Eten of niet eten? (Brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Sinds je overlijden, val ik langzaam af. Ik had nog een oude mechanische weegschaal en volgens mij meet hij nog goed, maar ik kan de cijfers nauwelijks lezen als ik erop sta. Elke dag een foto ervan maken, is me te veel gedoe. Dus maar een nieuwe gekocht. Op batterijen met een groot display.

Maar waar laat ik hem? In de badkamer is het veel te vochtig voor zo’n batterijding, dus heb ik hem met klittenband rechtop tegen de keukenmuur geplakt. Ideetje van Willy Wortel, zoals je me noemde. Als het goed is, kan hij vanaf morgenochtend even kort los om me te wegen. Ik ben erg benieuwd. Ik ben bijna al mijn buikvet kwijt. Vandaag heb ik goed gegeten: yoghurt met muesli en pasta met veel groente. Ik eet feitelijk om de dag. De dag waarop ik het eten oversla, verslaap ik helemaal. Het valt me op dat de maand op die manier snel voorbij gaat, en mijn besef van tijd vermindert. De tijd die ik op ben, lees ik wat, schrijf ik, zoals nu en kook ik af en toe.

Geen conditie
Mogelijk dat het weer wat beter gaat als het warmer wordt en ik weer op de ligfiets kan. Ik heb nu geen conditie meer: zelfs het vouwfietsje vind ik nu zwaar trappen en wandelen heb ik al in geen maanden meer gedaan. Hoewel ik nu anderhalve maand een antidepressivum gebruik, huil ik nog steeds vrijwel elke dag om je. en lijkt het de laatste dagen weer erger te worden. Behalve Tony, belt er nooit iemand op en ik heb ook geen zin om mijn zogenaamde vrienden te bellen om ze te belasten met mijn verdriet om jou. Het enige wat ik nog wel leuk vind, is eens per week op bezoek te gaan bij mijn ‘maatje’ Jan en af en toe iets cultureels met hem te doen.

Venlafaxine
Wat ondanks de Venlafaxine niet veranderd is, is dat ik het leven zinloos vind, waarin niemand meer op me zit te wachten. Hoe ik mezelf ‘in de aanbieding’ moet doen, waardoor dat gevoel verandert, weet ik niet. Tot ik het wel weet, slaap ik het liefst, want nu jij er niet meer bent, voel ik geen enkele aandrang meer om te leven. Ik ben overbodig, alleen de hand aan mezelf slaan doe ik niet. Stiekem hoop ik dat het afvallen doorzet: ik doe in elk geval niets om het tegen te gaan. Ik doe inmiddels al bijna twee keer zolang met de boodschappen als een half jaar geleden en alcohol hoef ik niet meer.

Misschien moet ik de coördinator van het maatjesproject nog eens bellen of ze nog een erudiete vrouw in de aanbieding heeft, die het leuk vindt af en toe op sleeptouw genomen te worden.

Stress-eczeem
Het stress-eczeem is nog steeds niet weg. Vooral mijn rechteronderarm jeukt vaak zo erg dat het pijn doet. Het lijkt op kiespijn aan mijn zenuwuiteinden die zich soms laat wegkrabben, maar dan moet ik altijd oppassen dat ik de bultjes niet openkrab: ‘ík krabbel, maar krab met mate’. Van de dokter heb ik vettigheid in een tube gekregen die nauwelijks helpt tegen de jeuk; de eucalyptusgel van de drogist werkt veel beter.

Brieven
In januari heb ik je toch elke paar dagen  een brief geschreven. Die behoefte is niet opgedroogd, hoewel ik anders had verwacht. Misschien voel ik toch nog een beetje jouw steun zolang ik je mijn kleine wederwaardigheden toevertrouw, zoals altijd. Sinds je zus Clara de diagnose ‘uitgezaaide alvleesklierkanker’ heeft gekregen, stuur ik haar elke week een kaart met een kiekje erop dat jij hebt gemaakt. Ik moet binnenkort nieuwe laten printen bij de fotowinkel. Voor het eerst moet ik dat zelf doen. Ik heb overal je naam bijgezet in een mooi lettertype en kleur die past bij de afbeelding. In jouw stijl, zodat ik je naam eer aan doe. Clara laat tot nu toe weten dat ze er blij mee is. Ik ga ermee door tot ze er niet meer is. Misschien wel, om een beetje van het schuldgevoel te dempen dat ik overhield aan jouw overlijden: dat ik verstek heb laten gaan in je laatste levensmaand thuis en je welbewust overliet aan de dief, de manipulant en de verwijtenmaker.

