Lieve mam,
Het zal mij benieuwen of ik deze brief ooit plaats. Ik las inmiddels twee keer per week een vastendag in. Tussendoor kook ik met aandacht voor mezelf en eet ik goed, maar niet meer dan één keer per dag. Door het vasten krimpt mijn maag langzaam, neem ik aan.
Zo val ik af, zonder hongergevoel, en dat is de bedoeling. Ik geef mezelf nog twee maanden, dat wil zeggen tot 1 januari om een nieuwe levensvervulling te vinden en anders wordt jouw sterfdag ook de mijne.
Mijn baken
Je was mijn baken, mijn alles in dit leven, en daarnaast heb ik nog iets met relaties geprobeerd. Het had geen haast, want jij was er altijd om op terug te vallen. En nu heeft het wel haast, omdat jij er niet meer bent. Ik laat niemand achter, niemand wacht op mij en dat stelt me gerust. Mijn vrienden zijn er niet, nu ik hen nodig heb. Niemand belet mij om jou te volgen.
Ik ben benieuwd hoe deze brief verdergaat: of ik erop terugkom, of dat dit mijn afscheid wordt. In het laatste geval zit er misschien wel een boek in dat ik dan niet meer meemaak.
3 november
Na een stukje pizza gisteren, twee peren, een paar rijstwafels en drie biertjes, had ik tegen de ochtend een serieus hongergevoel. Dat is voor het eerst. Ik ga het dempen met een peer.
Ik wilde op bed blijven liggen, maar dat valt niet mee als je niet ziek bent, maar breng zo wel een groot deel van de dag door zonder te huilen. Uiteindelijk stond ik om kwart over drie ’s middags op; had zin in koffie. Na die ene peer van negen uur geleden werd onmiddellijk een hongergevoel merkbaar. Mijn gewicht is tot onder de 79 kilo gezakt sinds jouw dood, dat is ongeveer een kilo per maand eraf. Ben voor het eerst meer dan de helft van mijn buikje kwijt, maar het afvallen gaat niet snel genoeg om jouw sterfdag te plannen als de mijne. Die over anderhalf jaar misschien? Dan heb ik een jaar langer de tijd om verdrietig te zijn, maar ook om een nieuw houvast in het leven te vinden. Beetje cynisch?
Buikvet schijnt ongezond te zijn. Een stukje chocola bij de koffie schijnt te helpen tegen depressie. Dat moet dan wel pure zijn en die heb ik niet neer.
Vanavond ga ik weer eens goed koken: pasta met veel groente en een beetje kaas erover. Smaakt me altijd. Heb tijdens het koken voor het eerst sinds lang weer muziek opgezet. Alleen maar hartstochtelijk gehuild. Het is weer even erg als in de eerste dagen. Zo kan ik niet verder.
4 november
Te weinig te schrijven voor een hele brief, vandaag. Zit je aantekeningen te lezen die je van onze kinderdialogen maakte toen je nog geen bandrecorder had, waarmee je ons gebabbel vanaf 1966 opnam. Ben nu ongeveer halverwege en er blijkt dat je dochter die ik in deze brievenreeks vrij consequent ‘je manipulantendochter’ of ‘de rasmanipulant’ noem, dat al deed toen ze nog geen twee jaar oud was.
Over een tweejarige die een val simuleert en vuile handen maakt om een snoepje los te peuteren.
Onvergeeflijk
Ik keek nog even het stukje film waarin je praat over Henry Netto en je buurvrouw. Je zegt daar: ‘Het is goed dat ik je nu zie en niet een uur geleden, want ik was weer een beetje down’. Een eufemisme voor je doodsangst. Waarschijnlijk zat je te huilen, zoals ik je later ook aantrof. Je beweerde depressief te zijn, maar weigerde een anti-depressivum, omdat je daarmee 55 jaar geleden een slechte ervaring had gehad. Een drogreden natuurlijk. Je was bang voor het einde en daar helpen geen pillen tegen. Ik heb het al eerder opgeschreven. Je was misschien ook depressief, maar vooral doodsbang. Doodsbang voor de dood en bang voor het leven. Bang om zelfstandig iets te moeten ondernemen, bang om jezelf te zijn. Eigenlijk net als je manipulantendochter die haar levensgeluk laat afhangen van een hond. Onbegrijpelijk dat ik het niet heb gezien en er niet voor je was. Ik weet niet of ik je had kunnen troosten, maar ik heb het niet geprobeerd. ik begrijp mezelf niet en voel me schuldig. Het enige wat ik kan zeggen, is dat ik je angst en verdriet niet heb willen zien. Ik heb dit al eerder opgeschreven in iets andere bewoordingen, maar het blijft me dwars zitten. Zeker ook, omdat ikzelf je verdriet op film heb vastgelegd. Meer dan een jaar later nog steeds onbegrijpelijk en misschien wel onvergeeflijk.
