Ik doe ook veel nieuwe inzichten op, doordat ik haar nalatenschap verdeel: ze was een pure chaoot die zelfstandig geen enkele lijn in het leven kreeg. Ik schrijf al mijn bevindingen in briefvorm op, ook dat wat ik nooit met haar had kunnen bespreken. Ik was haar liefdeskind, maar onfeilbaar was ze zeker niet. Ik verkeer tussen doffe berusting en ‘het ging vandaag iets beter’.

Groet,

Arthur

Dag Joke,

Ik kan alleen maar bij een jongere zus van Corry terecht. Zij is de laatste die mij als baby heeft gekend. Met mijn halfbroer en halfzussen heb ik weinig meer; feitelijk ben ik enig kind van Corry’s enige liefde en haar. Wat ik als troost kan zeggen, is dat ik liefdeskind was. Omdat ik geen partner of kinderen heb, voelde ik me de laatste twee maanden erg eenzaam zonder Corry. Het gaat sinds een paar dagen iets beter:
minder huilen en ik lees af en toe weer wat.

Ook ik heb al meerdere vrienden verloren, hoewel ik jonger ben dan jij. Ik vind het mooi dat je volhoudt, ondanks alles.
Voor mijn moeder kwam de diagnose helaas te laat en ook daardoor was haar laatste jaar een lijdensweg. Doordat ik haar de afgelopen maanden, al vanaf haar eerste dag in het hospice, tientallen brieven heb geschreven, ben ik ook nieuwe patronen gaan zien. Mijn moeder had een angstig en afhankelijk karakter en dat leidt tot eenzaamheid, in extremis in haar laatste levensjaar, Maar het is eerder voorgekomen.
Door Corry’s leven heen is er grif gebruik gemaakt van deze kwetsbaarheid en ik was niet in staat haar te beschermen en ze was er ook te eigenwijs voor. Daar heb ik de afgelopen twee maanden nog het meeste verdriet om gehad.

Im kort bestek weet je nu veel over Corry. De goed verstaander heeft maar een half woord nodig, zegt men dan.

Hartelijke groet,

Arthur

Dag Inge,

Ik ben gelijk begonnen brieven aan mijn moeder te schrijven, waardoor ik heel nieuwe patronen ben gaan zien. Ze moet een ernstige afhankelijkheidsstoornis hebben gehad, waardoor ze zich heeft laten leven door eenieder die daar gebruik van wist te maken. Ze was ook een eenzame ziel die met de kop in het zand leefde, niet aan zelfreflectie deed en te weinig omhanden had als een ander haar niet in beslag nam. Ik wil mijn brievenreeks t.z.t. ook graag laten lezen door een gespecialiseerd psycholoog om iets van uitsluitsel te krijgen. Ik doe ook veel nieuwe inzichten op doordat ik haar nalatenschap verdeel: ze was een pure chaoot die zelfstandig geen enkele lijn in het leven kreeg. Ik schrijf al mijn bevindingen in briefvorm op, ook dat wat ik nooit met haar had kunnen bespreken. Ik was haar liefdeskind, maar onfeilbaar was ze zeker niet. Ik verkeer tussen doffe berusting en “het ging vandaag iets beter”.

Groet,

Arthur

Korte brief aan mijn stiefbroer

Betuiging van spijt en mededogen met jou

Beste Peter,

Allereerst hoop ik dat je deze goedbedoelde brief wilt lezen. Lang is hij niet. Ik weet dat ik namens niemand anders excuses kan aanbieden, maar ik besef dat jij en Niki letterlijk stiefmoederlijk zijn behandeld en nauwelijks ouders hebben gehad. Hoewel Corry altijd over jou zei: ‘dat je een lief jochie was dat altijd boodschappen voor haar deed’, liep ze in mijn ogen voorop in het negeren van jou en Niki.

Achterstellen
Theo wilde de vrouw die hij nooit kon krijgen, zo graag behagen dat hij bereid was zijn eigen kinderen achter te stellen ten gunste van mij. Ik herinner mij nog als de dag van gisteren dat jij de kinderbijslag voor een uitwonende studerende niet meekreeg, toen je uit huis ging en Corry het niet voor je opnam. Een schrale troost mag misschien zijn dat Charles en ik ook nooit een stuiver hebben gezien. Uit het oog; uit het hart nietwaar? Hoe Niki en jij werden achtergesteld, zag ik als 14-jarige dus al. Bij het opschonen van Corry’s laptop en het doornemen van foto-albums leek het wel of jullie nooit bestaan hebben.

Het spijt me dat het zo gegaan is.

Rest mij te zeggen dat ik bewondering heb voor het feit dat je al zolang dansles geeft en je eigen draai hebt gevonden.

Het ga je goed,

Tuur

PS: Deze brief schrijf ik, omdat ik antwoordapparaatberichten van Corry heb afgeluisterd uit het midden van de jaren negentig. Je kondigde toen nog aan dat je naar haar verjaardag zou komen en ‘dat je gewoon even met haar wilde praten’. Zeer aandoenlijk en het leidt tot tranen bij mij. Ik respecteer dat je verder geen contact meer wilt en heb daar het volste begrip voor.

Antwoordapparaat (korte brief)

Lieve mam,

Je bent nu zes weken dood, je huisje is vrijwel leeg en ik huil nog steeds evenveel om je. Soms omdat ik geen afscheid van je heb kunnen nemen. Ik moest voor jou verzwijgen dat je stervende was en vandaag vooral, omdat me steeds weer overvalt hoe je dochters alle initiatief uit je hebben gemanipuleerd.

Het is me eens te meer duidelijk dat ze de rol van je ex-echtgenoot naadloos hebben overgenomen met hun gemanipuleer en genadeloze verwijten. Ze beweren beiden dat je een ‘groot kind’ bent gebleven en daar hebben ze waarschijnlijk gelijk in. Naïef en goedgelovig, noemt je zus Clara dat. Ze hebben er passend gebruik van gemaakt.

Schuldgevoel
Verantwoordelijkheid voor je eigen leven heb je zelden genomen en je dochters vulden die van harte voor je in. Ze hoefden alleen maar op het knopje van je schuldgevoel te drukken: ‘dat je te weinig aandacht hebt gegeven’, ‘dat ze immers tussen jou en je gewelddadige echtgenoot was gesprongen en je tegen de klappen beschermd had’. Zo bleef je levenslang schatplichtig en ik deed niets. Ik kon je niet beschermen. Je klaagde wel, maar zodra ik je bevestigde, bagatelliseerde je het weer. Je bent er niet meer, dus valt er niets meer goed te maken en je dochters zien geen kwaad in wat ze hebben gedaan.

Antwoordapparaat
Heb vandaag vier verhuisdozen vol met persoonlijke spullen doorgenomen. Van alle foto’s, bijna een bananendoos vol, heb ik alleen de originelen, vaak oude bewaard, meestal in zwart-wit met een kartelrandje. De rest staat allemaal op je laptop die ik momenteel opschoon. Van de oude foto’s ga ik nieuwe scans maken en erbij zetten wat jij achterop hebt geschreven. Dat zal nog een aardig karwei zijn. Verder bewaard: een map met brieven, wat dvd’s met de kleinkinderen erop en twee cd’s met antwoordapparaatberichten uit de eerste helft van de jaren negentig. Ik ben benieuwd naar de stemmen en wat ze te zeggen hebben. Met je stiefzoon Peter, ging je toen nog om. Ik herinner me dat hij er veel opstond. Ook wat pasjes en een paspoort bewaard, waar een foto van je opstaat, bijvoorbeeld van NS. Van vier verhuisdozen vol is er nu nog eentje over.

Tot later mam,

Tuur

Niet schrijven (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag wilde ik je eigenlijk niks schrijven mam. Over je drie andere kinderen wil ik nooit meer iets kwijt, zoals ik het nu voel. Te veel eer.

Mijn stemming beweegt tussen doffe berusting en huilen; tussen huilen en ‘het-leven-is zinloos-zonder-jou’ en de wens zo hard mogelijk  ‘mama!’ te schreeuwen tot je terugkomt. Dan voelt het als in de eerste dagen na je dood; heb ik spijt dat ik er zo weinig was in de laatste maanden van je leven en zie ik je weer liggen in je luierbroekje met je bleke koppie opzij.

Ongedurig
Daarom schrijf ik maar wat. Lezen lukt toch niet; daarvoor ben ik te ongedurig. Ik wil de straat op, maar weet niet waarheen. Een uurtje fietsen, zou goed zijn, maar ik heb geen doel. Juist op de fiets, als ik overal mensen zie en verkeer tegenkom, besef ik dat mijn wereld volkomen leeg is, zonder jou. Het lijkt alsof ik over mijn grote liefde schrijf, maar we hadden echt niet bij elkaar gepast, mam. Ik val niet op afhankelijke vrouwen zonder zelfkritiek, maar mijn trouwste fan en liefste vriendin was je natuurlijk wel.

Onvoorwaardelijk
Jouw onvoorwaardelijkheid is niet te evenaren en die zal ik altijd bij me dragen. Ik ben er nog nooit toe in staat geweest, al kwam mijn zorg voor Bert, jouw enige echte liefde, wel dicht in de buurt.

Tot later mam,

Tuur

PS: Vandaag luisterde ik een stukje af van je antwoordapparaatberichten. Op de éne cd die ik ervan gemaakt had, staat 1996, op de andere 1994. Het is je verjaardag en iedereen komt nog of spreekt in, zelfs je stiefzoon Peter, die de laatste 20 jaar niets meer van zich heeft laten horen. Je broer feliciteert je en zelfs Raymond, die zo’n beetje je laatste levenspartner was. Je werd 57. Als het jaartal op de cd klopt, stierf twee maanden later mijn beste vriend. Ik hield het luisteren naar ‘dingen die voorbij zijn gegaan’ maar een paar minuten vol, toch ben ik blij dat ik de cd’s heb. Ik ga het later nog wel eens proberen.

Loslaten (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Alles is opgezegd. Het laatste zal zijn: de meterstanden doorgeven van gas en licht, eind deze maand. Dan zijn je maatschappelijke sporen vrijwel uitgewist. Rest nog je bankrekening. Die zal ik nog even moeten aanhouden, bijvoorbeeld voor de afboeking van mogelijke zorgkosten. Daarna leef je alleen nog voort in mijn gedachten en een tijdje op internet.

Je selectie foto’s zet ik nu op een paar van de 35 usb-sticks voor je drie andere kinderen en je zus Clara. De laatste rekeningen zijn betaald; je huisje is bijna opgeleverd. Eindelijk, eindelijk, eindelijk kan ik Carine, Charléne en Robert in de ban doen en hun telefoonnummers en mailadressen blokkeren. Kortom, hen voor altijd achter me laten, zoals je stiefkinderen Peter en Niki al lang geleden hebben gedaan. Jij bent er niet meer als bliksemafleider of om zachtjes te bemiddelen. Jij bent dood; zij zijn dood. Wat mij betreft een opluchting, zoals de dood van mijn verwekker, Bert, een opluchting voor me was. Het spijt me mam, dat het zo moet gaan. Ik neem afscheid van drie mensen, tot wie ik veroordeeld was via jou; mensen met wie ik voor het laatst als adolescent een zekere verwantschap voelde.

Enig kind
Dat alles is nu verleden tijd, man. Ik ben nu echt enig kind en ga dit vanaf nu voeren als een geuzennaam. Vanaf nu ben ik enig kind van jou en Bert, met alleen maar halfbroers en halfzussen met wie ik geen band meer voel. Daarmee doe ik de waarheid geen geweld aan en jou geen pijn meer. Zou je nog geleefd hebben, dan had ik deze stap niet gezet, al was het maar om jou te sparen.

Veel liefs,

Tuur

PS: Sinds een paar dagen gaat het iets beter. Heb alweer wat muziek geluisterd en huil minder.

Ben bij je zus Clara geweest en leverde er een bakje foto’s af. Onderweg verloor ik een aantal mappen over het werkzame leven van je vader die jij consciëntieus bewaard had. Ik dacht dat ze voor Clara niets waard zouden zijn, maar toen ze via het politiebureau opdoken en Clara ze doorgenomen had, bleek haar beeld van opa flink bijgesteld. Ze zag, behalve de brombeer en huistiran, ook ineens de hardwerkende huisvader in hem die door zelfstudie probeerde hogerop te komen op de brandladder. Goed dat je dit bewaard hebt, mam! En had Carine ongelijk die tegen me zei dat Clara geen belang zou stellen in dit soort persoonlijke historische documenten. Zij vult sowieso voor anderen alles in. Dat heeft ze bij jou gedaan en wat je jongste zoon betreft, meent ze zeker te weten dat hij geen belang stelt in jouw as. Typisch voor de rasmanipulant. Mij leken opa’s eerste arbeidscontract van na de oorlog met jaarwedde en ontslag uit militaire dienst ook van weinig betekenis. Meer heb ik er dan ook niet van gezien. Dan te bedenken dat ik twee leerboeken voor aspirant-brandwachten van je vaders hand heb weggegooid. Twee dezelfde, maar toch. Gelukkig vond ik op de valreep nog een handgeschreven exemplaar dat naar Clara kon.

Testament en wilsverklaring (korte brief)

Lieve mam,

Gisteren huilde ik nog om je, tijdens het boodschappen doen. Het zal nog wel even zo blijven, steeds als ik denk aan iets wat jij voor me deed of kocht en ik nu zelf moet doen.

Lezen doe ik al weer wat en zelfs muziek luisteren staat me vandaag niet tegen. Het is de derde keer dat ik de muziekstreamer aanzet, sinds je dood acht weken geleden.

Ik moet niet te lang wachten met het maken van een testament en het tekenen van een wilsverklaring. Statistisch gezien ben ik immers als eerste aan de beurt uit jouw gezin. Nog niet aan begonnen. Eerst moet ik de huisarts bellen voor de vervolgstappen. Het ondertekenen en opbergen van een wilsverklaring lijkt me niet genoeg. Volgens mij moet zoiets geregeld herbevestigd worden bij de huisarts. Een formeel testament gaat volgens mij via de notaris, al heb ik niet veel weg te geven.

Als ik voor het eerst weer onbedaarlijk kan lachen, heb ik je misschien een rustig plekje in mijn hart gegeven en kan ik deze dagelijkse brievenreeks afsluiten.

Tot later mam,

Tuur

Hoewel het vandaag iets beter lijkt te gaan: ik luisterde muziek, zonder het meteen weer uit te zetten, moest ik toch weer kort huilen. Heb met Tony gefietst, maar kan het nooit meer met je delen, je nooit meer iets vertellen. Het blijft niet te bevatten, dat je er niet meer bent. Weer een dag later, ben ik klaar met het opschonen van je fotocollectie. Je had 230.000 bestanden op je laptop, een back-upschijf uit 2018, 35 usb-sticks en enkele micro ssd’s. Na het verwijderen van zoveel mogelijk doublures was tweederde verdwenen. Daarna heb ik alle laag-resolutieplaatjes weggegooid, tenzij het om familiefoto’s ging. Dit waren tienduizenden kopieën uit de Google-resultaten, snelkoppelingen en thumbnails. Daarna ben ik op naam gaan opschonen: ‘koeien’, ‘paarden’, ‘strontvliegen’, recepten en de zoveelste nijlgans heb ik ongezien verwijderd. Vervolgens bleven er nog zo’n 10.000 afbeeldingen en een aantal video-bestanden over. Deze heb ik handmatig bekeken en verdeeld over mapjes voor familieleden, landschappen, vlinders, andere insecten, vogels en andere dieren. Vrijwel elke dag een aantal uren aan gewerkt, sinds je dood, mam. Twee maanden lang. Nu is het bijna klaar en huil ik al wat minder om je.

Diefstal (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Na jouw dood hebben je drie andere kinderen mij gemachtigd je financiën af te wikkelen. Ik heb ook alle instanties opgezegd waarmee je banden had, zoals het Monumentenfonds en de ziektekostenverzekering. Alles naar eer en geweten gedaan.

