Ontruiming (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag zijn we begonnen je huisje te ontruimen. Je jongste zoon neemt veel schilderijen mee, gelukkig. Ik hoef alleen ‘Zicht op Oudewater’ en je Trichtse wandkleedje, maar neem ook wel een paar collages mee. In de slaapkamer hangt al veel, maar is nog plek vrij. Je Schots en scheve meubeltjes zullen wel naar het grofvuil gaan.

Heb ook nog twee van je lange, zwarte T-shirts meegenomen die je de laatste jaren droeg. Je geur was er al uit. Ze hingen in het trapgat en zagen eruit alsof ze net gestreken waren. Maar volgens mij deed je daar niet aan.

Geen afscheidskus
Toen ik wegfietste, waren Carine, Charléne en Robert daar nog, en realiseerde me dat je me nooit meer een afscheidskus zou komen geven vanuit de voordeur als ik op de fiets stapte. Het ravijn van ‘Nooit meer’ opent zich langzaam nu we bezig zijn je laatste sporen uit te wissen.

Bewaren
Je Facebook profiel laat ik staan, evenals je weblog. Ook je foto’s en schilderijen blijven bewaard, maar raken verspreid. Het portret van opa gaat naar je zus Clara en het zelfportret van je broer Robert naar je jongste broertje Wim. Ik ben blij dat het meeste bewaard blijft.

Overal foto’s
Gisteren en vandaag weer meer gehuild; ik mis je zo, mama ! Ik hoop dat het ooit went. Bij jou leek het niet te lukken, wat jouw ouders betreft. Er hing een schilderij van je vader, van zijn moeder en een wandkleed met het gezicht van jouw moeder. Bij mij hangt een wandkleed met een gezicht dat je moeder verbeeldt. Overal verspreid stonden foto’s van hen: op een tafel, op een andere tafel, op een dienblad, ingeklemd tussen een lijst van een kastdeur. Jij verzonk in nostalgie, maar of je stiekem om hen huilde, weet ik niet. Een te confronterende vraag ook, zoals ik nergens naar vroeg.

Opruimen
Nu ik je laptop opruim, zie ik dat je dezelfde foto’s verschillende namen gaf en hebt geprobeerd ze te structureren. Zo had je een map ‘Kindertekeningen’, waar vervolgens ook recepten in stonden die je van internet had gehaald door er een screendump van te maken. Omdat je geen printer had, moet je tijdens het koken heen en weer gelopen hebben tussen je keukentje en je laptop die niet van de stroom af kon, omdat de accu ‘op’ was. Tenzij je een recept vaak gemaakt had, misschien. Haast allemaal voor mij, want voor jezelf zorgde je minder goed. Zo hartverscheurend aandoenlijk. En wat een tijd moet dat gekost hebben met jouw één-vinger typwerk.

Eigenwijs
Het troost me om je te schrijven en het troost me met je laptop en foto’s bezig te zijn. Het opschonen is heel veel werk. Sommige foto’s staan er wel 40 keer op en de kwaliteit is er niet beter op geworden door je bewerkingen en eromheen geprutste lijstjes. Ik heb je jaren geleden proberen uit te leggen dat het format waarin je camera foto’s opslaat, niet geschikt is om te bewerken, maar je was eigenwijs of het vergeten. Alle foto’s die je weer van Google-afbeeldingen naar je computer hebt gekopieerd, zijn sowieso onbruikbaar. Niet bedoeld als backup voor als jij ze niet meer kon vinden in je puinhoop aan mappen, maar alleen om een indruk te geven van wat er op de originele foto stond.

Lage resolutie
Ook dat wilde je niet weten of je begreep niet dat een plaatje van lage resolutie er op beeldscherm soms nog wel redelijk uitziet. Ik heb het zo gelaten en je knutselde in onwetendheid voort. Je maakte digitale lijstjes, plaatste je naam op een foto, vervaagde achtergronden en zette de horizon recht. De kleurstelling van je prutswerk droeg sterk bij aan de foto, alleen de kwaliteit van het beeld zelf ging achteruit.

Detailfotografie
Zwerver en wandelaars in Zocherpark Utrecht op 26 januari 2921

Bij het opschonen valt me op dat je fotowerk van insecten, dus de detailfotografie, prachtig is, maar de portretten van grotere dieren of van mensen meestal rommelig en soms vaag zijn. Slechts een enkele foto met een wat breder perspectief is gelukt, zoals de foto met de zwerver in een winters Zocherpark die je op mijn verzoek hebt gemaakt.

Ik wilde je wat nieuws te doen geven op dat moment, geloof ik. Waanzinnig dat dat nu niet meer kan en dat je nooit meer aan je laptop zult zitten die op een ouderwets schooltafeltje stond met nutteloze ruimte voor een inktpot. Jij zat op een gammele bureaustoel met slijtplekken waar het zitschuim doorheen kwam. Het werd tijd om dood te gaan mam, anders had je je inboedel moeten vernieuwen, maar daar was je te eigenwijs voor en te gierig voor jezelf. Kan het monumentenfonds eindelijk je stulpje verduurzamen. Als laatste in de straat, denk ik.

