Lieve mam,
Er was een periode in je leven waarvan ik alleen iets weet, omdat je me er zelf over verteld hebt, namelijk over de maanden dat je in een psychiatrische kliniek zat, wegens een post-natale depressie. Er is een brief aan je vader, waarin je hem smeekt je uit de kliniek te halen.
Hij begint zo: ‘Red me alstublieft uit deze hel. Help me toch. Ik weet geen uitweg meer. Help me, help me pa, ik ben in nood.’ Tegen mij vertelde je meerdere keren dat je ‘dood wilde’ of ‘heel lang slapen’ en dat de medicijnen heel zwaar waren en je duf maakten, maar ‘voor eeuwig slapen’, deden ze je niet.
Internaat bij school
Je baby werd ondergebracht bij een oom en tante van jou die zelf twee opgroeiende dochters hadden en ik ging naar een internaat bij school. Ik heb daar nog een paar flarden van herinneringen aan. Aan een zekere Jos van Dijk die een paar vingers miste, aan één van de personeelsleden, die destijds ‘kinderverzorgsters’ werden genoemd en die een hondje had, waarvan ik bij binnenkomst dacht dat het een aapje was. Het zal een poedel-achtige geweest zijn. Ik was zes jaar. En ik meende me een liedje te herinneren dat toen veel op de radio was: ‘I never promised you a rosegarden’. Het nummer is uit 1967, maar de versie waaraan ik herinneringen dacht te hebben, werd pas in 1970 opgenomen door Lynn Anderson. Kun je zien hoe feilbaar de menselijke herinnering is. Ik ga ervan uit dat ik als moederskindje veel huilde daar, net als een jaartje later toen ik in het ziekenhuis lag voor een achillespeesoperatie.
Tante Flora
Van horen zeggen weet ik dat er huishoudelijke hulp kwam die voor de vier overige kinderen zorgde, je stiefkinderen Peter en Niki van elf en zeven en je twee dochters van vier en vijf jaar oud. De thuishulp heette Flora en ik ken haar alleen van foto’s. Uiteindelijk was je zo wanhopig dat je Theo smeekte om je uit de psychiatrische kliniek weg te halen. Eenmaal thuis kwam je tot niets, vertelde je. Flora zal nog wel een tijdje gebleven zijn. Uiteindelijk zou Theo je gevraagd hebben om uit bed te komen en dat deed je. Ik meen me te herinneren dat je vertelde dat je op een avond naar een tv-show van Wim Sonneveld zat te kijken en dat je plotseling weer begreep waarover het ging. Vanaf dat moment zou het beter met je gaan. Er was echter pas in oktober 1969 sprake van een tv-show met Sonneveld. Het is dus niet heel waarschijnlijk dat het om hem ging, of je moet meer dan een jaar in de lappenmand hebben gezeten.
Vreemde gedachte trouwens dat je je veiliger voelde bij je gewelddadige echtgenoot dan in een psychiatrische kliniek.
Eigenwijs
In het jaar voor je dood refereerde je geregeld aan de periode in de kliniek, omdat je je toen ook depressief voelde. Een anti-depressivum wilde je niet nemen, indachtig de zware medicatie die je in 1968 te slikken had gekregen. Mijn argument dat de anti depressiva veel beter zijn dan toen, hielpen niet. Daarvoor was je te eigenwijs. Achteraf bezien moeten we allemaal jouw depressiviteit hebben verward met doodsangst. Alleen jij wist beter, maar wilde er niet over praten. Zoals altijd en zoals je dochter ook doet: kop in het zand.
Tot later mam,
Tuur