Signalwisseling met een vriendin tussen 20 juni en 4 juli 2025

Vrijdag 20 juni 2025

Slaap vannacht in een stoel bij moeder in de hospice. Ze slaapt al. Kanker uitgezaaid en overal vochtophoping. Ik ben straks wees, net als jij. Nog een paar dagen schat ik. Heb al een foto-presentatie gemaakt en opgeschreven wat ik wil vertellen. Het heet ‘Nooit meer’ en eindigt met: ‘Voor altijd nooit meer.’ Ik heb het ook opgenomen voor als ik te emotioneel ben. Maar eigenlijk is is dit verwerking. Ik had vorig jaar al afscheid van mama genomen.

Nicole, maandag 23 juni, 13.10 uur

Is zij rustig? Hoop voor jou en jouw moeder dat het vredig verloopt. Het is niet niks wanneer je op een goeie dag vooraan loopt. In redelijk korte tijd vader en moeder weg. Als je zin hebt om te bellen, kan altijd, zie maar. Zou graag zijn bij het afscheid van haar, sterkte, wijsheid en liefde.

Tuur, maandag 23 juni, 22.54 uur

Als je dat echt wilt, graag. Ik voel me als enig kind vaak erg alleen nu. Maar komen is zwaar. Zoveel verdriet te zien. Mam is nu rustig. Heeft een morfinepomp gekregen. Mijn halfbroer Robert slaapt er twee nachten en zegt dat ze sinds vandaag niet meer drinkt. Morgen ga ik hem aflossen. Heb gelukkig nog twee keer wat herinneringen met haar kunnen ophalen. Zonder vocht zal het eind van de week voorbij zijn. Gelukkig wordt ze beter verzorgd dan mijn vader, maar mijn moeder als een klein, oud vogeltje te zien liggen met gaten van 10 centimeter diep tussen hals en sleutelbeen, is
verschrikkelijk.

Machteloosheid
Drink nu het laatste bodempje goede whisky die ze trouw voor me kocht. Hier thuis huil ik af en toe uit machteloosheid; in de hospice huil ik hartstochtelijk als ik haar zie liggen, maar moet ik het zachtjes doen om haar niet te verontrusten. Ik besef nu pas wat het betekent als tranen over je wangen biggelen, terwijl je geen geluid maakt. Gisteren zei ze nog dat ze niet begrijpt waarom ze zich, ondanks medicatie niet beter gaat voelen. Ze is immers gewend dat de dokter je beter maakt. Ze beseft half dat ze niet meer naar huis zal gaan. Ze is ook verward. Heeft rode opliggende beadering op haar benen die heel dik zijn door het vocht en denkt dat het kauwgom is. Ik kan soms nauwelijks geloven dat dit zielige muisje mijn moeder is.

Heb een foto-slide gemaakt en een toespraak geschreven, maar mijn halfzussen willen niet dat ik hem voordraag, omdat ze voelen dat ze een manipulantenrol toebedeeld krijgen. Ik trek een parallel met het Salomonsoordeel. Ik vind het prima. Ze mogen kiezen: ik draag een milde versie voor of zet ik een bikkelharde versie op internet en stuur hem naar iedereen die ik ken. Vandaag heb ik de milde versie ter lezing naar mijn halfbroer gestuurd. Wellicht kan hij mijn halfzussen nog overreden te accepteren wat ik wil zeggen.

Tuur, dinsdag 24 juni, 00.22 uur

Ik ga naar de uitvaart om me niet onmogelijk te maken bij een paar mensen die ik een warm hart toe draag, dus vooral om strategische redenen. Uit respect voor mijn moeder kan ik niet wegblijven, hoewel ze dan toch al dood is. Maar als jij mij komt steunen, kan ik mijn halfzussen en halfbroertje met goed fatsoen links laten liggen. Dat is wat ik het liefste wil.
Sinds mijn vader overleden is, weet ik dat ik enig kind ben en dat wil ik per sé zo houden.

Soms denk ik eraan dat ze in een hospice ligt te sterven en dan raakt die gedachte mijn emoties niet. Het enige dat ik dan voel, is ongeloof. Het kan niet waar zijn.

Ik vind het zo onvoorstelbaar. Iedereen kan sterven, maar het is zo
zwaar en zo wreed, hoewel ze goed verzorgd wordt. Mijn moeder sterft aan baarmoeder waarmee ze vier kinderen het leven gaf. Eergisteren praatte ik nog met haar, nu kan ze niet meer slikken.
Soms staart ze naar me en knijpt ze wat in mijn hand, verder is slecht te beoordelen wat ze nog meekrijgt. We slapen er ombeurten. Er is altijd iemand bij haar. Het is zo’n piepklein oud vogeltje geworden. Een maand terug dronk ik nog een borrel bij haar en vroeg ze als vanouds: ‘Heb je niet teveel gedronken om te fietsen?’ Nu kan ze me niet meer beschermen. Ze heeft al haar energie nodig om te sterven. Fijn dat je komt. Ik hoop dat ik je hand mag vasthouden.

Ik kan het soms nauwelijks verdragen haar zo hulpeloos te zien liggen. Ik zou willen gillen en schreeuwen, maar doe het niet.

