Mytylschool (korte brief)

Lieve mam,

Tussen je foto’s vond ik een gescand briefje uit 1967 over toelating op de Mytylschool na onderzoek door een neuroloog. Ze moest waarschijnlijk onderzoeken of ik wel gehandicapt genoeg was. Er kwam toen ook een fysiotherapeute bij ons thuis. Speciaal voor mij en alles voor mijn bestwil.

Het isoleerde me nog verder van je andere kinderen dan toch al het geval was. Ik ging met het schoolbusje mee, waar we gezellig liedjes zongen, terwijl Carine, Charléne en je stiefkinderen naar de Montessorischool gingen. Dat ik ‘anders’ was; dat ik ‘van een ander’ was, realiseerde ik me als vijfjarige nog niet. Het bracht me als vanzelfsprekend in een isolement.

briefje neurologisch onderzoek toelating mytylschool, gedateerd 4 april 1967

Alleen-gaan
De kleuterafdeling van de Mytylschool ging in 1967 open. De school werd mijn veilige haven, waar ik erudiete mensen ontmoette die het goed met me voor hadden. Het contrast met mijn onveilige thuis en de pestjochies op straat was groot en het isolement en het alleen-gaan heb ik nooit echt kunnen keren. Ik heb pas onlangs van je zus Clara begrepen dat je je daar zorgen over maakte en me iets anders had gegund. Het heeft niet aan jou gelegen, maar aan mij en ‘de omstandigheden’, zoals dat eufemistisch heet.

Worsteling
Je hebt over mijn worsteling gelezen, omdat ik mijn biografie geschreven heb, maar ook die was nooit aanleiding voor een gesprek. En nu kan ik je niet meer vragen, waarom ik op de Mytylschool heb gezeten tussen kinderen met een open rug, spierziekten en andere spastici. Ik denk omdat het toen: ‘nu eenmaal zo ging’ met gehandicapte kinderen. Tot er Mytylscholen werden gesticht, gingen velen helemaal niet naar school. Je deed wat het beste voor me was; ik neem aan in samenspraak met Theo. Mijn verwekker, Bert stelde zo weinig belang in het onderwerp dat hij het steevast ‘de Metylschool’ noemde en de leraren afdeed als ‘linkse rakkers’. Dat heeft me altijd gestoken, omdat ik er als kind liefde en bescherming heb ervaren. Bescherming die jij het grootste deel van je leven hebt moeten missen. Jij hebt vooral mensen om je heen gehad die ‘passend gebruik’ van je hebben gemaakt.

Oppervlakkige relatie
We hebben er nooit over gepraat, zoals we maar weinig diepgravende gesprekken hadden, zelfs niet rond je kankerdiagnose en sterven. In die zin hadden we een oppervlakkige relatie. Misschien was je bang voor verwijten die ik je nooit gemaakt zou hebben.

Truste, mam

Tuur

PS: Het was weer een echte huildag vandaag, een wanhoopsdag. Volgens mij zei Theo wel eens tegen ons als kinderen: ‘Je bent heel lelijk als je huilt’, waardoor we nog harder gingen huilen. Hij kon met ons spelen: ‘Van de grote boze reus’, waarbij hij dan een liedje zong, maar ook gemeen plagen met didactische vaardigheden uit het opvoedingsgesticht. Lelijk vond ik mezelf wel, toen ik vanmiddag huilend in de spiegel keek.