Doodsangst
Niemand van je kinderen heeft tot zich door laten dringen hoe bang je was in het laatste jaar voor je dood. Ook je manipulantendochter niet die de deur bij je platliep en je huilbuien vooral lastig vond. En dat, terwijl ze zelfs stijf staat van de angsten. Je jongste zoon was op enige afstand druk met zichzelf en zijn gezin, je tweede dochter met haar verwijten aan jou en ik? ik was er niet. Het was wel zo makkelijk om je verdriet en je huilbuien aan een depressie te wijten. Zo konden we de confrontatie met jou en je doodsangst uit de weg gaan. Dat hebben we consequent volgehouden: tot aan je laatste snik, je laatste adem. Mijn grootste straf is dat ik daardoor geen afscheid van je heb kunnen nemen. Hoe lang me dat zal blijven achtervolgen, weet ik niet.
5 november
Sinds tijden heb ik weer eens een fles brandewijn in huis. De laatste had ik vier maanden geleden uit je huisje meegenomen. Ik wil voelen hoe het is om te drinken zonder dat jij op me past en vraagt: ‘Bel je nog, als je weer thuis bent?’ Nu ik thuis zit en niet meer hoef te fietsen, kan ik drinken, totdat ik aan mijn tax zit. Wat ik je nooit verteld heb, is dat ik me altijd in acht nam als ik bij jou zat en het liet bij één whisky en twee biertjes of omgekeerd om jou niet ongerust te maken als ik naar huis fietste.
Nadrinken
Thuis dronk ik dan soms nog flink na, bijvoorbeeld twee Affligems. Soms viel ik dan plompverloren om in de badkamer tijdens het tandenpoetsen. Als een blok zakte ik door mijn benen, ook voor mij totaal onverwacht. Heb goed gegeten vandaag: vasten komt wel weer, maar ik heb me nu wel weer zodanig aan de brandewijn met suikervrije tonic vergrepen, dat ik straks extra alert moet zijn als ik van de bank naar mijn bed wankel. Dat wist jij allemaal niet. Voor vanavond bevalt het thuiszuipen goed. Tot nu toe had ik helemaal geen behoefte meer aan alcohol. Misschien slaap ik er een keertje goed op. In elk geval heb ik er muziek bij aangezet en ook dat voelt prettig, voor het eerst sinds maanden.
Herinnering
Eigenlijk begon ik aan dit stukje, omdat er een aandoenlijke herinnering binnensloop over de zondagavonden bij jou. Altijd als ik vroeg om citroen voor in de tonic met brandewijn, kwam je aan met een citroen, een mesje en vooral een groot plat bord, met de nadruk op ‘groot’, zodat ik je oude houten bijzettafel niet zou bederven met citroensap. Je vertrouwde mijn motoriek niet tijdens het snijden, en terecht. De tafel die je al tientallen jaren had en net zo afgeleefd was als al je andere meubilair en kasten in huis moest gespaard blijven. Je was er aan gehecht, terwijl je verder nergens zuinig op was. In mijn koelkast ligt nog steeds één blikje suikervrije tonic uit jouw boedeltje. Misschien heb jij het voor me gekocht en anders heb je aan me gedacht toen je Carine je boodschappen deed. Zo aandoenlijk ineens.
In je optekeningen van onze kinderprietpraat kom ik opnieuw een veelzeggend stukje tegen over hoe het stoken in een slecht huwelijk in zijn werk gaat. Misschien onbedoeld. Iedereen om mij heen zegt lieve dingen, behalve opa, want dat is een ouwe zemelaar. En papa natuurlijk.

23 augustus 1970
Je sluit je aantekeningen af met een verwijt aan je echtgenoot. Ik heb dit zelf niet zo ervaren, mam. Zeker toen we wat ouder waren, gingen we op zondag vaak een boswandeling maken of naar de speeltuin. Dat Theo zich gedroeg als de man ‘die op zondag het vlees komt snijden’, met ons speelde en ons strafte, klopt wel. Dat hij weinig aandacht aan je besteedde, klopt waarschijnlijk ook. Hij verwekte niet voor niets een buitenechtelijk kind in die tijd.

Lieve, lieve mam, schrijftechnisch heb ik een inspirerende slemppartij achter de rug. Morgen ga ik deze lange brief publiceren. Kleine herinneringen opschrijven, maakt dat je heel even dichtbij bent.
Tuur