Tuur, dinsdag 24 juni, 19.50 uur

Mama wordt van binnenuit opgevreten door de kanker. Mensonterend. Dan heb ik wel bewondering voor mijn opvoeder, Theo die euthanasie vroeg en kreeg. Maar waarschijnlijk kon en wilde mijn moeder ons niet eerder loslaten. En nu kan ze niet meer slikken of praten en moet ze de lijdensweg tot het bittere einde gaan. Eergisteren praatte ik nog met haar. Vrijdag kon ze nog met hulp naar het toilet. Het is niet te bevatten en misschien maar goed dat ik de moeder van een maand geleden niet meer echt herken in dit hulpeloze muisje. Mijn halfzus had vanmiddag geprobeerd haar nog een paar stukjes kers te voeren. Die bleek ze nog steeds in haar mond te hebben toen Carine haar een paar druppels water gaf via een sponsje. Het enige wat nog kan is haar hand vasthouden. Dat voelt ze wel en daar reageert ze op.

Tuur woensdag 25 juni, 9.19 uur (haar sterfdag)

Mama kan niks meer aangeven, dus is ze te laat voor euthanasie of palliatieve sedatie. Ze heeft wel een morfinepomp en de dosis kan tussentijds worden opgevoerd, maar omdat ze waarschijnlijk uit angst, niet eerder een beslissing heeft genomen, moet ze nu helemaal wegteren.
Pijn heeft ze wellicht nauwelijks, maar niet kunnen slikken en verdrogen, moet ze wel degelijk voelen. Ga er zo weer heen om mijn halfzus af te lossen.

Tuur, donderdag 26 juni, 11.56 uur

Het regent sinds gisterenavond. Mijn wereld huilt om mama.

Nicole, zaterdag 28 juni

Mooie beeldspraak.
Zij heeft de wereld iets veranderd, gegeven.

Tuur, woensdag 2 juli

Ik had mijn moeder van de elektronische adreslijst afgehaald, maar heb haar weer teruggezet. Ze woont nu aan de Wulpstraat 9 in Heimweestad. Zo moet het blijven zolang ik bijzinnen ben.

Nicole 3 juli

Zo kun je haar blijven bezoeken in jouw mooie taal.

Ik bedacht mij gisteren toen ik terugreed naar huis dat jullie als haar vier kinderen, drenkelingen zijn die zich na een onveilige jeugd, vastklampen aan je moeder.

Tuur, vrijdag 4 juli

Dat zou kunnen meespelen, maar ons lot is niet uniek. Vrijwel elk zoogdier klampt zich aan de moeder vast. Zelfs het vechten om voorrang komt veel voor. Mijn halfzussen proberen mij nu een schuldgevoel aan te praten, omdat ik de laatste maand weinig bij mijn moeder was. Ik heb welbewust verstek laten gaan en daarmee op de koop toe genomen dat ik mam daarmee verdriet zou doen. Maar daardoor zijn mijn laatste herinneringen aan mijn moeder goed, in tegenstelling tot die aan mijn vader.

Voor mij was het heilzaam om mij goeddeels te onttrekken aan mijn moeders lijden, mede om Carine’s treiterijen te ontlopen. Ze weigerde tot voor kort zelfs tegen me te praten en omdat ze vrijwel altijd bij mijn moeder zat, heb ik haar gewaarschuwd dat dat gevolgen zou hebben voor mama. Misschien had ik haar moeten behandelen zoals ze mij deed: negeren dus, door roeien en ruiten gaan, maar voor spijt is het altijd te laat. Mijn moeder had een piepklein huisje, me terugtrekken met Corry was onmogelijk en Carine wegsturen ook, omdat ze steeds meer zorg nodig had en Carine welbewust de  thuiszorg had geweigerd die ik had geïnitieerd.

Gedwarsboomd
Ik voelde me de laatste tien maanden sinds mama’s operatie in alles gedwarsboomd en wilde niet hetzelfde zien als bij Bert. Dus heb ik Corry uiteindelijk aan Carine en de andere twee overgelaten en gedacht: ‘Je hebt mam een levenlang geclaimd; je mag haar nu hebben’. Dat was goed, want anders was weer alle aandacht naar mij gegaan. Maar dat is redeneren achteraf en riekt naar zelfrechtvaardiging en dat is niet mijn bedoeling. Dat ga ik hun allemaal niet proberen uit te leggen. Toen ze
naar de hospice ging ben ik met liefde weer ingehaakt en hebben we gevieren eendrachtig voor Corry gezorgd. Ze vonden ze de zoete inval van zoveel mensen en vijf dagen continu waken en ondersteunen, bijzonder. Dat hebben we goed gedaan.

Mijn halfbroer en halfzussen beseffen nog niet dat mijn moeder sinds haar overlijden weer helemaal alleen van mij is, zoals het was toen ik haar achternaam kreeg en ik enig kind was. Ik zie er naar uit hen voor altijd los te mogen laten, zoals ik eerder al heb gedaan met de halfbroers van vaderskant.

Heb aan haar weblog gewerkt gisteren en vandaag een lange brief aan haar geschreven. Dat troost me.

Fietsmaatje
Tony die je vast ook gesproken hebt, is sinds vandaag mijn nieuwe fietsmaatje en past net zo goed op me als mijn adoptiefvader, Theo deed.
Alsof mijn moeder over hun schouders meekijkt en zegt: ‘Denk erom, pas
goed op mijn liefdeskind. Ik moest er onderweg erg om huilen, omdat ik weet dat mam er heel blij om zou zijn geweest. Ik ben dus Jantje huilt, Jantje lacht.

Tony heeft zijn moeder vroeg verloren, blijkt ook enig kind van zijn
ouders te zijn met nog een setje oudere halfbroers. Ook dat lot is dus niet uniek.

Op een mooie dag zullen we (elkaar) zien goed? Dat is de betekenis van ‘Un Bel Di Vedremo’ uit de opera van Puccini waarmee de uitvaart begon.
Mijn vader floot dat voor haar, vertelde Corry altijd. Hun herkenningsmelodie

(geen brief)