Verwondering
Weet je mam, ik moet op zoek gaan naar het eerste moment van
verwondering, zoals in Lia’s liefde die ik in haar ogen zag, of het
eerste zachtgroene blaadje aan de struiken of de eerste knoppen in de bomen.
De verwondering die kan zijn in alles wat je ziet en hoort en die Simon Carmiggelt zo mooi kon verwoorden in zijn kronkels.
Mijn emoties zijn nu als een zwartgeblakerd heideveld waar een strovuur overheen heeft gejaagd. Het wacht op een eerste sprietje groen. Mijn gevoelens zijn als een verstikt koraalrif, waar het eerste sprankje kleur ontbreekt.

Tot later mam,

Tuur

 

PS: Een nieuwe weegschaal laat zien dat ik nog 74 kilo weeg. Ik denk dat de laatste 35 jaar niet meer gewogen te hebben, Ik ga het vanaf nu dagelijks controleren en bijhouden. Wanneer het warmer wordt en ik weer wil gaan fietsen, moet ik in elk geval voldoende energie hebben om dat te kunnen. Voor nu ben ik er blij mee en hoop nooit meer aan overgewicht te komen. Nog twee of drie kilo eraf en de buik waarvan ik dacht hem van Bert geërfd te hebben, is verdwenen.

Beterschap (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

De laatste dagen heb ik twee keer een uurtje muziek aangehad, zonder dat het me direct tegenstond. Die horde is genomen. Ik denk dat ik nooit meer door je straatje zal fietsen, maar zeker weet ik dat niet. Ik ben niet nieuwsgierig je huisje te zien, nog niet.

Toen ik maanden geleden je filmpjes keek, vooral die over Henry Netto, buurvrouw Joke en jij op het besneeuwde strand van Callantsoog, huilde ik van radeloosheid, omdat ik wist dat je nooit meer iets anders zou zeggen en dat ik je nooit meer anders zou zien. De laatste weken speelde ik de filmpjes af om je stem niet te vergeten en steeds huilde ik uit heimwee en gemis. De laatste dagen huil ik uit schuldgevoel, omdat ik langzaam afstand voel ontstaan. Je stem kan ik dromen en wat je erbij zegt. Ik kan ze zien wanneer ik maar wil, dus bang om je te vergeten hoef ik niet te zijn,

Platonische liefde
Langzaam leer ik te leven tussen de tranen door, zoals je boodschappen doet tussen de regenbuien door. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat je er niet meer bent. Bijna. Ik heb ook niemand meer nodig die mijn tranen ziet. ‘Vrienden’ die er sinds je overlijden niet waren, wil ik niets meer over jou vertellen. Je bent alleen nog maar van mij. Gek is het wel: om mijn beste vriend Benno heb ik wel tien jaar, bij vlagen, hartstochtelijk gehuild. Ik denk dat het komt doordat hij mijn eerste zelfgekozen (platonische) liefde was. Het lijkt erop dat ik dat om jou niet ga doen, mocht ik tijd van leven hebben. Ik heb immers nooit voor jou als moeder gekozen; jij wel voor mij. Zoiets moet de verklaring zijn.

Afvallen
Ik denk dat de verandering vooral komt door het anti-depressivum. Niet veranderd is dat ik nauwelijks de wil heb om op te staan, laat staan om te eten. Als ik voor mezelf kook, dan prop ik me vol om de schade een beetje in te halen. Het smaakt me ook als vanouds, alleen doe ik er langer mee. Drinken doe ik niet meer sinds mijn wekelijkse biertje en borreltje bij jou zijn weggevallen. Ook daardoor val ik nog steeds af: acht kilo al, sinds jij bent overleden. Komt vaker voor bij liefdesverdriet, heb ik gehoord. Ik had altijd wat overgewicht en behoorlijk wat buikvet: dat is bijna helemaal weg en ik heb inmiddels bretels nodig om mijn broeken op te houden. Ik kan nu mijn ribben weer voelen, mijn schouderbladen, mijn horloge draait los om mijn pols en mijn stress-eczeem is weer teruggekomen.

Gaat het nu beter met me? Ik zou het niet weten, al was het maar omdat ik een terugslag kan krijgen. Alles wat ik doe, heeft nog steeds geen enkele betekenis voor me, of het moesten mijn wekelijkse kaartjes aan je zus Clara zijn.

