Lieve mam,
Hoe komt het dat je net zo angstig en afwachtend in het leven bent komen te staan als je oudste dochter en zo afhankelijk als je jongste?
Doortrapt manipulatief als je oudste was je niet. Doortrapt of gewiekst was je zeker niet en als manipulatief heb ik je nooit ervaren, maar misschien heb ik het niet gezien. Naar mij deed je het nooit, zoals Carine wel doet met: ‘dan vertel ik je nooit meer wat’ of ‘als de hond niet de tuin in mag, dan kom ik hier net zo lief niet meer’.
Uitgerouwd
Nu ben ik je toch weer iets aan het schrijven, terwijl ik weinig te melden heb. Gewoon, omdat ik je zo mis en niet weet wat anders te doen. Omdat ik met mijn ziel onder de arm loop en bij niemand kan uithuilen. Volgens de ‘regels’ zou ik misschien allang uitgerouwd moeten zijn. Maar soms denk ik dat het ergste nog moet komen.
Overlevingsmechanisme
Hoeveel ik ook aan je schrijf, omdat ik het niet kan laten, omdat ik je bij me wil houden; het troost me niet. Het schrijven houdt me op de been, dat is alles. Het is mijn overlevingsmechanisme geworden. Carine ligt alleen nog maar op bed als een ziek dier, met de hond naast zich. Zo wil ik niet worden.
Lekker gegeten
Ondanks alles lekker eten gemaakt voor mezelf: witlof met kaas en veel knoflook en aardappels nog in de schil, omdat het nieuwe zijn. Heb ik morgen ook nog genoeg aan. Op de verjaardag van Carine weer een vastendag inlassen.
Diploma’s
Vond in een verloren hoekje nog een tas met allerlei spulletjes van jou en van ons, zelfs van je stiefkinderen. Ook diploma’s en je aanstellings- en ontslagbrief als onderwijzeres in Moerkapelle. Nu weet ik zeker dat je daar het hele schooljaar 1960-’61 gewerkt hebt. Cijfermatig was je geen hoogvlieger. Ik ben blij met een kort psychologisch rapport van toen je 15 was, waarin je creatief talent en gevoel voor het Nederlands werden onderkend, maar ook werd gesteld dat je een afwachtende persoonlijkheid had en snel was afgeleid. En dat je een dromerig meisje was. Dat klopt allemaal. Er werd je zelfs humor toegedicht en die is mij pas na je overlijden opgevallen toen ik je laptopje onder handen nam.

Over mij schreef je jongste broertje die nog geen zeven was: ‘Ik hoop dat je kindje blijft leven’. Van mijn vader weet ik inderdaad dat mijn overlevingskansen in de eerste levensweek klein waren. Heel vreemd om te lezen. Misschien overviel me daarom het gevoel dat je terug zou komen om je spulletjes op te halen. Het voelde even niet als verlangen of gemis, maar alsof je over mijn schouder meekeek, terwijl ik me schuldig maakte aan een soort voyeurisme. Je leek dichtbij en ik hoefde niet te huilen. Maar het is weer anders dan toen je je spaargeld aan ons overmaakte en ik zei: ‘Je spaargeld blijft van jou, mam’, want je hebt je diploma’s nooit meer nodig.
Liefs,
Tuur
PS: langzamerhand ga ik geloven dat wij een platonische liefdesrelatie hadden, waarbij je zonder woorden van elkaar weet dat je het allerbelangrijkste voor elkaar bent. Alleen ben jij mij als moeder voorafgegaan, wat normaal is, en weet ik niet meer verder.