Niet voor jezelf opgekomen (brief aan mijn moeder)

Dag mam,

Waarom ben je zo weinig voor jezelf opgekomen, eigenlijk alleen rond je scheiding? Voor zover ik weet heb je zes weken op een afspraak met de gynaecoloog moeten wachten, die wel meteen begreep dat het mis was en van wie je snel hoorde dat je een agressieve vorm van baarmoederkanker had. Daarna nog zes weken op een halve operatie en ervoor nog weken op een afspraak met de huisarts.

Rond je verjaardag in maart moet je al bloedinkjes hebben gehad waarvan je dacht dat die door de rubberen ring kwamen die een baarmoederverzakking moet tegengaan. Al zeker een jaar voor de diagnose klaagde je al over de ring en haalde je hem er zelf uit. Het is feitelijk zinloos om me af te vragen of je nog geleefd zou hebben als je er een jaar eerder bij was geweest en geopereerd zou zijn in een gespecialiseerd ziekenhuis. Het is vast nutteloos nog uit te zoeken wat je overlevingskansen zouden zijn geweest, als je er eerder serieus was genomen. Een dochter was elke dag bij je over de vloer, moet al vroeg van je klachten geweten hebben en heeft, net als ik, niets gedaan.

Geen second opinion
De chirurg die je baarmoeder en een eileider verwijderde, waarin al uitzaaiingen bleken te zitten, was in het gesprek over een second opinion laconiek: ‘dat je nu eenmaal oud was’ en het ziekenhuis geen scans meer zou doen. Ik vond het niet aan haar om op die manier over jouw leven en dood te beschikken en heb dat ook laten weten tijdens het gesprek. De anderen, zijnde je kleindochter en jongste zoon, hielden zich stil. Jij wilde uiteindelijk de second opinion niet en stak liever je kop in het zand. Je deed het voorkomen dat dat je ervan afzag doordat er onenigheid over ontstond tussen je kinderen en een wijsneuzig kleinkind. Ik wilde erbij zijn en dat had je kleindochter niet geregeld en weigerde dat alsnog te doen. Robert wond zich daar enorm over op en schijnt je kleindochter regelrecht bedreigd te hebben. Een second opinion had je waarschijnlijk niet meer aangekund: je was al in paniek tijdens je ziekenhuisopname voor de operatie. Je huilde en verdroeg de katheter niet. Ik denk nog steeds dat je aan het begin stond van dementie.

Niets doen
Je maakte de keuze om niets te doen en je ook dit deel van het leven te laten overkomen, zoals je buiten je scheiding, altijd had gedaan. Na je scheiding liet je je zonder verweer een half leven lang verwijten maken en manipuleren door je eigen dochters. Over Charléne klaagde je vaker, maar dat Carine ‘niet aardig’ voor je was, zei je pas een paar maanden voor je dood toen je, in mijn beleving, vooral huilend op de dood zat te wachten, er geen land meer met je te bezeilen was en je steeds afhankelijker werd van mantelzorg. Toen ik voor mijn dementerende vader zorgde, jouw enige echte liefde, was ik ook lang niet altijd aardig voor hem, omdat hij vooral lastig was. Je hebt het nog kunnen lezen in mijn boek over hem en de strafzaak die hij me naliet.

Niet aardig
Mocht Carine al veel langer ‘niet aardig’ voor je zijn geweest, bijvoorbeeld voor je kankerdiagnose, dan heb je dat wel erg laat laten weten. Dat je dochters niet aardig voor je zijn geweest, wist ik dertig jaar geleden al. Je hebt het zelf laten gebeuren. Uit schuldgevoel, heb je levenslang nagelaten je eigen ruimte op te eisen: niet tijdens je huwelijk en niet erna. En je dochters wisten wel hoe ze je schuldgevoel moesten aanwakkeren: de één had je ‘beschermd’ tegen de losse handjes van je echtgenoot en de ander profileerde zich als ongewenst kind.

Mantelzorg
Je oudste dochter kwam vijf jaar geleden pal achter je wonen, liet je de hele werkweek op haar hond passen, terwijl je niets met dieren had en ze nooit aanhaalde, vrat vanzelfsprekend van je AOW en beheerste zo je leven. Heel praktisch in de eindfase van je leven en van die mantelzorgtaak heeft ze zich gewetensvol gekweten. Ik had die zorg al voor mijn vader geleverd, in mijn eentje, dus ik heb welbewust geweigerd mantelzorg te verlenen en je aan je drie andere kinderen overgelaten. Dat ik daardoor pas op de drempel van de hospice begreep dat je nog maar heel kort te leven had, neem ik mezelf nu kwalijk. Te laat.

Mocht ik de komende maanden genoeg moed kunnen verzamelen om je e-mails te lezen, ben ik benieuwd of de verwijten van je jongste dochter zijn verhard, sinds Carine je volledig in beslag is gaan nemen. Ik wil graag weten of er een verband is tussen de aard van Charléne’s verwijten en het moment dat Carine bij jou de ruif is komen leegvreten als achterbuurvrouw.

Een lang verhaal om een simpele vraag te formuleren: hoe komt het dat je je leven altijd hebt laten bepalen door anderen? Van je tirannieke vader, van wie je onderwijzeres moest worden, via mijn verwekker die jou jarenlang aan het lijntje hield, een echtgenoot met losse handjes tot twee dwingende dochters?

Tot later,

Tuur