Er staat nu nog zo’n 3.500 euro op je bankrekening en daar gaat, naar ik nu begrijp, in elk geval nog 1.500 euro af voor de uitvaart. Blijft er voorlopig nog zo’n 2.000 euro op je rekening staan. Dat kan nodig zijn voor een eindafrekening van de verhuurder na oplevering, mochten ze van mening zijn dat je schade hebt gemaakt tijdens de bewoning, of voor een eindafrekening zorgkosten. Mijn ervaring is dat die nota’s vaak laat worden verrekend of afgeschreven.

Je jongste dochter vraagt wekelijks aan Carine(dus niet aan mij) wanneer ze eindelijk het restgeld krijgt van jouw rekening. Dat doet ze, omdat ze me jouw laatste centen niet toevertrouwt, zo blijkt nu. Blijkbaar vertrouwt ze me wel toe dat ik mijn eigen overleden moeder besteel, terwijl ze in werkelijkheid van een half kindsdeel is beroofd door haar eigen broer. Hoe dat in zijn werk is gegaan, heb ik de dames netjes op de hoogte gehouden. In het beste geval kan Charléne dus een kleine 500 euro tegemoetzien. Heb inmiddels aan Carine laten weten dat ze op zijn vroegst juni 2026 een eindafrekening tegemoet kan zien, of als ik zeker weet dat je bankrekening kan worden gesloten.

Carine en Robert weten ook dat ik niet aanwezig ben bij het verstrooien van jouw as. Dat mogen ze gedrieën doen. Dan ben ik fijn jouw enig kind.

Veel liefs, mam,

Tuur

Ik heb Roberts deel van jouw spaargeld overgemaakt en hem telefonisch medegedeeld dat ik de tweede helft van mijn kindsdeel van hem tegemoet zie. Anders zou hij kunnen zeggen: ‘Jullie hebben mij niet laten delen in het spaargeld van mama, dus heb je ook geen recht op geld uit de erfenis die ik als enig erfgenaam van mijn vader heb ontvangen.’ Het gaat mij helemaal niet om die 20.000 euro, maar om het principe dat hij zonder scrupules een hele erfenis in zijn zak laat glijden, ten koste van zijn eigen broers en zussen. Daarom heb ik een deel van jouw spaargeld teruggestort. Wat je dochters doen, moeten ze zelf weten. Ik heb per ongeluk bijna 600 euro te veel overgemaakt en dat inmiddels teruggevraagd. Benieuwd of hij bereid is mij ten tweede male te bestellen, dan wel het te veel betaalde terug te storten. Een strategisch interessante verrekening van mijn kant.

Bij Clara (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Aan Clara gevraagd of zij wist wat je mooiste herinnering was. Zij dacht de ontmoeting met Bert aan het vennetje bij vliegveld Hilversum. Hij met pilotenpakkie aan en jij diep onder de indruk van zíjn donkere krullen en witte tanden. Ik denk dat Clara gelijk heeft. Ze zei ook nog dat je op de kweekschool veel vriendinnen had. Waarom later dan niet meer?

En Clara herinnerde me nog aan iets wat ik in de verte ook wel wist, namelijk dat de meerdaagse uitstapjes met je jongste dochter steevast na een dag eindigden in chagrijn van haar kant. Je bleef op haar voorstellen ingaan om haar te plezieren, maar je vertelde me eens dat je niet meer met haar in één slaapkamer wilde liggen. De reden ben ik vergeten, wat ik weet is dat ze een dijk van een ochtendhumeur had.

Spoken in huis
Je zal wel te veel hebben liggen draaien in bed, of lopen spoken, midden in de nacht, wat je in je eigen huisje ook deed. Of snurken misschien. In Charléne’s ogen kon je toch nooit iets goed doen. Je probeerde het altijd weer, tegen beter weten in. De verwijten bleven komen: je kwam niet vaak genoeg langs en weigerde toe te geven dat ze ongewenst kind was. Ik ben benieuwd wat ik nog meer in je e-mail vind, straks.

="Corry

 

 

 

 

 

 

 

Op de pont naar Culemborg heb ik ongeveer op je plekje gestaan waar jij in de vroege zomer van 2018 stond met camera in je hand, tegen de achtergrond van het motorblok. Een mooie foto, waarop je nog onbezorgd kon lachen. Ze waren alles nu lichtblauw aan het verven. Alleen de railing was nog donkerblauw, zoals in 2018. Op de heenweg was het lastiger jouw voetstappen te vinden, omdat we de verkeerde kant op voeren. Op weg terug naar Schalkwijk, tegen de achtergrond van Culemborg, voelde ik je dichterbij. Tegen de slagboom aan kun je niet gestaan hebben, anders had de foto niet kunnen worden gemaakt. Ik heb ongeveer daar gestaan waar jij stond. Tussen andere fietsers die zich vast afvroegen wat ik kwam doen. Hun verstoorde gezichten drukten iets uit van: ‘Blijf bij je eigen fiets, man. Of ik heb het me maar verbeeld, omdat ik zo graag dicht bij jou wilde zijn.

Jeugdherberg
Zit nu bij de jeugdherberg Bunnik, omdat ik vanaf Clara de groene route genomen heb, na Schalkwijk langs ’t Goy, buitenom langs Houten, richting Bunnik en langs Amelisweerd. Ik fiets daar altijd graag. Het is een fruitgebied en het gaat ook richting Maurik waar Erik woont die jou de ‘big hug’ gaf die je bijbleef.

De bestelde mosselen zouden een feestmaal zijn, als ik niet zo bedroefd was. Ik huil ze nog zouter dan ze al zijn, maar ze smaken goed mam. Ik sluit af met een Flat-white, zijnde een Cappuchino op dubbele sterkte en een cognacje, hoewel ik liefst zou willen huilen tot je weer terugkomt. Ook maar tegen Clara gezegd dat ik me eenzaam voel, niet gesteund door partner of kinderen. Gedeelde smart is halve smart, immers. Zij is Cees kwijt en ze maakt zich zorgen over Claartje die ziek is.

Tor later mam, anders worden mijn mosselen koud.

Tuur

PS: Een man met bromfietshelm op, klopte me ten afscheid op mijn schouder. Ik kende hem niet, maar hij had blijkbaar mijn tranen gezien. Medeleven geeft een beetje moed.

Borderline of AFS (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Door wekenlang brieven aan je te schrijven, ben ik patronen in je gedrag gaan zien, waar ik me nog nooit eerder iets had afgevraagd. Een paar dagen geleden vroeg ik me voor het eerst af of je misschien een borderline-stoornis zou kunnen hebben, zoals die bij mijn langdurige lat-relatie geconstateerd is, maar ik denk dat je daarvoor aan te veel criteria niet voldeed.

Vanavond maar iets gegoogeld op ‘afhankelijkheid’ en ‘laag zelfbeeld’. Nu blijkt een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis (AFS) echt te bestaan Het internet staat er vol mee. Voor mij staat nu ook vast dat je jongste dochter dat ook heeft. Altijd op zoek naar bevestiging, veel opzichtiger dan jij eigenlijk; altijd bereid tot het maken van verwijten, omdat ze niet kreeg wat ze verwachtte.

Diep in de put
Ik besef nu dat jullie elkaar daarmee steeds dieper de put in hielpen. Charléne maakte jou verwijten, zodat jij je steeds meer schuldig ging voelen. Alleen het effect dat je jongste dochter ermee bereikte, was averechts. Ze kreeg niet meer aandacht, maar creëerde periodiek steeds meer afstand en je oudste dochter vulde die ruimte op. Moeder en dochter: beide behept met een ernstige afhankelijkheidsstoornis; je kon het nooit goed doen. Jullie hebben een half leven lang om elkaar heen gedraaid in de vicieuze cirkel van ‘de-pot-verwijt-de-ketel- dat-ie-zwart-ziet’. Beiden naarstig op zoek naar bevestiging, zonder dat het ooit genoeg was.

Vroeggeboorte
Nu begrijp ik ook waarom je geregeld terugkwam op mijn vroeggeboorte, en de schuld die je jezelf eraan toedichtte, al gaf je in woord en gebaar liever je vader de schuld die je uit huis had gezet. Je wilde de verantwoordelijkheid met me delen onder het mom van: ‘Gedeelde, smart is halve smart’. Je wilde schuldverlichting van mij, of desnoods je schuldgevoel aan mij overdoen, hoewel je geen schuld had. Dat kan niet, maar ik zag ook niet dat je gevoel van eigenwaarde ten enenmale te gering was om in te zien dat mijn fysieke beperking gewoon een speling van het lot was. Hoewel ik hoop Charléne nooit meer te hoeven zien of spreken, besef ik dat ze mededogen verdient. Ze zegt allerlei therapieën te hebben gevolgd. Blijkbaar niet de juiste, zo er aan AFS al iets te doen valt. Hoe geef je iemand zonder zelfvertrouwen een therapeutische boost die standhoudt? Jij bleek ook steeds weer vatbaar voor dezelfde vergissingen: twee mislukte huwelijken, een ‘foute’ verwekker van je eerste kind, in casu ik, die jou jaren aan het lijntje hield, voor je je opnieuw voortijdig liet bezwangeren.

Psychotherapie
Maar waarom heeft nooit iemand gezien of gezegd dat je misschien iets aan psychotherapie moest gaan doen? Je had buiten je eigen gezin en familie maar weinig contacten, is dat de reden? Je leefde veelal teruggetrokken. Of hadden je kinderen er geen belang bij om je een therapie aan te raden, omdat ze van je profiteerden? De stoornis is in 1952 al officieel beschreven, dus bekend. Ik heb er nooit bij stilgestaan. En dan nog? Wat zou er van je geworden zijn als je na je eerste huwelijk stabiel en krachtig in het leven was komen te staan? Wie weet was je wel helemaal niet opgewassen tegen zoveel vrijheid en ten onder gegaan aan keuzestress. We zullen het nooit weten.

Voor mij is wel duidelijk dat ik deze brievenreeks te zijnertijd ga voorleggen aan één of meer gespecialiseerde psychologen om uitsluitsel te krijgen, voor zover dat nog mogelijk is. Wederhoor is niet meer mogelijk. Alleen Charléne zou nog gediagnosticeerd kunnen worden.

Veel liefs,

Tuur

PS: Mocht ik gelijk hebben met mijn analyse rond AFS, dan begrijp ik ook waarom de Tweede Wereldoorlog jouw oorlog bleef. De oorlog waarmee je altijd bezig was. Je werd in maart 1939 geboren, dus hebt de hele oorlog bewust meegemaakt, zonder goed te begrijpen waarvoor je bang moest zijn. Maar bang was je. En de oorlog benadrukte je behoefte aan bescherming door, en de afhankelijkheid van je ouders. Je ouders ben je levenslang blijven koesteren. Je vader noemde jou als kind een ‘stakkertje’, nadat je moeder van de trap gevallen was en ‘je schreeuwde als een gek’, terwijl je jongere zusje oma hielp. De paniek past bij je. En enkelen, onder wie mijn vader en je eigen dochters, wisten optimaal gebruik te maken van je kwetsbaarheid. Ze hadden er zelfs geen geweld bij nodig, zoals de vader van je drie jongste kinderen. Misschien mocht je in betrekkelijke gezondheid 85 worden, juist doordat je werd gebruikt door mensen die je het meest nabij waren en niet per sé door gewetenloze charlatans, zoals Billie Holiday overkwam. Geluk bij een ongeluk, cynisch gesproken.

Nieuw hoofdstuk (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag zowaar begonnen aan een nieuw boek, omdat ik niet kan blijven huilen. Ik raak de draad vooralsnog niet kwijt en het heeft een poëtische stijl. Het is van Joke van Leeuwen en begint gelukkig niet met moord en doodslag. Tegen dood en doodgaan kan ik momenteel niet goed.

Vandaar dat het boek waarmee ik bezig was toen jij en het hospice lag en waarin ik las op het moment dat jij stierf, sindsdien stilligt. Het gaat over Anna die van hekserij beschuldigd wordt en de facto wordt doodgemarteld om een bekentenis af te dwingen. Daar kan ik nu niet tegen. Ik heb jou zien lijden en dat is blijkbaar genoeg voorlopig. Ik hoop dat Van Leeuwen nog even poëtisch blijft en niet al te gewelddadig wordt. Ben wel blij dat ik weer een beetje kan lezen.

Naar de kapper
Morgen maar weer eens een afspraak maken met de kapper. Jij bent er niet meer om te zeggen dat dat nodig is, maar ik krijg er geen model meer in. Soms vond je halflang beter staan met warrige krullen erin, maar als ik dan langskwam en het was geknipt en gekleurd, dan vond je dat toch weer mooier. Nu moet ik dat allemaal zelf bepalen. Lia heeft zowaar de tondeuse op mijn nekharen en wenkbrauwen gezet; iets wat jij ook wel eens deed en met Tony heb ik tot nu toe twee keer gefietst als vervanger van Theo, jouw brute ex, die tot vorig jaar mijn fietsmaatje was. Net iets meer dan een jaar geleden en nu zijn jullie er beiden niet meer.

Corry op de Linge in de Betuwe, een plek waar ze graag kwam.
Corry op de Linge in de Betuwe, een plek waar ze graag kwam.

Wat had ik nog graag met Theo over jou gepraat. Hij zou waarschijnlijk de enige geweest zijn die me had kunnen troosten. Maar wie weet, je zus Clara ook wel. Zij mist je ook heel erg. Ik zal het dinsdag weten.

Tot later mam.

Tuur

PS: Sinds jij er niet meer bent als vanzelf gestopt met drinken. Op de zondagavondborrel bij jou, kon ik me verheugen, nu hoeft ook dat niet meer. Heel gezond. Leverde wat brieven af bij je oudste dochter uit je ‘Marokkaanse periode’ en reed langs je huisje. Ik stopte voor de deur van de buurvrouw en dacht: ‘Verrek, zit er tijdelijk alweer iemand in?’ Er hing witte luxaflex voor het raam, maar jij woonde één deur verderop. Ik herkende het al niet meer, zo zonder je bruine ‘vitrage’, rode gordijnen, bankje en witte fietsje voor de deur. Ik hoop dat dat een goed teken is, maar ik voel nog steeds niks, hoewel ik weer begonnen ben met lezen. Ik huil sinds gisteren weer veel. Ik mis je zo man, en kan nauwelijks verdragen dat het voor altijd zal zijn. Ik kan vast nooit meer lachen. Ik vond ook je echtscheidingspapieren uit 1984 en 1989 van Theo en je tien jaar jongere Marokkaan. Beide jaloerse types, maar Rachid nog wel een graadje erger. Hij werd zelfs boos als het over mijn verwekker ging.
Na je scheidingen brak je losbandige periode aan, waarbij we samen bluesfestivals afliepen en jij backstage ging om je zoon te introduceren bij ‘Bluesmen’. Zo heb ik nog gepraat met Katie Webster en een gitarist van Muddy Waters van wie ik fan was. Het waren ook vijf jaar van toenemende eenzaamheid, geïsoleerd in Geldermalsen, hoewel je toen nog auto reed. Je deed er zelf niets tegen, had nauwelijks vriendinnen, alleen de namen ‘Sonja’ en ‘José’ staan me bij. Uiteindelijk haalde Carine je terug naar je geboortestad, kwamen er kleinkinderen en leefde je op. En weer had iemand anders de loop van je verdere leven bepaald.

Winter (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Bij het opschonen van je computer, vond ik een filmpje waar je op stond in winters Callantsoog, goed ingepakt en met muts op. Je zei het prettig te vinden op het strand, ondanks de kou. Aandoenlijk je te zien lopen en te horen praten. Natuurlijk moest ik huilenmama met muts op een besneeuwd strand op 26 januari 2013.

Steeds meer dringt tot me door, hoe eenzaam je de laatste jaren moet zijn geweest, ondanks de dagelijkse aanwezigheid van je dochter en zeker het laatste jaar toen je steeds minder mobiel werd. Ik vermoedde het wel, probeerde zelfs een bezoekvrijwilligster te vinden, buiten je medeweten om, maar voelde me vooral gedwarsboomd door Carine, Je zus Clara gaf gisteren juist aan blij te zijn dat je dochter na werktijd vrijwel altijd bij je zat. Ik denk dat Clara gelijk heeft. Desondanks moet je, ondanks hond, waarmee je opgezadeld werd, ten prooi zijn geweest aan verveling,  gezien het zinloze geklooi met je digitale foto’s. Op mij heb je nooit een beroep gedaan en je klaagde niet. Ik betwijfel steeds meer of ik überhaupt iets voor je had kunnen doen. Dat verzacht niet dat ik de laatste twee maanden van je leven verstek heb laten gaan.

