Eenzaam (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Ik sta te mijmeren, kijk naar de schilderijen in mijn slaapkamer en moet huilen. Jouw handen hebben dit geschilderd, gekleurd en liefdevol ingelijst en je geest heeft deze beelden voor zich gezien. Nooit meer zul je iets maken, geen foto, niets: nooit meer.

Als ik ‘mama’ zeg, is het alsof ik je naam roep en omdat je nooit meer antwoord zult geven, moet ik steevast huilen. Toch lijken de buien iets minder heftig en iets minder frequent de laatste dagen. Maar ik voel me zo ontzettend, zo tomeloos eenzaam zonder jou, mam. Een gevoel dat ik nooit eerder heb gehad. Wat er ook gebeurde; jij was er altijd. Gek genoeg niet, toen Bert doodging, je enige grote liefde ooit. Ik ben dat niet vergeten en heb je dat ook nooit vergeven. Het speelde een rol in mijn afweging om bij je weg te blijven in je stervensfase. Vreselijk stom, maar ik heb het wel gedaan. Ik zal nieuwe ‘zin’ in het leven moeten vinden, anders worden de komende jaren heel zwaar. Verstrooiing als lezen, tv-kijken of muziek luisteren, boeit me nog steeds niet. Heb wat aan je foto’s en mijn weblog gewerkt en aan de provider gevraagd een offerte te maken, zodat je weblog online blijft de komende 15 jaar. Dat zal een paar duizend euro gaan kosten, maar dat is je nalatenschap voor mij ruimschoots waard. Ik vond door op je naam te Googlen twee resultaten die ik nog niet kende. Op de website van de historische vereniging Moerkapelle sta jij met je leerlinge Janie Vermulm en op DigifotoPro heb je op 20 oktober 2024 je laatste foto geplaatst. Je was toen al aan je baarmoeder geopereerd, wist dat je een agressieve vorm van kanker had en was depressief. Ik vind het daarom heel bijzonder dat je ondanks dat nog aandacht had voor je foto’s. Ondanks alles probeerde je af en toe je rug te rechten, blijkbaar. Bewonderenswaardig, mam.

Tot later,

Tuur

Gedicht van mijn moeder die zich levenslang schuldig voelde over mijn typische loopje en dito oogopslag als gevolg van vroeggeboorte en deze regels stemmen mij intens verdrietig

PS: Nu ik al je foto’s bekijk, valt me pas op dat er vrijwel niets tussen zit waar je twee stiefkinderen op staan. Ze gingen vroeg uit huis, dat is waar. Ze staan op een enkel familiefilmpje uit de jaren zestig en er is een enkele foto van Niki en mij als peuters, maar puberfoto’s van hen, zijn er niet. Van Niki was er één met een passe-partoutje eromheen. Die heb ik naar haar toegestuurd. Van Peter vind ik niets. Het is alsof je hen hebt uitgewist en, mocht dat zo zijn, dan heeft hun eigen vader daar grif aan meegedaan. Alles om jou te behagen. Op vakantie, waren ze er ook nooit bij; het zal hun ook niet gevraagd zijn. De auto was al vol genoeg met twee volwassenen en vier kinderen. Maar de vanzelfsprekendheid van hun afwezigheid, daarover verbaas ik me nu. Maar misschien is het niet willens en wetens gebeurd; ik durf het Niki en Peter niet meer te vragen en jij en Theo zijn niet meer ter verantwoording te roepen. Het zou alleen zin hebben, als ze er zelf over willen praten, met mij of je andere drie kinderen en dat verwacht ik niet meer. Maar dat zij veel te kort gekomen zijn, is mij al heel lang duidelijk. Carine noemt jou ‘alleen maar lief’, maar zij is (understatement van het jaar) dan ook niets tekort gekomen. Ik denk er in elk geval anders over, hoewel je voor mij een fantastische moeder was. Er is niets meer te vragen. Ik ben de des te meer benieuwd naar de twee cd’s met opnamen van je antwoordapparaat. Peter zou daar veel op moeten staan in een tijd dat jullie nog met elkaar omgingen.

Nooit meer (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Woensdag naar het strand met Lia, zoals we elke zomer wel een keertje doen. Ik belde haar om af te spreken en zij belde terug om te melden dat ze kon. Geen woord over jou, geen vraag over ‘hoe het gaat’. Alleen: ‘Leuk Tuur’. Business as usual. En dat, terwijl haar vader vlak voor jou overleden is. Maar ja, Lia is nogal spiritueel in beslag genomen: op zoek naar zichzelf. Ik zal moeten proberen het droog te houden en me daarom beperken tot algemeenheden over haar katten. Ik neem aan dat ze wel gaat merken dat ik stiller ben dan anders.

En ik kan je niet meer bellen als ik straks in de trein zit op weg naar huis, zoals ik bijna altijd deed, om te vertellen hoe het was. Nooit meer.

Je huisje is ontruimd. Zelfs je keukendeur hangt weer in de deurpost waar ooit een kinderschommel hing. Het allerlaatste bij het grofvuil gezet: je plastic badje uit de douche, rollen vinyl er rechtop ingezet, lege schilderijlijsten, een kastje, elektronica en je nog werkende koffiezetter die je alleen gebruikte om mij te plezieren, omdat je zelf oploskoffie dronk. Je moest hem dan zelfs van de vliering halen, omdat je blijkbaar vond dat hij in je keukentje in de weg stond. Met je wrakke lijf de trap op en af. Ik vroeg me liever niet af wat je deed als ik er niet was. Het is bijna altijd goed gegaan, ondanks artrose. Je hebt nooit een heup gebroken en een traplift wees je vorig jaar nog af.

Tot later mam, maar eigenlijk: ‘Tot nooit meer’.

Tuur

Leegte (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Na ruim zes weken, heb ik de laatste drie dagen eindelijk wat minder gehuild. Ook sommige herinneringen die me in de eerste week steeds aan het huilen maakten, bijvoorbeeld, zoals je met je kleine, uitgeteerde lijf in het grote hospice-bed lag met je smalle koppie opzij. Net een klein oud vogeltje. Ik kan het nu al opschrijven zonder te gaan huilen.

De tijd lijkt afstand te scheppen. Wat niet veranderd is dat alles wat ik doe zinloos lijkt, behalve brieven aan jou schrijven. Dat de wereld leeg is zonder jou. Jouw wereld bestond uit je huisje met zijn vele kinderfoto’s, schilderijen en hang naar nostalgie. Als je geen dvd’s van ‘Ontdek je plekje’ keek of over de Tweede Wereldoorlog dan wilde je met ons familiefilmpjes kijken van ons of van de kleinkinderen, bijna allemaal door jou gemaakt.

Wallace en Gromit
We wilden dat nooit, omdat het ons somber stemde en ons met de neus op het feit drukte dat wij ook oud werden. Je begreep het niet, of vond het niet leuk dat we jouw tijdverdrijf niet wilden delen. Wallace en Gromit vond ik ook leuk met zijn: ‘De wereld is van kaas’ en zijn vreemde accent. Daar vonden we elkaar en het was jouw soort humor.

Gedenkboek
Ik ben eens op de wc gaan zitten toen je een filmpje wilde gaan afspelen van de lokale tv over een gedenkboek dat ik geschreven had in de jaren negentig. Behalve dat ik het van haver tot gort ken, beschouw ik het als een half mislukt project, waarvoor ik me tot de dag van vandaag schaam. Het drukwerk was waardeloos, omdat ik het had overgelaten aan iemand die er, bij nader inzien, geen verstand van had. En mijn lieve opdrachtgever, liet mij het drukwerk niet eens op eigen kosten overdoen. De ergste straf die hij mij kon geven: levenslange schaamte. Hij maakte er geen woord aan vuil en ik ook niet.

Trots op je zoon
Ik heb er nog steeds moeite mee als ik Wim spreek. En jij, die me het promo-filmpje met deze lieve man wilde laten zien, wreef zonder het te weten mijn schaamte er nog dieper in. Jij was trouwens degene die de lokale tv erbij gehaald had, omdat je trots was op je zoon. En ik kon je niet uitleggen waarom het filmpje me zo tegenstond. Hoe kon ik mijn trotse moeder uitleggen dat er niets was om trots op te zijn, omdat ik een boek had afgeleverd dat er niet uitzag? Tot het afgelopen was, ben ik op de wc gebleven en daarna gingen we weer over tot het gesprek van de dag.

Veel liefs,

Tuur

PS: ik was deze brief begonnen, omdat de leegte die ik voel ook voor je huisje geldt. Vanavond ga ik nog één keer grofvuil buiten zetten: je plastic badje waar je graag in zat, je gesloopte tuinbankje en lege schilderijlijsten, allemaal kleine stukjes van je identiteit die ik help slopen en uitwissen. Drie dagen geleden had ik dit niet kunnen opschrijven zonder te gaan huilen, nu wel.

mama over jeugdliefde Henry Netto en over de kankerdiagnose van haar buurvrouwHier een filmpje dat goed laat zien hoe de toon van de gesprekken tussen mam en mij was en dat ze altijd in nostalgische sferen verkeerde. Het eerste deel van het gesprek gaat over een kalverliefde.

Aan je andere kinderen overgelaten (brief)

Lieve mam,

Lag te piekeren over hoe ik me heb opgesteld in het jaar voor je dood. Heb er in eerdere brieven al over geschreven, maar voel alsnog de behoefte om het precies te formuleren en recapituleren in de tijd. Ik wil niets recht praten wat krom is of mezelf rechtvaardigen. Ik wil alleen niet vergeten wat ik heb gedaan en waarom.

Al direct na je baarmoederoperatie heb ik me voorgenomen om je aan je drie andere kinderen over te laten als je crematie aan de orde zou zijn. In juli vorig jaar schreef ik daarom al mijn afscheidsspeech voor je crematie. Ik twijfelde er zelfs over of k wel zou gaan, maar voor je zus Clara wilde ik er zeker zijn. Des te onbegrijpelijker is het dat ik in de laatste maanden van je leven volledig heb gemist hoe slecht je er aan toe was.

Volharden in stilzwijgen
Jou overlaten aan de drie kinderen van Theo en jou, heb ik alleen ruim tweeënhalve maand eerder gedaan dan ik van plan was, namelijk kort na de uitnodiging voor mijn boekpresentatie begin april. Waar ik verzoenend wilde zijn naar Carine, reageerde ze opnieuw afwijzend, waar ze eerder al had geweigerd tegen me te praten vanwege, een in mijn ogen, onbenullig akkefietje over haar hond. Haar reactie op de uitnodiging deed voor mij de deur dicht, temeer ik haar gewaarschuwd had dat ik bij je weg zou blijven als ze zou volharden in stilzwijgen. Zelfs jou viel het op en je zei dat je het niet wilde hebben in jou huis. De gewapende vrede leek getekend; tot de uitnodiging. Carine bleef boos.

Huilend in je tuintje
Mam, ik was jouw kinderen: manipulant Carine, Robert die, zonder gewetensnood dief bleek van mijn kindsdeel en Charléne die me zonder scrupules had verlinkt bij mijn dementerende verwekker, zo zat dat ik bereid was jou eronder te laten lijden. Een verrader, een dief en een rasmanipulant: ik kon op het slechtste moment niet meer tegen hen op en koos voor mezelf, ten koste van jou. En ik ging de bikkelharde weg. Ik geloof dat ik je nog één keer heb gezien na mijn boekpresentatie, een maand voor je dood. Je zat huilend in je tuintje en refereerde eraan dat je vader je als elfjarige ‘een stumperdje’ had genoemd. Ik wist niet hoe je te troosten en besefte niet dat je huilde uit angst voor de dood. Daarna, heb ik voor de vorm nog een keer gebeld met de vraag of ik kon langskomen en was blij dat je zei dat het niet uitkwam. Van Carine begrijp ik nu dat je afwijzend was, omdat je geen controle meer had over je ontlasting, het zelf niet meer rook en jezelf niet meer schoon kon houden.

Afwijzing
Dat wist ik niet en je afwijzing kwam me prima uit. Ik had me van mijn welwillende kant laten zien, zonder dat ik iets hoefde te doen. Je belde ook nog een keer huilend op ‘dat ik maar niet moest komen’, hoewel ik dat helemaal niet van plan was en liep te wandelen. Je klonk alsof we iets hadden afgesproken. Je belde ook nog op mijn verjaardag, maar ik was te laat om op te nemen en heb niet teruggebeld. Bewust niet; het initiatief om te bellen lag op mijn verjaardag niet bij mij, vond ik. Die formeel juiste afweging gaf aan hoe weinig ik begreep van je toestand. Dat was op 8 juni. Daarna ging het snel: vrijdag 20 juni, dus twaalf dagen later, ging je de hospice in, de dag waarop je de finale scanuitslag kreeg dat je overal uitzaaiingen had. Als ik rond mijn verjaardag had begrepen dat je stervende was, had ik je vast niet aan je lot overgelaten. Anderzijds is je lijden voorafgaand aan de hospice vrijwel aan me voorbij gegaan: lijden dat ik bij mijn verwekker wel heb meegemaakt. Als enige, terwijl ik vier halfbroers en twee halfzussen heb. Ik wilde het drietal zo hard mogelijk treffen en vond dat ik al genoeg mantelzorg had geleverd aan mijn vader. Ik wilde hun voor eens en voor altijd laten weten dat ik enig kind ben. Dat ik jou daarmee het hardst zou treffen, heb ik voor lief genomen. Het was immers nu of nooit meer. Je had nog maar kort te leven.

Boekpresentatie
Ik realiseer me nu dat er nog één moment was om op mijn schreden terug te keren, namelijk kort na mijn boekpresentatie, toen ik twee van mijn boekjes, zonder enig commentaar door je brievenbus gooide. Ik wist niet of Carine bij je zat; wilde alleen een keihard signaal afgeven dat is aangekomen. Ik had gewoon bij je moeten aanbellen en, gezellig of niet, bij je op bezoek moeten gaan, wat ik zo vaak had gedaan als ik in de buurt was, al was het maar na het boodschappen doen. Wie weet had ik je in die resterende maand nog een beetje kunnen troosten, steunen. Ik deed het niet en daarmee zal ik moeten leren leven.

Zielig hoopje mens
In die laatste twaalf dagen heeft volgens mij Charléne een keer en Robert twee keer een beroep op me gedaan om te komen. Robert heeft je één keer ‘een zielig hoopje mens’ genoemd en toch heb ik me niet laten vermurwen, hoe moeilijk ik het ook vond om weg te blijven. Ik zat vaak onrustig op de bank: ‘Zal ik wel, zal ik niet.’ Twee keer heb ik gezegd, zowel tegen Charléne als Robert: ‘Ik zal erover denken’, met als enig doel mijn komst zo lang mogelijk uit te stellen, en in de laatste week: ‘Ik pas mijn houding aan als de scanuitslag er is’. En dat heb ik gedaan. Op verzoek van Robert heb ik je opgevangen bij de hospice en de eerste nacht bij je geslapen. We hebben nog gepraat over je ex-leerlinge Janie Vermulm, van wie ik de volgende dag een foto op je nachtkastje heb gezet. Toen je per ziekenauto bij de hospice aankwam, begreep ik dat je nog maar een paar dagen te leven had: je had geen reserves meer, de kanker had je leeggevreten.

Geen afscheid genomen
Dat je ging sterven, mocht ik van Robert beslist niet laten blijken en zo heb ik ook geen afscheid van je kunnen nemen. Van Carine heb ik begrepen dat je de laatste twee dagen de trap niet meer op kon en dat jullie daarom beiden op de bankjes hebben geslapen. Comfortabel zal dat niet geweest zijn, zeker voor jou niet met je wrakke lijf. Eigen schuld, dikke bult, zou ik zeggen tegen de eendrachtige thuiszorg en trapliftweigeraar die je dochter is. ‘Thuiszorg is waardeloos, daar heb je niks aan’, was haar argument. Als manipulant en autodidact thuiszorgprofessional, wist Carine precies wat goed voor je was. Ze bevestigde daarmee haar almacht over jou, zoals je echtgenoot die 20 jaar lang had gehad. Dat ze daarbij ‘niet aardig’ voor je was; daar kwam je net te laat achter. En ik wist van niks. Mijn eigen schuld, waarmee ik moet leven, nu jij er niet meer bent. Jij nam me niets kwalijk; met geen woord heb je erover gerept dat je me gemist had op de avond dat ik je bij de hospice verwelkomde en je hand vastpakte. Het was goed zo. Ik weet inmiddels dat je, zeker in de laatste maand hebt gevraagd: ‘Waarom komt Tuur niet?’ en dat je je eenzaam voelde. Ook je kinderen hebben mijn afwezigheid tot aan de drempel van de hospice geregistreerd en niet alleen in de laatste twee weken. Ze vroegen me wat er mis was tussen jou en mij en op mijn antwoord: ‘Tussen mij en ma is niets mis’, vergaten ze mijn wegblijven op zichzelf te betrekken. Ik heb niet de indruk dat ze ten volle beseffen dat mijn houding in de laatste twee maanden voor je dood, feitelijk berust op een voornemen van kort na je baarmoederverwijdering, een klein jaar eerder.

Verantwoordelijkheid
Als ze hadden beseft dat mijn afwezigheid gepland was, zouden ze me in de hospice waarschijnlijk niet aangekeken hebben. Harde verwijten zijn tot nu toe uitgebleven, waarschijnlijk doordat ik in de hospice wel weer mijn verantwoordelijkheid heb genomen, net als in de afwikkeling van je nalatenschap, je financiën en het opruimen van je huisje. Ik speel mijn rol, zoals hij gespeeld moet worden.

Zelfbehoud
Nu weet je alles, mam. Het spijt me en tegelijk denk ik dat mijn afwezigheid in de periode dat je mantelzorg nodig had, een vorm van zelfbehoud is geweest. Mijn bovenbuurvrouw heeft dat zo genoemd die heel meelevend is, in tegenstelling tot mijn zogenaamde vrienden. Ik heb jou maar kort zien lijden en daarom zijn mijn laatste herinneringen aan jou vooral goed: dat we op je eerste avond in de hospice nog over Janie hebben gepraat en over je jaar als onderwijzeres in Moerkapelle, en dat ik nog een laatste borreltje en biertje bij je heb kunnen drinken. Mijn herinneringen aan het moeizame sterven van Bert zijn heel wat minder goed. Over zijn dood kan ik tot de dag van vandaag alleen maar opgelucht zijn.

