Buitensluiten (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Na mijn boekpresentatie, twee maanden voor je dood, waar je niet kon komen, omdat je al te zwak was, heb ik je nog maar een enkele keer gezien of gesproken. Altijd huilend, omdat je bang was om in je broek te poepen en ik het zou merken en jij niet. Ik heb het voor lief genomen. Ik wilde en kon niet zien hoe slecht het met je ging. Misschien heb ik je nog maar één keer gezien voordat je het hospice inging.

Dat je oudste dochter niet meer tegen me wilde praten en daarna nog negatief reageerde op de uitnodiging voor de boekpresentatie ‘omdat ze boos was’, deed voor mij de deur dicht. Ik had Carine al eens gewaarschuwd dat ik niet meer bij je zou komen, als ze niet normaal tegen me zou gaan doen. Na de uitnodiging voor de boekpresentatie heb ik de daad bij het woord gevoegd. Ten koste van jou op een heel verkeerd moment, want daardoor ging aan me voorbij hoe slecht het met je ging en dat je eenzaam was.

Pyrrusoverwinning
Daar had ik iets aan kunnen doen door naar je toe te gaan. In plaats daarvan gooide ik twee van mijn boeken door je brievenbus, zonder commentaar, zonder aan te bellen. Dit was een welbewuste actie die is aangekomen, want Carine had het onthouden (klaarblijkelijk van jou gehoord) en zei een paar dagen geleden nog: ‘niet te begrijpen waarom ik niet bij je had aangebeld’. Een heuse Pyrrusoverwinning. Zo zagen we elkaar pas weer op de drempel van de hospice.

Geen ruimte
Ik realiseer me eigenlijk nu pas dat Carine, sinds ze pal achter je is komen wonen, de ruimte van jouw drie andere kinderen volledig heeft ingenomen: met zichzelf, met honden. Vijf of zes dagen per week. Voor ons bleef nauwelijks ruimte over en zeker niet als ze weer eens boos en wraakzuchtig was, begon over ziektes of ‘dat haar zoon zelfmoord wilde plegen’. Carine had de macht ons buiten te sluiten en woonde feitelijk bij je in. Bij Charléne en mij (in de eindfase van je leven) is dat gelukt. Ten koste van ons allemaal. Overeenkomst tussen Charléne en mij is bovendien dat we het onszelf hebben aangedaan. Ten koste van jou. Charléne heeft dus wel degelijk een punt met haar verwijten, ze richtte ze alleen tegen de verkeerde, omdat ze niet tegen Carine opkon.

Enig kind
Al rond je baarmoederoperatie, vorig jaar, had ik me voorgenomen om jou rond je uitvaart aan de anderen over te laten. Zij mochten de beslissingen nemen en  ik stelde me als enig kind op. Helaas heb ik dat ook in de eindfase van je leven gedaan, omdat ik alleen mezelf voor ogen had. Onbewust ben ik in de val getrapt die kenmerkend is voor je andere kinderen. Nu kan ik alleen nog proberen het in de toekomst beter te doen. Voor iemand anders.

Niet aardig
Het spijt me zo mam, dat ik er niet was, toen je me het meest nodig had. Ik betwijfel of ik nog veel voor je had kunnen doen. Zelfs Carine lijkt dat gevoel te hebben gehad. Je klaagde als ze er niet was en tegen mij zei je dat ze ‘niet aardig’ voor je was. Je was ziek en steeds hulpbehoevender, vooral omdat je je ontlasting niet meer kon ophouden en te zwak was geworden om jezelf te verschonen. Je schaamde je alleen nog maar. Carine vertelde ook dat je overal alleen nog maar muizenhapjes van at en steeds om iets anders vroeg dat zij dan moest gaan halen. Alleen je kanker had nog honger.

Groot kind gebleven
Het klinkt alsof je in de laatste weken een dreinend kind was geworden dat alleen nog maar huilde. Als een ‘groot kind, dat nooit volwassen is geworden’, zo omschrijven je beide dochters je. Waarschijnlijk hebben ze gelijk, al heb ik het zelf nooit eerder zo gezien. Ze hebben er passend gebruik van gemaakt. Je zus Clara noemde je ‘naïef en goedgelovig’. Ook dat zal in de kern waar zijn. Ik vond je vooral chaotisch en zonder compassie naar mensen buiten je eigen kring van kinderen, kleinkinderen, ouders, zussen en broers. Ook ik miste mededogen en steun toen ik als enige voor mijn verwekker en jouw liefde zorgde. ‘Waarom doe je dit voor hem; hij heeft toch ook nooit iets voor jou gedaan?’, zei je meerdere keren. Je wereld was levenslang erg klein, behalve misschien toen je je begin jaren tachtig bewoog in de Betuwse kunstenaarsscène, daartoe gestimuleerd door kunstenaar Willem Broekman.

Liefs,

Tuur

PS: Ook je tuinbankje heb ik gesloopt. Het was zo gammel dat het lossen van twee schroeven en het doorzagen van een paar latjes al genoeg waren om het uit elkaar te kunnen trekken. Ik weet nog dat ik in de zon bij je voor de deur zat, een jaar of acht geleden. 75 euro had het gekost, inclusief bezorging. Toen ik het in elkaar wilde zetten, bleken de meegeleverde schroeven zo slecht dat ik eerst langs de ijzerwinkel moest om nieuwe te halen. Ik kon je tenminste nog een plezier doen. De resterende stoel in je huisje is een plastic tuinstoel. Probeerde even wat te mijmeren in je postzegelgrote tuintje. Het lukte niet. Net als op de eerste dag na je overlijden, voelt je huisje niet meer van jou: even leeg als toen het nog volstond. Gek dat ik vanaf de eerste dag voel dat de dood definitief is, zonder dat ik in staat ben het te accepteren (vrede te hebben met het onvermijdelijke). Ik huil me momenteel een ongeluk: elke dag, alleen ’s nachts blijft het bij een enkele huilbui en dat is dan omdat ik overvallen word door eenzaamheid.

Vlak voor ik naar je huisje wilde gaan, ving de bovenbuurvrouw me weer op, omdat ik in mijn schuurtje stond te huilen op zoek naar een zaag en de waterpomptang. Twee buren, dat zijn de mensen van wie ik het moet hebben.