Aandachttrekkerij
Wat ook blijft staan is dat Carine mijn ruimte om bij jou te zijn, heeft ingenomen. Als het even gezellig was, kon ze plotseling binnenvallen met een verhaal dat haar jongste zoon ‘zelfmoord wilde plegen’. Pure aandachttrekkerij, waarmee ze de aandacht op zich vestigde, jouw angst aanwakkerde en de sfeer verziekte. Weggaan was mijn enige optie.  Ik ben het eens met je jongste dochter Charléne. Wij waren beiden niet tegen Carine opgewassen. Tot je stervensfase, waarin je steeds afhankelijker van je dochter werd, viel dat niet zo op, omdat ik als liefdeskind als vanzelf op je aandacht kon rekenen.

Vragen aan je zus
Dinsdag fiets ik naar Clara om een bakje familiefoto’s te brengen, waarbij ik niet van plan ben aan te roeren dat ik in je laatste levensfase vrijwel afwezig was. Geen zin me te verantwoorden of verwijten te oogsten. Ik besef zelf al te goed dat ik in jouw belang, je dochter had moeten passeren en desnoods negeren. Ik heb vooral een paar vragen aan Clara over jou, bijvoorbeeld of je vanuit je jeugd een laag zelfbeeld hebt meegenomen het latere leven in. Werd je gepest op school misschien? Of zij weet wat je mooiste herinneringen waren, want dat ben ik je op de valreep vergeten te vragen. Hoe kan het dat je een levenlang kinderlijk naïef bent gebleven?

Borderlinestoornis
De meest logische verklaring lijkt me plotseling dat je een ernstige Borderline-stoornis had, net als mijn ex-vriendin Ava, zonder dat die ooit geconstateerd is. Zij is ook extreem naïef, makkelijk te beïnvloeden, had slechts één vriendin en mist elk vermogen tot zelfkritiek. Het zou ook verklaren waarom jij je hele leven schuldeloos slachtoffer hebt gevoeld, met name van je ex-echtgenoot en dat je zo makkelijk te manipuleren was, in extremis door mijn verwekker. En het kan verklaren waarom je nooit in je leven een fout hebt toegegeven, voor zover ik me herinner. Ik denk dat ik je een jaar of twee terug nog heb gevraagd of je ooit gewaarschuwd bent voor de vader van je drie jongere kinderen. Ik wist dat dit gebeurd moest zijn, maar je ontkende aanvankelijk. Pas bij het afscheid aan je voordeur gaf je toe dat je was gewaarschuwd door je zus Clara die door Theo zou zijn aangerand, en door Theo’s voormalige schoonzus. Een gewaarschuwd mens telt voor twee, zou je zeggen, maar een naïeveling misschien niet. Als ik met terugwerkende kracht nog iets van uitsluitsel zou willen hebben, dan moet ik deze brievenreeks laten lezen door een gespecialiseerd psycholoog. Als ik uitgeschreven ben, ga ik dat zeker doen.

Tot later mam, als ik bij Clara ben geweest.

Tuur

PS: Ik ben heel erg benieuwd wat zij te vertellen heeft.
Nadat ik je weer even gezien en gehoord heb op het filmpje, ineens weer veel gehuild, vanmiddag en vanavond. Ik weet soms niet hoe ik verder moet zonder jou, maar zolang ik blijf ademhalen zit er niks anders op. Heb heel praktisch Xylametasol in huis gehaald, zodat ik niet met verstopte neus hoef te gaan slapen als ik wanhopig ben. Dat spul werkt altijd. Moet ik niet te vaak wanhopig huilen, want je mag het maar een week achtereen gebruiken. En vanavond geprobeerd de voetbalsamenvattingen te kijken, iets dat me tot vorig seizoen vermaakte. Dat lukt niet meer en vorige week ook niet. Volkomen oninteressant. Het enige wat ik nog kan opbrengen, behalve jouw digitale nalatenschap op orde brengen, is af en toe voor mezelf koken en het 8-uurjournaal kijken. Lezen lukt niet, muziek luisteren lukt niet. Er is feitelijk weinig veranderd, behalve dat ik vandaag veel meer hulde dan de afgelopen twee weken. Hopelijk ben ik niet weer terug bij af. Het schrijven aan jou troostte me de afgelopen tijd juist een beetje.

Bizar inzicht (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Nu ik in de laatste fase ben van het selecteren van je foto’s: bekijken en handmatig naar mapjes verslepen, of weggooien, realiseer ik me dat je structureel te weinig omhanden had de laatste jaren. Je kleinkinderen werden langzaam volwassen, vrijwilligerswerk deed je niet, vriendinnen, behalve je zussen, had je niet.

Ik betwijfel of je erop uit gegaan zou zijn, als je je handen vrij had gehad. Je fotografeerde je oppashondje een miljoen keer. Zeker ’s winters had je toch niet alle dagen naar het Zocherpark of het Napoleonplantsoen kunnen gaan om te fotograferen. Veel vogels, behalve meeuwen zijn er dan niet en vlinders al helemaal niet. Ik realiseer me dat je, zonder je praktisch inwonende en mee-etende dochter en haar hond, heel eenzaam zou zijn geweest de laatste jaren.

Geldermalsen
Eigenlijk zoals je laatste jaren in Geldermalsen in de jaren negentig. Je had toen nog geen kleinkinderen, werkte niet en wij kwamen wel, maar beurtelings hooguit wekelijks. Als je voor ons kon zorgen, was het goed, alsof we nog klein waren. Zonder hond en dochter dagelijks over de vloer, had je je waarschijnlijk doodverveeld. Je was immers niet gewend het leven in eigen hand te nemen. Waarschijnlijk was het je lot en karakter om door anderen geleefd te worden en heeft het ervoor gezorgd dat je je niet al te eenzaam hebt gevoeld. Misbruik met een functie, ook al heb je het over jezelf afgeroepen. Een bizar inzicht. De overheersende aanwezigheid van je oudste dochter, de laatste jaren, heeft ervoor gezorgd dat je andere kinderen minder kwamen. Als ik voor mezelf spreek, dan is dat zo, zeker in de eindfase van je leven. Carine vulde, naar mijn mening, de ruimte van je andere kinderen op.

Tijdverdrijf
Ik meen het te kunnen zien aan hoe je met je fotocollectie omging: het was puur tijdverdrijf. Je klooide er digitale lijstjes omheen, waarvan ik op z’n best kan zeggen dat ze de compositie van de foto ondersteunden en de kleurstelling benadrukten. Je fotografeerde je eigen beeldscherm en maakte screenshots van laag-resolutiefilmpjes, Je sloeg thumbnails op uit de Google-resultaten en maakte scans van oude familiefoto’s en brieven. Zo had je uiteindelijk een fotocollectie van meer dan 150.000 stuks, meest doublures en kopieën van kopieën. Na softwarematige voorselectie zijn daarvan 10.000 afbeeldingen overgebleven. En nog steeds zitten er doublures tussen. Van deze 10.000 foto’s gaat nog eens tweederde weg, omdat er niets bijzonders opstaat. Je deed maar wat, wist niets van diafragma, sluitertijd of resolutie en hebt nooit een cursus fotografie gevolgd, Je enige vaardigheden waren een schildersoog en gevoel voor kleur en compositie.

Eenzaamheid
En zo moet je hele dagen op je wrakke bureaustoeltje hebben gezeten waar je artrose erger van werd, en achter je minuscule lessenaartje, waarop nauwelijks plaats was voor je laptop, laat staan voor een muis. Tussendoor was je in afwachting van een compliment van ons op een doorgemailde foto of van een gedicht van je gehate liefde Theo. Naast knutselen aan je foto’s las je graag, maar dat zal de eenzaamheid niet verdreven hebben. Ook dit heb je jezelf laten overkomen. Pas in de laatste maanden van je leven, klaagde je over eenzaamheid. En ik was er nooit om je te ondersteunen. Dat was mijn keuze, zodat ik onwetend was over hoe het met je ging en onwetend was ik, omdat ik er niet voor je was. Het is altijd te laat voor spijt.

Tot later mam,

Tuur

PS: Je het leven laten aanleunen en doen wat je wordt voorgehouden, kan blijkbaar vervullend genoeg zijn in een mensenleven.

Een messenger-bericht aan mijn moeders jongere zus hierover:

Dag Clara,

Het schrijven van brieven aan mijn moeder, levert bijzondere inzichten op. Zo heb ik altijd gedacht dat de alomaanwezigheid van Carine met hond, en haar gemanipuleer, zoals Theo dat ook deed, mijn moeder belette zelf iets van het leven te maken. Ze heeft er zeker voor gezorgd dat Charléne en ik minder bij Corry kwamen. Ik zie nu in dat Carine in de manier waarop ze Corry in beslag nam, er ook voor heeft gezorgd dat ze niet compleet vereenzaamde. Ik zag vandaag aan de manier waarop mijn moeder met haar foto’s rommelde en feitelijk volstrekt zinloze dingen deed, dat ze vaak weinig te doen had sinds de kleinkinderen groter werden. Ik denk niet dat ik die eenzaamheid had kunnen wegnemen als Carine de deur niet had platgelopen. Een bizarre conclusie.

Mama als chaoot en hobbyfotograaf (brief)

 

Lieve mam,

Vandaag de laatste voorselectie van je foto’s gemaakt. Van de 150.000 die op je laptop, usb-sticks en een back-upschijf stonden, zijn er nog 10.000 overgebleven: familiefoto’s, landschapjes en veel vlinders. Ik moet ze nog over mapjes verdelen. Die dan naar je zus en je vier kinderen kunnen.

Tot zover was het weken werk, maar het is troostend om met jou en je nalatenschap bezig te zijn. Ik vrees de dag dat ik je definitief moet loslaten, mam.

Monnikenwerk
Je had van je laptop een enorme puinhoop gemaakt: van sommige foto’s had je wel vijftig kopieën gemaakt onder verschillende namen en veel foto’s had je verprutst door er digitale lijstjes omheen te doen en ze eindeloos te bewerken en te vervagen. Wat een monnikenwerk moet dat geweest zijn. Het ziet er voor mij uit als een soort bezigheidstherapie, als medicijn tegen verveling. Je had een geweldig oog voor kleur en compositie. Het fotograferen zelf zie ik als een volwaardige hobby van mijn autodidacte moeder; alles wat je er daarna mee deed als (ver)prutswerk.

Heel kinderlijk
Ik vroeg je op een gegeven moment ook of je alleen originele foto’s van camera wilde sturen: je digitale lijstjes eromheen namen soms de helft van mijn beeldscherm in beslag en ik merkte dat ik ophield op je foto’s te reageren of ze in dank te aanvaarden, terwijl ik wist hoe belangrijk een berichtje voor je was. Je verwachtte het gewoon. Heel kinderlijk.

Nooit volwassen geworden
Veel natuurfoto’s heten ‘mooi’ of ‘goed’, wat dan vaak betekende dat het close-ups waren, met een enorme digitale lijst eromheen, soms gewoon een screendump uit de Google-resultaten van 100 kb, of iets meer. Je dacht dat Google je foto’s voor je bewaarde, omdat ze als thumbnail in een lijstje stonden. Je sloeg ze opnieuw op in ultra-lage resolutie en liet ze dan weer afdrukken bij de fotowinkel. Zo aandoenlijk, maar daaraan kun je zien dat je nooit volwassen bent geworden. Bij het opschonen heb ik allereerst duizenden laag-resolutie plaatjes weggegooid, zonder ze te bekijken. Onbegonnen werk.

Corry als puber, geschat een jaar of twaalf. Ze is hier nog blond, terwijl ze als 19-jarige al een stuk donkerder is.

Corry als puber, geschat een jaar of twaalf. Ze is hier nog blond, terwijl ze als 19-jarige al een stuk donkerder is (de foto is ingekleurd en de gezichtscontouren zijn verscherpt).

Geen partner
Je had de laatste 35 jaar van je leven geen partner, niemand die je steunde, niemand die je beschermde als het al gekund had. Je was er gewoon te eigenwijs voor. Ik heb in elk geval nooit iemand ontmoet zoals jij onder de ouders van vrienden; een, lichamelijk volwassen kind dat kinderen heeft gekregen. Je bent altijd oorlogskind gebleven en ik zie het nu pas.

Geboortehuis
Er waren veel foto’s bij van het huis waar je geboren werd, kaal en leeg. Het stond waarschijnlijk op de nominatie om te worden verkocht of gerenoveerd. Het huis waar je peuter en kleuter was. Voor mij niets aan te zien, maar voor jou blijkbaar vol herinneringen, net als het buurtje waar je op school zat en later invalkracht was. Het sterkt mijn conclusie dat de Tweede Wereldoorlog de periode is geweest waarin je je het veiligst hebt gevoeld met je kleine zusjes om je heen. In de oorlog had je de bescherming van je ouders het meest nodig en die heb je als peuter gevoeld, juist door de extreme omstandigheden van de oorlog, en je hele verdere leven gekoesterd. Hoe kan dat?

Emotionele waarde
Het grootste deel van je nalatenschap is vooral van emotionele waarde, omdat je foto’s bijzondere en grappige namen gaf, die vaak maar weinig zeiden over wat erop stond. Ik probeerde je soms te helpen door uit te leggen hoe je een foto het beste kon bewerken, maar je luisterde niet. Daardoor kan ik alleen een paar goede vlinderfoto’s gaan versturen als ansichtkaart en blijven er wat familiefoto’s over. Ik ben, behalve in wat vlinderfoto’s, alleen geïnteresseerd in afbeeldingen van je schilderijen en wandkleden voor op je weblog en in foto’s waarop jij mooi staat. Omdat je het liefst achter de camera bleef, zijn ze zeldzaam, maar ze zijn er gelukkig wel.

Opschoonwerk
Je zag het zelf allemaal niet en je hield je hobby jarenlang vol, zonder ooit open te staan voor goede raad of advies. ‘Zalig zijn de onwetenden’, zegt men wel. Alleen in de laatste twee jaar van je leven, maakte je weinig foto’s meer. Het laatste jaar was je ziek en daarvoor zei je dat je ‘alles in de buurt wel gefotografeerd had’. Een globetrotter was je niet, eerder de huismus die je fotografeerde. Misschien was je al langer moe, zonder dat we het wisten. Ik dacht je helemaal niet te zullen schrijven vandaag; in plaats daarvan komt er een lange brief over vijf weken opschoonwerk en wat me is opgevallen. Behalve dat je chaoot was, had je droge humor die me zelden eerder was opgevallen.

Veel liefs,

Tuur

PS: Ondanks dat ik nu minder vaak huil dan in het begin, overvalt me nog steeds de wanhoop als ik me realiseer dat ik je nooit meer zal zien, spreken of aanraken. Dan wil ik er ook niet meer zijn, zonder dat ik er consequenties aan wil verbinden.

Lijdelijk verzet (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Tenzij je je gang kon gaan, was er volgens mij geen land met je te bezeilen. ‘Een groot kind gebleven’, noemen je dochters dat. Altijd tegendraads, zelden voor rede vatbaar. Ik leerde snel af je tegen te spreken: je gaf toch nooit iets toe. Spelfouten maakte je niet als onderwijzeres, maar misschien was je toch niet intelligent genoeg om het anders te doen.

Je was precies de verkeerde voor je autistische echtgenoot die zijn koffie op tijd wilde, het eten om zes uur en seks als hij daarop meende recht te hebben. Net dat wat je hem niet kon of wilde geven. Je werkte als een rode lap op een stier, ook al bleef Theo je levenslang op handen dragen. Het heeft je nooit alimentatie opgeleverd, hoewel hij dat best kon missen.

Scheiden
Gingen we op vakantie, dan ging je de paspoorten zoeken als iedereen al bepakt en bezakt in de auto zat. Kaartlezen kon je niet en je leerde het ook niet, hoewel het van je gevraagd werd. Is Gent dezelfde plaats als Gand in België? Je wist het niet. Theo werd gek Van jou; je kreeg klappen en sloeg op de vlucht, geholpen door je dochter en kwam weer thuis. Totdat je ging scheiden.

Schatplichtig
Je dochter is er in geslaagd je de rest van je leven schatplichtig te houden, totdat ze de laatste vijf jaar pal achter je kwam wonen en je huisje stilzwijgend overnam. Ze at van je AOW, maakte je wijs dat je haar honden de hele week over de vloer, gezellig vond en belde als enige niet aan, maar gebruikte haar sleutel om in en uit te gaan. Uiteindelijk nam ze de ruimte in van ons allemaal.

In de tang
Wat mij betreft, mocht ze je hebben in het laatste jaar van je leven. Erg lang zou ze er niet meer van kunnen genieten. En ze had geen geweld nodig om de eigenzinnige chaoot die je was in de tang te houden. Mijn halfzus Carine is veel gewiekster dan Theo ooit was. Ik vraag me zelfs af of haar eigen kinderen het doorhebben, zo slinks zijn haar manipuleertruuks.

Schuldeloze slachtoffers
Jij en je dochters waren altijd de schuldeloze slachtoffers. Van foute echtgenoten, dito vriendjes en vooral van elkaar. Dat schept een band: een band in goed en slecht; een sterke band waar ik als zoon in het laatste jaar van je leven niet meer tussen kwam. Ik wilde een tweedehands traplift voor je monteren: te duur; een nieuwe via de WMO wees je af. Ik maakte een afspraak voor een thuiszorgindicatie die je afbelde. Ik voelde me in de laatste maanden van je leven weggepest door je dochter. Ik was op de valreep niet meer opgewassen tegen je drie andere kinderen: een dief, een verrader en een rasmanipulant.

Ik heb je daardoor links laten liggen, toen je me het meest nodig had, al betwijfel ik of ik meer had kunnen doen dan gemis wegnemen.
Pas twee dagen voor je dood zag je in dat je ging sterven, te laat om nog afscheid te nemen.

Tot later, mam.

Tuur

PS: Met Lia naar het strand geweest. Normaal belde ik meestal even hoe het is geweest, en volgens mij heb ik zelfs al eens geschreven over hoe het voelt om van ver onderweg te gaan naar Utrecht dat leeg is zonder jou. Zelfs dat idee went al en maakt me niet meteen meer aan het huilen, zoals in het begin. Zou je dood al wennen na vijf weken? Wel blijft de onbedwingbare behoefte om je vast te houden door je te schrijven. Het is nu pas kwart over acht ’s avonds, zeker een uur vroeger dan anders en ik ben toch al op de thuisreis. Ondanks de recente dood van Lia’s vader en van jou, waren we al uitgepraat. Ze zei een alcoholprobleem te hebben en de club van anonieme alcoholisten ziet ze als een soort vriendenclub die ze AA noemt. De AA is een lotgenotengroep die middels een 12-puntenplan werkt aan het oplossen van veeldrinken, begrijp ik. Spiritueel angehaucht was Lia altijd al, maar sinds een jaar ook in de Here. Komt in een evangelische kerk en draagt een kruisje om haar hals. Heeft ze na een heel leven zoeken eindelijk het licht gezien.
Vooralsnog dan toch. Het maakt de gesprekken niet makkelijker, maar wel korter. Ze is tegen abortus en tegen euthanasie. Dat kan, maar wat moet ik daarop zeggen om de lieve vrede te bewaren? Niets dus. Onnavolgbaarheid kan ook te ver gaan. De volgende stranddag is gelukkig pas over een klein jaar, vermoed ik. Dan kan de wereld er heel anders uitzien, maar nog steeds zonder jou. Het was fijn je te schrijven in de schommelende intercity, mam, je zou met verbazing en geduld naar me geluisterd hebben.

Veel liefs,

Tuur

Haat (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Je ex-echtgenoot, Theo ben je altijd blijven haten op instigatie en opgestookt door je dochter die niets anders heeft dan levensangst, de sigaret en rancune om zich aan vast te klampen. Dat moest jij dus ook doen. Toch hadden Theo en jij af en aan contact de laatste jaren; je stemming over hem wisselden als het weer. Jullie begrepen nog even weinig van elkaar als vroeger. Waarschijnlijk moest het allemaal stiekem en stilzwijgend in je eigen huis, zoals de gemiddelde man porno kijkt. Je dochter gebruikte immers vrijelijk haar sleutel. Ruimte voor jezelf had je niet.

Mijn moeder met zilvergrijze paardestaarten in haar rommelig interieurtje aan de Wulpstraat in 2022
Corry had een eigen gevoel voor humor. Deze afbeelding noemde ze “Wat sta ik hier stom.” Beetje geposeerd inderdaad, maar zo ken ik haar wel van de laatste jaren.

Oneerlijk verdeeld
Sinds 30 jaar was ik weer eens in het ouderlijk huis van mijn vriend Joris, die jou als “knorrig” omschreef toen ik hem vertelde dat je er niet meer was. Joris’ moeder is 92, doet aan kanoën, rijdt nog auto en kookt nog zelf, ook voor de twee zoons die ze heeft. Het is oneerlijk verdeeld in de wereld, mam.

Rivaliteit
Tussen neus en lippen door viel me op dat ook tussen de twee broers een milde rivaliteit speelt om moeders aandacht. Ondertussen waren ze samen aan het klussen in het ouderlijk huis. Maar Joris’broer meldde en passant dat Tim ‘250 keer per jaar bij moeder eet en dat moeder “het meestal eenvoudig houdt” als Bas een keer komt eten. En dat 250 keer “een milde schatting is.” Joris’ verweer: “dat hij gen vaste relatie heeft en Jeroen wel”. Gezien de wraakzuchtige rivaliteit tussen je dochters, is dit peanuts natuurlijk, maar toch: “De goede verstaander, heeft maar een half woord nodig.” Het verbaasde me en ook dat Joris niet luisterde, mij onderbrak, en door ons heenpraatte om zijn eigen verhaal voorrang te geven. Zo kende ik hem niet en is dit voor hem wellicht kenmerkend gedrag in een veilige omgeving. Weer wat geleerd, net als de patronen die ik bij jou ga herkennen nu ik je deze brieven schrijf, bijvoorbeeld dat je zelden regie in het leven hebt genomen, zelfs niet op je sterfbed.

Veel liefs,

Tuur

PS: Mocht het waar zijn dat er al iets van berusting aanstaande is, dan ben ik sinds de dood van mijn beste vriend veel sterker geworden. 30 jaar geleden begon ik met huilen en dat deed ik tien jaar later nog. De verdoving en totale desinteresse, zoals nu, herinner ik me niet. In tegendeel, ik ondernam van alles om “te vergeten”. Dat lukt nu niet. Ondanks dat, ben ik emotioneel waarschijnlijk veel stabieler dan toen, volwassener ook door de liefde die ik in de tussentijd ervaren heb. Misschien hoef ik toch niet zo bang te zijn om me nog eens te hechten.

Aanvaarding (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag zou de eerste dag kunnen zijn van aanvaarding van je dood. Ik moet al moeite doen om de herinneringen uit de hospice op te halen, behalve van hoe je daar in het grote bed lag met hek eromheen als een klein, neergestort vogeltje dat niet meer aan zijn lot kon ontsnappen.

Dat beeld staat op mijn netvlies gebrand, maar ik hoef er nu niet om te huilen. Van de rest ben ik blij dat ik het heb opgeschreven, anders zou ik het vergeten.

Profielfoto
Ook voor het eerst, lijkt de profielfoto die voorbijkomt als ik de computer opstart niet van jou. Ik weet dat hij door je kleinkind gemaakt is, maar hij zegt me nu weinig, of preciezer: ik heb er weinig gevoel bij. Zelfbescherming misschien? Bescherming tegen de zoveelste keer vergeefse tranen? Nu ik deze laatste regels opschrijf, branden de tranen me toch weer achter de ogen.

Ouwe Dick
Ik ga maar even naar mijn oude, dementerende vriend Dick in Baarn. Altijd spannend of zijn naambordje nog op de deur zit. Ik had je graag zo’n lieve man gegund. Ik vertelde je grif als ik bij hem was geweest en je luisterde.

Het gevoel van zinloosheid van alles verandert niet; dat blijft hetzelfde. Iets anders dan aan jou denken en met jou bezig zijn, lukt niet. Waarschijnlijk verwar ik aanvaarding met doffe berusting.

Tot later mam,

Tuur

PS: Ik moet me proberen vast te klampen aan de goede herinneringen: dat ik op zondagavond een borrel en een biertje bij je dronk en we vaak praatten over Bert en je ouders; we elkaar een geforceerde knuffel gaven aan de voordeur, terwijl ik al op de fiets zat en je altijd vroeg: ‘Bel je nog even als je weer thuis bent?’ En nu moet ik toch weer huilen, omdat je dat nooit meer zult doen of me achterna fietsen om te kijken of ik wel was aangekomen of omdat ik iets vergeten was. De herinneringen aan Theo met wie ik tot vorig jaar veel fietste en die onderweg zo goed op me paste, alsof jij over zijn schouder meekeek. Of mijn herinneringen aan Bert die vertroebeld zijn door zijn moeizame sterven. Allemaal weg, alleen nog belangrijk voor mij, sinds jij er niet meer bent. Wat blijft, is dat ik steevast moet huilen als ik je zie liggen in het grote hospice-bed met hek eromheen, zo kwetsbaar met bijna doorschijnend haar, zo klein en leeggevreten door de kanker, terwijl je je altijd zorgvuldig opmaakte en je lippen stiftte. Zo bleek en grijs met kleurloze lippen en gesloten ogen. Zoals je niet wilde zijn en nooit wilde worden en waarvoor je bang was: oud en hulpeloos met een luierbroekje aan: een klein, oud uit het nest gevallen vogeltje was je geworden met zijn koppie opzij, waar ik mijn moeder nauwelijks meer in herkende.

Eenzaam (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Ik sta te mijmeren, kijk naar de schilderijen in mijn slaapkamer en moet huilen. Jouw handen hebben dit geschilderd, gekleurd en liefdevol ingelijst en je geest heeft deze beelden voor zich gezien. Nooit meer zul je iets maken, geen foto, niets: nooit meer.

Als ik ‘mama’ zeg, is het alsof ik je naam roep en omdat je nooit meer antwoord zult geven, moet ik steevast huilen. Toch lijken de buien iets minder heftig en iets minder frequent de laatste dagen. Maar ik voel me zo ontzettend, zo tomeloos eenzaam zonder jou, mam. Een gevoel dat ik nooit eerder heb gehad. Wat er ook gebeurde; jij was er altijd. Gek genoeg niet, toen Bert doodging, je enige grote liefde ooit. Ik ben dat niet vergeten en heb je dat ook nooit vergeven. Het speelde een rol in mijn afweging om bij je weg te blijven in je stervensfase. Vreselijk stom, maar ik heb het wel gedaan. Ik zal nieuwe ‘zin’ in het leven moeten vinden, anders worden de komende jaren heel zwaar. Verstrooiing als lezen, tv-kijken of muziek luisteren, boeit me nog steeds niet. Heb wat aan je foto’s en mijn weblog gewerkt en aan de provider gevraagd een offerte te maken, zodat je weblog online blijft de komende 15 jaar. Dat zal een paar duizend euro gaan kosten, maar dat is je nalatenschap voor mij ruimschoots waard. Ik vond door op je naam te Googlen twee resultaten die ik nog niet kende. Op de website van de historische vereniging Moerkapelle sta jij met je leerlinge Janie Vermulm en op DigifotoPro heb je op 20 oktober 2024 je laatste foto geplaatst. Je was toen al aan je baarmoeder geopereerd, wist dat je een agressieve vorm van kanker had en was depressief. Ik vind het daarom heel bijzonder dat je ondanks dat nog aandacht had voor je foto’s. Ondanks alles probeerde je af en toe je rug te rechten, blijkbaar. Bewonderenswaardig, mam.

Tot later,

Tuur

Gedicht van mijn moeder die zich levenslang schuldig voelde over mijn typische loopje en dito oogopslag als gevolg van vroeggeboorte en deze regels stemmen mij intens verdrietig

PS: Nu ik al je foto’s bekijk, valt me pas op dat er vrijwel niets tussen zit waar je twee stiefkinderen op staan. Ze gingen vroeg uit huis, dat is waar. Ze staan op een enkel familiefilmpje uit de jaren zestig en er is een enkele foto van Niki en mij als peuters, maar puberfoto’s van hen, zijn er niet. Van Niki was er één met een passe-partoutje eromheen. Die heb ik naar haar toegestuurd. Van Peter vind ik niets. Het is alsof je hen hebt uitgewist en, mocht dat zo zijn, dan heeft hun eigen vader daar grif aan meegedaan. Alles om jou te behagen. Op vakantie, waren ze er ook nooit bij; het zal hun ook niet gevraagd zijn. De auto was al vol genoeg met twee volwassenen en vier kinderen. Maar de vanzelfsprekendheid van hun afwezigheid, daarover verbaas ik me nu. Maar misschien is het niet willens en wetens gebeurd; ik durf het Niki en Peter niet meer te vragen en jij en Theo zijn niet meer ter verantwoording te roepen. Het zou alleen zin hebben, als ze er zelf over willen praten, met mij of je andere drie kinderen en dat verwacht ik niet meer. Maar dat zij veel te kort gekomen zijn, is mij al heel lang duidelijk. Carine noemt jou ‘alleen maar lief’, maar zij is (understatement van het jaar) dan ook niets tekort gekomen. Ik denk er in elk geval anders over, hoewel je voor mij een fantastische moeder was. Er is niets meer te vragen. Ik ben de des te meer benieuwd naar de twee cd’s met opnamen van je antwoordapparaat. Peter zou daar veel op moeten staan in een tijd dat jullie nog met elkaar omgingen.

Nooit meer (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Woensdag naar het strand met Lia, zoals we elke zomer wel een keertje doen. Ik belde haar om af te spreken en zij belde terug om te melden dat ze kon. Geen woord over jou, geen vraag over ‘hoe het gaat’. Alleen: ‘Leuk Tuur’. Business as usual. En dat, terwijl haar vader vlak voor jou overleden is. Maar ja, Lia is nogal spiritueel in beslag genomen: op zoek naar zichzelf. Ik zal moeten proberen het droog te houden en me daarom beperken tot algemeenheden over haar katten. Ik neem aan dat ze wel gaat merken dat ik stiller ben dan anders.

En ik kan je niet meer bellen als ik straks in de trein zit op weg naar huis, zoals ik bijna altijd deed, om te vertellen hoe het was. Nooit meer.

Je huisje is ontruimd. Zelfs je keukendeur hangt weer in de deurpost waar ooit een kinderschommel hing. Het allerlaatste bij het grofvuil gezet: je plastic badje uit de douche, rollen vinyl er rechtop ingezet, lege schilderijlijsten, een kastje, elektronica en je nog werkende koffiezetter die je alleen gebruikte om mij te plezieren, omdat je zelf oploskoffie dronk. Je moest hem dan zelfs van de vliering halen, omdat je blijkbaar vond dat hij in je keukentje in de weg stond. Met je wrakke lijf de trap op en af. Ik vroeg me liever niet af wat je deed als ik er niet was. Het is bijna altijd goed gegaan, ondanks artrose. Je hebt nooit een heup gebroken en een traplift wees je vorig jaar nog af.

Tot later mam, maar eigenlijk: ‘Tot nooit meer’.

Tuur

Leegte (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Na ruim zes weken, heb ik de laatste drie dagen eindelijk wat minder gehuild. Ook sommige herinneringen die me in de eerste week steeds aan het huilen maakten, bijvoorbeeld, zoals je met je kleine, uitgeteerde lijf in het grote hospice-bed lag met je smalle koppie opzij. Net een klein oud vogeltje. Ik kan het nu al opschrijven zonder te gaan huilen.

De tijd lijkt afstand te scheppen. Wat niet veranderd is dat alles wat ik doe zinloos lijkt, behalve brieven aan jou schrijven. Dat de wereld leeg is zonder jou. Jouw wereld bestond uit je huisje met zijn vele kinderfoto’s, schilderijen en hang naar nostalgie. Als je geen dvd’s van ‘Ontdek je plekje’ keek of over de Tweede Wereldoorlog dan wilde je met ons familiefilmpjes kijken van ons of van de kleinkinderen, bijna allemaal door jou gemaakt.

Wallace en Gromit
We wilden dat nooit, omdat het ons somber stemde en ons met de neus op het feit drukte dat wij ook oud werden. Je begreep het niet, of vond het niet leuk dat we jouw tijdverdrijf niet wilden delen. Wallace en Gromit vond ik ook leuk met zijn: ‘De wereld is van kaas’ en zijn vreemde accent. Daar vonden we elkaar en het was jouw soort humor.

Gedenkboek
Ik ben eens op de wc gaan zitten toen je een filmpje wilde gaan afspelen van de lokale tv over een gedenkboek dat ik geschreven had in de jaren negentig. Behalve dat ik het van haver tot gort ken, beschouw ik het als een half mislukt project, waarvoor ik me tot de dag van vandaag schaam. Het drukwerk was waardeloos, omdat ik het had overgelaten aan iemand die er, bij nader inzien, geen verstand van had. En mijn lieve opdrachtgever, liet mij het drukwerk niet eens op eigen kosten overdoen. De ergste straf die hij mij kon geven: levenslange schaamte. Hij maakte er geen woord aan vuil en ik ook niet.

Trots op je zoon
Ik heb er nog steeds moeite mee als ik Wim spreek. En jij, die me het promo-filmpje met deze lieve man wilde laten zien, wreef zonder het te weten mijn schaamte er nog dieper in. Jij was trouwens degene die de lokale tv erbij gehaald had, omdat je trots was op je zoon. En ik kon je niet uitleggen waarom het filmpje me zo tegenstond. Hoe kon ik mijn trotse moeder uitleggen dat er niets was om trots op te zijn, omdat ik een boek had afgeleverd dat er niet uitzag? Tot het afgelopen was, ben ik op de wc gebleven en daarna gingen we weer over tot het gesprek van de dag.

Veel liefs,

Tuur

PS: ik was deze brief begonnen, omdat de leegte die ik voel ook voor je huisje geldt. Vanavond ga ik nog één keer grofvuil buiten zetten: je plastic badje waar je graag in zat, je gesloopte tuinbankje en lege schilderijlijsten, allemaal kleine stukjes van je identiteit die ik help slopen en uitwissen. Drie dagen geleden had ik dit niet kunnen opschrijven zonder te gaan huilen, nu wel.

mama over jeugdliefde Henry Netto en over de kankerdiagnose van haar buurvrouwHier een filmpje dat goed laat zien hoe de toon van de gesprekken tussen mam en mij was en dat ze altijd in nostalgische sferen verkeerde. Het eerste deel van het gesprek gaat over een kalverliefde.

Aan je andere kinderen overgelaten (brief)

Lieve mam,

Lag te piekeren over hoe ik me heb opgesteld in het jaar voor je dood. Heb er in eerdere brieven al over geschreven, maar voel alsnog de behoefte om het precies te formuleren en recapituleren in de tijd. Ik wil niets recht praten wat krom is of mezelf rechtvaardigen. Ik wil alleen niet vergeten wat ik heb gedaan en waarom.

Al direct na je baarmoederoperatie heb ik me voorgenomen om je aan je drie andere kinderen over te laten als je crematie aan de orde zou zijn. In juli vorig jaar schreef ik daarom al mijn afscheidsspeech voor je crematie. Ik twijfelde er zelfs over of k wel zou gaan, maar voor je zus Clara wilde ik er zeker zijn. Des te onbegrijpelijker is het dat ik in de laatste maanden van je leven volledig heb gemist hoe slecht je er aan toe was.

Volharden in stilzwijgen
Jou overlaten aan de drie kinderen van Theo en jou, heb ik alleen ruim tweeënhalve maand eerder gedaan dan ik van plan was, namelijk kort na de uitnodiging voor mijn boekpresentatie begin april. Waar ik verzoenend wilde zijn naar Carine, reageerde ze opnieuw afwijzend, waar ze eerder al had geweigerd tegen me te praten vanwege, een in mijn ogen, onbenullig akkefietje over haar hond. Haar reactie op de uitnodiging deed voor mij de deur dicht, temeer ik haar gewaarschuwd had dat ik bij je weg zou blijven als ze zou volharden in stilzwijgen. Zelfs jou viel het op en je zei dat je het niet wilde hebben in jou huis. De gewapende vrede leek getekend; tot de uitnodiging. Carine bleef boos.

Huilend in je tuintje
Mam, ik was jouw kinderen: manipulant Carine, Robert die, zonder gewetensnood dief bleek van mijn kindsdeel en Charléne die me zonder scrupules had verlinkt bij mijn dementerende verwekker, zo zat dat ik bereid was jou eronder te laten lijden. Een verrader, een dief en een rasmanipulant: ik kon op het slechtste moment niet meer tegen hen op en koos voor mezelf, ten koste van jou. En ik ging de bikkelharde weg. Ik geloof dat ik je nog één keer heb gezien na mijn boekpresentatie, een maand voor je dood. Je zat huilend in je tuintje en refereerde eraan dat je vader je als elfjarige ‘een stumperdje’ had genoemd. Ik wist niet hoe je te troosten en besefte niet dat je huilde uit angst voor de dood. Daarna, heb ik voor de vorm nog een keer gebeld met de vraag of ik kon langskomen en was blij dat je zei dat het niet uitkwam. Van Carine begrijp ik nu dat je afwijzend was, omdat je geen controle meer had over je ontlasting, het zelf niet meer rook en jezelf niet meer schoon kon houden.

Afwijzing
Dat wist ik niet en je afwijzing kwam me prima uit. Ik had me van mijn welwillende kant laten zien, zonder dat ik iets hoefde te doen. Je belde ook nog een keer huilend op ‘dat ik maar niet moest komen’, hoewel ik dat helemaal niet van plan was en liep te wandelen. Je klonk alsof we iets hadden afgesproken. Je belde ook nog op mijn verjaardag, maar ik was te laat om op te nemen en heb niet teruggebeld. Bewust niet; het initiatief om te bellen lag op mijn verjaardag niet bij mij, vond ik. Die formeel juiste afweging gaf aan hoe weinig ik begreep van je toestand. Dat was op 8 juni. Daarna ging het snel: vrijdag 20 juni, dus twaalf dagen later, ging je de hospice in, de dag waarop je de finale scanuitslag kreeg dat je overal uitzaaiingen had. Als ik rond mijn verjaardag had begrepen dat je stervende was, had ik je vast niet aan je lot overgelaten. Anderzijds is je lijden voorafgaand aan de hospice vrijwel aan me voorbij gegaan: lijden dat ik bij mijn verwekker wel heb meegemaakt. Als enige, terwijl ik vier halfbroers en twee halfzussen heb. Ik wilde het drietal zo hard mogelijk treffen en vond dat ik al genoeg mantelzorg had geleverd aan mijn vader. Ik wilde hun voor eens en voor altijd laten weten dat ik enig kind ben. Dat ik jou daarmee het hardst zou treffen, heb ik voor lief genomen. Het was immers nu of nooit meer. Je had nog maar kort te leven.

Boekpresentatie
Ik realiseer me nu dat er nog één moment was om op mijn schreden terug te keren, namelijk kort na mijn boekpresentatie, toen ik twee van mijn boekjes, zonder enig commentaar door je brievenbus gooide. Ik wist niet of Carine bij je zat; wilde alleen een keihard signaal afgeven dat is aangekomen. Ik had gewoon bij je moeten aanbellen en, gezellig of niet, bij je op bezoek moeten gaan, wat ik zo vaak had gedaan als ik in de buurt was, al was het maar na het boodschappen doen. Wie weet had ik je in die resterende maand nog een beetje kunnen troosten, steunen. Ik deed het niet en daarmee zal ik moeten leren leven.

Zielig hoopje mens
In die laatste twaalf dagen heeft volgens mij Charléne een keer en Robert twee keer een beroep op me gedaan om te komen. Robert heeft je één keer ‘een zielig hoopje mens’ genoemd en toch heb ik me niet laten vermurwen, hoe moeilijk ik het ook vond om weg te blijven. Ik zat vaak onrustig op de bank: ‘Zal ik wel, zal ik niet.’ Twee keer heb ik gezegd, zowel tegen Charléne als Robert: ‘Ik zal erover denken’, met als enig doel mijn komst zo lang mogelijk uit te stellen, en in de laatste week: ‘Ik pas mijn houding aan als de scanuitslag er is’. En dat heb ik gedaan. Op verzoek van Robert heb ik je opgevangen bij de hospice en de eerste nacht bij je geslapen. We hebben nog gepraat over je ex-leerlinge Janie Vermulm, van wie ik de volgende dag een foto op je nachtkastje heb gezet. Toen je per ziekenauto bij de hospice aankwam, begreep ik dat je nog maar een paar dagen te leven had: je had geen reserves meer, de kanker had je leeggevreten.

Geen afscheid genomen
Dat je ging sterven, mocht ik van Robert beslist niet laten blijken en zo heb ik ook geen afscheid van je kunnen nemen. Van Carine heb ik begrepen dat je de laatste twee dagen de trap niet meer op kon en dat jullie daarom beiden op de bankjes hebben geslapen. Comfortabel zal dat niet geweest zijn, zeker voor jou niet met je wrakke lijf. Eigen schuld, dikke bult, zou ik zeggen tegen de eendrachtige thuiszorg en trapliftweigeraar die je dochter is. ‘Thuiszorg is waardeloos, daar heb je niks aan’, was haar argument. Als manipulant en autodidact thuiszorgprofessional, wist Carine precies wat goed voor je was. Ze bevestigde daarmee haar almacht over jou, zoals je echtgenoot die 20 jaar lang had gehad. Dat ze daarbij ‘niet aardig’ voor je was; daar kwam je net te laat achter. En ik wist van niks. Mijn eigen schuld, waarmee ik moet leven, nu jij er niet meer bent. Jij nam me niets kwalijk; met geen woord heb je erover gerept dat je me gemist had op de avond dat ik je bij de hospice verwelkomde en je hand vastpakte. Het was goed zo. Ik weet inmiddels dat je, zeker in de laatste maand hebt gevraagd: ‘Waarom komt Tuur niet?’ en dat je je eenzaam voelde. Ook je kinderen hebben mijn afwezigheid tot aan de drempel van de hospice geregistreerd en niet alleen in de laatste twee weken. Ze vroegen me wat er mis was tussen jou en mij en op mijn antwoord: ‘Tussen mij en ma is niets mis’, vergaten ze mijn wegblijven op zichzelf te betrekken. Ik heb niet de indruk dat ze ten volle beseffen dat mijn houding in de laatste twee maanden voor je dood, feitelijk berust op een voornemen van kort na je baarmoederverwijdering, een klein jaar eerder.

Verantwoordelijkheid
Als ze hadden beseft dat mijn afwezigheid gepland was, zouden ze me in de hospice waarschijnlijk niet aangekeken hebben. Harde verwijten zijn tot nu toe uitgebleven, waarschijnlijk doordat ik in de hospice wel weer mijn verantwoordelijkheid heb genomen, net als in de afwikkeling van je nalatenschap, je financiën en het opruimen van je huisje. Ik speel mijn rol, zoals hij gespeeld moet worden.

Zelfbehoud
Nu weet je alles, mam. Het spijt me en tegelijk denk ik dat mijn afwezigheid in de periode dat je mantelzorg nodig had, een vorm van zelfbehoud is geweest. Mijn bovenbuurvrouw heeft dat zo genoemd die heel meelevend is, in tegenstelling tot mijn zogenaamde vrienden. Ik heb jou maar kort zien lijden en daarom zijn mijn laatste herinneringen aan jou vooral goed: dat we op je eerste avond in de hospice nog over Janie hebben gepraat en over je jaar als onderwijzeres in Moerkapelle, en dat ik nog een laatste borreltje en biertje bij je heb kunnen drinken. Mijn herinneringen aan het moeizame sterven van Bert zijn heel wat minder goed. Over zijn dood kan ik tot de dag van vandaag alleen maar opgelucht zijn.

Veel liefs,

Tuur

Nog niets geschreven (brief)

Lieve mam,

Had vandaag nog niets geschreven, alleen één van de brieven aan jou op mijn weblog gezet. Het zijn er al veel. De boze brieven, bijvoorbeeld over je jongste zoon Robert die de hele erfenis in zijn eigen zak steekt of over je dochters die je een half leven lang hebben gemanipuleerd en verwijten gemaakt, zet ik wel op mijn weblog, maar dan zo dat zij ze voorlopig niet kunnen vinden.

Stel dat ze via via te horen krijgen wat ik van ze vind, dan wil ik daar nog wel even mee wachten, tot ik het gevoel heb dat er een boek inzit.
Ik ben al bedreigd toen het boek over mijn vader uitkwam; één keer is genoeg. Door de brieven te publiceren kan ik misschien beter inschatten in hoeverre ze op elkaar aansluiten en een logisch geheel vormen. Ik heb wel het gevoel dat er het één en ander aan dubbelvertellingen is. Ik hoop er zoveel mogelijk uit te kunnen halen als alle brieven op een rijtje staan. Misschien geeft het niet, omdat het om een soort feuilleton in briefvorm gaat en is enige herhaling daar inherent aan.

Vandaag, sinds weken weinig gehuild. Eindelijk alle doublures uit je digitale fotocollectie gehaald. Er zijn er nog zeker 20.000 over van de oorspronkelijke 150.000. Dat is nog steeds te veel om handmatig te verdelen in familiefoto’s en de rest. Ga nu eerst verder met selecteren op naam, want eigenlijk wil ik naast de familiefoto’s alleen die van vlinders en landschappen overhouden.

Droge humor
Wat me weer opvalt, is dat je een eigen droge humor had. Je gaf een foto van een eend met een stoet kuikens de naam: ‘Wel in de rij blijven, hoor!’ Het sprak voor je kloeke moedergevoelens. Je hebt in een jaar of vijftien tijd, duizenden foto’s gemaakt en onder verschillende namen opgeslagen, lelijke schermafdrukken gemaakt met dito lijstjes eromheen, maar het doet pijn om zoveel weg te gooien. Ik weet zelf hoe het is om zoveel liefdevolle energie in een hobby te steken. Het feit dat je maar wat aanrommelde bij het Photoshoppen, betekent dat er weinig bewaard zal blijven.

Zoekprogramma
Als ik je eerder had geholpen bij het opschonen van je laptop, zou je beslist niet akkoord zijn gegaan met mijn rigoureuze aanpak. Ik had je het zoekprogramma kunnen uitleggen en misschien dat je het dan zelf had gekund. Maar waarschijnlijk was je daar te eigenwijs voor en ik te ongeduldig. Misschien dat Robert je uitleg had kunnen geven, zoals we het meestal verdeelden: Ik installeerde een programma en zorgde dat je laptop bleef draaien en Robert legde uit hoe het werkte.

Zo, toch nog een brief aan je geschreven, vandaag mam. Ik kan en wil je nog niet loslaten.

Tot later,

Tuur

PS: Je bewaarde trouw de keiharde verwijtmails van je jongste dochter en je deed altijd weer moeite om de angel eruit te halen. Je sloeg ze meestal op als screendump, maar ik vind ze straks waarschijnlijk ook terug in je mailbox.

Buitensluiten (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Na mijn boekpresentatie, twee maanden voor je dood, waar je niet kon komen, omdat je al te zwak was, heb ik je nog maar een enkele keer gezien of gesproken. Altijd huilend, omdat je bang was om in je broek te poepen en ik het zou merken en jij niet. Ik heb het voor lief genomen. Ik wilde en kon niet zien hoe slecht het met je ging. Misschien heb ik je nog maar één keer gezien voordat je het hospice inging.

Dat je oudste dochter niet meer tegen me wilde praten en daarna nog negatief reageerde op de uitnodiging voor de boekpresentatie ‘omdat ze boos was’, deed voor mij de deur dicht. Ik had Carine al eens gewaarschuwd dat ik niet meer bij je zou komen, als ze niet normaal tegen me zou gaan doen. Na de uitnodiging voor de boekpresentatie heb ik de daad bij het woord gevoegd. Ten koste van jou op een heel verkeerd moment, want daardoor ging aan me voorbij hoe slecht het met je ging en dat je eenzaam was.

Pyrrusoverwinning
Daar had ik iets aan kunnen doen door naar je toe te gaan. In plaats daarvan gooide ik twee van mijn boeken door je brievenbus, zonder commentaar, zonder aan te bellen. Dit was een welbewuste actie die is aangekomen, want Carine had het onthouden (klaarblijkelijk van jou gehoord) en zei een paar dagen geleden nog: ‘niet te begrijpen waarom ik niet bij je had aangebeld’. Een heuse Pyrrusoverwinning. Zo zagen we elkaar pas weer op de drempel van de hospice.

Geen ruimte
Ik realiseer me eigenlijk nu pas dat Carine, sinds ze pal achter je is komen wonen, de ruimte van jouw drie andere kinderen volledig heeft ingenomen: met zichzelf, met honden. Vijf of zes dagen per week. Voor ons bleef nauwelijks ruimte over en zeker niet als ze weer eens boos en wraakzuchtig was, begon over ziektes of ‘dat haar zoon zelfmoord wilde plegen’. Carine had de macht ons buiten te sluiten en woonde feitelijk bij je in. Bij Charléne en mij (in de eindfase van je leven) is dat gelukt. Ten koste van ons allemaal. Overeenkomst tussen Charléne en mij is bovendien dat we het onszelf hebben aangedaan. Ten koste van jou. Charléne heeft dus wel degelijk een punt met haar verwijten, ze richtte ze alleen tegen de verkeerde, omdat ze niet tegen Carine opkon.

Enig kind
Al rond je baarmoederoperatie, vorig jaar, had ik me voorgenomen om jou rond je uitvaart aan de anderen over te laten. Zij mochten de beslissingen nemen en  ik stelde me als enig kind op. Helaas heb ik dat ook in de eindfase van je leven gedaan, omdat ik alleen mezelf voor ogen had. Onbewust ben ik in de val getrapt die kenmerkend is voor je andere kinderen. Nu kan ik alleen nog proberen het in de toekomst beter te doen. Voor iemand anders.

Niet aardig
Het spijt me zo mam, dat ik er niet was, toen je me het meest nodig had. Ik betwijfel of ik nog veel voor je had kunnen doen. Zelfs Carine lijkt dat gevoel te hebben gehad. Je klaagde als ze er niet was en tegen mij zei je dat ze ‘niet aardig’ voor je was. Je was ziek en steeds hulpbehoevender, vooral omdat je je ontlasting niet meer kon ophouden en te zwak was geworden om jezelf te verschonen. Je schaamde je alleen nog maar. Carine vertelde ook dat je overal alleen nog maar muizenhapjes van at en steeds om iets anders vroeg dat zij dan moest gaan halen. Alleen je kanker had nog honger.

Groot kind gebleven
Het klinkt alsof je in de laatste weken een dreinend kind was geworden dat alleen nog maar huilde. Als een ‘groot kind, dat nooit volwassen is geworden’, zo omschrijven je beide dochters je. Waarschijnlijk hebben ze gelijk, al heb ik het zelf nooit eerder zo gezien. Ze hebben er passend gebruik van gemaakt. Je zus Clara noemde je ‘naïef en goedgelovig’. Ook dat zal in de kern waar zijn. Ik vond je vooral chaotisch en zonder compassie naar mensen buiten je eigen kring van kinderen, kleinkinderen, ouders, zussen en broers. Ook ik miste mededogen en steun toen ik als enige voor mijn verwekker en jouw liefde zorgde. ‘Waarom doe je dit voor hem; hij heeft toch ook nooit iets voor jou gedaan?’, zei je meerdere keren. Je wereld was levenslang erg klein, behalve misschien toen je je begin jaren tachtig bewoog in de Betuwse kunstenaarsscène, daartoe gestimuleerd door kunstenaar Willem Broekman.

Liefs,

Tuur

PS: Ook je tuinbankje heb ik gesloopt. Het was zo gammel dat het lossen van twee schroeven en het doorzagen van een paar latjes al genoeg waren om het uit elkaar te kunnen trekken. Ik weet nog dat ik in de zon bij je voor de deur zat, een jaar of acht geleden. 75 euro had het gekost, inclusief bezorging. Toen ik het in elkaar wilde zetten, bleken de meegeleverde schroeven zo slecht dat ik eerst langs de ijzerwinkel moest om nieuwe te halen. Ik kon je tenminste nog een plezier doen. De resterende stoel in je huisje is een plastic tuinstoel. Probeerde even wat te mijmeren in je postzegelgrote tuintje. Het lukte niet. Net als op de eerste dag na je overlijden, voelt je huisje niet meer van jou: even leeg als toen het nog volstond. Gek dat ik vanaf de eerste dag voel dat de dood definitief is, zonder dat ik in staat ben het te accepteren (vrede te hebben met het onvermijdelijke). Ik huil me momenteel een ongeluk: elke dag, alleen ’s nachts blijft het bij een enkele huilbui en dat is dan omdat ik overvallen word door eenzaamheid.

Vlak voor ik naar je huisje wilde gaan, ving de bovenbuurvrouw me weer op, omdat ik in mijn schuurtje stond te huilen op zoek naar een zaag en de waterpomptang. Twee buren, dat zijn de mensen van wie ik het moet hebben.

Schreeuwen (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag zo hard gegild dat ik er schor van ben geworden. Had met Carine afgesproken dat ik je foto’s en persoonlijke spullen zou uitzoeken en selecteren. Ik heb bijvoorbeeld een hele bananendoos met eindeloos veel kopieën van je digitale foto’s weggegooid. Moet een kapitaal gekost hebben van je AOW.

Je had ook veel van je digitale foto’s in albums gedaan. Wilde ik allemaal weggooien, omdat iedereen toch een digitale versie van bijna alle foto’s op usb-stick krijgt. Alleen de echt originele foto’s, vaak in zwart-wit met kartelrandje, aan de achterkant gedateerd in jouw onderwijzershandschrift en vaak nog voorzien van lijmresten, omdat ze ingeplakt hebben gezeten, heb ik in een bakje gedaan om nog eens te scannen. Van die familiekiekjes zal veel naar je zus Clara gaan,

Sta ik met Tony bij de milieustraat, begint hij plotseling in een album te bladeren, zegt ‘zonde’ en belt Carine of het niet alsnog bewaard moest worden. Dozen terug naar huis, dus. Bij Carine voor de deur en bij Tony in de auto heb ik de longen uit mijn lijf geschreeuwd: ‘Dank je dat ik het leuk vind om het leven van mijn moeder uit te wissen?’ en ‘Dan hadden we er afspraken over moeten maken, verdomme!’ Ze verstonden me niet, omdat schreeuwen en huilen blijkbaar slecht samengaat. Moet je blijkbaar een paar keer gedaan hebben. Ik voel me steeds radelozer, een portie wantrouwen maakt ook niet meer uit. Eén voordeel heeft het gehad; ik had anders ook een mapje weggegooid rond de uitvaart van je vader dat nu naar je zus kan. Daar zitten nog wat oude foto’s in en een briefje van jou. Zonder de ophef, zou ik het over het hoofd hebben gezien.

Hoewel ik gisteren, na een dag huilen had besloten dat jij mijn tranen vast niet zou hebben gewaardeerd, vandaag toch ook weer veel gehuild. In de eerste twee weken na je dood, had ik af en toe een niet-huildag, in totaal drie geloof ik, de laatste weken gaat het veel minder en heeft het machteloze verdriet de overhand gekregen. Zelfs je foto op mijn beeldscherm lacht me niet meer toe. Heb hem maar even weggehaald, omdat hij me ook aan het huilen maakt nu. Dezer dagen ga ik uitzoeken of therapie zinvol is; de psychologe waar ik nu kom vanwege mijn slechte slapen, kan me niet verder helpen. Alleen al het lezen van haar goedbedoelde adviezen en tips, kan ik momenteel niet opbrengen.

Dat jij er net meer bent, is zo onnoemelijk zwaar mama en zomaar doodgaan, zoals jij, is ook geen optie.

Veel liefs,

Tuur

PS: Naast alle foto’s op je computer, losse foto’s en fotoboeken die her en der verspreid lagen in kasten en kastjes, heb ik nu ook gekeken in de vier plastic rolbakken die onder je bed stonden. Fotoboeken vol over je kleinkinderen: voor Carine het meest, omdat ze drie kinderen had, voor Charléne en Robert veel minder, omdat ze slechts één, respectievelijk twee kinderen hebben. Ik ontbreek in de bakken en de tientallen albums, omdat ik geen kinderen heb. Het bevestigt slechts mijn uitzonderingspositie als liefdesbaby, en enig kind: ik hoor nergens bij. Ik ben er met terugwerkende kracht trots op.

Filmpje (korte brief)

Ik wil je zo graag dicht bij me houden door met je bezig te zijn en je nalatenschapje goed te bewaren, maar ik weet zeker dat je niet zou willen dat ik hele dagen om je huil. Ik weet niet of het lukt om dat te veranderen. Dan zal ik toch eerst weer dingen ‘leuk’ moeten gaan vinden, maar ik kan ze niet meer met je delen en alleen dat maakt al dat ze niet leuk meer zijn.

Buitenland
Als je huisje straks ontruimd is, wil ik weer eens naar Duitsland gaan. Misschien ben je daar verder weg dan in Utrecht, maar ik kan je nooit meer bellen om te zeggen hoe het is, wie ik heb ontmoet en wat ik heb gedaan. Ik zal je blijven schrijven mam, tot ik ben uitgerouwd. Of ik ga ermee door, zodat het een soort dagboek wordt. Dat weet ik nu nog niet.

Ik voel me zo alleen, mama. En nu moet ik weer bijna huilen. Ik ga nu even testen of mijn filmpje werkt op je weblog en dan een paar uur slapen.

Liefs,

Tuur

Uitwissen (korte brief)

Lieve mam,

Vandaag niet alleen je huisje verder opgeruimd: je badje weg, linoleum eruit, kastjes weg, spijkers uit de muur, maar ook begonnen je papieren op te ruimen: verzekeringspapieren en ook je lidmaatschap van de Nederlandse vereniging voor Euthanasie (NVVE). Zelfs papieren van de Sociale Dienst, van voor je pensionering had je bewaard.

Ook weggegooid: lijstjes met foto’s van mensen die ik niet herken. Wel bewaard: envelopjes met pasfoto’s waar ik nieuwsgierig naar ben. Misschien zijn ze met regelmatige tussenpozen gemaakt en geven ze een beeld van veranderingen in je uiterlijk en levensstijl door de tijd heen.

Niets meer
Het weggooien van al je officiële documenten: van OHRA tot Zorg en Zekerheid geeft me het gevoel dat ik bezig ben je bestaan uit te wissen en daar moet ik erg om huilen. Dat is na anderhalve maand nog niet minder geworden. Het enige dat nog iets van zin geeft, is met jou en je nalatenschap bezig zijn. De zon schijnt en ik voel het niet. Ik voel niets meer, alleen verdriet.

Veel liefs en tot later mam,

Tuur

PS: het enige waar ik wel blij mee ben, is dat ik momenteel niet uit werken hoef en ik hoop dat het zo blijft.

Mama met kleindochter Elara (korte brief)

Lieve mam,

Op deze foto sta je zoals ik je de laatste jaren kende: zorgvuldig opgemaakt, omdat je ijdel bleef, hoewel je leeftijd ging tellen. Zo zal ik je mij altijd blijven herinneren. Je bent hier 82 met je jongste kleinkind op schoot. Je kleinkinderen, waren de laatste 25 jaar een belangrijk levensdoel voor je, tenminste dat hoop ik. Ze droegen je op handen.

Corry met kleindochter op schoot

Veel liefs,

Tuur

Preventieve baarmoederverwijdering (korte brief)

Lieve mam,

Schiet ineens de bizarre gedachte door mijn hoofd dat als ze je baarmoeder op tijd hadden verwijderd, in plaats van een ring te plaatsen tegen verzakking, je nu nog geleefd zou hebben. Maar: ‘Je was nu eenmaal oud’, zei de chirurg tijdens het second-opiniongesprek, dus wat maakt het uit? Voor mij had het alles uitgemaakt. Je baarmoeder was toch al meer dan 50 jaar overbodig en zat je al tien jaar in de weg. Waarom gebeurt zo’n operatie dan niet preventief?

Op internet lees ik dat baarmoederverwijdering een optie is bij verzakking. Ik weet niet of het ook werkelijk preventief gedaan wordt. Het staat in een folder van een ziekenhuis. Ook hierover hebben we te weinig gepraat. Je ging pas ergens vorig jaar klagen dat je last van de ring had: dat hij niet goed paste en niet goed werkte. Hadden we ons er toen in verdiept, was een operatie wellicht nog op tijd gekomen.

Waanzin en veel liefs,

Tuur

Zelfmedelijden (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vanmiddag huilde ik om mezelf en minder om jou, omdat ik me zo eenzaam voel en Utrecht zo leeg is zonder jou.

In je huisje staan nog één plastic tuinstoel, een paar dozen met boeken en een paar kasten. Het meeste wordt morgen opgehaald door de Tweedehands en het Grofvuil. Vanmiddag gaat je vliering leeg. Volgende week rijd ik nog een keer naar de milieustraat met wat elektronica, als een koffiezetter en een tosti-ijzer dat niemand wil hebben.

Pruimenboom
De pruimenboom in de tuin draagt zoveel pruimen, dat er niet tegenop te eten valt. Misschien sap van proberen te maken met de staafmixer? Meer dan vermalen en koken kan ik ze niet. Geen idee of dat drinkbaar wordt. Weggooien is ook zonde en voor aanstaande dinsdag wordt veel wind voorspeld, dus dan waait de boom waarschijnlijk in één keer leeg.

Ik heb wel een heleboel pitten bewaard om te laten drogen. Pruimen behoren net als kersen en abrikozen tot het steenfruit, dus de pitten zijn giftig, zeker in gemalen vorm. Geen idee hoeveel je er nodig hebt om zelfmoord te plegen. In een boek las ik een stuk of vijf, maar dat ging om kersenpitten. Het lijkt me wat weinig. Voorlopig wil ik proberen te leren leven met de wetenschap dat je er niet meer bent en voor ik de hand aan mezelf zou slaan, wil ik eerst een testament maken, een euthanasieverklaring tekenen en de troep achter mijn kont opruimen. Iets dat wij nu voor je doen, omdat je er niet aanwilde dat je doodging. Ik ook niet trouwens. Je maakte wel je spaargeld aan ons over, dus in je achterhoofd hield je er wel degelijk rekening mee dat je einde aanstaande was.

Ik ga nu wat pitten proberen te vermalen in een beetje water, omdat ik wil weten of dat met de staafmixer kan en of het naar amandelen ruikt.

Tot over een paar minuten ma,

Tuur

PS: Tien pruimenpitten proberen te vermalen. Het is vooral slecht voor de staafmixer, maar er sprongen wel stukjes vanaf en het laagje water werd troebel wit. Het sloeg onmiddellijk op mijn adem en ogen, dus als ik een vijzel en stamper zou gebruiken op tien gedroogde pitten, ontstaat volgens mij een dodelijk goedje. Stoppen met eten lijkt mij een betere manier om ‘niet meer te zijn’, zoals jij. Ik ben er nog niet aan toe Het spul rook naar amandelen, zoals op internet te lezen is. Nu eerst mijn handen goed wassen en de staafmixer afspoelen.

Psychiatrie (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Er was een periode in je leven waarvan ik alleen iets weet, omdat je me er zelf over verteld hebt, namelijk over de maanden dat je in een psychiatrische kliniek zat, wegens een post-natale depressie. Er is een brief aan je vader, waarin je hem smeekt je uit de kliniek te halen.

Hij begint zo: ‘Red me alstublieft uit deze hel. Help me toch. Ik weet geen uitweg meer. Help me, help me pa, ik ben in nood.’ Tegen mij vertelde je meerdere keren dat je ‘dood wilde’ of ‘heel lang slapen’ en dat de medicijnen heel zwaar waren en je duf maakten, maar ‘voor eeuwig slapen’, deden ze je niet.

Internaat bij school
Je baby werd ondergebracht bij een oom en tante van jou die zelf twee opgroeiende dochters hadden en ik ging naar een internaat bij school. Ik heb daar nog een paar flarden van herinneringen aan. Aan een zekere Jos van Dijk die een paar vingers miste, aan één van de personeelsleden, die destijds ‘kinderverzorgsters’ werden genoemd en die een hondje had, waarvan ik bij binnenkomst dacht dat het een aapje was. Het zal een poedel-achtige geweest zijn. Ik was zes jaar. En ik meende me een liedje te herinneren dat toen veel op de radio was: ‘I never promised you a rosegarden’. Het nummer is uit 1967, maar de versie waaraan ik herinneringen dacht te hebben, werd pas in 1970 opgenomen door Lynn Anderson. Kun je zien hoe feilbaar de menselijke herinnering is. Ik ga ervan uit dat ik als moederskindje veel huilde daar, net als een jaartje later toen ik in het ziekenhuis lag voor een achillespeesoperatie.

Tante Flora
Van horen zeggen weet ik dat er huishoudelijke hulp kwam die voor de vier overige kinderen zorgde, je stiefkinderen Peter en Niki van elf en zeven en je twee dochters van vier en vijf jaar oud. De thuishulp heette Flora en ik ken haar alleen van foto’s. Uiteindelijk was je zo wanhopig dat je Theo smeekte om je uit de psychiatrische kliniek weg te halen. Eenmaal thuis kwam je tot niets, vertelde je. Flora zal nog wel een tijdje gebleven zijn. Uiteindelijk zou Theo je gevraagd hebben om uit bed te komen en dat deed je. Ik meen me te herinneren dat je vertelde dat je op een avond naar een tv-show van Wim Sonneveld zat te kijken en dat je plotseling weer begreep waarover het ging. Vanaf dat moment zou het beter met je gaan. Er was echter pas in oktober 1969 sprake van een tv-show met Sonneveld. Het is dus niet heel waarschijnlijk dat het om hem ging, of je moet meer dan een jaar in de lappenmand hebben gezeten.

Vreemde gedachte trouwens dat je je veiliger voelde bij je gewelddadige echtgenoot dan in een psychiatrische kliniek.

Eigenwijs
In het jaar voor je dood refereerde je geregeld aan de periode in de kliniek, omdat je je toen ook depressief voelde. Een anti-depressivum wilde je niet nemen, indachtig de zware medicatie die je in 1968 te slikken had gekregen. Mijn argument dat de anti depressiva veel beter zijn dan toen, hielpen niet. Daarvoor was je te eigenwijs. Achteraf bezien moeten we allemaal jouw depressiviteit hebben verward met doodsangst. Alleen jij wist beter, maar wilde er niet over praten. Zoals altijd en zoals je dochter ook doet: kop in het zand.

Tot later mam,

Tuur

Muziek (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Heb vandaag de eerste brief aan jou op mijn weblog gezet, althans chronologisch gezien. Hij gaat over jullie gezinssamenstelling en de generatiekloof tussen zussen enerzijds en je broers anderzijds.

Ik laat het voorlopig aan niemand weten, omdat er weinig vleiends in staat over je dochters. Ik zie wel wanneer ze erachter komen. Kan ik het mooi structureren, spelfouten eruit halen en langzaam bezien of er een boek inzit of niet

Hoewel je weinig op foto’s staat, heb ik er toch al een paar gevonden. Een recente met Clara staat bij de eerste brief. Je wist toen al dat je ziek was en lachte waarschijnlijk als een boer met kiespijn, gewoon omdat je vindt dat dat op een foto hoort.

Minimal music
Voor het eerst sinds je dood heb ik weer muziek aangezet: klassiek voor beginners, ofwel minimal music; klassiek met weinig instrumenten, meestal met piano. Het dringt niet tot me door, mijn gedachten blijven bij jou en ik moet er alleen maar van huilen. Lezen gaat nog helemaal niet.

Jij gaf niet veel om muziek; op je uitvaart hebben we Cat Stevens gedraaid en Boudewijn de Groot en een aria van Puchini, omdat je enige liefde, annex schuinsmarcheerder Bert dat deuntje altijd voor je floot.

Samen luisterden we wel eens naar Richard Tauber, maar vooral omdat je vader deze operazanger ook prachtig vond. Een fantastische stem inderdaad, en nog in het Duits ook, wat mij aanspreekt.

Peter Lens
Door jouw overlijden, ben ik gaan Googlen naar Peter Lens die jij een paar keer ontmoet hebt, naar ik meen voor het eerst bij een tv-programma. Hij was zowat de eerste tv-dokter. We hebben wel eens gedrieën ergens gezeten: in een bioscoop of theater. Ik weet nog dat Peter je een compliment maakte en ik iets repliceerde als: ‘Met dank aan Oil of Olaz’. Moet ergens in de jaren tachtig zijn geweest. Het spul bestaat nog steeds, maar onder een andere naam. Nu begrijp ik opeens waarom je Peter Lens aantrekkelijk vond. Hij had wel iets weg van Bert met zijn donkere krullen en ietwat bolle toet.

Peter werd tweeënnegentig en stierf in het voorjaar van 2024. Gek eigenlijk dat jij je als eenkennig mens met een laag zelfbeeld zo makkelijk onderhield met BN’ers als Boudewijn de Groot en Peter Lens en zelfs met hen correspondeerde. Je voelde je waarschijnlijk bevestigd als vrouw en zij vielen daarvoor, en voor je naïviteit. Dat is me nooit zo opgevallen. Die vaststelling komt van je zus Clara en ik denk dat ze gelijk heeft. In de eerdere brieven die ik schreef, komen daarvan ook staaltjes voor. Ze volgen later op deze plek.

Corry als assistente van goochelaar Hans Kazan in 1989 Avro's Service Salon
Hier mijn moeder ergens in de jaren tachtig als niet heel willig slachtoffer van illusionist Hans Kazan.

Tot later, mam

Tuur

PS: Terwijl ik dit alles opschrijf, gaat de muziek volledig aan me voorbij. Voor het eerst irriteert het me niet echt. Misschien is dat een goed teken?
Ik merk ook dat ik al deze brieven schrijf om je zo dicht mogelijk bij me te houden en dat is het enige wat ik wil. Andersom geldt ook: zo gauw ik stop met schrijven om iets anders te gaan doen dan je digitale fotocollectie verder opschonen, moet ik je een beetje loslaten en dat wil ik niet. Misschien dat daarom lezen me niet lukt en bekende muziek me meer tegenstaat dan luisteren naar onbekende nummers. Het trekt allemaal de aandacht weg van jou. Er komt vast een moment dat ik me geen verrader meer voel aan jou en je nagedachtenis, maar dat is nu nog niet.

Rouwproces van een liefdeskind of de dood van mijn moeder (brief)

Op 25 juni overleed mijn moeder. Corry werd 86. Het laatste jaar werd een lijdensweg, na een ernstige kankerdiagnose. Ze was als de dood voor de dood en wilde ons niet loslaten. Ze was lid van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) en had een euthanasieverklaring. Op haar sterfbed was ze te laat nog om palliatieve sedatie te vragen. Over haar einde praten deed ze niet, erom huilen wel.

In het jaar na haar kankerdiagnose, bleef er weinig meer van mama over: ze kwam nauwelijks meer buiten, kookte niet meer en deed geen boodschappen. Die deed mijn oudste halfzus die praktisch bij haar inwoonde.

Haar grote hobby van de laatste jaren: het fotograferen van insecten, kwam ten einde. Ze huilde alleen nog maar, leek beginnend dement of in een permanent delier en te eigenwijs om naar de dokter te gaan. Ze leek te wachten op de dood die eindelijk gekomen is: rust. Los van de kanker, lijkt mijn moeder initiatief en levensdrang te zijn kwijtgeraakt, nadat ze Corona kreeg en dat was al twee jaar voor de kankerdiagnose. Ze werd warrig en onzeker, liet het gas aan staan en vergat steeds meer. Zelfs koffie-zetten lukte nauwelijks nog.

Leren kennen
Dat ze er niet meer is, moet ik leren accepteren. Om Corry alsnog beter te leren kennen: de éénkennige hypochonder met een laag zelfbeeld en een overmaat aan schuldgevoel, ben ik begonnen haar brieven te schrijven. Dat doe ik nu al een maand, elke dag. Ik kan haar nu ook schrijven, waarover ze nooit had willen praten en vragen, waarop ik zelf het antwoord moet verzinnen. Omdat ik haar wel een beetje heb leren kennen, zullen aardig wat antwoorden in de buurt van de waarheid komen.

Lieve mam,

Op het eerste oog kwam je uit een doorsnee gezin van zeven kinderen, waarin jij de oudste was. Vader ambtenaar, moeder huisvrouw. Tot zover niks bijzonders. Jij werd in het jaar voor de Tweede Wereldoorlog geboren; de oorlog die altijd je baken bleef, zonder dat ik precies weet waarom. Als oudste kind heb je de hele oorlog min of meer bewust meegemaakt, zonder dat je ten volle besefte wat er aan de hand was. Toen hij eindigde was je net zes jaar oud.

Een periode, waarin je je als peuter en kleuter, beschermd wist door je ouders tegen de achtergrond van verduistering en angst. Bescherming die je later moest missen, bijvoorbeeld in je huwelijk.

Clara en Corry, gearmde zussen op 26 juni 2024
Clara en Corry op stap. Waarschijnlijk één van de laatste keren. Mama wist toen al dat ze ernstig ziek was, hoewel ze er lachend bij staat. Daarna ging ze zich in zichzelf terugtrekken en kwam ze steeds minder buiten. Ze draagt een lang, zwart T-shirt met een nietszeggende tekst erop, waarvan ze er meerdere had. Het hangt bij mij thuis en is me plots dierbaar, omdat ze het ook echt gedragen heeft.

Tijdens de oorlog werden nog drie kinderen geboren; iets waarvan ik me altijd heb afgevraagd hoe dat kan in het licht van honger en levensonzekerheid.

Na de oorlog werden nog een bevrijdingsbaby geboren en respectievelijk zes en acht jaar later nog twee broertjes.

Generatiekloof
Jullie gezin was bij nadere beschouwing toch niet zo alledaags als op het eerste gezicht leek. Het bestond uit een oorlogsgeneratie van meiden en een na-oorlogse generatie van drie jongens, waarvoor jij een soort surrogaatmoeder werd. Je scheelde maar liefst zestien jaar met je jongste broertje. Je broertjes met wie je op stap ging om je moeder te ontlasten en waardoor je mijn vader hebt ontmoet. Je bent hen altijd als je ‘kleine broertjes’ blijven zien.

Meidenclub

Loes, Corry en Clara in Naarden op 4 november 2015
Jullie meidenclubje hing aan elkaar, zeker naarmate jullie wederzijdse kinderen ouder en volwassen werden.
Jullie gingen wekelijks op stap. Met je broers had je nauwelijks contact. Niet zo gek, gezien de generatiekloof; een regelrechte cesuur in jullie gezin.

Veel liefs, Tuur

(met ‘Veel liefs’ sloot Corry haar e-mails af).

PS: Wat me aan deze foto’s plotseling opvalt, is dat je zus Clara in de 10 jaar tussentijds nauwelijks ouder lijkt geworden. Je zus Loes laat ik buiten beschouwing, omdat ze toen al dement werd. Jij ziet er op de onderste foto nog best fruitig uit, terwijl je na je tachtigste snel oud geworden bent. Het viel me ook op aan de foto met kleindochter Elara, hoewel je daar zorgvuldig opgemaakt opstaat. Daarop ben je 82. Was je soms al langere tijd ziek, zonder dat we het wisten? Kan kanker zo lang sluimeren?

Levensverhaal (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Toen je mijn verwekker Bert ontmoette, aan het vennetje bij Vliegveld Hilversum was je pas zestien. 1955 met je broertje van acht achterop de fiets. Een heel eind van Utrecht Noord naar Hilversum. Andere tijden.

Een stoer meisje zie ik dan voor me met een af en toe jengelend jochie achterop dat alleen stil te krijgen is met de belofte dat hij straks ‘vliegtuigen mag kijken’. Je trof daar een jonge kerel die je aansprak met iets onbenulligs als: ‘Zo, zo, met je kleine broertje op stap?’. Een knappe jongen in uniform die voor eigen rekening zweefvlieglessen volgde. Bert wist hoe hij met zijn donkere krullen en vlotte babbel een jong meisje voor zich moest innemen.

Geen verweer
Het vennetje bestaat nog, al staat er een hek omheen. Bij de geschiedenis van vliegveld Hilversum staat te lezen dat het in 1944 gegraven is om het vliegveld geschikt te maken voor militaire toestellen met het vrijkomende zand. Jij was er toen al. De oorlog werd jouw oorlog waar je later met heimwee op terugkeek, zo leek het. Een bange tijd, net als je huwelijk, maar toen werd je tenminste nog beschermd door je ouders. Later beschermde niemand je meer en jezelf verweren kon je niet. Niet tegen Bert, niet tegen je echtgenoot en niet tegen je dochters.

Goedgelovig
Je zus noemde je ‘goedgelovig en naïef’. Behalve dat je mij had, en niet wist waarheen met ons, zal dat meegespeeld hebben bij je ‘keuze’ om met Theo te gaan trouwen, ondanks waarschuwingen van je zus en Theo’s schoonzus. Clara zou eens door hem aangerand zijn en Theo’s schoonzus moet je gewaarschuwd hebben voor zijn losse handjes.

Geen moreel besef
Bert had zijn moreel besef in het Jappenkamp achtergelaten en had qua levenservaring een enorme voorsprong op jou. Blijkbaar kon hij met je doen wat hij wilde, bijvoorbeeld je jarenlang als bijwagen aan het lijntje houden. Je hebt eens verteld dat je bij Berts ouderlijk huis hebt postgevat om hem op te wachten. Ik weet niet of je hem daar ooit gezien of gesproken hebt. Wat ik wel weet, is hoe hij je opzocht toen je als tweeëntwintigjarige onderwijzeres op kamers woonde in Gouda en als invalkracht werkte op een basisschool in Moerkapelle. Bert zou dan bij het afscheid tegen je gezegd hebben: ‘Zul je braaf zijn’, waarmee hij waarschijnlijk bedoelde: ‘Zul je me niet ontrouw zijn en wachten tot ik weer kom?’ En je deed het ook nog. Ik ken een vage foto met jou en een lange, slanke jongen erop: Henk Hagebeuk, wiens achternaam heel creatief werd verbasterd. Je beweerde dat je nooit iets met hem hebt gehad.

Ongelukkig getrouwd
Bert was intussen ongelukkig getrouwd en jij bleef op hem wachten. Er kwam een kind en hij zocht je op: In Gouda en later bij je ouders; er kwam een tweede kind en Bert stond onderaan de trap en toen zijn vrouw op komst liep van de derde, verwekte hij mij. Goede kans dat je je kans schoon zag en hem ‘flikte’ en iets hebt gedacht als: ‘Als ik hem een kind aannaai, gaat hij misschien wel bij zijn vrouw weg’. Zo naïef was je wel, maar Bert niet. Hij vermoedde zelfs eerder dan jij dat je zwanger was. Hij zou je eind 1961 gevraagd hebben: ‘Ben je nog ongesteld geworden?’ Niet dus. Zo kwam ik in de zomer van 1962.

Verborgen gehouden
Je had je zwangerschap zes maanden lang verborgen kunnen houden, maar nadat je je zus Clara in vertrouwen had genomen, moest je het ouderlijk huis uit en bracht Bert je onder bij een vriend in Amsterdam: Arthur Nikkesen in Amsterdam, naar wie ik vernoemd ben

Onze Lieve Vrouwe Gasthuis
Ik kwam veel te vroeg, maar jij was blij dat je van je zwangerschap af was. Ik ken het verhaal dat je op de achterbank van een auto, met gebroken vliezen heel Amsterdam bent doorgeleurd: van ziekenhuis naar ziekenhuis, omdat niemand je als onverzekerde wilde helpen, tot je bij de zusters terechtkwam van het ‘Onze Lieve Vrouwe Gasthuis’. Je troostte je met de gedachte dat mijn vroeggeboorte de schuld was van je vader die je uit huis had gezet, de man die je na zijn dood op handen droeg.

De vroeggeboorte zorgde ervoor dat ik laat ging zitten en lopen en het is me tot de dag van vandaag aan te zien. Je zus Clara schrijft er iets over: ‘Als kleine baby heb ik je veel in mijn armen gekoesterd, gaf je flesjes, schone luiers, toen Corry en Theo met mijn ouders op stap waren. Je was toen een paar dagen bij Loes (jongste zus van Corry) en mij. Je kon niet zitten en we zetten kussens in je rugje, in de kinderwagen thuis, daar sliep je in, dan kon je rechtop zitten en om je heen kijken. Dan gingen we met je wandelen naar het Julianapark. Je was ons broertje en we hielden van je. Zongen liedjes voor je om je in slaap te brengen en hebben je veel geknuffeld en met je gespeeld. Je was een schatje toen. We waren wel ongerust, omdat je niet zelfstandig kon zitten en vroegen ons af wat er mis was.

Schuldgevoel
Het bezorgde jou een levenslang schuldgevoel, waardoor ik aandacht kreeg die ten koste ging van de drie jongere kinderen die je met Theo kreeg. Twee van de drie dragen mij dat na, één van de drie vooral ook jou. Zo is het tot je dood gebleven. Verwijten kan niemand je meer maken, mij des te meer. Mijn antwoord is: hen alle drie los te laten.

Tot later mam,

Tuur

PS: een paar maanden voor je overleed, misschien een half jaar belde je verdrietig op om te zeggen dat het je speet dat je zo weinig bij me was geweest. Je voelde je schuldig om niets, zoals meestal. Ik antwoordde: ‘Geeft niet mam, ik kom toch naar jou?’ Ik begreep niet wat je echt wilde zeggen, namelijk iets als: ‘Ik kan niet meer naar je toekomen; ik kan het niet meer goed maken, want mijn tijd is bijna op.’ Je wist het zo goed en ik begreep je niet. En nu is het te laat. Waarom kende ik je zo slecht? Had ik me te weinig in je verdiept? Theo kende ik beter. Waarom praatte je niet over je pijn en verborg je je angst, net als Carine doet? Zelfs op je sterfbed heb ik je niets gevraagd, hebben we het over anderen gehad. Over Janie Vermulm, boerendochter uit Moerkapelle die als kind de nabijheid van haar onderwijzeres zocht en voor de miljoenste keer over je vader. Maar niet over jou; niet over ons. En terwijl ik dit zit te typen, zie ik je lachende, ogenschijnlijk onbezorgde gezicht op mijn bureaublad staan. Je was 79. De zomer waarin Bert stierf. De foto is twee weken na zijn dood genomen. Misschien miste je hem, maar je hebt er zelden iets over gezegd.

Boodschappen (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Gisterenavond dacht ik nog: ‘Zal ik iets gaan lezen’, vanmorgen kwam ik weer mijn bed niet uit om boodschappen te gaan doen. Als ik niet vroeg ga, is het brood op. Zelfs de vriezer is leeg; dat is in twintig jaar niet gebeurd. Morgen zal ik wel moeten, want dan heb ik echt niets meer in huis. En dan nog heb ik een korst oud brood en een pot kikkererwten en broccoli.

In de afgelopen weken alleen af en toe een bonusaanbieding meegenomen van de AH als ik van je huisje kwam. Daarvan heb ik geleefd. Maar nu is zelfs het toiletpapier op. Ook nog nooit gebeurd. Fruit komt uit de pruimenboom in de tuin die heel veel pruimen geeft sinds ik hem heb laten snoeien, twee jaar geleden. Bijna gehalveerd eigenlijk. Blijkbaar stopt de boom zijn energie nu niet meer in verdere groei, maar in vrucht dragen. Toen je in de hospice lag, maakte ik een wrang grapje over de kersen die ik voor je gekocht had, namelijk dat je met vijf gemalen kersenpitten zelfmoord zou kunnen plegen. Het werd me niet in dank afgenomen door je andere kinderen. Het was ook wel erg wrang.

Cyanide
Gisteren toch maar weer gegoogeld: in alle pitten van steenfruit, dus ook van appels, kersen en pruimen zit een stof die in het lichaam wordt omgezet in cyanide. Slik je de pitten heel door, is er weinig aan de hand, want dan poep je ze ook weer heel uit, vermaal je ze, dan zou je er dood aan kunnen gaan. Ik las dat vijf gemalen kersenpitten al genoeg zijn. Schijnt wel een pijnlijke dood te zijn. Heb nu voor het eerst pruimenpitten te drogen gelegd op een schoteltje en er komen er meer bij. Of tien gemalen pitten genoeg zijn, zal ik moeten uitzoeken; weinig zin om zwaar invalide uit een coma te ontwaken. De dood hangt in mijn eigen boom als ik omhoog kijk. Een geruststellende gedachte dat ik je misschien achterna kan, mocht ik dat dat echt willen. Dan zou ik wel eerst zoveel mogelijk zaken willen afsluiten. Eerst maar eens een euthanasieverklaring tekenen en een concepttestament opstellen, maar energie heb ik er niet voor.

Stilgevallen
Ik ben net als jij, in het laatste jaar voor je dood, volkomen stilgevallen. Ik schoon je fotocollecte op en schrijf je elke dag een brief en soms meerdere. Dat is het.

Ik weet dat ik in beweging moet komen, al is het letterlijk, want door te veel zitten: op de bank of achter de computer, is mijn hernia weer terug waar ik de laatste weken last van had en waarmee het weer iets beter leek te gaan. In beweging, onder de mensen komen is de enige manier om met jouw dood om te leren gaan. Zo ging het met Benno ook: ik ben gaan ligfietsen, ging naar festivals en zo ontmoette ik mijn eerste echte lief. Stil blijven zitten, zoals ik nu doe, helpt zeker niet.

Fotocamera
Op de foto die nu op mijn bureaublad staat, heb je je fotocamera in de hand: de camera waarachter je je het liefst verschool om zo zelf buiten beeld te blijven. Jammer dat je je bril niet boven op je hoofd had, dat zou het beeld completeren.

Veel liefs en tot later mam,

Tuur

Slachtofferschap (mailwisseling, geen brief)

Lieve mam,

De onderstaande mailwisseling tussen jou en je jongste dochter laat zien hoezeer het slachtofferschap jou en je dochters als gegoten paste. Slachtoffer van tirannieke echtgenoten en vaders, maar vooral van elkaar. Het belette jullie verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leven. Vanuit de verte ben ik wel benieuwd hoe je dochters dat gaan oplossen nu jij er niet meer bent om de schuld van al hun levensongenoegen op te vangen.

Verzonden: 10 oktober 2019

Hai Charléne,

Ik heb het gevoel dat wij al jaren in cirkels ronddraaien wat ons contact betreft. Ik vind dat jammer, maar ook vermoeiend en frustrerend.

We zien elkaar, gaan beiden naar ons eigen huis en dan begint het. Ik leef mijn leven; jij het jouwe. Je neemt contact op via de mail of per telefoon, maar als ik te laat terugbel naar jouw zin, komen de mails, een brief of belletje vol verwijten.

Schuld
Ik voel dat ik een schuld aan jou in te lossen heb, doordat jij je emotioneel verwaarloosd hebt gevoeld. Ik ben in jouw jeugd tekortgeschoten ja, dat klopt, en voel mij daar mijn leven lang schuldig over. Alleen jij blijft het me altijd voor de voeten gooien en het bepaalt een groot deel van je leven. Ik vind het frustrerend dat al zoveel jaren lang te moeten blijven horen, temeer ik in die tijd niet anders kon! Ik wil je voor het laatst zeggen dat ik destijds in de overlevingsmodus stond: ik had een zware dobber aan Theo die mij mishandelde.

Overspannen
Meestentijds was ik overspannen, omdat ik me staande moest houden voor jullie en voor mijzelf. Met andere woorden: ik deed wat ik kon, gezien de omstandigheden. Meer zat er niet in qua aandacht en interesse. Het doet mij overigens pijn dat jij mij altijd verwijten maakt voor iets waar ik niets aan kon doen.

Ideaalbeeld
Ik moet mijn ‘schuld’ inlossen door er nu voor jou te zijn, maar ik kan niet aan jouw ideaalbeeld van een moeder voldoen, waarin ik mezelf niet kan zijn.

En dat betekent steeds nieuwe teleurstellingen voor jou en verwijten voor mij. Maar vooral tijdverspilling en het eeuwige leven heb ik niet. Jij zou het liefst hebben dat ik je dagelijks bel, spontaan naar je toekom en voorstellen voor uitstapjes doe. Maar zo ben ik niet. Ik zie ik altijd op tegen uitjes; als ik geweest ben, viel het me mee. Ik houd er niet van en heb het geduld niet of niet het conversatietalent ergens lang op visite te zijn.

Cirkels
Bij Carine, Tuur of Robert ervaar ik nooit een gevoel van druk: zij nemen mij zoals ik ben. Bij jou weet ik nooit waar ik wel en niet goed aan doe: hoeveel dagen moet ik wachten voor ik weer contact met Charléne kan opnemen? Wanneer verwacht ze dat ik langskom? Hoe vaak per week wil ze dat ik bel? Het is zelden een relaxed contact zoals bij mijn andere kinderen. Ik doe het eigenlijk nooit goed in jouw ogen en daar word ik gefrustreerd en moe van en de laatste tijd ook boos over. Ik merk dat ik meer afstand houd, omdat wij in cirkels blijven ronddraaien: we hebben contact, maar ik voldoe niet aan jouw behoefte. Jij komt met verwijten en bent boos, verdrietig en teleurgesteld. Dan wordt het lange tijd stil, waarna jij het weer wilt bijleggen. Daarna begint het weer van vooraf aan.

Acceptatie
Als jij contact met mij wilt, zul je moeten accepteren hoe ik in elkaar zit. En dat ik nooit zo zal zijn in ons contact, zoals jij dat wenst. Dan leef ik tegen mijn natuur in en dat kan ik niet.

Tekortgeschoten
Het ‘Veel liefs, ma’ ontbreekt. Ook is elke vorm van zelfinzicht afwezig. Corry geeft toe ’tekortgeschoten’ te zijn, maar dat komt door haar huwelijk, waarin zij ‘in de overlevingsmodus’ stond. Over de alomtegenwoordigheid van oudste dochter Carine rept ze met geen woord. Charléne moet haar maar nemen, zoals ze is, want dat doen haar andere kinderen immers ook. Dat Robert en ik ons wellicht knarsetandend bij een situatie hebben neergelegd waarin moeder werd ‘gegijzeld’ door haar oudste dochter, komt niet in Corry op. De vicieuze cirkel waarin jij en Charléne zaten, hebben jullie nooit kunnen doorbreken. De verwijten gingen door tot vijf maanden voor je dood en de teneur van ‘ongewenstheid’ was steeds dezelfde.

Ontvangen door Corry: 2 november 2019 van Charléne

Je hebt ervoor gekozen om een relatie met Theo aan te gaan. Je was niet verliefd op hem, maar had hem nodig voor je kind. Bert was jouw grote liefde, maar niet beschikbaar.

Verkrachting
Ik ben destijds verwekt uit een verkrachting van Theo. Je hebt het mij zelf verteld toen ik een jaar of dertien was en ook hoe je destijds overwoog om mij weg te laten halen. Dit gegeven heeft een grote impact op mij gehad.

Niet geluisterd
Als ik wat te zeggen had, werd er niet naar mij geluisterd. Ik praatte snel en deed dat wanneer iedereen uitgepraat was, omdat ik er nooit tussenkwam aan tafel. Ik bewaarde noodgedwongen rust, omdat ik het gevoel had dat ik mij het niet kon veroorloven om ook te gaan gillen of schreeuwen wanneer er ruzie was. Carine en jij deden dat al. Ik ging ook dood van binnen, maar liet dat niet merken.

Lieveling
Ik heb heel vaak het gevoel gehad dat ik er niet bij hoorde: Carine was zowel jouw lieveling als van Theo. Daar kwam bij dat zij altijd haar zin kreeg. Zij ging altijd voor.

Ik heb voorbeelden waaruit dat blijkt; jij ging wel naar de diploma-uitreiking van haar; Carine mocht met jou mee naar andere leuke uitjes zoals naar die tv-uitzending. Waar was ik? Toen we de mannequinopleiding hadden gedaan, was jij er voor haar om het certificaat in ontvangst te nemen. Ik zou nog veel meer voorbeelden kunnen geven, waarin je er wel voor haar was en niet voor mij.

Vijandig
Ik voelde een vijandige sfeer tussen jou, Corine en mij, waarbij jij en Carine twee handen op één buik waren. Daardoor heb ik me zelden welkom gevoeld en dat heeft niets met Theo te maken. Jij wijst mij af. Carine en Tuur hebben zich wel geliefd gevoeld, simpelweg omdat zij op nummer één en twee stonden.

Eerste plaats
De sfeer tussen jouw en je jongste dochter is in deze periode zo geladen, dat jullie elkaars wederzijdse telefoontjes per e-mail aankondigen, waarschijnlijk om je te kunnen voorbereiden op wat te zeggen. Het is maar goed dat Charléne zich blijkbaar niet realiseert dat Carine alleen optisch op de eerste plaats kwam; doordat ze zo handig manipuleerde en alle aandacht naar zich toetrok, ook die voor mij. Carine wist heel goed dat ze niet in mijn schaduw kon staan, waar het jouw liefde betrof. Ook je jongste zoon Robert wist dat hij de derde viool speelde; hij richtte niet voor niets zijn verwijten op mij. In de kern ben ik het met je jongste dochter eens waar het de giftige rol van Carine betrof in jouw en ons leven, hoewel ik nooit over aandacht te klagen heb gehad.

Liefs,

Tuur

PS: 75% van alle e-mail is gericht aan Carine of haar kinderen; de rest was gericht aan Corry zelf als geheugensteun, aan de andere kinderen of haar zus. Van een evenwichtige verdeling van de aandacht was geen sprake. Charléne maakte zichzelf onmogelijk; ik heb geen kinderen, vandaar dat je jongste zoon Robert ook nog zo’n 10% van jouw e-mail kreeg.

Onbegrijpelijk (korte brief)

Lieve mam,

Ik las wat e-mails van je. Daarin laat je zus weten dat ze zo weinig van je hoort en geef je in januari al aan dat je je beroerd voelt. Dat is vijf maanden voor je dood. Blijkbaar trok je je toen al terug.

Ook uit januari een e-mail vol verwijten van je jongste dochter: dat ze niet geïnteresseerd is in de familiekiekjes die je stuurt, dat ze te veel over je andere dochter en haar kinderen te horen krijgt en ‘altijd huilend bij je weggaat’. Huilend uit zelfmedelijden wel te verstaan. De aloude verwijtmodus die haar tweede natuur is geworden. Verschrikkelijk om te lezen. En dan jouw antwoord: ‘Lieve Charléne, bedankt voor je reactie’. Blijkt uit de koker van je kleindochter te zijn gekomen. Omdat cynisme jou vreemd was, kan haar uitval je alleen maar pijn gedaan hebben. Ik ben bang dat dit pas het begin is van wat ik ga aantreffen. Moest er hartverscheurend om huilen. Ga dit soort mail ook toevoegen aan het computermapje over jou, zodat je andere kinderen haar vuilspuiterij ook onder ogen krijgen. Je wordt door je eigen dochter in je gezicht gespuugd en bedankt er ook nog voor. Dat is pas onbegrijpelijk, zoals de titel van de e-mail luidt.

Veel liefs, mam en één ding is zeker: Charléne zal je nooit meer pijn doen!

Tuur