Overgeleverd (korte brief)

Lieve mam,

Waarom het me zo’n pijn doet, je de laatste dagen van je leven zo hulpeloos in het grote hospice-bed te te hebben zien liggen met zijn hekken eromheen, weet ik niet precies.

Je lag daar zomaar in je lange, zwarte T-shirt, je luierbroek en je bleke koppie opzij op het kussen en je witte haar, waarschijnlijk nog steeds in twee meisjes-paardenstaarten, zoals je altijd had de laatste jaren. Zo kwetsbaar, tot niets meer in staat. Dat gevoel naar een neergestort oud vogeltje te kijken, zal me niet gauw meer verlaten.

Paniek
Je was geregeld in paniek, zoals die keer dat ik me verslikte en ik blauw aanliep of toen je bij me kwam, omdat je bang was dat je een ‘foute’ moedervlek op je been had. Misschien raakt het me zo, omdat de machteloze kleinheid waarin je lag te sterven model stond voor de afhankelijkheid waarin je levenslang had verkeerd.

Afhankelijkheid
Van een tirannieke vader en een latere echtgenoot, de bijstand met zijn sollicitatieplicht, waarvan je goddank eind jaren negentig werd vrijgesteld, omdat je geboortejaar 1939 was, en ten slotte van je eigen dochters die respectievelijk honden, kleinkinderen, weer honden en eindeloze verwijten bij je achterlieten. Bij mijn verwekker Bert, viel me de afhankelijkheid in de laatste week van zijn leven ook op: hij kon zich net als jij niet meer op z’n zij draaien. Dat vind ik misschien nog wel het ergste: dat je je niet meer kon oprollen in de foetushouding in een vreemd bed met hekken, maar stilletjes op je rug moest blijven liggen. Zo werd je het laatste beetje regie over het leven ontnomen. Jij verdroogde niet, omdat je goed verzorgd werd. Bert verdroogde wel. Dat maakte woede los die me aanzette een boek over hem te schrijven. Het is een geboekstaafde herinnering geworden en niet zoals bij jou een symbool voor je levenslange machteloosheid. Of mijn rouwproces om jou en de inzichten die ik daarbij opdoe een boek waard zijn, moet ik nog zien: anders komt het op mijn weblog terecht. Het zal niet per sé vleiend zijn voor je dochters; des te beter dat ik onder pseudoniem schrijf.

Tot later,

Tuur