Veel liefs,

Tuur

PS: Het wordt langzaam langer licht, de wereld ruikt soms al een beetje naar lente en twee dagen geleden voelde ik al even de zonnewarmte op mijn gezicht. Als ik straks weer een rondje kan fietsen, helpt me dat misschien verder op weg. Zeker is dat ik dan wel meer moet gaan eten.

Boeken (korte brief)

Lieve mam,

Vandaag heb ik voor het eerst het filmpje waarin je vertelt over je Surinaamse jeugdvriendje Henry Netto en buurvrouw Joke met wie je je verwant voelde omdat ze ook een kankerdiagnose had, zonder tranen kunnen afkijken. Ik was gewoon blij dat ik je even kon zien en je stem horen.

Ik ga het nog vaak zien, zodat je heel even niet zo ver weg lijkt, of misschien toch ietsje verder dan gisteren, toen ik er nog wel om moest huilen. Ik ben benieuwd hoe dit verder gaat; of ik een terugslag krijg, of dat het anti-depressivum echt is gaan werken.

Parelgrijs
Door het bekijken van de verschillende stukjes film, bijvoorbeeld met je jongste dochter Charléne in Frankrijk, of aan het strand in Callantsoog, valt me op dat je je haar tot ongeveer tien jaar geleden blond kleurde en het daarna parelgrijs werd: je eigen kleur. Een kleinigheidje waarbij ik eerder nooit heb stilgestaan

Rouwen
Sinds maanden een uurtje muziek aangezet. Weliswaar, tegen mijn gewoonte in op de achtergrond, maar het stond me niet meteen tegen. Ik was het al een paar dagen van plan, maar moest er bijna letterlijk naartoe groeien. Rouwen is een moeizaam proces mam, vooral om jou. Bij je aanbidders Bert en Theo had ik dat niet. Jammer dat we nooit bepraat hebben hoe jij het afscheid van je ouders hebt ervaren. Je had waarschijnlijk geen tijd om te rouwen, want je had je kinderen nog om voor te zorgen.

Normale dag
Ook voor het eerst sinds tijden min of meer normaal gegeten, zodat ik waarschijnlijk vandaag niet verder ben afgevallen. Komt doordat ik weer eens een hele dag op ben geweest en wat administratieve dingen heb gedaan, bijvoorbeeld gezorgd dat je weblog weer bereikbaar is en je zus Clara een tweede kaart gestuurd om haar een hart onder de riem te steken, voor zover dat nog kan bij het doodvonnis dat ze heeft gekregen. Zij ziet het onder ogen; jij kon dat niet, waardoor we geen afscheid van elkaar hebben genomen. Dat doet nog steeds pijn.

Venlafaxine
Ondanks alles goeie voortekenen, mocht ik onverhoopt verder willen leven zonder jou. Had de huisarts misschien toch gelijk met de ‘lichtpuntjes’ die ze zag? Of Venlafaxine dat 30 jaar geleden ook werkte toen Benno overleed, is gewoon een wondermiddel. Dat alleen dit spul mijn levenswil gaat terugbrengen, geloof ik niet. Als ik erdoor uit mijn lethargie kom, is dat al heel wat.

Mein Kamf
Truste mam, het is zo laat geworden, omdat ik een roman heb uitgelezen van maar liefst 850 pagina’s. In het Duits nog wel. Alleen Mein Kampf was ongeveer even dik, maar minder spannend. Grapje.

PS: Voor het eerst in maanden een dag niet om je gehuld. De leegte blijft dezelfde. Als mensen vragen hoe het gaat, zeg ik dat pijn went, of dat je dood draaglijk wordt. Ze willen toch geen verdriet zien. Mijn levenswil wordt er niet groter door. Ik heb nog steeds nauwelijks trek en eet veel te weinig. Lekker goedkoop in de boodschappen.

 

Onvoorwaardelijke liefde (brief aan mijn moeder

Lieve mam,

Naar een lezing geweest over kasteel Vredenburg, samen met mijn nieuwe maatje Jan die zich eenzaam voelde en daarom iemand zocht om er af en toe op uit te gaan.

Dat doe ik dus, maar volgens mij heeft Jan meer mensen om zich heen dan ik. Hij heeft nog een tweelingbroer, twee zussen en een dementerende moeder. Hij was met kerst in elk geval niet alleen en ik wel. Ik vind het wel gezellig hem op sleeptouw te nemen. Zo maak ik me nuttig. Asperger-Pieter was ook bij de lezing in de Neude-bieb. Hij is historicus, net als ik. Voorstellen doen voor uitstapjes dwingt mij om bij te houden wat er in Utrecht te doen is en om uit bed te komen.