Steun
Steun komt uit onverwachte hoek: de mensen die ik het langste ken, laten het afweten, op Erik na dan. Verdriet is te confronterend, denk ik. Met Vincent ben ik nog uit eten geweest, kort voor je stierf: niets meer van gehoord. Arjan praat net zo afstandelijk over zijn ouders als Peter de Zwarte. Voor Arjan is het business-as-usual. Hij komt als het hem uitkomt en dan zal ik wel weer gezellig iets te eten voor hem maken. Vooralsnog staat zijn telefoonnummer geblokkeerd. Ben blij dat ik Carine heb gezegd hem geen rouwkaart te sturen, omdat het hem ‘geen reet interesseert’. Zijn huizen en dat hij voor de derde en vierde keer opa wordt, zijn belangrijker. Ik vergeet niet wie er nu wel en niet voor me zijn. Steun komt uit onverwachte hoek: van Tony, buurvrouw Madeleine en bovenbuurvrouw Kara, met wie ik 15 jaar geen contact meer had, zonder dat ik weet waarom. Ze is er nu en het benadrukt de verschillen tussen hoe mannen en vrouwen op verdriet reageren: Kara laat me huilen, Erik geeft goedbedoelde adviezen, maar de meesten komen niet verder dan: ‘Het leven gaat door’ of ‘Alles komt goed’.

Levenloos stofnest
Het is serieus laat nu. Tot straks hoor. Zolang ik je blijf schrijven, ben je nog een beetje in de buurt. Alleen in je huisje vond ik je niet meer, in je computerfoto’s wel. De T-shirts die ik heb meegenomen, ruiken niet meer naar jou, maar naar een muffe overloop die te lang niet is gelucht. Niemand doet meer het raam open, nu jij er niet meer bent. Het is een levenloos stofnest geworden vol oude boeken die jouw ogen nooit meer zullen zien. Ik ben benieuwd of je T-shirts me nog iets gaan doen, zoals het rode zadeldekje van je fiets. Zo niet, dan gaan ze de textielbak in en was het meenemen een vergissing. Heb zelfs een kinderfoto van mij op de kast gezet, alleen maar omdat er een rood lijstje om zit: jouw lievelingskleur. De andere, toch vaag spul die her en der in je woonkamer stonden, heb ik op weg naar huis in een container met bouwpuin gegooid: mijn gezicht en dat van oma rijp voor de milieustraat. Je zou eens moeten weten.

Humor
Wat een typische humor had je trouwens: bij een foto van een kuiken met opengesperde snavel: ‘Bek houden’ of de stadsduif die op de volgende intercity zit te wachten. En de stations zitten er vol mee. En je hebt foto’s vaker gekke namen gegeven. Ik heb je creativiteit op dat punt onderschat, mam, waarschijnlijk omdat je geen lachebekje was met je heimwee naar het verleden, toen je kinderen nog klein waren, je vader mopperde op Feyenoord en oma je nodig had.

PS: Belde vanavond jeugdvriend Peter de Zwarte die tegenwoordig in midden-Spanje woont, maar dat wist je al, denk ik. Zijn moeder is een maand geleden overleden. Mevrouw De Zwarte was bijna 90 en volgens Peter ‘op’. Ze moest uit bed getakeld worden en had veel pijn. Ik herinner me dat ze reuma had. Ze is dus een paar jaar ouder geworden dan jij. En hij zal hun huis geërfd hebben als enig kind. Kom ik aan met mijn 20.000 euro als onterfde. Peters vader is net als Theo vorig jaar overleden.

Stomdronken
Toen ik Peter belde, klonk hij stomdronken, tenzij hij een tia heeft gehad, maar daarover repte hij niet. Wel over broze botten, waardoor hij inmiddels op krukken loopt. Hij is twee jaar jonger dan ik, maar afgezien van een dubbele hernia is bij mij alles nog heel. Die poreuze botten had Peter vroeger ook, waardoor hij veel brak en zijn rechterbeen veel korter is gebleven. Ik heb hem als jochie nog in zijn rolstoel door Tricht geduwd: de lamme helpt de blinde. Volkomen afgestompt die jongen, terwijl ik me herinner dat hij redelijk beschaafde ouders had, al zou zijn vader een driftkikker zijn geweest. Heb ik zelf nooit iets van gemerkt.

Zijn vader was ook archeoloog; bij mij in de gang hangt nog je onaffe stilleven van gebroken Romeinse potten en potscherven, gebaseerd op de vitrine-inhoud bij hen thuis. De getekende contouren staan er; de andere helft is ingekleurd. Je zult het nooit meer voltooien.

Romeinse potten opgegraven door archeoloog Ruud de Zwarte in de jaren zeventig

Hoe Peter zo’n emotie-arme boerenkinkel geworden kan zijn, snap ik niet. Waarschijnlijk gehard als redelijk succesvol horecaondernemer en pandjesbaas. Van de opbrengst is hij nu al jaren met pensioen. Heeft hij bewonderenswaardig gedaan, zonder opleiding of niks. Heb maar niet gezegd dat ik veel om je moet huilen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *