Niets bijgeleerd (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Afgezien van je huwelijk en een jaartje als onderwijzeres, was je je hele leven afhankelijk van een uitkering: van bijstand en AOW. Vrijwilligerswerk deed je niet. In de jaren tachtig plukte je wat appels bij ‘Appelen Jan’, zwart. Je had alleen iets voor jezelf door in de jaren zeventig en tachtig schilderijen en wandkleden te gaan maken. Toen er kleinkinderen kwamen, was ook dat voorbij.

In je perioden van eenzaamheid, eerste helft van de jaren negentig en na je tachtigste, werd je ingezet als hondenoppas en ‘Hotel mama.

Boudewijn de Groot
Als ik dit zo op een rijtje zie, concludeer ik dat je, behalve toen je kinderen en kleinkinderen had, veel te weinig omhanden had in het leven. Je ging er een enkele keer op uit met je zussen, dat was het. Dit is me eens te meer duidelijk geworden, nadat ik een nietszeggend briefje vond van Boudewijn de Groot aan jou, ergens uit het eind van de jaren tachtig. Hij altijd onderweg en druk; jij huismus en in afwachting vanwat anderen voor je in petto hadden. Je was iemand die at wat de pot schafte; wat je voorgeschoteld kreeg. Je zorgde voor ons, zo goed je kon, maar had verder weinig. Echte hobby’s had je niet. Je las wel, maar alles wat los en vast zat.

Bang om te leven
Een totaal ander karakter dan je jongste dochter die vol initiatief zit, waar dat dan ook maar uit voortkomt. Ze lijkt op haar vader wat dat betreft. Je lijkt veel meer op je oudste dochter: veel verder dan ‘met de hond wandelen’ komt Carine niet. En jou vertellen wat je leuk moest vinden, dat kon ze ook goed. Beide, zowel bang om te leven als voor de dood; beide na een basisopleiding nooit meer een cursus gevolgd of iets bijgeleerd. Je was autodidact en dat is te zien aan veel van je foto’s: je close-ups van insecten kunnen de toets der kritiek doorstaan; de andere niet.

Kaartlezen
Nooit iets bijgeleerd; de gevolgen daarvan staan me nog bij als de dag van gisteren. Als we op vakantie gingen met een deel van ons gezin, dan moest jij als bijrijder kaartlezen. Dat lukte zelden en liep altijd uit op knallende ruzie in een propvolle auto. Het is nooit in je opgekomen iets voor te bereiden of het je uit te laten leggen. Dat initiatief zat niet in je. Makkelijk slachtoffer was je wel en het slachtofferschap paste als gegoten. Dat zijn de twee sterkste banden met je dochters: het slachtofferschap en het gebruik dat ze van je hebben gemaakt.

Later moest ik zelf kaart lezen als bijrijder en zo kwam ik erachter dat de eindbestemming op de borden staat die aan het einde van de weg ligt, Zo beoaal je de richtong. Keulen bereik je bijvoorbeeld door de borden ‘Frankfurt’ te volgen tot Keulen bovenaan staat. Dat heb jij nooit onder de knie gekregen, omdat niet in je opkwam er moeite voor te doen. Zelfs niet als het ruzie had kunnen voorkomen.

Dit is geen verwijt mam, gewoon een vaststelling, maar daardoor hebben anderen je geleefd. En hier zijn we weer terug bij je afhankelijke karakter. Hoe meer ik over je schrijf, des te duidelijker wordt me dat je een ernstige afhankelijkheidsstoornis had. En je zocht de oorzaak voor het leven dat zich voordeed niet bij jezelf, maar koos de slachtofferrol, net als je dochters.

Tot later,

Tuur