Borderline of AFS (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Door wekenlang brieven aan je te schrijven, ben ik patronen in je gedrag gaan zien, waar ik me nog nooit eerder iets had afgevraagd. Een paar dagen geleden vroeg ik me voor het eerst af of je misschien een borderline-stoornis zou kunnen hebben, zoals die bij mijn langdurige lat-relatie geconstateerd is, maar ik denk dat je daarvoor aan te veel criteria niet voldeed.

Vanavond maar iets gegoogeld op ‘afhankelijkheid’ en ‘laag zelfbeeld’. Nu blijkt een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis (AFS) echt te bestaan Het internet staat er vol mee. Voor mij staat nu ook vast dat je jongste dochter dat ook heeft. Altijd op zoek naar bevestiging, veel opzichtiger dan jij eigenlijk; altijd bereid tot het maken van verwijten, omdat ze niet kreeg wat ze verwachtte.

Diep in de put
Ik besef nu dat jullie elkaar daarmee steeds dieper de put in hielpen. Charléne maakte jou verwijten, zodat jij je steeds meer schuldig ging voelen. Alleen het effect dat je jongste dochter ermee bereikte, was averechts. Ze kreeg niet meer aandacht, maar creëerde periodiek steeds meer afstand en je oudste dochter vulde die ruimte op. Moeder en dochter: beide behept met een ernstige afhankelijkheidsstoornis; je kon het nooit goed doen. Jullie hebben een half leven lang om elkaar heen gedraaid in de vicieuze cirkel van ‘de-pot-verwijt-de-ketel- dat-ie-zwart-ziet’. Beiden naarstig op zoek naar bevestiging, zonder dat het ooit genoeg was.

Vroeggeboorte
Nu begrijp ik ook waarom je geregeld terugkwam op mijn vroeggeboorte, en de schuld die je jezelf eraan toedichtte, al gaf je in woord en gebaar liever je vader de schuld die je uit huis had gezet. Je wilde de verantwoordelijkheid met me delen onder het mom van: ‘Gedeelde, smart is halve smart’. Je wilde schuldverlichting van mij, of desnoods je schuldgevoel aan mij overdoen, hoewel je geen schuld had. Dat kan niet, maar ik zag ook niet dat je gevoel van eigenwaarde ten enenmale te gering was om in te zien dat mijn fysieke beperking gewoon een speling van het lot was. Hoewel ik hoop Charléne nooit meer te hoeven zien of spreken, besef ik dat ze mededogen verdient. Ze zegt allerlei therapieën te hebben gevolgd. Blijkbaar niet de juiste, zo er aan AFS al iets te doen valt. Hoe geef je iemand zonder zelfvertrouwen een therapeutische boost die standhoudt? Jij bleek ook steeds weer vatbaar voor dezelfde vergissingen: twee mislukte huwelijken, een ‘foute’ verwekker van je eerste kind, in casu ik, die jou jaren aan het lijntje hield, voor je je opnieuw voortijdig liet bezwangeren.

Psychotherapie
Maar waarom heeft nooit iemand gezien of gezegd dat je misschien iets aan psychotherapie moest gaan doen? Je had buiten je eigen gezin en familie maar weinig contacten, is dat de reden? Je leefde veelal teruggetrokken. Of hadden je kinderen er geen belang bij om je een therapie aan te raden, omdat ze van je profiteerden? De stoornis is in 1952 al officieel beschreven, dus bekend. Ik heb er nooit bij stilgestaan. En dan nog? Wat zou er van je geworden zijn als je na je eerste huwelijk stabiel en krachtig in het leven was komen te staan? Wie weet was je wel helemaal niet opgewassen tegen zoveel vrijheid en ten onder gegaan aan keuzestress. We zullen het nooit weten.

Voor mij is wel duidelijk dat ik deze brievenreeks te zijnertijd ga voorleggen aan één of meer gespecialiseerde psychologen om uitsluitsel te krijgen, voor zover dat nog mogelijk is. Wederhoor is niet meer mogelijk. Alleen Charléne zou nog gediagnosticeerd kunnen worden.

Veel liefs,

Tuur

PS: Mocht ik gelijk hebben met mijn analyse rond AFS, dan begrijp ik ook waarom de Tweede Wereldoorlog jouw oorlog bleef. De oorlog waarmee je altijd bezig was. Je werd in maart 1939 geboren, dus hebt de hele oorlog bewust meegemaakt, zonder goed te begrijpen waarvoor je bang moest zijn. Maar bang was je. En de oorlog benadrukte je behoefte aan bescherming door, en de afhankelijkheid van je ouders. Je ouders ben je levenslang blijven koesteren. Je vader noemde jou als kind een ‘stakkertje’, nadat je moeder van de trap gevallen was en ‘je schreeuwde als een gek’, terwijl je jongere zusje oma hielp. De paniek past bij je. En enkelen, onder wie mijn vader en je eigen dochters, wisten optimaal gebruik te maken van je kwetsbaarheid. Ze hadden er zelfs geen geweld bij nodig, zoals de vader van je drie jongste kinderen. Misschien mocht je in betrekkelijke gezondheid 85 worden, juist doordat je werd gebruikt door mensen die je het meest nabij waren en niet per sé door gewetenloze charlatans, zoals Billie Holiday overkwam. Geluk bij een ongeluk, cynisch gesproken.