24/7-slapen
Verder lees ik nog graag en schrijf soms wat aan jou. Ik verslaap zoveel mogelijk tijd, want als ik slaap dan huil ik niet. Dat ik soms meer dan 24 uur mijn bed niet uitkom, vertel ik niemand. Doordat ik weinig eet, heb ik ook nauwelijks een hongergevoel en val af, terwijl ik zo goed als geen beweging heb. Sinds je dood ben ik elke maand een kilo afgevallen en heb inmiddels bretels nodig om mijn broeken op te houden. Ik merk ook dat ik slechter ga lopen door het gebrek aan beweging, maar het is al een week zwaar winterweer met veel sneeuw en gladheid: geen weer om te gaan wandelen en juist wel om als een beer in zijn hol in winterslaap te blijven.

Geknecht en gemanipuleerd
Ondanks dat, onderneem ik nog wel eens wat. Van Carine, de enige van je andere kinderen die ik nog een enkele keer spreek, begrijp ik dat ze alleen nog op bed ligt, tv-kijkt en de hond uitlaat. Het is jammer dat we elkaar niet kunnen steunen, juist omdat zij, net als ik, diep gebukt gaat onder jouw dood. Maar er is teveel gebeurd; ze heeft jou te zeer geknecht en gemanipuleerd, ook ten koste van mij en de andere twee, om overheen te kunnen stappen.

Geen houvast
Ondertussen denken mensen om mij heen, zoals Nicole, asperger Pieter en de huisarts dat het beter met me gaat. De huisarts ‘ziet lichtpuntjes’. Ik voel dat niet zo.  Ondanks een maximale dosis anti-depressivum, huil ik nog elke dag mijn ogen rood, zelfs ’s nachts, terwijl ik dat tot een paar weken terug niet deed. Het leven is nog steeds een groot gat, zonder houvast dat nooit meer kan worden opgevuld nu jij, Theo en straks Clara er niet meer zijn. Iedereen die van mij hield, is straks weg. Clara is de laatste die mij als baby heeft gekend. En van mijn zogenaamde vrienden hoor ik nauwelijks iets. Het beste dat eraf kon, was een obligate nieuwjaarskaart.

Compassie
De meeste compassie gaat nog steeds uit van mijn buurvrouwen. En mijn allereerste lief Lia belt af en toe op, iets dat ze vroeger nooit deed. Op mijn vraag: waarom?, zei ze: ‘Omdat jij mij altijd trouw gebleven bent’. Hoewel ik niet van plan ben de hand aan mijzelf te slaan, en dat heb ik gisteren ook de huisarts nog verzekerd, denk ik dat de enige uitweg uit dit verdriet een bestendige liefde kan zijn bij wie ik me veilig voel. Jij vulde die leemte moeiteloos op. Vergeleken met jouw onvoorwaardelijke moederliefde waren mijn relaties slechts leerzame experimenten, behalve die met Lia dan. Haar onvoorwaardelijkheid heeft mij ook een heel nieuw zelfbewustzijn gegeven van geliefd te zijn, naast jouw moederliefde.

Ontboezeming
Blijkbaar verlang ik zo zeer naar de nabijheid van een schouder om aan uit te huilen en jou te beklagen, dat me plotseling de opmerking te binnenschoot van Duitse Kati uit Magdeburg die mij de ontboezeming deed: ‘Ondanks je handicap, zou ik van je kunnen houden.’ En dat, terwijl haar vriend een deur verderop lag te snurken. Dat moet onderhand 15 jaar geleden geweest zijn. Hoop doet leven. In de tussentijd gewoon maar culturele uitstapjes maken. Thuisblijven helpt zeker niet.

Op de valreep nog een brief aan je geschreven, mam en hij is nog best lang geworden. Toch alweer de derde in tien dagen.

