Tranendal (korte brief)

Lieve mam,

Je huisje is opgeleverd en ik heb de sleutel van je voordeur in de vensterbank gelegd. Was nog even in je tuintje, je slaapkamer en in je badkamer en kuste je spiegel, omdat ik vergeten was dat bij jou te doen. Hij was koud als jouw haren tijdens de uitvaart. Er was niets meer, niets meer van jou.

Voor jou is geen plaats meer in dit tranendal. Ik zal een nieuw plekje voor je moeten vinden waar je je dichtbij voelt. Misschien kan dat gewoon hier thuis als ik je profielfoto voorbij zie komen op mijn computer, of als ik een van de laatste filmpjes kijk waar je op staat. Liever zou ik onderweg gaan om je ergens te gedenken. Die plek heb ik nog niet gevonden.

Binnentuintje
Eén dezer dagen het binnentuintje aan jouw straatje eens proberen. Voelen hoe het bankje voelt waar we een jaar geleden nog samen gezeten hebben. Jij met stok en ik met biertje. Ik geloof wel dat we elkaars hand nog even hebben vastgehouden in een zeldzaam moment van nabijheid, maar misschien verbeeld ik het me gewoon, omdat ik het zo graag had gewild.

Vanavond naar de jeugdherberg Bunnik; daar zou livemuziek moeten zijn, hoewel ik na het definitief dichtdoen van je voordeur weer in doffe berusting ben, waarbij alles aan me voorbijgaat. Misschien dat Tony meegaat, maar met hem weet je dat maar nooit. Drinken doe ik alleen nog buiten de deur, want zonder jouw zondagse borrel is drinken niet interessant meer. Niks is interessant meer, maar zolang ik leef, probeer ik door te gaan.

Tot later, mam.

Tuur

PS: Ik lees en voel me desondanks ten diepste verdrietig, een nieuwe combinatie. Tot nu toe las ik niet als ik er niets bij voel. Ik wacht op de dag dat dit voorbij is en dat kan van alles betekenen, behalve dat ik de hand aan mezelf sla. Maar hoe ik het gemis van jou moet dragen, weet ik ook niet. Soms lijkt het een dag wat beter te gaan, dan huil ik weer een halve dag mijn ogen rood.