Veel liefs,

Tuur

PS: een paar uur nadat ik opschreef dat ik het leven nog steeds ervaar als een grote leegte en ontkende de lichtpuntjes van de huisarts te zien, realiseer ik me dat ik een deel van je ziel in me draag. Deze brievenreeks is daar de weerslag van. Je hebt geen artrose-pijn meer en hoeft niet meer bang te zijn voor het leven. Pas als ik vrede sluit met jouw dood, en me niet vastklamp aan het gemis kun jij ook rust vinden. Dat wil ik proberen, maar weet nog niet of het vredig wordt. Ik neem het me vast voor. Voor het eerst in maanden bijtijds opgestaan, weliswaar na 36 uur verslapen te hebben, en muziek aangezet. Moest meteen weer huilen, omdat het voelt als verraad dat mijn aandacht heel even niet bij jou is. Mijn rechteroor hoort bijna niets meer: hij piept en voelt vol water. Het zal na twee jaar plotsdoofheid niet meer beteren, denk ik. Ik moet het ermee doen mam, ook dat zonder jou, zoals alles wat nog komt. Dat besef is het allermoeilijkste: verder zonder jou; voor altijd zonder jouw onvoorwaardelijke liefde en aandacht, zelfs als ik me opricht.

Sneeuw (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Hoewel ik weet dat je ongeneeslijk ziek en 86 was, kan ik een half jaar na je dood nog steeds niet overweg met de leegte die je hebt achtergelaten. Ik huil iets minder, en de wanhoop is afgenomen. Het ongeloof over de stilte voor-altijd, je verlaten huisje en je sterven in de hospice zijn gebleven.

Muziek luisteren lukt nog steeds niet: het heeft geen betekenis meer. Het enige dat nog afleiding geeft, is lezen. Wat daaraan bijdraagt, is dat ik momenteel alleen Duitstalige historische romans lees. Lezen in een andere taal zorgt ervoor dat het verdriet van alledag een paar uurtjes verder weg lijkt.

Sneeuw
Je fotografeerde het zo graag: een sneeuwlandschap. Dan ging je naar de singel. Gekleed als een mummie, camera in je hand en bril op je hoofd. Het is 5 januari en er ligt zeker 10 centimeter sneeuw. Dat is in jaren niet gebeurd. De bomen buigen door en het is te glad om te fietsen. Morgen maar naar de psycholoog wandelen. ‘Het heeft wel wat, die kou’, zei je heel aandoenlijk in een stukje film op een besneeuwd strand. Het blijft ook nog de hele week duren, maar ik bleef toch al het liefst binnen om te lezen en zoveel mogelijk tijd te verslapen. Je manipulantendochter belde onverwacht. ‘Dat fotograferen ‘s-winters deed je al jaren niet meer’, zei ze. Geen wonder, je zat vijf dagen per week opgescheept met haar hond. Zelfs na je dood vult ze nog alles voor je in: wat je mocht en wat je moest, en ze maakt en passant mijn herinneringen stuk aan wat je met liefde deed.

Memento Mori
Al tientallen jaren heb ik je gele wandkleed hangen dat je ‘Gedenk te sterven’ had gedoopt. Ik heb het blijkbaar nooit goed geïnterpreteerd of bekeken en nooit echt tot me laten doordringen dat jouw dood onherroepelijk een keer zou komen. Er staan drie bomen op: een voorjaarsboom met vlinders en bloesem, een zomerboom met appels eraan en een herfstboom met verwelkte bloemen aan de voet en een vogel die de dood niet afwacht, op de vlucht naar warme streken.

geel wandkleed met drie bomen die de seizoenen verbeelden. De stervende boom is niet te zien. Aan die moet slechts gedacht worden.
Geel wandkleed met drie bomen die de seizoenen verbeelden. De stervende boom is niet te zien. Daaraan moet slechts gedacht worden als herinnering.

Zoveel filosofisch vernuft had ik je niet toegedicht, maar toch: juist de voor altijd ontbrekende winterboom, die misschien door de bliksem is getroffen of omgewaaid en weggehaald, geeft jouw wandkleed voor altijd een diepere lading. Omdat ik nu besef dat jij die ontbrekende boom bent, die me houvast gaf en bescherming bood. Het troost me dat ik dit nog even kon schrijven mam, want hoewel het iets minder lijkt geworden, dankzij het anti-depressivum, moest ik weer erg om je huilen.

Veel liefs,

Tuur

PS: Clara blijkt primaire pancreaskanker te hebben met uitzaaiingen naar de lever. Prognose slecht. Ze eet nog maar weinig, is moe, eigenlijk net als jij in je laatste maanden. Het is goed dat je zus en zielsverwant er nog voor jou kon zijn. Nu zit de reis door het leven er ook voor haar bijna op. Palliatieve zorg ontvangen, dat is wat Clara nog wil. Daarna hoeft ze niemand meer te verliezen.

 

+

Nieuwjaar (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Gisteren werd je voor het eerst sinds jaren niet misbruikt om de verwende kolereteckel van je manipulantendochter op te vangen. Jij bent dood en het beest is dood. Het zal nooit meer worden opgeschrikt door oudejaarsvuurwerk, waarvan het minder last zou hebben op jouw oudemensenhofje.

Dit jaar mag voor het laatst particulier voorwerk worden afgestoken. Het zal daarom wel extra veel worden. Ik ga het proberen te zien als eresaluut aan jou en aan je denken als ik omhoog kijk. De beste wensen voor 2026 ga ik niet aannemen, noch uitdelen.

Gemis
Wat ik wil proberen, is iets van mijn verdriet om jou in 2025 achter te laten. De beelden van je hulpeloosheid in het hospice-bed. Het schuldgevoel over mijn afwezigheid in de laatste maanden van je leven. De manier waarop je gemanipuleerd werd door je eigen dochters. Allemaal niets meer aan te doen. Wat overblijft is het gemis, omdat je er niet meer bent; omdat ik niets meer aan je kan vragen; je niets meer kan vertellen. Er is niets om naar uit te kijken. Dat is ‘het beste’ voor 2026.

Nooit meer
2026 is het eerste jaar waarin je niet meer geleefd hebt. Ik hoef je nooit meer ‘Het beste voor het nieuwe jaar’ te wensen. Je hoeft nooit meer een verjaarscadeautje en je zult me op 8 juni nooit meer een kaartje sturen met een heimweetekstje erop over vroeger toen ik nog ‘jouw Tuurtje’ was. De enige keer in het jaar dat je mijn geboortenaam gebruikte en op de envelop schreef. Ik vond het er altijd vreemd formeel uitzien van jouw hand, degene die me levenslang het meest nabij was. Ongemakkelijk bijna, maar ik heb er nooit iets van gezegd. Ik denk dat ik de meeste kaarten nog wel heb. Ik zal ze te zijnertijd herlezen als ik een beetje ben uitgehuild. Misschien op mijn volgende verjaardag.

Confrontatie
Altijd als ik over de Oosterkade fiets op weg naar iets of iemand doe ik de groeten aan de Wulpstraat met: ‘Dag straatje van mama’, maar ik fiets er moeiteloos voorbij. De confrontatie met een nieuwe bewoner van wat een half jaar geleden nog jouw knusse uitdragerijtje was, of zelfs maar een fris geverfde voordeur na renovatie, lijkt me te moeilijk.

Eenzame kerst
Met kerst was ik alleen, heb de dagen verslapen: geen uitnodiging van Erik of Nicole dit keer en zelfs niet van je ex Theo, waar ik in verband met zijn verjaardag op 30 december nog wel eens heenging. Hij zou 92 geworden zijn. Uit je mail begreep ik dat hij pas eind 2023 de sleutels van zijn winkel inleverde bij de verhuurder. Van zijn noodgedwongen pensioen heeft hij niet lang kunnen genieten, al begreep ik dat hij moeite had zijn laatste gezonde maanden zinvol te vullen: beetje puzzelen, beetje lezen, beetje houthakken. Theo is bijna in het harnas gestorven, zoals hij dat voor zich zag. Ik herinner me nog een reportage van tv-Utrecht over de Rijnlaan, waarin hij figureerde. Hij zei daar: ‘Ik stop er pas mee als ik tussen zes plankjes lig’, typisch voor zijn beeldende fijnzinnigheid.

Tot later mam,

Tuur

Krijg ook prettige feestdagen en de beste wensen voor 2026 gewenst. Vast heel goed bedoeld, maar er zijn geen prettige feestdagen meer en ook geen best jaar, zo zonder jou.
Maar blijkbaar is compassie tonen, na een half jaar al te veel verwacht. Je bent immers mijn moeder maar, en niet mijn partner of kind. Dat kan het gebrek aan mededogen misschien verklaren, al had ik er weinig last van toen Theo en Bert stierven. Blijkbaar spelen vooral de afstandelijke relatie die ik met hen had en navenant lage verwachtingen van anderen een grotere rol dan hun gebrek aan medeleven. Desondanks doen deze kerstkaarten, zonder persoonlijke noot, zonder een woord over jou, meer kwaad dan goed. Overspannen verwachtingen, teleurstelling en projectie heet dat. Weet ik allemaal; niets menselijks is mij vreemd.