Veel liefs,

Tuur

Nog niets geschreven (brief)

Lieve mam,

Had vandaag nog niets geschreven, alleen één van de brieven aan jou op mijn weblog gezet. Het zijn er al veel. De boze brieven, bijvoorbeeld over je jongste zoon Robert die de hele erfenis in zijn eigen zak steekt of over je dochters die je een half leven lang hebben gemanipuleerd en verwijten gemaakt, zet ik wel op mijn weblog, maar dan zo dat zij ze voorlopig niet kunnen vinden.

Stel dat ze via via te horen krijgen wat ik van ze vind, dan wil ik daar nog wel even mee wachten, tot ik het gevoel heb dat er een boek inzit.
Ik ben al bedreigd toen het boek over mijn vader uitkwam; één keer is genoeg. Door de brieven te publiceren kan ik misschien beter inschatten in hoeverre ze op elkaar aansluiten en een logisch geheel vormen. Ik heb wel het gevoel dat er het één en ander aan dubbelvertellingen is. Ik hoop er zoveel mogelijk uit te kunnen halen als alle brieven op een rijtje staan. Misschien geeft het niet, omdat het om een soort feuilleton in briefvorm gaat en is enige herhaling daar inherent aan.

Vandaag, sinds weken weinig gehuild. Eindelijk alle doublures uit je digitale fotocollectie gehaald. Er zijn er nog zeker 20.000 over van de oorspronkelijke 150.000. Dat is nog steeds te veel om handmatig te verdelen in familiefoto’s en de rest. Ga nu eerst verder met selecteren op naam, want eigenlijk wil ik naast de familiefoto’s alleen die van vlinders en landschappen overhouden.

Droge humor
Wat me weer opvalt, is dat je een eigen droge humor had. Je gaf een foto van een eend met een stoet kuikens de naam: ‘Wel in de rij blijven, hoor!’ Het sprak voor je kloeke moedergevoelens. Je hebt in een jaar of vijftien tijd, duizenden foto’s gemaakt en onder verschillende namen opgeslagen, lelijke schermafdrukken gemaakt met dito lijstjes eromheen, maar het doet pijn om zoveel weg te gooien. Ik weet zelf hoe het is om zoveel liefdevolle energie in een hobby te steken. Het feit dat je maar wat aanrommelde bij het Photoshoppen, betekent dat er weinig bewaard zal blijven.

Zoekprogramma
Als ik je eerder had geholpen bij het opschonen van je laptop, zou je beslist niet akkoord zijn gegaan met mijn rigoureuze aanpak. Ik had je het zoekprogramma kunnen uitleggen en misschien dat je het dan zelf had gekund. Maar waarschijnlijk was je daar te eigenwijs voor en ik te ongeduldig. Misschien dat Robert je uitleg had kunnen geven, zoals we het meestal verdeelden: Ik installeerde een programma en zorgde dat je laptop bleef draaien en Robert legde uit hoe het werkte.

Zo, toch nog een brief aan je geschreven, vandaag mam. Ik kan en wil je nog niet loslaten.

Tot later,

Tuur

PS: Je bewaarde trouw de keiharde verwijtmails van je jongste dochter en je deed altijd weer moeite om de angel eruit te halen. Je sloeg ze meestal op als screendump, maar ik vind ze straks waarschijnlijk ook terug in je mailbox.

Buitensluiten (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Na mijn boekpresentatie, twee maanden voor je dood, waar je niet kon komen, omdat je al te zwak was, heb ik je nog maar een enkele keer gezien of gesproken. Altijd huilend, omdat je bang was om in je broek te poepen en ik het zou merken en jij niet. Ik heb het voor lief genomen. Ik wilde en kon niet zien hoe slecht het met je ging. Misschien heb ik je nog maar één keer gezien voordat je het hospice inging.

Dat je oudste dochter niet meer tegen me wilde praten en daarna nog negatief reageerde op de uitnodiging voor de boekpresentatie ‘omdat ze boos was’, deed voor mij de deur dicht. Ik had Carine al eens gewaarschuwd dat ik niet meer bij je zou komen, als ze niet normaal tegen me zou gaan doen. Na de uitnodiging voor de boekpresentatie heb ik de daad bij het woord gevoegd. Ten koste van jou op een heel verkeerd moment, want daardoor ging aan me voorbij hoe slecht het met je ging en dat je eenzaam was.

Pyrrusoverwinning
Daar had ik iets aan kunnen doen door naar je toe te gaan. In plaats daarvan gooide ik twee van mijn boeken door je brievenbus, zonder commentaar, zonder aan te bellen. Dit was een welbewuste actie die is aangekomen, want Carine had het onthouden (klaarblijkelijk van jou gehoord) en zei een paar dagen geleden nog: ‘niet te begrijpen waarom ik niet bij je had aangebeld’. Een heuse Pyrrusoverwinning. Zo zagen we elkaar pas weer op de drempel van de hospice.

Geen ruimte
Ik realiseer me eigenlijk nu pas dat Carine, sinds ze pal achter je is komen wonen, de ruimte van jouw drie andere kinderen volledig heeft ingenomen: met zichzelf, met honden. Vijf of zes dagen per week. Voor ons bleef nauwelijks ruimte over en zeker niet als ze weer eens boos en wraakzuchtig was, begon over ziektes of ‘dat haar zoon zelfmoord wilde plegen’. Carine had de macht ons buiten te sluiten en woonde feitelijk bij je in. Bij Charléne en mij (in de eindfase van je leven) is dat gelukt. Ten koste van ons allemaal. Overeenkomst tussen Charléne en mij is bovendien dat we het onszelf hebben aangedaan. Ten koste van jou. Charléne heeft dus wel degelijk een punt met haar verwijten, ze richtte ze alleen tegen de verkeerde, omdat ze niet tegen Carine opkon.

Enig kind
Al rond je baarmoederoperatie, vorig jaar, had ik me voorgenomen om jou rond je uitvaart aan de anderen over te laten. Zij mochten de beslissingen nemen en  ik stelde me als enig kind op. Helaas heb ik dat ook in de eindfase van je leven gedaan, omdat ik alleen mezelf voor ogen had. Onbewust ben ik in de val getrapt die kenmerkend is voor je andere kinderen. Nu kan ik alleen nog proberen het in de toekomst beter te doen. Voor iemand anders.

Niet aardig
Het spijt me zo mam, dat ik er niet was, toen je me het meest nodig had. Ik betwijfel of ik nog veel voor je had kunnen doen. Zelfs Carine lijkt dat gevoel te hebben gehad. Je klaagde als ze er niet was en tegen mij zei je dat ze ‘niet aardig’ voor je was. Je was ziek en steeds hulpbehoevender, vooral omdat je je ontlasting niet meer kon ophouden en te zwak was geworden om jezelf te verschonen. Je schaamde je alleen nog maar. Carine vertelde ook dat je overal alleen nog maar muizenhapjes van at en steeds om iets anders vroeg dat zij dan moest gaan halen. Alleen je kanker had nog honger.

Groot kind gebleven
Het klinkt alsof je in de laatste weken een dreinend kind was geworden dat alleen nog maar huilde. Als een ‘groot kind, dat nooit volwassen is geworden’, zo omschrijven je beide dochters je. Waarschijnlijk hebben ze gelijk, al heb ik het zelf nooit eerder zo gezien. Ze hebben er passend gebruik van gemaakt. Je zus Clara noemde je ‘naïef en goedgelovig’. Ook dat zal in de kern waar zijn. Ik vond je vooral chaotisch en zonder compassie naar mensen buiten je eigen kring van kinderen, kleinkinderen, ouders, zussen en broers. Ook ik miste mededogen en steun toen ik als enige voor mijn verwekker en jouw liefde zorgde. ‘Waarom doe je dit voor hem; hij heeft toch ook nooit iets voor jou gedaan?’, zei je meerdere keren. Je wereld was levenslang erg klein, behalve misschien toen je je begin jaren tachtig bewoog in de Betuwse kunstenaarsscène, daartoe gestimuleerd door kunstenaar Willem Broekman.

Liefs,

Tuur

PS: Ook je tuinbankje heb ik gesloopt. Het was zo gammel dat het lossen van twee schroeven en het doorzagen van een paar latjes al genoeg waren om het uit elkaar te kunnen trekken. Ik weet nog dat ik in de zon bij je voor de deur zat, een jaar of acht geleden. 75 euro had het gekost, inclusief bezorging. Toen ik het in elkaar wilde zetten, bleken de meegeleverde schroeven zo slecht dat ik eerst langs de ijzerwinkel moest om nieuwe te halen. Ik kon je tenminste nog een plezier doen. De resterende stoel in je huisje is een plastic tuinstoel. Probeerde even wat te mijmeren in je postzegelgrote tuintje. Het lukte niet. Net als op de eerste dag na je overlijden, voelt je huisje niet meer van jou: even leeg als toen het nog volstond. Gek dat ik vanaf de eerste dag voel dat de dood definitief is, zonder dat ik in staat ben het te accepteren (vrede te hebben met het onvermijdelijke). Ik huil me momenteel een ongeluk: elke dag, alleen ’s nachts blijft het bij een enkele huilbui en dat is dan omdat ik overvallen word door eenzaamheid.

Vlak voor ik naar je huisje wilde gaan, ving de bovenbuurvrouw me weer op, omdat ik in mijn schuurtje stond te huilen op zoek naar een zaag en de waterpomptang. Twee buren, dat zijn de mensen van wie ik het moet hebben.

Schreeuwen (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag zo hard gegild dat ik er schor van ben geworden. Had met Carine afgesproken dat ik je foto’s en persoonlijke spullen zou uitzoeken en selecteren. Ik heb bijvoorbeeld een hele bananendoos met eindeloos veel kopieën van je digitale foto’s weggegooid. Moet een kapitaal gekost hebben van je AOW.

Je had ook veel van je digitale foto’s in albums gedaan. Wilde ik allemaal weggooien, omdat iedereen toch een digitale versie van bijna alle foto’s op usb-stick krijgt. Alleen de echt originele foto’s, vaak in zwart-wit met kartelrandje, aan de achterkant gedateerd in jouw onderwijzershandschrift en vaak nog voorzien van lijmresten, omdat ze ingeplakt hebben gezeten, heb ik in een bakje gedaan om nog eens te scannen. Van die familiekiekjes zal veel naar je zus Clara gaan,

Sta ik met Tony bij de milieustraat, begint hij plotseling in een album te bladeren, zegt ‘zonde’ en belt Carine of het niet alsnog bewaard moest worden. Dozen terug naar huis, dus. Bij Carine voor de deur en bij Tony in de auto heb ik de longen uit mijn lijf geschreeuwd: ‘Dank je dat ik het leuk vind om het leven van mijn moeder uit te wissen?’ en ‘Dan hadden we er afspraken over moeten maken, verdomme!’ Ze verstonden me niet, omdat schreeuwen en huilen blijkbaar slecht samengaat. Moet je blijkbaar een paar keer gedaan hebben. Ik voel me steeds radelozer, een portie wantrouwen maakt ook niet meer uit. Eén voordeel heeft het gehad; ik had anders ook een mapje weggegooid rond de uitvaart van je vader dat nu naar je zus kan. Daar zitten nog wat oude foto’s in en een briefje van jou. Zonder de ophef, zou ik het over het hoofd hebben gezien.

Hoewel ik gisteren, na een dag huilen had besloten dat jij mijn tranen vast niet zou hebben gewaardeerd, vandaag toch ook weer veel gehuild. In de eerste twee weken na je dood, had ik af en toe een niet-huildag, in totaal drie geloof ik, de laatste weken gaat het veel minder en heeft het machteloze verdriet de overhand gekregen. Zelfs je foto op mijn beeldscherm lacht me niet meer toe. Heb hem maar even weggehaald, omdat hij me ook aan het huilen maakt nu. Dezer dagen ga ik uitzoeken of therapie zinvol is; de psychologe waar ik nu kom vanwege mijn slechte slapen, kan me niet verder helpen. Alleen al het lezen van haar goedbedoelde adviezen en tips, kan ik momenteel niet opbrengen.

Dat jij er net meer bent, is zo onnoemelijk zwaar mama en zomaar doodgaan, zoals jij, is ook geen optie.

Veel liefs,

Tuur

PS: Naast alle foto’s op je computer, losse foto’s en fotoboeken die her en der verspreid lagen in kasten en kastjes, heb ik nu ook gekeken in de vier plastic rolbakken die onder je bed stonden. Fotoboeken vol over je kleinkinderen: voor Carine het meest, omdat ze drie kinderen had, voor Charléne en Robert veel minder, omdat ze slechts één, respectievelijk twee kinderen hebben. Ik ontbreek in de bakken en de tientallen albums, omdat ik geen kinderen heb. Het bevestigt slechts mijn uitzonderingspositie als liefdesbaby, en enig kind: ik hoor nergens bij. Ik ben er met terugwerkende kracht trots op.

Filmpje (korte brief)

Ik wil je zo graag dicht bij me houden door met je bezig te zijn en je nalatenschapje goed te bewaren, maar ik weet zeker dat je niet zou willen dat ik hele dagen om je huil. Ik weet niet of het lukt om dat te veranderen. Dan zal ik toch eerst weer dingen ‘leuk’ moeten gaan vinden, maar ik kan ze niet meer met je delen en alleen dat maakt al dat ze niet leuk meer zijn.

Buitenland
Als je huisje straks ontruimd is, wil ik weer eens naar Duitsland gaan. Misschien ben je daar verder weg dan in Utrecht, maar ik kan je nooit meer bellen om te zeggen hoe het is, wie ik heb ontmoet en wat ik heb gedaan. Ik zal je blijven schrijven mam, tot ik ben uitgerouwd. Of ik ga ermee door, zodat het een soort dagboek wordt. Dat weet ik nu nog niet.

Ik voel me zo alleen, mama. En nu moet ik weer bijna huilen. Ik ga nu even testen of mijn filmpje werkt op je weblog en dan een paar uur slapen.

Liefs,

Tuur

Uitwissen (korte brief)

Lieve mam,

Vandaag niet alleen je huisje verder opgeruimd: je badje weg, linoleum eruit, kastjes weg, spijkers uit de muur, maar ook begonnen je papieren op te ruimen: verzekeringspapieren en ook je lidmaatschap van de Nederlandse vereniging voor Euthanasie (NVVE). Zelfs papieren van de Sociale Dienst, van voor je pensionering had je bewaard.

Ook weggegooid: lijstjes met foto’s van mensen die ik niet herken. Wel bewaard: envelopjes met pasfoto’s waar ik nieuwsgierig naar ben. Misschien zijn ze met regelmatige tussenpozen gemaakt en geven ze een beeld van veranderingen in je uiterlijk en levensstijl door de tijd heen.

Niets meer
Het weggooien van al je officiële documenten: van OHRA tot Zorg en Zekerheid geeft me het gevoel dat ik bezig ben je bestaan uit te wissen en daar moet ik erg om huilen. Dat is na anderhalve maand nog niet minder geworden. Het enige dat nog iets van zin geeft, is met jou en je nalatenschap bezig zijn. De zon schijnt en ik voel het niet. Ik voel niets meer, alleen verdriet.

Veel liefs en tot later mam,

Tuur

PS: het enige waar ik wel blij mee ben, is dat ik momenteel niet uit werken hoef en ik hoop dat het zo blijft.

Mama met kleindochter Elara (korte brief)

Lieve mam,

Op deze foto sta je zoals ik je de laatste jaren kende: zorgvuldig opgemaakt, omdat je ijdel bleef, hoewel je leeftijd ging tellen. Zo zal ik je mij altijd blijven herinneren. Je bent hier 82 met je jongste kleinkind op schoot. Je kleinkinderen, waren de laatste 25 jaar een belangrijk levensdoel voor je, tenminste dat hoop ik. Ze droegen je op handen.

Corry met kleindochter op schoot

Veel liefs,

Tuur

Preventieve baarmoederverwijdering (korte brief)

Lieve mam,

Schiet ineens de bizarre gedachte door mijn hoofd dat als ze je baarmoeder op tijd hadden verwijderd, in plaats van een ring te plaatsen tegen verzakking, je nu nog geleefd zou hebben. Maar: ‘Je was nu eenmaal oud’, zei de chirurg tijdens het second-opiniongesprek, dus wat maakt het uit? Voor mij had het alles uitgemaakt. Je baarmoeder was toch al meer dan 50 jaar overbodig en zat je al tien jaar in de weg. Waarom gebeurt zo’n operatie dan niet preventief?

Op internet lees ik dat baarmoederverwijdering een optie is bij verzakking. Ik weet niet of het ook werkelijk preventief gedaan wordt. Het staat in een folder van een ziekenhuis. Ook hierover hebben we te weinig gepraat. Je ging pas ergens vorig jaar klagen dat je last van de ring had: dat hij niet goed paste en niet goed werkte. Hadden we ons er toen in verdiept, was een operatie wellicht nog op tijd gekomen.

Waanzin en veel liefs,

Tuur

Zelfmedelijden (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vanmiddag huilde ik om mezelf en minder om jou, omdat ik me zo eenzaam voel en Utrecht zo leeg is zonder jou.

In je huisje staan nog één plastic tuinstoel, een paar dozen met boeken en een paar kasten. Het meeste wordt morgen opgehaald door de Tweedehands en het Grofvuil. Vanmiddag gaat je vliering leeg. Volgende week rijd ik nog een keer naar de milieustraat met wat elektronica, als een koffiezetter en een tosti-ijzer dat niemand wil hebben.

Pruimenboom
De pruimenboom in de tuin draagt zoveel pruimen, dat er niet tegenop te eten valt. Misschien sap van proberen te maken met de staafmixer? Meer dan vermalen en koken kan ik ze niet. Geen idee of dat drinkbaar wordt. Weggooien is ook zonde en voor aanstaande dinsdag wordt veel wind voorspeld, dus dan waait de boom waarschijnlijk in één keer leeg.

Ik heb wel een heleboel pitten bewaard om te laten drogen. Pruimen behoren net als kersen en abrikozen tot het steenfruit, dus de pitten zijn giftig, zeker in gemalen vorm. Geen idee hoeveel je er nodig hebt om zelfmoord te plegen. In een boek las ik een stuk of vijf, maar dat ging om kersenpitten. Het lijkt me wat weinig. Voorlopig wil ik proberen te leren leven met de wetenschap dat je er niet meer bent en voor ik de hand aan mezelf zou slaan, wil ik eerst een testament maken, een euthanasieverklaring tekenen en de troep achter mijn kont opruimen. Iets dat wij nu voor je doen, omdat je er niet aanwilde dat je doodging. Ik ook niet trouwens. Je maakte wel je spaargeld aan ons over, dus in je achterhoofd hield je er wel degelijk rekening mee dat je einde aanstaande was.

Ik ga nu wat pitten proberen te vermalen in een beetje water, omdat ik wil weten of dat met de staafmixer kan en of het naar amandelen ruikt.

Tot over een paar minuten ma,

Tuur

PS: Tien pruimenpitten proberen te vermalen. Het is vooral slecht voor de staafmixer, maar er sprongen wel stukjes vanaf en het laagje water werd troebel wit. Het sloeg onmiddellijk op mijn adem en ogen, dus als ik een vijzel en stamper zou gebruiken op tien gedroogde pitten, ontstaat volgens mij een dodelijk goedje. Stoppen met eten lijkt mij een betere manier om ‘niet meer te zijn’, zoals jij. Ik ben er nog niet aan toe Het spul rook naar amandelen, zoals op internet te lezen is. Nu eerst mijn handen goed wassen en de staafmixer afspoelen.

Psychiatrie (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Er was een periode in je leven waarvan ik alleen iets weet, omdat je me er zelf over verteld hebt, namelijk over de maanden dat je in een psychiatrische kliniek zat, wegens een post-natale depressie. Er is een brief aan je vader, waarin je hem smeekt je uit de kliniek te halen.

Hij begint zo: ‘Red me alstublieft uit deze hel. Help me toch. Ik weet geen uitweg meer. Help me, help me pa, ik ben in nood.’ Tegen mij vertelde je meerdere keren dat je ‘dood wilde’ of ‘heel lang slapen’ en dat de medicijnen heel zwaar waren en je duf maakten, maar ‘voor eeuwig slapen’, deden ze je niet.

Internaat bij school
Je baby werd ondergebracht bij een oom en tante van jou die zelf twee opgroeiende dochters hadden en ik ging naar een internaat bij school. Ik heb daar nog een paar flarden van herinneringen aan. Aan een zekere Jos van Dijk die een paar vingers miste, aan één van de personeelsleden, die destijds ‘kinderverzorgsters’ werden genoemd en die een hondje had, waarvan ik bij binnenkomst dacht dat het een aapje was. Het zal een poedel-achtige geweest zijn. Ik was zes jaar. En ik meende me een liedje te herinneren dat toen veel op de radio was: ‘I never promised you a rosegarden’. Het nummer is uit 1967, maar de versie waaraan ik herinneringen dacht te hebben, werd pas in 1970 opgenomen door Lynn Anderson. Kun je zien hoe feilbaar de menselijke herinnering is. Ik ga ervan uit dat ik als moederskindje veel huilde daar, net als een jaartje later toen ik in het ziekenhuis lag voor een achillespeesoperatie.

Tante Flora
Van horen zeggen weet ik dat er huishoudelijke hulp kwam die voor de vier overige kinderen zorgde, je stiefkinderen Peter en Niki van elf en zeven en je twee dochters van vier en vijf jaar oud. De thuishulp heette Flora en ik ken haar alleen van foto’s. Uiteindelijk was je zo wanhopig dat je Theo smeekte om je uit de psychiatrische kliniek weg te halen. Eenmaal thuis kwam je tot niets, vertelde je. Flora zal nog wel een tijdje gebleven zijn. Uiteindelijk zou Theo je gevraagd hebben om uit bed te komen en dat deed je. Ik meen me te herinneren dat je vertelde dat je op een avond naar een tv-show van Wim Sonneveld zat te kijken en dat je plotseling weer begreep waarover het ging. Vanaf dat moment zou het beter met je gaan. Er was echter pas in oktober 1969 sprake van een tv-show met Sonneveld. Het is dus niet heel waarschijnlijk dat het om hem ging, of je moet meer dan een jaar in de lappenmand hebben gezeten.

Vreemde gedachte trouwens dat je je veiliger voelde bij je gewelddadige echtgenoot dan in een psychiatrische kliniek.

Eigenwijs
In het jaar voor je dood refereerde je geregeld aan de periode in de kliniek, omdat je je toen ook depressief voelde. Een anti-depressivum wilde je niet nemen, indachtig de zware medicatie die je in 1968 te slikken had gekregen. Mijn argument dat de anti depressiva veel beter zijn dan toen, hielpen niet. Daarvoor was je te eigenwijs. Achteraf bezien moeten we allemaal jouw depressiviteit hebben verward met doodsangst. Alleen jij wist beter, maar wilde er niet over praten. Zoals altijd en zoals je dochter ook doet: kop in het zand.

Tot later mam,

Tuur

Muziek (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Heb vandaag de eerste brief aan jou op mijn weblog gezet, althans chronologisch gezien. Hij gaat over jullie gezinssamenstelling en de generatiekloof tussen zussen enerzijds en je broers anderzijds.

Ik laat het voorlopig aan niemand weten, omdat er weinig vleiends in staat over je dochters. Ik zie wel wanneer ze erachter komen. Kan ik het mooi structureren, spelfouten eruit halen en langzaam bezien of er een boek inzit of niet

Hoewel je weinig op foto’s staat, heb ik er toch al een paar gevonden. Een recente met Clara staat bij de eerste brief. Je wist toen al dat je ziek was en lachte waarschijnlijk als een boer met kiespijn, gewoon omdat je vindt dat dat op een foto hoort.

Minimal music
Voor het eerst sinds je dood heb ik weer muziek aangezet: klassiek voor beginners, ofwel minimal music; klassiek met weinig instrumenten, meestal met piano. Het dringt niet tot me door, mijn gedachten blijven bij jou en ik moet er alleen maar van huilen. Lezen gaat nog helemaal niet.

Jij gaf niet veel om muziek; op je uitvaart hebben we Cat Stevens gedraaid en Boudewijn de Groot en een aria van Puchini, omdat je enige liefde, annex schuinsmarcheerder Bert dat deuntje altijd voor je floot.

Samen luisterden we wel eens naar Richard Tauber, maar vooral omdat je vader deze operazanger ook prachtig vond. Een fantastische stem inderdaad, en nog in het Duits ook, wat mij aanspreekt.

Peter Lens
Door jouw overlijden, ben ik gaan Googlen naar Peter Lens die jij een paar keer ontmoet hebt, naar ik meen voor het eerst bij een tv-programma. Hij was zowat de eerste tv-dokter. We hebben wel eens gedrieën ergens gezeten: in een bioscoop of theater. Ik weet nog dat Peter je een compliment maakte en ik iets repliceerde als: ‘Met dank aan Oil of Olaz’. Moet ergens in de jaren tachtig zijn geweest. Het spul bestaat nog steeds, maar onder een andere naam. Nu begrijp ik opeens waarom je Peter Lens aantrekkelijk vond. Hij had wel iets weg van Bert met zijn donkere krullen en ietwat bolle toet.

Peter werd tweeënnegentig en stierf in het voorjaar van 2024. Gek eigenlijk dat jij je als eenkennig mens met een laag zelfbeeld zo makkelijk onderhield met BN’ers als Boudewijn de Groot en Peter Lens en zelfs met hen correspondeerde. Je voelde je waarschijnlijk bevestigd als vrouw en zij vielen daarvoor, en voor je naïviteit. Dat is me nooit zo opgevallen. Die vaststelling komt van je zus Clara en ik denk dat ze gelijk heeft. In de eerdere brieven die ik schreef, komen daarvan ook staaltjes voor. Ze volgen later op deze plek.

Corry als assistente van goochelaar Hans Kazan in 1989 Avro's Service Salon
Hier mijn moeder ergens in de jaren tachtig als niet heel willig slachtoffer van illusionist Hans Kazan.

Tot later, mam

Tuur

PS: Terwijl ik dit alles opschrijf, gaat de muziek volledig aan me voorbij. Voor het eerst irriteert het me niet echt. Misschien is dat een goed teken?
Ik merk ook dat ik al deze brieven schrijf om je zo dicht mogelijk bij me te houden en dat is het enige wat ik wil. Andersom geldt ook: zo gauw ik stop met schrijven om iets anders te gaan doen dan je digitale fotocollectie verder opschonen, moet ik je een beetje loslaten en dat wil ik niet. Misschien dat daarom lezen me niet lukt en bekende muziek me meer tegenstaat dan luisteren naar onbekende nummers. Het trekt allemaal de aandacht weg van jou. Er komt vast een moment dat ik me geen verrader meer voel aan jou en je nagedachtenis, maar dat is nu nog niet.

Rouwproces van een liefdeskind of de dood van mijn moeder (brief)

Op 25 juni overleed mijn moeder. Corry werd 86. Het laatste jaar werd een lijdensweg, na een ernstige kankerdiagnose. Ze was als de dood voor de dood en wilde ons niet loslaten. Ze was lid van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) en had een euthanasieverklaring. Op haar sterfbed was ze te laat nog om palliatieve sedatie te vragen. Over haar einde praten deed ze niet, erom huilen wel.

In het jaar na haar kankerdiagnose, bleef er weinig meer van mama over: ze kwam nauwelijks meer buiten, kookte niet meer en deed geen boodschappen. Die deed mijn oudste halfzus die praktisch bij haar inwoonde.

Haar grote hobby van de laatste jaren: het fotograferen van insecten, kwam ten einde. Ze huilde alleen nog maar, leek beginnend dement of in een permanent delier en te eigenwijs om naar de dokter te gaan. Ze leek te wachten op de dood die eindelijk gekomen is: rust. Los van de kanker, lijkt mijn moeder initiatief en levensdrang te zijn kwijtgeraakt, nadat ze Corona kreeg en dat was al twee jaar voor de kankerdiagnose. Ze werd warrig en onzeker, liet het gas aan staan en vergat steeds meer. Zelfs koffie-zetten lukte nauwelijks nog.

Leren kennen
Dat ze er niet meer is, moet ik leren accepteren. Om Corry alsnog beter te leren kennen: de éénkennige hypochonder met een laag zelfbeeld en een overmaat aan schuldgevoel, ben ik begonnen haar brieven te schrijven. Dat doe ik nu al een maand, elke dag. Ik kan haar nu ook schrijven, waarover ze nooit had willen praten en vragen, waarop ik zelf het antwoord moet verzinnen. Omdat ik haar wel een beetje heb leren kennen, zullen aardig wat antwoorden in de buurt van de waarheid komen.

Lieve mam,

Op het eerste oog kwam je uit een doorsnee gezin van zeven kinderen, waarin jij de oudste was. Vader ambtenaar, moeder huisvrouw. Tot zover niks bijzonders. Jij werd in het jaar voor de Tweede Wereldoorlog geboren; de oorlog die altijd je baken bleef, zonder dat ik precies weet waarom. Als oudste kind heb je de hele oorlog min of meer bewust meegemaakt, zonder dat je ten volle besefte wat er aan de hand was. Toen hij eindigde was je net zes jaar oud.

Een periode, waarin je je als peuter en kleuter, beschermd wist door je ouders tegen de achtergrond van verduistering en angst. Bescherming die je later moest missen, bijvoorbeeld in je huwelijk.

Clara en Corry, gearmde zussen op 26 juni 2024
Clara en Corry op stap. Waarschijnlijk één van de laatste keren. Mama wist toen al dat ze ernstig ziek was, hoewel ze er lachend bij staat. Daarna ging ze zich in zichzelf terugtrekken en kwam ze steeds minder buiten. Ze draagt een lang, zwart T-shirt met een nietszeggende tekst erop, waarvan ze er meerdere had. Het hangt bij mij thuis en is me plots dierbaar, omdat ze het ook echt gedragen heeft.

Tijdens de oorlog werden nog drie kinderen geboren; iets waarvan ik me altijd heb afgevraagd hoe dat kan in het licht van honger en levensonzekerheid.

Na de oorlog werden nog een bevrijdingsbaby geboren en respectievelijk zes en acht jaar later nog twee broertjes.

Generatiekloof
Jullie gezin was bij nadere beschouwing toch niet zo alledaags als op het eerste gezicht leek. Het bestond uit een oorlogsgeneratie van meiden en een na-oorlogse generatie van drie jongens, waarvoor jij een soort surrogaatmoeder werd. Je scheelde maar liefst zestien jaar met je jongste broertje. Je broertjes met wie je op stap ging om je moeder te ontlasten en waardoor je mijn vader hebt ontmoet. Je bent hen altijd als je ‘kleine broertjes’ blijven zien.

Meidenclub

Loes, Corry en Clara in Naarden op 4 november 2015
Jullie meidenclubje hing aan elkaar, zeker naarmate jullie wederzijdse kinderen ouder en volwassen werden.
Jullie gingen wekelijks op stap. Met je broers had je nauwelijks contact. Niet zo gek, gezien de generatiekloof; een regelrechte cesuur in jullie gezin.

Veel liefs, Tuur

(met ‘Veel liefs’ sloot Corry haar e-mails af).

PS: Wat me aan deze foto’s plotseling opvalt, is dat je zus Clara in de 10 jaar tussentijds nauwelijks ouder lijkt geworden. Je zus Loes laat ik buiten beschouwing, omdat ze toen al dement werd. Jij ziet er op de onderste foto nog best fruitig uit, terwijl je na je tachtigste snel oud geworden bent. Het viel me ook op aan de foto met kleindochter Elara, hoewel je daar zorgvuldig opgemaakt opstaat. Daarop ben je 82. Was je soms al langere tijd ziek, zonder dat we het wisten? Kan kanker zo lang sluimeren?

Levensverhaal (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Toen je mijn verwekker Bert ontmoette, aan het vennetje bij Vliegveld Hilversum was je pas zestien. 1955 met je broertje van acht achterop de fiets. Een heel eind van Utrecht Noord naar Hilversum. Andere tijden.

Een stoer meisje zie ik dan voor me met een af en toe jengelend jochie achterop dat alleen stil te krijgen is met de belofte dat hij straks ‘vliegtuigen mag kijken’. Je trof daar een jonge kerel die je aansprak met iets onbenulligs als: ‘Zo, zo, met je kleine broertje op stap?’. Een knappe jongen in uniform die voor eigen rekening zweefvlieglessen volgde. Bert wist hoe hij met zijn donkere krullen en vlotte babbel een jong meisje voor zich moest innemen.

Geen verweer
Het vennetje bestaat nog, al staat er een hek omheen. Bij de geschiedenis van vliegveld Hilversum staat te lezen dat het in 1944 gegraven is om het vliegveld geschikt te maken voor militaire toestellen met het vrijkomende zand. Jij was er toen al. De oorlog werd jouw oorlog waar je later met heimwee op terugkeek, zo leek het. Een bange tijd, net als je huwelijk, maar toen werd je tenminste nog beschermd door je ouders. Later beschermde niemand je meer en jezelf verweren kon je niet. Niet tegen Bert, niet tegen je echtgenoot en niet tegen je dochters.

Goedgelovig
Je zus noemde je ‘goedgelovig en naïef’. Behalve dat je mij had, en niet wist waarheen met ons, zal dat meegespeeld hebben bij je ‘keuze’ om met Theo te gaan trouwen, ondanks waarschuwingen van je zus en Theo’s schoonzus. Clara zou eens door hem aangerand zijn en Theo’s schoonzus moet je gewaarschuwd hebben voor zijn losse handjes.

Geen moreel besef
Bert had zijn moreel besef in het Jappenkamp achtergelaten en had qua levenservaring een enorme voorsprong op jou. Blijkbaar kon hij met je doen wat hij wilde, bijvoorbeeld je jarenlang als bijwagen aan het lijntje houden. Je hebt eens verteld dat je bij Berts ouderlijk huis hebt postgevat om hem op te wachten. Ik weet niet of je hem daar ooit gezien of gesproken hebt. Wat ik wel weet, is hoe hij je opzocht toen je als tweeëntwintigjarige onderwijzeres op kamers woonde in Gouda en als invalkracht werkte op een basisschool in Moerkapelle. Bert zou dan bij het afscheid tegen je gezegd hebben: ‘Zul je braaf zijn’, waarmee hij waarschijnlijk bedoelde: ‘Zul je me niet ontrouw zijn en wachten tot ik weer kom?’ En je deed het ook nog. Ik ken een vage foto met jou en een lange, slanke jongen erop: Henk Hagebeuk, wiens achternaam heel creatief werd verbasterd. Je beweerde dat je nooit iets met hem hebt gehad.

Ongelukkig getrouwd
Bert was intussen ongelukkig getrouwd en jij bleef op hem wachten. Er kwam een kind en hij zocht je op: In Gouda en later bij je ouders; er kwam een tweede kind en Bert stond onderaan de trap en toen zijn vrouw op komst liep van de derde, verwekte hij mij. Goede kans dat je je kans schoon zag en hem ‘flikte’ en iets hebt gedacht als: ‘Als ik hem een kind aannaai, gaat hij misschien wel bij zijn vrouw weg’. Zo naïef was je wel, maar Bert niet. Hij vermoedde zelfs eerder dan jij dat je zwanger was. Hij zou je eind 1961 gevraagd hebben: ‘Ben je nog ongesteld geworden?’ Niet dus. Zo kwam ik in de zomer van 1962.

Verborgen gehouden
Je had je zwangerschap zes maanden lang verborgen kunnen houden, maar nadat je je zus Clara in vertrouwen had genomen, moest je het ouderlijk huis uit en bracht Bert je onder bij een vriend in Amsterdam: Arthur Nikkesen in Amsterdam, naar wie ik vernoemd ben

Onze Lieve Vrouwe Gasthuis
Ik kwam veel te vroeg, maar jij was blij dat je van je zwangerschap af was. Ik ken het verhaal dat je op de achterbank van een auto, met gebroken vliezen heel Amsterdam bent doorgeleurd: van ziekenhuis naar ziekenhuis, omdat niemand je als onverzekerde wilde helpen, tot je bij de zusters terechtkwam van het ‘Onze Lieve Vrouwe Gasthuis’. Je troostte je met de gedachte dat mijn vroeggeboorte de schuld was van je vader die je uit huis had gezet, de man die je na zijn dood op handen droeg.

De vroeggeboorte zorgde ervoor dat ik laat ging zitten en lopen en het is me tot de dag van vandaag aan te zien. Je zus Clara schrijft er iets over: ‘Als kleine baby heb ik je veel in mijn armen gekoesterd, gaf je flesjes, schone luiers, toen Corry en Theo met mijn ouders op stap waren. Je was toen een paar dagen bij Loes (jongste zus van Corry) en mij. Je kon niet zitten en we zetten kussens in je rugje, in de kinderwagen thuis, daar sliep je in, dan kon je rechtop zitten en om je heen kijken. Dan gingen we met je wandelen naar het Julianapark. Je was ons broertje en we hielden van je. Zongen liedjes voor je om je in slaap te brengen en hebben je veel geknuffeld en met je gespeeld. Je was een schatje toen. We waren wel ongerust, omdat je niet zelfstandig kon zitten en vroegen ons af wat er mis was.

Schuldgevoel
Het bezorgde jou een levenslang schuldgevoel, waardoor ik aandacht kreeg die ten koste ging van de drie jongere kinderen die je met Theo kreeg. Twee van de drie dragen mij dat na, één van de drie vooral ook jou. Zo is het tot je dood gebleven. Verwijten kan niemand je meer maken, mij des te meer. Mijn antwoord is: hen alle drie los te laten.

Tot later mam,

Tuur

PS: een paar maanden voor je overleed, misschien een half jaar belde je verdrietig op om te zeggen dat het je speet dat je zo weinig bij me was geweest. Je voelde je schuldig om niets, zoals meestal. Ik antwoordde: ‘Geeft niet mam, ik kom toch naar jou?’ Ik begreep niet wat je echt wilde zeggen, namelijk iets als: ‘Ik kan niet meer naar je toekomen; ik kan het niet meer goed maken, want mijn tijd is bijna op.’ Je wist het zo goed en ik begreep je niet. En nu is het te laat. Waarom kende ik je zo slecht? Had ik me te weinig in je verdiept? Theo kende ik beter. Waarom praatte je niet over je pijn en verborg je je angst, net als Carine doet? Zelfs op je sterfbed heb ik je niets gevraagd, hebben we het over anderen gehad. Over Janie Vermulm, boerendochter uit Moerkapelle die als kind de nabijheid van haar onderwijzeres zocht en voor de miljoenste keer over je vader. Maar niet over jou; niet over ons. En terwijl ik dit zit te typen, zie ik je lachende, ogenschijnlijk onbezorgde gezicht op mijn bureaublad staan. Je was 79. De zomer waarin Bert stierf. De foto is twee weken na zijn dood genomen. Misschien miste je hem, maar je hebt er zelden iets over gezegd.

Boodschappen (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Gisterenavond dacht ik nog: ‘Zal ik iets gaan lezen’, vanmorgen kwam ik weer mijn bed niet uit om boodschappen te gaan doen. Als ik niet vroeg ga, is het brood op. Zelfs de vriezer is leeg; dat is in twintig jaar niet gebeurd. Morgen zal ik wel moeten, want dan heb ik echt niets meer in huis. En dan nog heb ik een korst oud brood en een pot kikkererwten en broccoli.

In de afgelopen weken alleen af en toe een bonusaanbieding meegenomen van de AH als ik van je huisje kwam. Daarvan heb ik geleefd. Maar nu is zelfs het toiletpapier op. Ook nog nooit gebeurd. Fruit komt uit de pruimenboom in de tuin die heel veel pruimen geeft sinds ik hem heb laten snoeien, twee jaar geleden. Bijna gehalveerd eigenlijk. Blijkbaar stopt de boom zijn energie nu niet meer in verdere groei, maar in vrucht dragen. Toen je in de hospice lag, maakte ik een wrang grapje over de kersen die ik voor je gekocht had, namelijk dat je met vijf gemalen kersenpitten zelfmoord zou kunnen plegen. Het werd me niet in dank afgenomen door je andere kinderen. Het was ook wel erg wrang.

Cyanide
Gisteren toch maar weer gegoogeld: in alle pitten van steenfruit, dus ook van appels, kersen en pruimen zit een stof die in het lichaam wordt omgezet in cyanide. Slik je de pitten heel door, is er weinig aan de hand, want dan poep je ze ook weer heel uit, vermaal je ze, dan zou je er dood aan kunnen gaan. Ik las dat vijf gemalen kersenpitten al genoeg zijn. Schijnt wel een pijnlijke dood te zijn. Heb nu voor het eerst pruimenpitten te drogen gelegd op een schoteltje en er komen er meer bij. Of tien gemalen pitten genoeg zijn, zal ik moeten uitzoeken; weinig zin om zwaar invalide uit een coma te ontwaken. De dood hangt in mijn eigen boom als ik omhoog kijk. Een geruststellende gedachte dat ik je misschien achterna kan, mocht ik dat dat echt willen. Dan zou ik wel eerst zoveel mogelijk zaken willen afsluiten. Eerst maar eens een euthanasieverklaring tekenen en een concepttestament opstellen, maar energie heb ik er niet voor.

Stilgevallen
Ik ben net als jij, in het laatste jaar voor je dood, volkomen stilgevallen. Ik schoon je fotocollecte op en schrijf je elke dag een brief en soms meerdere. Dat is het.

Ik weet dat ik in beweging moet komen, al is het letterlijk, want door te veel zitten: op de bank of achter de computer, is mijn hernia weer terug waar ik de laatste weken last van had en waarmee het weer iets beter leek te gaan. In beweging, onder de mensen komen is de enige manier om met jouw dood om te leren gaan. Zo ging het met Benno ook: ik ben gaan ligfietsen, ging naar festivals en zo ontmoette ik mijn eerste echte lief. Stil blijven zitten, zoals ik nu doe, helpt zeker niet.

Fotocamera
Op de foto die nu op mijn bureaublad staat, heb je je fotocamera in de hand: de camera waarachter je je het liefst verschool om zo zelf buiten beeld te blijven. Jammer dat je je bril niet boven op je hoofd had, dat zou het beeld completeren.

Veel liefs en tot later mam,

Tuur

Slachtofferschap (mailwisseling, geen brief)

Lieve mam,

De onderstaande mailwisseling tussen jou en je jongste dochter laat zien hoezeer het slachtofferschap jou en je dochters als gegoten paste. Slachtoffer van tirannieke echtgenoten en vaders, maar vooral van elkaar. Het belette jullie verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leven. Vanuit de verte ben ik wel benieuwd hoe je dochters dat gaan oplossen nu jij er niet meer bent om de schuld van al hun levensongenoegen op te vangen.

Verzonden: 10 oktober 2019

Hai Charléne,

Ik heb het gevoel dat wij al jaren in cirkels ronddraaien wat ons contact betreft. Ik vind dat jammer, maar ook vermoeiend en frustrerend.

We zien elkaar, gaan beiden naar ons eigen huis en dan begint het. Ik leef mijn leven; jij het jouwe. Je neemt contact op via de mail of per telefoon, maar als ik te laat terugbel naar jouw zin, komen de mails, een brief of belletje vol verwijten.

Schuld
Ik voel dat ik een schuld aan jou in te lossen heb, doordat jij je emotioneel verwaarloosd hebt gevoeld. Ik ben in jouw jeugd tekortgeschoten ja, dat klopt, en voel mij daar mijn leven lang schuldig over. Alleen jij blijft het me altijd voor de voeten gooien en het bepaalt een groot deel van je leven. Ik vind het frustrerend dat al zoveel jaren lang te moeten blijven horen, temeer ik in die tijd niet anders kon! Ik wil je voor het laatst zeggen dat ik destijds in de overlevingsmodus stond: ik had een zware dobber aan Theo die mij mishandelde.

Overspannen
Meestentijds was ik overspannen, omdat ik me staande moest houden voor jullie en voor mijzelf. Met andere woorden: ik deed wat ik kon, gezien de omstandigheden. Meer zat er niet in qua aandacht en interesse. Het doet mij overigens pijn dat jij mij altijd verwijten maakt voor iets waar ik niets aan kon doen.

Ideaalbeeld
Ik moet mijn ‘schuld’ inlossen door er nu voor jou te zijn, maar ik kan niet aan jouw ideaalbeeld van een moeder voldoen, waarin ik mezelf niet kan zijn.

En dat betekent steeds nieuwe teleurstellingen voor jou en verwijten voor mij. Maar vooral tijdverspilling en het eeuwige leven heb ik niet. Jij zou het liefst hebben dat ik je dagelijks bel, spontaan naar je toekom en voorstellen voor uitstapjes doe. Maar zo ben ik niet. Ik zie ik altijd op tegen uitjes; als ik geweest ben, viel het me mee. Ik houd er niet van en heb het geduld niet of niet het conversatietalent ergens lang op visite te zijn.

Cirkels
Bij Carine, Tuur of Robert ervaar ik nooit een gevoel van druk: zij nemen mij zoals ik ben. Bij jou weet ik nooit waar ik wel en niet goed aan doe: hoeveel dagen moet ik wachten voor ik weer contact met Charléne kan opnemen? Wanneer verwacht ze dat ik langskom? Hoe vaak per week wil ze dat ik bel? Het is zelden een relaxed contact zoals bij mijn andere kinderen. Ik doe het eigenlijk nooit goed in jouw ogen en daar word ik gefrustreerd en moe van en de laatste tijd ook boos over. Ik merk dat ik meer afstand houd, omdat wij in cirkels blijven ronddraaien: we hebben contact, maar ik voldoe niet aan jouw behoefte. Jij komt met verwijten en bent boos, verdrietig en teleurgesteld. Dan wordt het lange tijd stil, waarna jij het weer wilt bijleggen. Daarna begint het weer van vooraf aan.

Acceptatie
Als jij contact met mij wilt, zul je moeten accepteren hoe ik in elkaar zit. En dat ik nooit zo zal zijn in ons contact, zoals jij dat wenst. Dan leef ik tegen mijn natuur in en dat kan ik niet.

Tekortgeschoten
Het ‘Veel liefs, ma’ ontbreekt. Ook is elke vorm van zelfinzicht afwezig. Corry geeft toe ’tekortgeschoten’ te zijn, maar dat komt door haar huwelijk, waarin zij ‘in de overlevingsmodus’ stond. Over de alomtegenwoordigheid van oudste dochter Carine rept ze met geen woord. Charléne moet haar maar nemen, zoals ze is, want dat doen haar andere kinderen immers ook. Dat Robert en ik ons wellicht knarsetandend bij een situatie hebben neergelegd waarin moeder werd ‘gegijzeld’ door haar oudste dochter, komt niet in Corry op. De vicieuze cirkel waarin jij en Charléne zaten, hebben jullie nooit kunnen doorbreken. De verwijten gingen door tot vijf maanden voor je dood en de teneur van ‘ongewenstheid’ was steeds dezelfde.

Ontvangen door Corry: 2 november 2019 van Charléne

Je hebt ervoor gekozen om een relatie met Theo aan te gaan. Je was niet verliefd op hem, maar had hem nodig voor je kind. Bert was jouw grote liefde, maar niet beschikbaar.

Verkrachting
Ik ben destijds verwekt uit een verkrachting van Theo. Je hebt het mij zelf verteld toen ik een jaar of dertien was en ook hoe je destijds overwoog om mij weg te laten halen. Dit gegeven heeft een grote impact op mij gehad.

Niet geluisterd
Als ik wat te zeggen had, werd er niet naar mij geluisterd. Ik praatte snel en deed dat wanneer iedereen uitgepraat was, omdat ik er nooit tussenkwam aan tafel. Ik bewaarde noodgedwongen rust, omdat ik het gevoel had dat ik mij het niet kon veroorloven om ook te gaan gillen of schreeuwen wanneer er ruzie was. Carine en jij deden dat al. Ik ging ook dood van binnen, maar liet dat niet merken.

Lieveling
Ik heb heel vaak het gevoel gehad dat ik er niet bij hoorde: Carine was zowel jouw lieveling als van Theo. Daar kwam bij dat zij altijd haar zin kreeg. Zij ging altijd voor.

Ik heb voorbeelden waaruit dat blijkt; jij ging wel naar de diploma-uitreiking van haar; Carine mocht met jou mee naar andere leuke uitjes zoals naar die tv-uitzending. Waar was ik? Toen we de mannequinopleiding hadden gedaan, was jij er voor haar om het certificaat in ontvangst te nemen. Ik zou nog veel meer voorbeelden kunnen geven, waarin je er wel voor haar was en niet voor mij.

Vijandig
Ik voelde een vijandige sfeer tussen jou, Corine en mij, waarbij jij en Carine twee handen op één buik waren. Daardoor heb ik me zelden welkom gevoeld en dat heeft niets met Theo te maken. Jij wijst mij af. Carine en Tuur hebben zich wel geliefd gevoeld, simpelweg omdat zij op nummer één en twee stonden.

Eerste plaats
De sfeer tussen jouw en je jongste dochter is in deze periode zo geladen, dat jullie elkaars wederzijdse telefoontjes per e-mail aankondigen, waarschijnlijk om je te kunnen voorbereiden op wat te zeggen. Het is maar goed dat Charléne zich blijkbaar niet realiseert dat Carine alleen optisch op de eerste plaats kwam; doordat ze zo handig manipuleerde en alle aandacht naar zich toetrok, ook die voor mij. Carine wist heel goed dat ze niet in mijn schaduw kon staan, waar het jouw liefde betrof. Ook je jongste zoon Robert wist dat hij de derde viool speelde; hij richtte niet voor niets zijn verwijten op mij. In de kern ben ik het met je jongste dochter eens waar het de giftige rol van Carine betrof in jouw en ons leven, hoewel ik nooit over aandacht te klagen heb gehad.

Liefs,

Tuur

PS: 75% van alle e-mail is gericht aan Carine of haar kinderen; de rest was gericht aan Corry zelf als geheugensteun, aan de andere kinderen of haar zus. Van een evenwichtige verdeling van de aandacht was geen sprake. Charléne maakte zichzelf onmogelijk; ik heb geen kinderen, vandaar dat je jongste zoon Robert ook nog zo’n 10% van jouw e-mail kreeg.

Onbegrijpelijk (korte brief)

Lieve mam,

Ik las wat e-mails van je. Daarin laat je zus weten dat ze zo weinig van je hoort en geef je in januari al aan dat je je beroerd voelt. Dat is vijf maanden voor je dood. Blijkbaar trok je je toen al terug.

Ook uit januari een e-mail vol verwijten van je jongste dochter: dat ze niet geïnteresseerd is in de familiekiekjes die je stuurt, dat ze te veel over je andere dochter en haar kinderen te horen krijgt en ‘altijd huilend bij je weggaat’. Huilend uit zelfmedelijden wel te verstaan. De aloude verwijtmodus die haar tweede natuur is geworden. Verschrikkelijk om te lezen. En dan jouw antwoord: ‘Lieve Charléne, bedankt voor je reactie’. Blijkt uit de koker van je kleindochter te zijn gekomen. Omdat cynisme jou vreemd was, kan haar uitval je alleen maar pijn gedaan hebben. Ik ben bang dat dit pas het begin is van wat ik ga aantreffen. Moest er hartverscheurend om huilen. Ga dit soort mail ook toevoegen aan het computermapje over jou, zodat je andere kinderen haar vuilspuiterij ook onder ogen krijgen. Je wordt door je eigen dochter in je gezicht gespuugd en bedankt er ook nog voor. Dat is pas onbegrijpelijk, zoals de titel van de e-mail luidt.

Veel liefs, mam en één ding is zeker: Charléne zal je nooit meer pijn doen!

Tuur

Acceptatie (korte brief)

Lieve mam,

De eerste weken na je overlijden dacht ik nog dat je je met de dood verzoend had na de scanuitslag waarin overal uitzaaiingen waren geconstateerd; de avond waarop ik je voor het hospice opving en je niet meer huilde.

Volgens mij verzuchtte je op zondag nog dat je niet begreep waarom je je niet beter ging voelen. Dat was een dag waarop je slokjes dronk uit een tuitflesje. Maandag, dus pas twee dagen voor je dood, zou je  schoorvoetend aan je zus Clara gevraagd hebben: ‘Gaat het met mij nu net zo als met Bram?’, waarop Clara zei: ‘Ik denk het wel, Corry’. Blijkbaar heb je je pas van zondag op maandag, dus twee dagen voor je dood neergelegd bij het onvermijdelijke.

Werkelijkheid verzwegen
Daarna was je niet meer aanspreekbaar. Jammer dat ik je voordien niet heb kunnen troosten. Je was te bang om de werkelijkheid te benoemen en ik sloot mijn ogen voor je angstige verdriet en voor wat komen ging. Toch wisten we beiden sinds je baarmoederoperatie dat je al een uitzaaiing in een weggenomen eileider had. Is dat dom, nalatig, kortzichtig of gewoon de werkelijkheid niet tot je door willen laten dringen? We hebben de werkelijkheid in elk geval verzwegen, tot op het allerlaatst.

Geen afscheid genomen
Daardoor hebben we geen afscheid genomen, zoals we wel altijd deden als ik bij je was geweest voor een zondagavondse borrel en babbel.

We hebben geen afscheid genomen, hoewel we beiden wisten dat het deze ene keer voor altijd zou zijn. Dat is nalatig mam. Ik begrijp nu niet meer, waarom ik niet geprobeerd heb je op de valreep te bereiken. Te verliezen hadden we beiden niets meer.

Veel liefs,

Tuur

Slachtofferschap (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Hoe moeilijk ook, ga ik proberen je een plek te geven in mijn leven, zodat je steeds bij me blijft en ik toch niet steeds om je moet huilen. Er staat een snelkoppeling op mijn telefoon naar je weblog, zodat ik af en toe het filmpje kan zien waarin je over Joke praat en ik je stem kan horen.

Ik heb op je laptop en mijn computers een profielfoto ingesteld, zodat je steeds even langskomt bij opstarten en er staat een foto van je op mijn beeldscherm. Ik probeer eraan te wennen; hij is mooi. Je staat op de pont naar Culemborg en lacht erop. We hebben hem ook gebruikt op de kennisgeving van je overlijden.

Foto’s maken
Ik zie bij het opschonen van je laptop dat je in 2018 heel veel foto’s hebt gemaakt en erg actief was met scannen van oude familiekiekjes. Je staat zelden op foto’s of film. Je vond jezelf lelijk, zei je, naar ik nu begin te begrijpen vond je jezelf niet goed genoeg; niet de moeite waard om op beeld te worden gezet. Daarom bleef je liever achter de camera. De filmcamera hanteerde je, vooral tussen 2005 en 2014 toen de kleinkinderen nog echt klein waren.

Corry blaast pluisjes met kleinzoonPluisjes blazen met kleinzoon (filmpje)

Mailwisseling
Af en toe krijg ik iets te zien van jouw mailwisseling met Theo en het spel van aantrekken en afstoten dat vooral van jou uitging. Volgens mij kwam jullie correspondentie na de dood van Bert op gang, ook in 2018. Je zult je wel eenzaam gevoeld hebben na de dood van je voormalige grote liefde en Theo meende zijn kans schoon te zien na het wegvallen van de rivaal met wie hij zich nooit heeft kunnen meten. Behalve dan wat het aantal kinderen betreft dat hij bij je verwekte.

Confronterend
Wat me in de mailwisseling tussen Theo en jou opvalt, is dat jullie volkomen langs elkaar heen schreven, niets van elkaar begrepen en daarvoor ook geen moeite deden. Nergens lees ik de vraag: ‘Hoe bedoel je dat?’, wellicht beiden bang voor een confronterend antwoord, waardoor je zelf ook verantwoordelijkheid zou moeten nemen voor wat er in je huwelijk gebeurd is. Theo komt niet verder dan dat hij je adoreert en de mooiste vrouw ter wereld vindt en dat jij voor altijd zijn onbereikbare liefde bent gebleven. Degene die hij nooit heeft kunnen bezitten of naar zijn hand heeft kunnen zetten: zijn grootste nederlaag in het leven.

Voorbij
Bet en Theo lieten zich beiden uit over jouw hang naar het verleden en stokten bij het cliché dat het ‘voorbij’ is. Blijkbaar bood het verleden met je ouders en toen wij nog klein waren, jou de veiligheid en de afleiding die je in je verdere leven, waarin je ‘vergat’ regie te nemen, hebt gemist.

Schuld
Jij en je oudste dochter zijn altijd blijven vasthouden aan het idee dat alles Theo’s schuld is. Voor je jongste dochter was jij de hoofdschuldige van haar levensongenoegen. Ik vond een screendump waarin zij met het klassieke verwijt kwam dat ze ‘ongewenst kind’ was en dat jij dat eindelijk eens toe moest geven. Ik ben benieuwd wat Outlook straks nog meer laat zien. Ik heb de verwijderde items voor de zekerheid teruggezet naar Postvak In.

Slachtoffer
Jij en je dochters waren in de eerste plaats slachtoffer van elkaar en hielden dat in stand door de verantwoordelijkheid voor het eigen leven te ontlopen. Dat werkt, mits je een ander de schuld van je ongenoegen kunt geven. Je dochters hebben elkaars jeugd verpest. Charléne geeft jou de schuld. Ze hoopte op jouw erkenning door te beweren dat ze, net als jij, op foute mannen valt. Voor jou en Carine lag de schuld bij foute echtgenoten. Zo hielden jullie de frustratie in eigen kring, maar lag de schuld altijd bij een ander. Nu jij er niet meer bent als bliksemafleider en verwijtenvanger, richten je dochters hun verwijten op elkaar en Charléne en Robert ook op mij. Lang zullen ze er niet van genieten, want zo gauw je huisje ontruimd en opgeleverd is aan het Monumentenfonds, blokkeer ik ook Robert definitief.

Tot later mam, je staat er mooi bij op mijn bureaublad.

Veel liefs,

Tuur

PS: Telkens komt weer op mijn netvlies hoe Carine kleine stukjes kers uit je mond moest halen en iets zei als: ‘Doe je mond maar open mam’, zo hulpeloos was je. Dat kende ik alleen uit het verzorgingshuis waar mijn oude vriend Dick woont. Zo praat je tegen de diepst dementerenden: ‘Doe je mond maar open mam, dan kan ik je tanden poetsen’. Je vond kersen altijd zo lekker en je kinderen en kleinkinderen dachten dat ze je er een plezier mee deden in je laatste dagen. Maar je kon niet meer slikken, er alleen nog in stikken misschien. Je had de stukjes netjes in je mond bewaard. Het moet de vooravond voor je dood geweest zijn. Ik vind het zo verschrikkelijk, mam als ik daaraan denk. We wilden je iets geven, kort voor je dood. Uit liefde, maar je kon niet meer aangeven dat je het niet meer kon doorslikken. Net zoals je niet meer om palliatieve sedatie kon vragen of om extra morfine. Je kreeg het wel via een morfinepomp, maar uiteindelijk moest je op eigen kracht sterven. Waarom heb ik niet gezien of begrepen hoe bang je was om dood te gaan, laat staan dat ik geprobeerd heb om je te troosten? Om de hulpeloosheid de laatste dagen van je leven huil ik het meest, en uit schuldgevoel dat ik je niet heb geprobeerd te troosten toen het nog kon. Het is voor alles te laat. Ik kan het alleen in de toekomst beter doen, wanneer er weer iemand overlijdt om wie ik geef. Maar mijn rol zal hoe dan ook veel afstandelijker zijn, dus onvergelijkbaar met jou. Ik hoop niet dat mijn schuldgevoel vanaf nu steeds groter wordt, maar dat is afwachten.

Weinig omhanden (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Ik had nog niet geschreven vandaag. Gisteren veel gehuild, tijdens en na het opruimen van je huisje. Gelukkig kan ik af en toe wat kwijt bij een psychologe die eigenlijk iets aan mijn slapen zou moeten doen, maar dat vind ik nu niet belangrijk.

Ik vond weer je overpeinzing dat ik te vroeg geboren werd en jij je afvraagt waarom ik je schoot te vroeg verlaten heb. Ik moest er weer om huilen en dat blijft misschien wel zo. Er spreekt boetedoening en schuldgevoel uit. Schuldgevoel dat je ook met me deelde en waarvan ik wel eens het idee had dat je het aan mij wilde overdoen door er telkens weer over te beginnen.

Schuldgevoel
Schuldgevoel waarvan je dochters zo fantastisch gebruik hebben gemaakt. Als ik Charléne erop zou aanspreken, zou ze uiteindelijk misschien nog wel toegeven dat ze je veel verwijten heeft gemaakt. Als ik Carine zou zeggen dat ik vind dat ze jou nog gewiekster in de tang heeft genomen dan Theo door achtereenvolgens handen, kleinkinderen en weer honden bij je achter te laten, je huis te confisqueren en van je AOW te vreten, dan zou ze me alleen maar glazig aankijken en iets zeggen als: ‘Ze vond het leuk hoor’ en ‘Ze had tenminste iets te doen’. Allemaal zelfrechtvaardiging en geen zelfreflectie. En waarschijnlijk was het ook echt zo dat je, zonder de impulsen van je oudste dochter, te weinig te doen had.

Verwijtgedrag
Charléne spiegelt zich sowieso alleen aan anderen; haar verwijtgedrag kan onomstotelijk bewezen worden. Moet ik wel je e-mail doornemen. Hoewel ik bang ben voor wat ik zal aantreffen, ga ik het zeker lezen en aan deze brievenreeks toevoegen.

Moederskindje
Als je huisje eind augustus is ontruimd, ga ik waarschijnlijk even naar Duitsland. Aan de waddenkust voel ik me thuis en veilig, zoals je weet. Nu jij er niet meer bent, heb ik in Utrecht niets meer te zoeken, behalve mijn veilige appartementje. Jammer dat het in september al weer vroeg donker is. Het ergste lijkt me dat ik je dan niet meer kan bellen: als ik me vroeger alleen voelde, hoefde ik jou maar te bellen en het was weg. Ik belde je sowieso bijna elke dag wel even, moederskindje dat ik was. En nu zit ik ermee, want huil elke dag om je.

Filmpjes en jouw stem
Heb je mooie foto waar je zo onbezorgd op lacht op-de-pont-van-Culemborg, ingesteld als profielfoto op mijn computer. Zo kom je elke dag even voorbij. De originele foto ga ik ophangen vanaf het moment dat ik je elke dag kan zien, zonder te gaan huilen. Zover is het nog niet. Je foto zit al wel in de telefoon, zodat ik af en toe naar je kan kijken. Kan ook altijd de filmpjes bekijken die op je weblog staan: Jij over de buurvrouw die ook kanker had, Henry Netto, jij op het besneeuwde strand van Callantsoog, op de Linge en pluisjes blazend met je kleinzoon. Dan hoor ik ook je stem even. Het filmpje in winters Callantsoog, waar je vrolijk was, fris opgemaakt en een mutsje ophad, raakt me het meest. Je leek zo onbezorgd en dat komt nooit, nooit meer terug.

Follow your heart
Het mooiste van vandaag: ik vond een foto van jou en Clara uit september 2024 waarop je je zwarte T-shirt droeg met de tekst: ‘FOLLOW YOUR HEART’ erop. Om de teksten ging het je niet, volgens mij. Alleen dat de T-shirts lang waren en lekker zaten. Op de foto lachte je, misschien als een boer met kiespijn, misschien omdat je vond dat dat zo hoort, of gewoon omdat je met je zus was. Het was waarschijnlijk een van de laatste keren dat je erop uit ging. Je wist toen al dat je nog maar kort te leven had en hij is zelfs gemaakt nadat ik je stiekem gefilmd had in augustus.

Tot later mam,

Tuur

PS: Ik denk elke dag bijna niets te schrijven te hebben en dan wordt het toch een lange brief.

Definitief (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag een groot deel van je huisje ontruimd met Erik die een klein aanhangwagentje heeft. De kastjes uit je slaapkamer en badkamer zijn nu ook weg. Ook de tv van boven is naar het elektronica-afval.

Hoog aan de muur van je woonkamer hangt nu nog de grote gelakte schaal die ik als kind van serpentines heb gemaakt. Is me nooit opgevallen. Ik dacht dat de hele set in de kast lag en dat ik die al had meegenomen. Hangt zo hoog dat hij alleen met een trapje kan worden weggehaald.

Definitief
Je dood voelt steeds definitiever nu: alles klinkt hol en galmt, nu al je spulletjes weg zijn. De tweede-hands komt nog je twee ‘antieke’ kasten halen, je boeken en misschien je tafeltjes, en de rest is voor het grofvuil. Robert moet misschien ook nog wel een busje huren: je bed is er nog en je kinderbedje staat nog vol lijsten en kunstwerken waarvoor we geen bestemming weten.

Je vliering is ook pas halfleeg. Ik moest veel huilen vandaag, maar wilde het niet steeds laten merken aan Tony. Erik en Carine, dus huilde ik buiten of boven. Carine vroeg toch of ik ‘het weer te kwaad had’. Ik ben en blijf een moederskindje. Ik weet nog dat ik veel huilde toen ik als kind in het ziekenhuis lag voor een achillespeesoperatie of toen je vanwege een postnatale depressie in een psychiatrische kliniek zat. Het is nu niet veel anders: ik huil, omdat ik je mis, maar nu in de onontkoombaarheid dat ik je nooit meer zal zien. De wanhoop is dezelfde als toen, denk ik. Het huilen wordt ook niet minder; eerder erger.

Koken
Ga nu tegen heug en meug koken: aardappels met in wijn gestoofde broccoli met kaasgratin erover. Vind ik normaal gesproken lekker, maar net als muziek luisteren, lezen of tv-kijken, heb ik ook daar geen zin meer in. Ik maak nog eens per week iets; de laatste nasi was prima gelukt. De rest van de week doe ik af met yoghurt met muesli en een boterham met kaas. Zo kan het niet blijven.

Lennaert Nijgh
Las nog dat Lennaert Nijgh zijn ouders twee jaar na hun dood volgde. Ik zocht het op, omdat het me een ideaal scenario lijkt en me zoiets was bijgebleven. Ik dacht 23 jaar geleden blijkbaar al: ‘Dat wil ik ook wel.’ Ik hield het leven wel vaker voor gezien, bijvoorbeeld na de dood van mijn beste vriend en de liefde van Lia die daarop volgde. Ik had een psychiater en anti-depressieva nodig om de zon weer in het water te zien schijnen, maar het gevoel van verlies bleef latent aanwezig. En nu dan het grote, finale verlies van jou. Ik ben geen zelfmoordenaar mam, maar als ik het einde de komende tijd netjes voorbereid met een testament en euthanasieverklaring, hoop ik op het Lennaert Nijgh-scenario, tenzij er een wonder gebeurt, zoals de ontmoeting met Lia in 1996, maar zijn wonderen voor herhaling vatbaar en herken ik ze nog?

Veel liefs en tot later mam,

Tuur

PS: Ik las trouwens nog een paar stukjes van jouw e-mailcorrespondentie naar aanleiding van de hate-mail van Carine, richting Theo van een jaar of wat geleden. Ik heb het maar niet bewaard. Ik vond het van beide kanten wartaal, inclusief wat ik van Carine zelf las. Het bekende liedje: dat ‘Theo je bedreigde en Carine ertussen sprong om jou te beschermen’. Het ging over Theo’s boosaardige karakter en dat Carine desondanks van hem geprofiteerd had. Verwijten over en weer. En Theo sloeg jou, bedreigde jou en ‘nam’ wat jij hem waarschijnlijk maar mondjesmaat wilde geven. Je moest hem immers niet en zijn kinderen evenmin, al heb je me wel eens verteld dat je zeker in het begin van je huwelijk wel je best deed. Daar twijfel ik niet aan. Je voelde je immers gedwongen uit vrije wil in het huwelijksbootje te stappen en moest wel meevaren. Zo maakte je er het beste van. Je werd het schuldeloze slachtoffer van een brute autist. Je dochter was maar al te bereid in dit verhaal mee te gaan, omdat je zo levenslang bij haar in het krijt bleef staan. Je schuldgevoel in leven houden, dat konden je dochters als de beste: de een kreeg alles van je gedaan, aan de ander moest je levenslang bewijzen dat je een goede moeder was. Je moest per sé naar haar toe komen, alleen maar om te bewijzen dat je aandacht oprecht gemeend was. En nu ben je er niet meer om gemanipuleerd te worden. Ik huil alleen maar om je en het wordt elke dag erger. Sorry, mam, ik heb aardappels geschild, dus ik ga echt eten maken. Heb sinds vandaag ook vier verhuisdozen, een houten koffer en een aktentas met persoonlijke spulletjes staan. Ben benieuwd wat erin zit, maar eerst ga ik alles wat op je laptop stond en over is na het verwijderen van doublures, herordenen en verdelen over ons gezin en aan je zus geven. Wat zij ermee doen, is mijn zaak niet. Blijft dat het ontmantelen van je liefdevol bewaarde boeltje een verschrikking is.

Huwelijksaanzoek (korte brief)

Dag lieve mam,

Vandaag vond ik Theo’s huwelijksaanzoek aan jou. Het is nog erger overhaast dan ik al dacht. Zijn aanzoek dateert van 8 januari 1963, dus van twee maanden voor je huwelijk. Je hebt er geen gras over laten groeien, want in de tussentijd moet je ook nog zwanger zijn geraakt van Carine.

Zelfs als je gewild had, zou je geen bedenktijd meer hebben gehad om op Berts huwelijksaanzoek op-de-valreep te gaan. Je moet binnen een maand na dit aanzoek al weer zwanger geweest zijn en als je snugger was, wist je op je huwelijksdag al dat je menstruatie was uitgebleven. Je moet wel erg veel haast hebben gehad om bij je ouders weg te komen. En dat je in marchandeur Bert c.q. mijn verwekker geen fiducie meer had, nadat hij je zes jaar aan het lijntje had gehouden, begrijp ik volkomen. Maar toch. Ik heb ook ergens gehoord dat Theo je dronken gevoerd zou hebben om je bereidwillig te stemmen of je verzet te breken, voor ‘de daad’. Ik denk van je zus. Mij stond bij dat Theo’s huwelijksaanzoek uit november 1962 stamde. Dit vind ik nog wranger.

Zakelijk voorstel
Theo heeft altijd gezegd dat hij verliefd op je was; omschreef je als een ‘diasmantje’, terwijl hij zijn eerste vrouw een ‘parel’ noemde in zijn korte biografie, maar dit aanzoek is nog zakelijker dan ik me had voorgesteld. Hij zag in jou zelfs een ‘compagnon in zijn pas opgerichte zaak’. Ik neem aan dat het over de wasmachineverhuur ging.

Invalkracht
Dat zou wat geworden zijn: een zakelijk verbond tussen een autist en een chaoot als jij. Jullie konden met z’n tweeën niet eens een samengesteld gezin op orde en in het gareel houden.

 

Ik heb pas op je sterfbed begrepen, toen we het over Janie en je klasjes hadden, dat je een goede onderwijzeres was geweest, die anderhalf jaar dat je invalkracht was in Moerkapelle en Utrecht (de lagere school waarop je zelf had gezeten, vlak bij de Bolksbeekstraat). Je had hart en was zorgzaam voor je leerlingen. De intieme foto van jouw en Janie is veelzeggend.
Je zei ook nog dat je het toch niet echt had gemist toen ik opperde of je niet beter onderwijzeres had kunnen blijven dan hals-over-kop moeder worden.

En Theo kon alleen maar een vrouw krijgen als hij haar afhankelijk van zichzelf had gemaakt. Zo zal het ook wel met zijn eerste vrouw gegaan zijn die 18 was toen ze Peter kreeg, jouw latere stiefzoon. Zijn derde-huwelijkse importbruid uit Brazilië kon sowieso geen kant op.

Wat heb je jezelf tot twee keer toe in de nesten gewerkt ma, met een rothuwelijk en een gemanipuleerd leven tot gevolg, voortgezet door je eigen dochters. Toch hoop ik dat je tussendoor een beetje gelukkig bent geweest. Ik had je willen vragen wat je mooiste herinnering was, zoals ik bij Theo heb gedaan. Ik durfde niet, of ben het vergeten, omdat ik van je jongste zoon vooral niet de suggestie mocht wekken dat je dood zou gaan. Waarom eigenlijk niet? Je had toch de kracht en energie niet meer om in paniek te raken in je laatste levensdagen.

Tot later mam. Ik ga even verder met het opschonen van je foto’s.

Veel liefs,

Tuur

Opschonen laptop (korte brief)

Lieve mam,

Je bent al meer dan een maand dood en huilen doe ik nog steeds. Misschien wel net zo radeloos als jij in de laatste maanden van je ziekte. Het ging goeddeels aan me voorbij. Tot op de drempel van de hospice, maar toen huilde je niet meer, maar ik wel.

Ik ben nu handmatig begonnen je foto’s op te schonen. Het ging nog om bijna 50.000 bestanden. Er zitten ook brieven van je ouders bij en van jou. Zelfs de afscheidsbrief van Paula heb ik gevonden voordat ze zelfmoord pleegde. Ga ik lezen voor zover er een kans is dat ik je nog beter leer kennen. Door het opschonen, zitten er nu ook lege mappen tussen, maar het blijft monnikenwerk, omdat ze stuk voor stuk bekeken moeten worden. Dat gaat weken, zo niet maanden duren. Misschien ga ik wel vooral de vlinders bewaren om kaarten mee te maken en de rest meer globaal bekijken. Daar aarzel ik nog over, omdat het toch om jouw nalatenschap gaat. Ik bewaar in elk geval een kopie van alles op harddisk. Heb mapjes gemaakt voor je vier kinderen, voor jou en de overige familie en een mapje voor vlinders en bijen, overige insecten, vogels, landschap en bloemen en andere dieren. Dat lijkt te voldoen.

Het troost me een beetje om zo met jou bezig te zijn, omdat alleen de puinhoop op je laptop al laat zien hoe chaotisch en paniekerig je was. Het maakt me ook steeds aan het huilen, omdat je er niet meer bent.

Tot later, mam

Tuur

Windows 10 (korte brief)

Lieve mam,

Ik heb al je foto’s zo goed mogelijk geselecteerd, doublures eruit gehaald en ook de originelen bewaard op een aparte schijf. Er is dus niets verloren gegaan, in tegenstelling tot een plastic bak met zelfgemaakte familie-dvd’s, die ik achteraf bezien misschien iets te makkelijk, want ongezien heb weggegooid. Ik ga er maar vanuit dat je daarvan kopieën hebt weggegeven.

Op de computer staat nu Windows 10 in plaats van Windows 7. Ik kan er nu niet alleen op werken, maar bijvoorbeeld ook tv op kijken. Handig als ik hem eens mee wil nemen naar Duitsland. Hij is er niet per sé sneller op geworden. Daaraan kun je zien dat hij meer dan tien jaar oud is.

Nooit meer
Ik wilde heel graag je e-mail weer kunnen lezen en dat is gelukt. Je had me na de boekpresentatie nog een foto gestuurd met ‘Veel liefs ma’ en ‘Je staat erop’. Ik moest weer zo huilen, want je zult me nooit meer een foto sturen en me nooit meer vragen: ‘Bel je nog even als je weer thuis bent?’ Het verschrikkelijke ravijn van ‘Nooit meer’ opent zich steeds verder. Ik weet niet hoe ik daarmee moet leren leven, mam.

Verwijten
Voor ik je mail kan bekijken, zal er aardig wat tijd overheen gaan.
Ik kan nog steeds geen boek lezen. Ik ben ook bang voor wat ik zal aantreffen, vooral aan verwijten van je jongste dochter. Die paar mails die ze na je dood stuurde; de paar dingen die ze zei stonden bol van de impliciete en expliciete verwijten. Dus aan jouw e-mail ben ik voorlopig nog niet toe, al ben ik wel blij dat ik er weer bij kan en ze te zijner tijd kan lezen.

Tot morgen mam,

Tuur

Gedenkplek (korte brief)

Lieve mam,

Vandaag zo’n dag van alleen maar leegte en verdriet en het vage gevoel dat ik je achterna zou willen gaan zonder dat ik weet hoe dat zou moeten, behalve dat mijn hart ermee moet ophouden. Als de dokter morgen zou constateren: u heeft uitgezaaide-weet-ik-wat voor-kanker, zou ik het waarschijnlijk zonder droefenis aanvaarden, blij dat ik mijn zaakjes nog kan afwikkelen. Volgende week een begin maken met een testament en een euthanasieverklaring tekenen en, waar nodig, aan de dokter voorleggen.

Ik denk dat ik mijn resterende centen maar ga bestemmen voor een fonds voor armlastige studenten: voor hen met weigerachtige ouders en aan het fonds voor uitwisselingsstudenten ter nagedachtenis van het Ierse meisje dat op de Biltse Straatweg werd doodgereden. Ben sinds jij er niet meer bent, pas één keer bij Aoife’s gedenksteen geweest. Ze is naar de achtergrond gedrongen.

Geldermalsen
Ik denk niet dat het me gaat lukken om jou bij haar te ruste te leggen. Voor Bert heb ik wel een plekje bij kilometerpaal 88 langs de Utrechtse weg, waar zijn vroegere huis aan de Hoge Klei staat en waar ik iets van zijn as heb verstrooid. Voor jou heb ik nog geen fysieke gedenkplek. Je as hoef ik niet per sé en met de rituelen of ideeën van je drie andere kinderen wil ik niets te maken hebben. Je huisje wordt het niet, moet nog zien of ik daar in de toekomst in de buurt durf te komen. Misschien op een mooie dag weer eens naar Geldermalsen fietsen: de route naar Culemborg langs het spoor doet me altijd nog wat, omdat ik drie jaar heen en weer ben gefietst naar de middelbare school en terug. Even op de Hooge Hoeven kijken waar je in een rijtje woonde op nummer 34 en langzaam vereenzaamde, zonder dat ik het doorhad.

Corry op de Linge bij Tricht in de BetuweCorry op de Linge in 2012, zo eigenwijs als ze kon zijn. Zelf kon ze er ook wat van als het om slingeren met de camera ging. Ze zag er gevuld en goed opgemaakt uit: iets wat haar kenmerkte.

De Hoenderik
Kan ik ook even bij Anja kijken, als ik het durf en ze er nog woont, het meisje van de Mytylschool, met wie ik in het schoolbusje zat. Dat ga ik één dezer dagen doen en heb ik iets om naar uit te zien.
Ga ik ook even bij fruitbedrijf ‘de Hoenderik’ kijken waar je graag kwam en misschien bij Arjo Streef als ze nog naast ons oude huis in Tricht woont.

Kijken of ik ergens onderweg iets van je terugvind. Je as zou in de Linge kunnen worden gestrooid. Zou mooi zijn als Henk van Asch zijn bootje dan nog heeft. Bij goed weer op je verjaardag en anders op je sterfdag.

Veel liefs,

Tuur

Big hug van Erik (korte brief)

Lieve mam,

Langzamerhand realiseer ik me dat je al lang met de kanker in je lijf moet hebben rondgelopen als je al uitzaaiingen had toen je geopereerd werd. Niks meer aan te doen, maar wel heel wrang.

Komt het toch doordat je vaak uitstelgedrag vertoonde voordat je naar de dokter ging, of voelde je het eerder echt niet, niet eerder dan dat je bloedinkjes kreeg als gevolg van de anti-verzakkingen ring, zoals je dacht.

Is de baarmoeder je uiteindelijk fataal geworden, waarmee je je parasieten hebt gebaard. De chirurg die je opereerde, zei tijdens het second opiniongesprek ‘dat je nu eenmaal oud was.’ Heel cynisch vond ik dat.

Big hug
Met mijn vriend Erik nog via de singels naar je huisje gewandeld, zoals ik zo vaak heb gedaan en hij bood aan desnoods een paar keer naar de milieustraat te rijden. Dat heb ik met beide handen aangegrepen. Ik refereerde er nog aan dat hij jou een ‘big hug’ had gegeven, de laatste keer dat jullie elkaar zagen en dat jij dat fijn had gevonden. Hij was er verguld mee, zeker omdat jij dat nog kort voor je dood hebt gezegd. Hij mocht je graag net als Tony en had je graag nog eens ontmoet. Het afgelopen jaar had je geen zin meer mensen te ontmoeten, je ging zelfs in je achtertuintje zitten, wat je nooit had gedaan. Alles om aanspraak te vermijden. En weer: waarom heb ik je niet vaker aangeraakt, voor mijn part een ‘big hug’ gegeven? Ik moet bij dat besef steeds weer huilen en Erik zegt terecht dat dat geen zin meer heeft. Maar het is o, zo makkelijk gezegd, als het jouw verdriet niet is. En het is een dooddoener.

Doublures verwijderd
Het verwijderen van de doublures van je laptop is klaar. Nu moet ik verder handmatig opschonen, map voor map en dan een nieuwe structuur verzinnen. Hoewel de omvang tot éénderde geslonken is, zijn er nog altijd bijna 50.000 bestanden en foto’s overgebleven: een monsterklus om dat allemaal te bekijken, laat staan één voor één te verplaatsen naar een nieuwe map. Eerst proberen zoveel mogelijk te schiften in een thumbnailweergave en dan hopen dat nog een keer éénderde of de helft weg kan.

Geen invloed meer
Had het opschonen liever zelf gedaan mam; nu heb je geen invloed meer op wat er overblijft. Al je zelfgebrande dvd’s al bij de milieustraat afgeleverd: iets te snel misschien, want hoewel je er zelden zelf opstaat (je bleef liever achter de camera), had ik alle beelden met jou erop graag bewaard.

Tot later mam,

Tuur

Jouw boeken (korte brief)

Lieve mam,

Waarom heb ik de laatste maanden voor je dood toch zo weinig aandacht aan je besteed, toen het nog kon? Nu schrijf ik je elke dag een brief, schoon je computer op en ben de hele dag met je bezig. En als je laptopje schoon is en er Windows 10 op staat, ga ik je resterende foto’s doornemen en je weblog bijwerken. Waarom heb ik dat niet eerder gedaan?

In de biografie: “De bolle Gogh” was je tot over de helft gekomen. Tot pagina 373. Op p. 272 heb ik een dikke zweetdruppel achtergelaten, omdat jij er niet meer bent om de ventilator aan te zetten of de achterdeur open te doen. Het laatste boek dat je bij Bol kocht van het tegoed dat ik je voor je 86’ste en laatste verjaardag gaf, heb je waarschijnlijk niet meer gelezen.

Bananendozen met boeken
Ramen zette je zelden open: te veel werk denk ik. Je hield het ‘s-zomers boven alleen maar uit dankzij de ventilator bij je bed.
Zoek nu boeken uit en pak ze in bananendozen die ik net bij AH heb gehaald. Al de biografieën die je las, zijn niets voor mij, al hoop ik die over Mussert wel teug te vinden.

ontzield
Je huisje is definitief ontzield met zijn bijna lege muren Je wegkijkende broer Robert hangt er nog, en Cornelia, moeder van je vader. Enkele collages van eerdere schilderijen, zo te zien in ecoline en vetkrijt, een paar kindertekeningen en een heel lelijk knutselwerkje van mij dat je een levenslang hebt bewaard. Ik neem het toch maar mee en ga het ergens uit zicht bewaren. Heb vier dozen met boeken gevuld. Morgen verder.

Tuur

Geen afscheid genomen (korte brief)

Lieve mam,

Toen je de hospice in ging, huilde je niet meer; iets wat je de maanden ervoor wel gedaan had. Je voelde dat je ging sterven, maar deelde dat alleen met ons in wanhoopstranen. Tranen die ik nu om jou vergiet.

Pas op de drempel van de hospice was je uitgehuild. Je leek te hebben geaccepteerd dat je moest gaan. Toch zei je de volgende dag nog (zaterdag of misschien zelfs zondag) dat je het vreemd vond dat je je niet beter ging voelen. Je kreeg een roesje en een pijntiller en misschien een beetje morfine. Je was opgevoed met het idee dat de dokter je beter maakt. Dat je in een hospice lag, drukte je weg of dat is nooit tot je doorgedrongen.

Niet aangeraakt
Ik heb je die vrijdagnacht nog terug in bed gehesen waar je was uitgeklommen en gevallen. Daarna heb ik alleen nog je hand vastgehouden toen je al niet meer aanspreekbaar was. Ik heb je in je laatste dagen verder nauwelijks aangeraakt en al helemaal niet geknuffeld. Waarom niet? Ik besef nu dat Robert meerdere
keren tegen me heeft gezegd, vooral telefonisch: ‘dat ik je niet mocht laten blijken dat je stervende was’. Dus heb ik in jouw bijzijn maar één keer gehuild en geroepen: ‘Ik voel me zo alleen, mama, hoe moet ik nou zonder jou verder?’ Je reageerde er niet op, meen ik, je leek al te ver weg. Was dat goed?

Ik heb niet eens bewust afscheid van je genomen, omdat ik me heb laten ringeloren, terwijl we gewoon samen hadden moeten huilen, omdat je moest gaan. Zelfs van Bert heb ik beter afscheid kunnen nemen.
nemen. Hoe dement hij ook was, benoemde en begreep hij dood te zullen gaan.

Ik kan het nooit meer over en beter doen mam,

Tuur

Wandklok (korte brief)

Lieve mam,

Ben vandaag bij de milieustraat geweest en heb al je muziekcassettes weggegooid en je oeroude en plakkerige tubes olieverf. Sinds de jaren tachtig niet meer aangeraakt, maar wel bewaard. Tot vandaag.

Ook een bak met dvd’s weggegooid met allemaal zelfgemaakte filmpjes van kinderen en kleinkinderen die je vervolgens moeizaam op dvd zette. Dat de resolutie daardoor achteruit ging, viel je niet op. Je wilde ze voor de eeuwigheid bewaren, maar hebben je een maand overleefd.

Ik vind het zo verschrikkelijk dit te moeten doen, het is beslist niet wat jij gewild had, maar jou kennende heb je je kinderen er een kopie van gegeven, waar ze nooit meer naar zullen kijken. Wat ik nog wel ga doornemen, zijn je honderden afgedrukte foto’s. Van de mooiste vlinderfoto’s zal ik kaarten maken en de familiekiekjes doorgeven aan wie erop staat.

Tot later mam,

Tuur

PS: Je verdomde wandklok van de Action loopt nog steeds, maar die heeft dan ook alle tijd.

Gewiekst manipulator (korte brief)

Lieve mam,

Wat je oudste dochter tot een gewiekst manipulator maakt, is dat ze alternatieven voor wat zij wil bewust verzwijgt, ook als ze ze kent. Zo wil ze Robert per sé laten opdraven om grofvuil te versjouwen, hoewel ik net ervoor had voorgesteld dat ik best wil sjouwen, mits er een steekwagen zou zijn.

Dat verzwijgt ze voor hem in de verwachting dat Robert en ik onderling geen contact hebben. Zo smeerde ze ons vroeger de afwas aan, terwijl zij afwasbeurt had. Ik sprak haar daarop aan en ze zei doodleuk dat ze het ‘vergeten’ was.

Manipuleren als tweede natuur
Manipuleren als tweede natuur, zoals ze dat een heel leven heeft gedaan. Dat Charléne haar verafschuwt, kan ik meer dan billijken, maar ik vind het onbegrijpelijk dat Len er nog steeds geen weg in gevonden heeft en maar doorgaat met verwijten maken. Jij hebt je in de jaren negentig en de laatste vijf jaar van je leven honden laten aan-manipuleren.

Geen speelruimte
Vast heel gezellig voor je, had je wat te doen, maar je had geen millimeter speelruimte meer en Carine wist me tot aan je sterfbed te vertellen hoe ‘leuk’ je de honden wel vond. Nadat haar teckel was gestorven, lag er na drie dagen een Roemeens kneusje op de bank. En ach, wat vond je dat leuk. Het bleek een bijtertje met voedselnijd en zelfs als de buitendeur was afgesloten, durfde je hem niet uit het oog te laten. Eénzelfde paniekscène deed zich voor met de teckel in zijn nadagen. Daar zat misschien een maand tussen. Twee keer paniek om niks. En dat alleen nog maar waar ik bij was. Misschien had je al uitzaaiingen in je hoofd. Ik had met je te doen, maar kon net als Charléne niet tegen je manipulantendochter op als het om jou ging. Zij maakte de dienst uit en ik bleef in de laatste maanden van je leven zelfs zoveel mogelijk weg. Ik was het zat hoe ze me negeerde, treiterde en zorg weigerde, waardoor ik me pas op de drempel van de hospice realiseerde dat je stervende was.

Tekort geschoten
Ik heb dit al eerder opgeschreven in deze brievenreeks, omdat ik naar jou toe nalatig ben geweest en tekort geschoten. Naar jou willens en wetens, naar Bert uit onwetendheid. Maar wel voor de tweede keer. Voor Theo ben ik wel goed geweest, maar het vergoedt niet dat ik er voor jou veel te weinig was toen je terminaal werd. Ook de rasmanipulant ga ik gedag zwaaien als je materiële boeltje is geredderd. Dan ben ik eindelijk weer enig kind, jouw liefdeskind.

Liefs,

Tuur

PS: dit is de vijfde brief, vandaag geloof ik. Het is tien voor zes in de ochtend. Ook drie biertjes op, wat al lang niet meer gebeurd is.
Vooral ook Clara vragen naar jullie jeugd, want daar weet ik vrijwel niks van, alleen dat je invalkracht was op dezelfde lagere school waar je ook als kind zat en wat zij nog weet over je avontuur met mijn verwekker Bert.

Niet gehuild (brief aan mijn moeder)

Dag mam,

Sinds je dood heb ik mijn mooie muziekstreamer niet meer aan gehad en in het boek ben ik blijven steken waar ik was op het moment dat je stierf en ik even in de zon zat in de tuin van de hospice.

Het enige wat ik in de tussentijd gedaan heb, is helpen je huisje te ontruimen, je papierwinkel af te wikkelen en instanties op te zeggen, je computer op te schonen en journaal kijken.

Nalatenschap
Je computer opschonen om zo je nalatenschap aan foto’s veilig te stellen en toegankelijk te maken, en brieven aan je schrijven, is het enige dat me afleidt, zin geeft en je dicht bij me houdt. Momenteel is mijn gevoel dat als ik stop met schrijven of dat een dag niet zou doen, ik je definitief kwijtraak. Dit is al de derde brief vandaag.

Selecteren
Ik ben en heel benieuwd hoeveel tijd het gaat kosten om je resterende foto’s handmatig door te nemen en te bekijken. Aan het eind van de week zal ik wel klaar zijn de doublures uit je foto’s te halen. Van sommige foto’s had je tientallen kopieën gemaakt in evenzovele mappen en op usb-sticks. Ik hoop dat het doenbaar zal blijken om een nieuwe mappenstructuur te maken van bijvoorbeeld: vlinders en bijen, andere insecten, vogels, overige dieren, familie en landschappen. Zoiets. Maar misschien is zelfs dat te veel uitzoekwerk, want elke foto zal individueel naar een map moeten worden gesleept. Maar wie weet kan er bij de handmatige selectie weer zoveel weg dat het toch werkbaar is. Anders kunnen de anderen de overgebleven foto’s, inclusief jouw puinhoop aan mappen op schijf krijgen. Opschonen doe ik dan alleen voor mezelf.

Familiekiekjes
Er zullen dan vooral vlinders en een paar landschapjes overblijven om ansichten van te maken en wat familiekiekjes. Ik schat een paar honderd foto’s in de hoogste resolutie, zonder lijstjes eromheen van de 150.000 die op je laptop stonden. Het selecteren en bewaren van je mooiste foto’s is het enige wat me momenteel houvast biedt, omdat ik met jou en je nalatenschap bezig kan zijn en zie met hoeveel liefde je ze namen hebt gegeven, soms wel vijf verschillende, met jouw typerende, droge humor.  Je hebt ze vaak ook onoordeelkundig bewerkt en soms verpest. En altijd gezeten op je gammele bureaustoel die je artrose verergerde aan je te kleine
lessenaartje waar je laptop nauwelijks op paste, laat staan een muismat. Jammer dat je nooit een goede cursus fotografie hebt gevolgd, maar daarvoor moest je onder de mensen komen en dat durfde je niet.

Eigenwijs
Je typte met één vinger en gebruikte de mousepad; iets waarmee ik absoluut niet overweg kan. Maar je was eigenwijs en had alle tijd, dus lieten we je maar begaan. Twee seizoenen terug vond je het ineens niet interessant meer om insecten te fotograferen. Je had het allemaal wel gezien, zei je. Misschien had het er ook wel mee te maken dat je favoriete fotosite uit de lucht ging. Zo kreeg je minder commentaar op je foto’s en moest je op zoek naar een nieuw platform om je foto’s op te publiceren. Dat heb je gevonden en gebruikt zag ik. Ook keerde je terug naar Facebook. Minder leuk voor jou, want alleen de openbare Facebookresultaten worden geïndexeerd door Google. Ik heb er nooit aan gedacht jouw Facebookprofiel als ‘openbaar’ in te stellen.

Verdwenen
Zo verdwenen jouw foto’s langzaam van internet, uitgezonderd wat op jouw eigen weblog stond. En dat hebben we samen in één keer gevuld en daarna niet meer. En je was zo trots op wat ‘meneer Google’ allemaal aan fotowerk in zijn resultaten liet zien, toen je nog op fotoo.nl publiceerde. Elk jaar maakte ik 25 Euro voor je over. Internetbankieren deed je niet.

Teleurstellend
Allemaal weg en dat moet heel teleurstellend voor je geweest zijn. Je kopieerde de thumbnails uit de Google-resultaten weer terug naar je laptop, of je maakte er screenshots van en miste de kennis en het besef dat de resolutie dan zover achteruit was gegaan, dat het maken van een afdruk op papier nergens meer op lijkt. Maar dat deerde je niet. Je rommelde lustig voort. Je dacht dat meneer Google je foto’s voor je bewaarde en was er maar wat trots op. Je sloeg ook eindeloos snelkoppelingen naar webpagina’s en
bestanden op, zonder te weten dat ze alleen bereikbaar bleven, zolang de link in tact bleef. De snelkoppelingen heb ik eerste verwijderd van je computer, samen met de thumbnails. Feitelijk heb ik als eerste stap alle laag-resolutieplaatjes van je laptop gegooid. Daar zaten ook recepten bij die jij voor me maakte, maar ja, ik heb niet eens een oven. Het deed me pijn om zoveel van jouw werk en bezigheid uit te wissen, juist ook, omdat dat op de automatische piloot ging, maar anders zou het opschonen voor mij ondoenlijk zijn. Troost in mijn achterhoofd is dat ik nog een backup-schijf heb, waarop de hele inhoud van je laptop staat, inclusief backup, usb-sticks en micro-ssd’s uit je camera. Daarop kan ik altijd teruggrijpen en hij blijft bewaard en onaangetast. Hij omvat je hele digitale nalatenschap. Een troost, zij het een schrale.

Niet uitgewist
Je hebt zoveel moeite gedaan, ogenschijnlijk voor niets. Als ik klaar ben met opschonen, ga ik je weblog weer verder vullen, hoor mam en je Facebookprofiel blijft ook bestaan. Ik wil niet dat je wordt uitgewist zolang ik er nog ben.

Iets mis
Misschien is er nog wel een andere reden dat je ineens geen zin meer had om foto’s te maken, namelijk dat je in 2023 al voelde dat er iets mis was met je lichaam; dat je minder energie had, zonder dat je wist wat de oorzaak was? Als dat zo was, dan hebben we niet goed op je gelet, in de eerste plaats degene die de deur bij je plat liep.

Veel liefs,

Tuur

Sinds je overlijden, vier weken geleden, drie dagen niet gehuild. In je huisje kwam ik Carine tegen en hield me in. Maar ik heb het zo vaak te kwaad. Wat me elke dag weer verbijstert dat ik niets hoor van mijn zogenaamde vrienden, Arjan en Michel voorop. Arjan heb ik geblokkeerd; ik hoef hem nooit meer te zien. Van Michel wacht ik het nog af. Mensen zijn blijkbaar met zichzelf doende en je bent er toch niet meer. Ik moet het er maar mee doen. Hoe bizar ook, in mijn verdriet kunnen of willen ze zich niet verplaatsen. Van mensen als Tony of mijn buren moet ik het hebben, en ik praat niet over Ireen, die al weer terug is bij: ‘Alles goed?’. Er zit blijkbaar niet meer in. Ze neemt me nog kwalijk dat ik weinig toeschietelijk ben, ook nog. De mensen die enige compassie tonen zijn op minder dan één hand te tellen. Ongelooflijk cynisch, ook omdat ik weet dat ik het heel anders zou doen en al heb gedaan. Met Carine heb ik nog wel af en toe zakelijk contact in verband met het opruimen van je huisje, met Charléne en Robert niet. Het bijleggen van onze geschillen, is gelukt, zolang je de hospice lag. Ik wil ze nooit meer zien of spreken als alle formaliteiten zijn afgewikkeld. Het spijt me mam, maar het is niet anders.

Correspondentie met Clara via Fb-messenger tussen 24 mei en 27 juli 2025

Aan Clara (jongere zus van Corry)

24 mei (een maand voor mijn moeders dood en een dag na mijn eigen boekpresentatie).
Ik zie hoe je nog steeds worstelt met de dood van Ankie. Het is ook nauwelijks te aanvaarden, laat staan te begrijpen. Een psycholoog of psychiater verandert niets aan het verlies. En kinderen met kanker op de hersenstam zijn nog even kansloos als toen. Ik ga binnenkort weer eens naar een psycholoog vanwege mijn slechte slapen, een vrouw dit keer. Wie weet kom ik zover op tafel te leggen dat ik nooit uitgerouwd raak en het verzet nooit overgaat: tegen het verlies van míjn beste vriend of een relatie die uitgaat.

Troostdochter
Verlies wordt draaglijker, maar er komen steeds nieuwe wonden bij. Ik zou het mooi vinden een vervolg op je boekje ‘Hallo Anke’ te lezen, inclusief de pijn die dat oproept. Cees en de kinderen spelen daar hun eigen rol in. Dan zou je misschien je kinderen: Eefje, Claartje en Loesje kunnen interviewen. Ik zou benieuwd zijn naar het antwoord op de vraag of Loesje, als jongste kind, zich ooit een surrogaat-Anke gevoeld heeft of een troostdochter, en of de anderen zich misschien verwaarloosd hebben gevoeld. Het zal heel zwaar en confronterend zijn, maar ik zou het graag lezen, meelezen en tips geven.

Draaglijkheid van verlies
Centrale vraag zou kunnen zijn: ‘Hoe draag je het verlies van je kind in je eentje verder als je man, die er ook bij was, er niet meer is?’
Hier zou je kunnen starten met de dood van Cees in de eenzaamheid van de coronaperiode. Daarna kun je moeiteloos teruggrijpen op de eenzaamheid die je voelde bij de verwerking van de dood van Anke. Misschien heb je wel gedroomd van wie ze geworden zou zijn of dat besproken met Cees of een vriendin, omdat Cees dat niet aankon. Eindigen kun je aan het graf van Cees met een fictief gesprek of in gesprek met iemand anders daar.

Ook een optie zou zijn om een opname te verzinnen van het programma: ‘Ik mis je.’ Schrijven kan je, maar heb je de moed om je opnieuw in je ziel te laten kijken als met ‘Hallo Anke.’? Dat kun alleen jij beslissen. Het zou je leven opnieuw richting kunnen geven en houdt je scherp. Kijk hoever mijn moeder is weggezakt; ze hoeft alleen nog maar dood te gaan.

Liefs, Tuur

29 mei
Met mijn moeder is geen land meer te bezeilen. Wat ik vergat te zeggen, is dat ik de liefde wel heb leren kennen.
Onvoorwaardelijk zelfs. Mijn beste vriend was net gestorven en Lia droogde mijn tranen. We zien elkaar nog steeds, omdat de genegenheid is gebleven. Ze was niet bij de boekpresentatie, omdat haar vader net overleden was. We gaan een paar keer per jaar naar het strand, omdat Lia aan de kust woont. Ik heb altijd te doen met mensen die niet weten wat het is om geliefd en gewenst te zijn, zoals een vriend van mij die Asperger heeft of een zwaar spastische Marokkaan voor wie ik vrijwilliger was. Als ik Lia niet had ontmoet en mijn langdurige latrelatie had gemist die erna kwam, weet ik niet of ik zo laconiek single zou kunnen zijn als nu.

Ik heb ook de tegenkanten van een relatie leren kennen: de sleur, de geforceerde stilte, terwijl er gepraat had moeten worden, de eeuwige patronen, meer van hetzelfde en van al het mooie dat steeds een beetje minder mooi wordt. Je bent samen en worstelt in je eentje. Jij kent het allemaal. Ik kon daarmee niet leven.

Bij mijn moeder vervagen de goede herinneringen, doordat ze alleen nog maar huilend op de dood zit te wachten. Misschien gaan de antidepressiva nog iets doen. Aan Bert zijn ook haast al mijn goede herinneringen verdwenen, doordat ik hem zozeer heb zien lijden. (Dat ik hier spreek over de anti-depressieva voor mijn moeder, nog geen maand voor haar dood, laat zien hoezeer ik haar aftakeling onderschat heb)..

Adoptiefvader
Ik was er ook voor mijn adoptiefvader op het laatst en toen hij plotseling stopte met eten. Bert was toen net overleden en ik vond dat ik tekort was geschoten, bijvoorbeeld bij het vragen om morfine. Ik wilde een dergelijke fout niet nog eens maken en ben met Theo naar de diëtiste gegaan. Mijn verhaal ‘Fietsmaatjes’ gaat daarover, geschreven onder begeleiding van Liesbeth Mende die ook bij de boekpresentatie was. Theo was net overleden. Ik heb hem nooit veel kwalijk genomen. Theo was goed voor mij met al zijn tekortkomingen. Corry hinng wel levenslang de vermoorde onschuld uit, maar speelde haar eigen rol in dat huwelijk. Het schuldeloze slachtofferschap, zonder ooit verantwoordelijkheid te nemen, hebben Charléne en Carine van haar afgekeken. Vooral Charléne heeft altijd ‘foute’ mannen. Zo hoopte ze in de achting van Corry te stijgen, volgens mij, en het schept een band van herkenning. Jij schijnt Charléne vrij recent nog over de vloer te hebben gehad, dus dan zal je dit bekend voorkomen.

Vormende liefde
Hard misschien, maar ik ben over Corry niet veel milder dan over Theo. De vraag is of zij ooit de liefde heeft ontvangen die mij heeft gevormd en gesterkt. Dat vind ik wel verdrietig, want ik denk dat het antwoord ‘nee’ is. Ook zij heeft zichzelf niet gemaakt en had beter verdiend.

Clara:
Absoluut, Corry verdiende meer geluk in haar leven. Helaas had ze dat niet, door eigenwijzigheid, verkeerde keuzes, niet luisterend naar goede raad, omdat ze altijd zei: ‘Ik doe wat ik wil.’ Ik hou heel veel van mijn zus, maar ook naar mij luisterde ze nooit, hoe ik ook mijn best deed om haar inzicht te geven. Net als jij voel ik me machteloos; ik kan niets voor haar doen om haar te helpen. Je dringt niet tot haar door.

Charléne heb ik niet over de vloer gehad, wel appte ze me veel, maar het komt altijd op hetzelfde neer: ‘Ik ben afgewezen door mijn moeder, ik ben zo zielig’, en op een gegeven moment heb ik er niet meer op gereageerd. Ze wil nu een afspraak regelen voor de rugproblemen van Corry, bij een pijnpolikliniek, misschien een korset, maar ik vraag me dan af of Corry dat dan gaat dragen. We zullen het afwachten.

Liefs van mij.

13 juni (een week voordat mijn moeder het hospice inging):

Dag Clara

Als mijn moeder er straks niet meer zal zijn, ben ik de laatste die me als baby kende. Een bijzondere gedachte, want Bert en Theo zijn er ook niet meer. Corry zou terminaal zijn, wat mij het gevoel geeft dat de operatie van vorig jaar beter achterwege had kunnen blijven. Ze lijkt in een delier geraakt, waar ze nooit meer uit is gekomen. Je hebt vast wel begrepen dat ik de laatste weken verstek heb laten gaan. Dat heeft niets met mijn moeder te maken, maar alles met het tuig dat mij, Corry en elkaar levenslang verwijten maakt, omdat ik als enige liefdesbaby ben. Is het mijn schuld dat ik daardoor, als spastisch kind, extra aandacht kreeg die ten koste is gegaan van Robert en Charléne? Als rasmanipulant eist Carine haar aandeel van de aandacht wel op. Tot de dag van vandaag.
Ik hoop dat ik bij mijn moeders uitvaart me mag aansluiten bij jou en je kinderen.

As. zondag ga ik proberen weer bij Corry langs te gaan, voor het eerst in weken. Hoop voor haar dat haar lijden niet lang meer hoeft te duren.

Tuur

22 juni
Ik zie het zo dat Carine en Charléne Corry een half leven lang hebben laten boeten voor alles wat ze fout en niet fout heeft gedaan, Charléne met verwijten en Corina door Corry te manipuleren. Robert heeft daaraan gelukkig nooit meegedaan, maar hij richt zijn verwijten op mj. Corry wist dit heel goed en heeft weleens verzucht: ‘Ik wou dat ik alleen maar zonen had gehad.’ Tijdens de uitvaart ga ik er ook iets over zeggen, verpakt in het Bijbelse Salomonsoordeel.

Over mijn moeder ga ik alleen maar lieve dingen zeggen, maar in mijn optiek hebben de meiden welbewust gestreden om Corry, ten koste van Corry. Dat wil ik elk geval aanstippen, tenzij het me niet gegund wordt. Daar kan ik ook mee leven, want de liefde voor mijn moeder verandert daardoor niet. Ik hoef me alleen te verantwoorden voor mijn woorden, zij voor wat ze Corry hebben aangedaan. Ik wil het je best laten lezen. Zachtere formuleringen zijn welkom, al heb ik al lang afscheid van mijn halfjes genomen toen Bert stierf.

Clara, 23 juni

Ik weet dat het je moeder veel verdriet deed dat jullie, haar kinderen, niet zo hecht waren met elkaar. Dat is ook niet altijd nodig; verschillen mogen er zijn, zeker in een samengesteld gezin. Toen jullie klein waren, konden jullie het prima met elkaar vinden. Maar daarna, heeft het beschadigingen veroorzaakt aan jullie allen en dit is nu het resultaat. Verwijten over en weer en nu er een crisis is ontstaan door ziekte en sterven van Corry, zoekt dat zich een uitweg en drijft het jullie nog meer uiteen, terwijl het jullie juist nu dichter bij elkaar zou moeten brengen, omdat jullie elkaars steun hard nodig zullen hebben. Ik hoop dat jullie hier een weg in kunnen vinden. Er zal nog veel geregeld moeten worden en dat zullen jullie samen moeten doen. Daarna kunnen jullie weer je eigen weg gaan. Dat zal zwaar genoeg zijn. Ik wens jullie veel wijsheid, kracht en sterkte,

Clara

29 juni

Vandaag ging het wel, pas één keertje gehuild. En jij? Was nog naar haar huisje gewandeld. Een paar schaaltjes meegenomen die in de kast stonden die ik als kind gemaakt heb. Heeft Corry 55 jaar voor me bewaard. Onwerkelijk, maar ik ga ze af en toe gebruiken. Dat heeft zij nooit gedaan.
Nu besef ik pas goed waarom ik net zo’n eigenheimer ben als zij. Mensen ergeren me kapot, ook mijn eigen vrienden, enkelen niet te na gesproken.
De een vraagt: ‘Hoe gaat het?’, terwijl hij weet dat mijn moeder net drie dagen dood is. De ander: ‘Het leven gaat door.’ Tot nu toe was er slechts één vriendin die de botte stompzinnigheid ontsteeg. Ze zijn geestelijk nog te lui om zelfs maar compassie te veinzen. En dan spreek ik over mensen die ik soms al meer dan 40 jaar ken, een sociaal beroep hebben en behoorlijk zijn opgeleid. Degenen die zich uitputten in dooddoeners en goedbedoelde adviezen, zijn trouwens meestal mannen, terwijl het enige wat ik wil is dat ze even luisteren. Kunnen ze blijkbaar slecht.

Clara 1 juli

Op Zondag heb ik voor het eerst gehuild. Het voelde alsof ik een heftige jetlag had; alles voelde bizar en onwerkelijk. Ben uitgeput en als Loesje vroeg hoe het met me gesteld was, zei ik dat het helemaal niet ging. Het is allemaal niet te bevatten en lijkt wel een nachtmerrie. Tot morgen, sterkte en liefs

22 juli

Lieve Clara,
Dankzij Corry heb ik weer nauw contact met een oude vriend en na 15 jaar ook weer met de bovenbuurvrouw die me zag huilen. Ik schrijf Corry elke dag een brief. Dat troost een beetje, maar ik vind het zo verschrikkelijk om te zien hoe haar huisje ontmanteld raakt.

Gepast gebruik
Waar ik nog het meest verdriet om heb, is dat ik haar niet heb kunnen beschermen tegen het levenslange gemanipuleer; eerst onder het geweld van Theo en daarna, onder gepast gebruik van Corry’s schuldgevoel over wat ze allemaal wel en niet fout heeft gedaan in het leven, door haar eigen kroost. Zelfs de dood is haar overkomen, terwijl ze een euthanasieverklaring had en lid was van de NVVE. Hoe kan het dat ze zo zelden regie over het leven nam? Zelfs mooiprater Bert kon haar, getrouwd en wel, zes jaar aan het lijntje houden voordat ik kwam. Jij bent de enige die nog antwoorden zou kunnen hebben.

Veel liefs, Tuur (met “Veel liefs” sloot Corry haar mails af)

24 juli

Clara

Lieve Tuur, Corry was goedgelovig en kon soms heel naïef zijn. Mijn vader wilde dat ze naar de kweekschool ging. Volgens mij stond ze daar niet echt achter, maar durfde ze er niet tegenin te gaan, braaf zoals ze kon zijn, dus ging ze maar. Heel anders dan ik, de rebel van de familie. Ik denk dat Corry in bepaald opzicht te lief was, een zachtaardig mens. Niet opgewassen tegen dominante karakters. Dat is alles wat ik erop kan antwoorden. Ik heb er verdriet van dat ze nu onbereikbaar voor ons is. Maar ze is nu voor altijd veilig.

Veel liefs van mij.

24 juli
Niemand kwam haar meer pijn doen of manipuleren. Maar hier gaat het lustig verder en Corry is er niet meer als bliksemafleider. Ik kan nog steeds nauwelijks geloven dat ze er niet meer is
Zolang ik Corry schrijf, lijkt ze nog niet zo ver weg. Heb ook al drie dagen niet gehuild, maar lezen, muziek luisteren of tv-kijken lukt niet meer. Alleen met jaar nalatenschap bezig zijn, haar foto’s en haar laptop opschonen lukt nog.

Liefs,

Tuur

Docu met Boudewijn de Groot (korte brief)

Lieve mam,

Vanavond wordt een documentaire herhaald vanwege het overlijden van George Kooymans, frontman van The Golden Earring. De derde muzikant die daarin figureert, Henny Vrienten van Doe Maar is ook al dood. Alleen Boudewijn de Groot leeft nog. Hij zal nu 81 zijn, vijf jaar jonger dan jij.

Vanwaar deze aanloop? Je leek een beetje verliefd op hem. Carine refereerde er nog aan. Welke vrouw niet? Een mooie jongen met een mysterieuze uitstraling. We zagen hem optreden in een knus zaaltje: Het Heerenlogement in Beusichem, ergens begin jaren tachtig, vermoed ik. We waren er met een vriendenclubje en jij. Ik weet nog dat er een tenger, sensueel blond vriendinnetje van ons clubje bij was: Manoes, eigenlijk Manuela, die ik ook alweer tientallen jaren niet meer gezien heb. Ze was blond als Marilyn Monroe en had ook zo’n pruimenmondje, staat me bij. Ze woonde met haar vader in één van de arbeidershuisjes bij de pont van Culemborg. Ik herinner me geruchten over seksueel misbruik, maar het fijne weet ik er niet van.

Backstage
Ergens moet je backstage of aan de bar met Boudewijn in gesprek zijn geraakt. Ik was groot fan van zijn liedjes uit de jaren zestig en zeventig. Toen hij zelf teksten ging schrijven, ben ik afgehaakt. Je hebt zelfs nog even met hem gecorrespondeerd en waarschijnlijk foto’s van je schilderijen opgestuurd. Ben benieuwd of ik zijn antwoorden nog tussen je correspondentie terugvind.

Manipulatief karakter
Ik vroeg Carine vanmiddag sinds wanneer ze op de Gansstraat woont. Ze reageerde wantrouwend: ‘Waarom wil je dat weten?’ Blijkbaar voelde ze dat die vraag niet veel goeds beduidt. Een jaar of vijf, zoals ik al dacht.
Vanaf dat moment heeft ze je definitief in de tang genomen: met de hond en zichzelf. Vanmiddag weer een staaltje meegekregen van haar manipulatieve karakter; ze verweet je jongste zoon dat hij op vakantie ging, terwijl jouw huis nog niet ontruimd is. Ze had sjouwers nodig om je boeltje buiten te zetten voor het Grofvuil. Ze ‘vergat’ alleen te melden dat ik bereid ben te sjouwen, mits er een steekwagen voorhanden is.

Manipuleren
Hoewel je dochters beiden een auto hebben, zal het er wel op uitdraaien dat ik een steekwagen ga huren of lenen en brengen met mijn fietskar.
Het valt me niet mee om mijn schouders over dergelijk gedrag op te halen, omdat ik weet dat vooral jij hebt geleden onder haar levenslange gemanipuleer.

Ik ga de docu met Boudewijn de Groot kijken, ma. Ik kan het nog.

Tot morgen en liefs,

Tuur

Jouw schilderijen blijven bij ons (korte brief)

Gek hoor mam,

Een paar maanden geleden wilde je me plotseling een wollen truitje, gebreid door oma, een jasje en ingelijste steunzooltjes cadeau doen. Ik zei iets als: ‘hou ze maar zelf, want ik weet niet wat ik er mee moet.’ En je hield het toch maar weer zelf. Zonder woorden wilde je laten weten dat je nog maar kort te leven had, net als toen je een paar maanden later je spaargeld aan ons overmaakte.

Dat was minder dan twee maanden voor je stierf. Ik heb het niet tot me door laten dringen. Ik kon het niet. Tijdens je uitvaart zei ik nog heel stoer dat het truitje dat je voor me bewaard hebt: ‘vanuit mijn handen rechtstreeks de textielbak in zou gaan’. Voorlopig niet dus. Jasje, broekje en truitje ergens uit 1965 schat ik met één gerafeld mouwtje, omdat er een steekje aan los zit, liggen nu in een Action-tas in een rollerbox onder mijn bed. In het kraagje staat wie het gebreid heeft, en mijn naam, in jouw onberispelijke onderwijzeressenhandschrift.

Vreemde talen sprak je nauwelijks, maar spelfouten maakte je niet. Ik heb ook nog vier schilderijen opgehangen. Mijn slaapkamer hangt nu helemaal vol met jouw werk, zoals jouw hele huisje volhing. Heel onrustig, maar als ik op bed lig, heb ik toch meestal mijn ogen dicht. Op enkele mindere werken na, blijft alles in de familie.

collage van eerder werk, geknipt en geplakt

Een enkel stuk gaat naar een vriend of vriendin. Gelukkig maar, want ik vind het een onverdraaglijk idee dat jouw schilderijen naar de tweede-hands zouden moeten en vandaar misschien naar de milieustraat. Je hebt er zoveel liefde en aandacht ingestopt.

Geen Assepoester
Schoonmaken deed je de lijsten nooit; het glas was ongelooflijk smerig. Je was beslist geen familie van Assepoester. Ik heb ook nog een beschilderd kleipopje meegenomen; prachtig in donkerrood gekleed met hooghartige blik, zoals jij op je trouwfoto. Ook weer heel stoffig. Geen kans dat dat ooit gewassen kan worden. Ik weet niet wanneer je je poppenmaakperiode had, waarschijnlijk eind jaren zeventig. Het geraamte van de kogelvis die ik al tientallen jaren heb, met zijn ene knikker-oog en deels afgebroken stekels door vallen van grote hoogte, moet voor jouw pop wijken en mag naar de tweede-hands. Wie weet vindt een ander hem weer decoratief.

Ze mogen je werk weggooien als ik er niet meer ben. Statistisch gezien ben ik nu aan de beurt. Het wordt tijd een testament te maken en een euthanasieverklaring op te stellen. Als ik tegen die tijd nog wat overhoud, zal het in de vorm van studiebeurzen moeten worden uitgekeerd aan kinderen van mindervermogende ouders, althans zo denk ik er nu over.

Dat ga ik binnenkort regelen. Als eerste die euthenasieverklaring, want dementerend en seniel als Bert, wil ik echt niet aan mijn eind komen.

Tot later mam,

Tuur

Verloochenen (brief aan mijn moeder)

Lieve ma,

Waarom heb je de twee kinderen uit Theo’s eerste huwelijk ongelijk behandeld aan je eigen kinderen? Je was jong en Niki was een recalcitrant kind, zeker nadat ze op haar zesde van een tante hoorde dat jij haar echte moeder niet was. Maar Peter was toch een braaf jochie, zei je zelf altijd dat boodschappen voor je deed?

Peter is nog lang met je blijven omgaan, tot een jaar of twintig geleden en het was meestal best gezellig. Ik vond zelfs een brief waarin je schrijft dat hij rond je scheiding erg hulpvaardig was en dat hij Theo destijds al verafschuwde.

Hoewel hij je in mijn ogen veel te verwijten zou kunnen hebben, heeft hij dat niet gedaan. Theo ging met je mee in het negeren van zijn kinderen. Niki was ‘maar een kind van de spinazie-academie’ en Peter kreeg, toen hij uit huis ging, zijn kinderbijslag voor een uitwonende student niet mee.

Achtergesteld
Waar Niki en Peter werden achtergesteld, werd ik als kind met een handicap voorgetrokken. Ik had op zeker moment twee buitenboordmotoren op een stalen roeiboot die ik van mijn verwekker had gekregen: een oude van Bert en een nieuwe van Theo. De oude had Theo nog gerepareerd, door er een vliegwiel op te lassen dat het oude startmechaniek verving. Dat kon Theo goed als instrumentmaker.
Hij had een typisch gevoel voor humor. Toen hij met het laswerk klaar was, zei hij: ‘Ik heb wel wat schroefjes over, vind je dat erg?’

Geloken ogen
Ik denk dat hij er weinig waardering voor heeft gekregen. Bert keek op het kleine ondernemertje neer, denk ik en jij ook. Je trouwfoto getuigt ervan. Je droomt met geloken ogen ergens in de verte, zonder echt iets te zien, laat staan Theo.

Voortrekken
Je jongste zoon neemt mij kwalijk dat ik veel aandacht kreeg. Je jongste dochter nam het vooral jou kwalijk. Theo wilde jou zo graag behagen: de liefde van zijn leven, dat hij bereid was zijn eigen kinderen te negeren en mij voor te trekken. Hoe is dit ontstaan en waarom deed je hieraan mee? Zelfs mijn jeugdvriend Vincent wist zich dit te herinneren.

Theo en zijn kinderen moest je niet; je huwelijk met hem was een noodsprong. Theo sloeg jou, maar keek je anderzijds naar de ogen. Is hij je gaan slaan, nadat hij doorkreeg dat hij je niet kon krijgen, ondanks dat jullie getrouwd waren? Hij droeg je levenslang op handen, heeft wel eens gezegd dat hij dacht dat zijn overbuurmeisje van de Omloop ‘veel te mooi’ voor hem was.

Slaag
Naar ik begrepen heb, sloeg Theo zijn eerste vrouw ook en van je
opvolgster weet ik het zeker. Er is een anekdote die ik van Theo ken, waarvan ik niet weet of hij waar is. Kort voor jullie huwelijk zou Theo jou op de mouw hebben gespeld, dat Bert alsnog met je wilde trouwen en jij zou iets gezegd hebben als: ‘Dan doe ik dat, toch, waarna hij je schielijk uit de droom hielp. Theo had toen al kunnen weten, dat hij je nooit zou kunnen krijgen en toch is hij aan een huwelijk begonnen dat bijna 21 jaar standhield met ruzies, slaag, seksueel geweld en jouw periodieke vluchten.

Huwelijksaanzoek
Zet nooit een autist en een chaoot bij elkaar; dat geeft geen match. Maar jullie verloochenden wel eendrachtig zijn kinderen. Een andere anekdote uit dezelfde doos ken ik van jou: Bert zou na Theo’s huwelijksaanzoek voor je deur hebben gestaan, omdat hij alsnog met je wilde trouwen. Je zou hem afgewezen hebben, ‘omdat je met Theo afgesproken had naar de bioscoop te gaan’. Misschien zijn beide verhalen wel waar en wist Theo van Berts huwelijksaanzoek op-de-valreep.

Vrijdag de dertiende
Volgtijdelijk zou het kunnen: er zaten maar twee maanden tussen Theo’s huwelijksaanzoek en jullie huwelijksdag, 13 maart 1963. Je presenteerde het altijd als vrijdag de dertiende, je ongeluksdag des levens. 13 maart 1963 viel echter op een dinsdag. Je moet toen al weer zwanger geweest zijn van je tweede kind en zo had je jezelf opnieuw in een situatie gebracht waaruit geen weg meer terug was.

Tot later mam,

Tuur

Erven van Corry (korte brief)

Dag mam,

Heb vandaag je nieuwe betaalpas geactiveerd die op mijn naam staat. Ik denk dat als alles is betaald, waaronder een maand huur, gas en licht en extra kosten voor de hyena’s van de uitvaarder, er niet veel te verdelen over zal blijven, al aast je jongste dochter er nu al op.

Buurvrouw van boven was er nog. Samen koffie gedronken, pennywafels gegeten van de biowinkel en een beetje gebabbeld. Ze is historisch behoorlijk onderlegd. Ondanks dat ze zeker tien jaar jonger is dan jij, is ze eerder van jouw generatie dan van de mijne. Ze kijkt ook nog dvd’s en koopt ze tweedehands. Ze vindt Wallace en Gromit leuk, net als jij. Ik ga ze haar morgen brengen, zodat ze eerste keus heeft.

Ik heb maar een kaart door haar bus gedaan met een door jou gefotografeerd eendenkuiken erop. Ik heb al mijn dvd’s juist weggedaan en alleen de box met alle Pippi’s bewaard. Dit jaar ga ik ze maar weer eens kijken.

Eénlingen
Clara sms’te nog dat ze van je gedroomd en om je gehuild had. Dat doe ik elke dag. Het ergste vind ik nog steeds dat ik je niet heb kunnen beschermen tegen het eeuwige gemanipuleer van je dochters. Zelfs nu ik het weer opschrijf, houd ik het nauwelijks droog. Heb het er ook met de psycholoog over gehad. Ze destilleerde mijn eenzaamheid eruit en dat ik feitelijk altijd aan de zijlijn heb gestaan. Maar dat geldt eigenlijk voor al je kinderen, we hadden immers weinig tot niets met elkaar.

Zelfs op je sterfbed heb je onze aanwezigheid in dank aanvaard in plaats van ons verrot te schelden. Misschien alleen, omdat je meer dan ooit van ons afhankelijk was, maar ik denk, omdat voor jezelf opkomen niet bij je paste.

Veel liefs en tot later,

Tuur

Ontmoeting (korte brief)

Lieve mam,

Ik vond een kort gescand briefje over hoe je Bert ontmoette tijdens zijn zweefvlieglessen in Hilversum in 1955, terwijl hij in opleiding zou zijn tot luchtmachtpiloot. Hoe je viel voor zijn zwarte krullen, stralende lach en uniform en hoe hij je verdere leven bepaalde.

Je schrijft niet hoe hij je zes jaar aan het lijntje hield en trouwde; bij deze degelijke katholiek opgevoede vrouw (althans dat is wat ik gehoord heb) drie kinderen verwekte en ten slotte één bij jou en je liet zitten met je zwangerschap. Kort voor je moest bevallen en je uit huis gezet was door je vader, bracht mijn verwekker je onder bij vriend Arthur, naar wie ik vernoemd ben. Driekwart jaar nadat ik geboren werd, trouwde je alweer, bij wijze van noodsprong met een weduwnaar die al twee jonge kinderen had. Voor het huwelijk was je al weer zwanger: zo had deze vader van je drie jongere kinderen, je in de tang, zoals later je dochters. Altijd klem, een levenlang gemanipuleerd, ook door je grote liefde Bert.
Corry over de ontmoeting met haar grote liefde
Blijkbaar schreef je dit, nadat Bert een tia had gehad en op zijn verjaardag.

Slachtoffer
Een leven lang voelde je je slachtoffer van anderen: van een echtgenoot en je vader die jij na zijn dood op handen ging dragen, terwijl je als puber niet eens met hem op wilde fietsen richting school. De man die als zuinigheidsmaatregel een gebruikte lucifer opnieuw aanstak aan de waakvlam van de geiser om het gas aan te steken en jullie daartoe ook verplichtte. Zo absurd en zinloos dat de anekdote altijd de ronde is blijven doen binnen de familie.

Bert werd bij jou thuis ‘meneer Koekoek’ genoemd, omdat hij een ei in een vreemd nest had laten leggen. Over je ontmoeting met deze meneer Koekoek schreef je in 2007 het sentimentele briefje, vermoedelijk kort nadat hij een tia had gekregen als gevolg van een hartkatheterisatie. Ik moest huilen, omdat jullie er beiden niet meer zijn.

Liefs,

Tuur

PS: zo huil ik wat af door de dag heen.

Eens per week koken (korte brief)

Lieve mam,

Vandaag wist ik niets te schrijven. Tot ik bij het opschonen van je laptop een recept van je tegenkwam. Gewoon een schermafdruk ergens van internet geplukt. Iets met tonijn uit blik en kappertjes.

Van beide ben ik geen fan. De tonijn verving je de laatste jaren door makreel. Ik moest erg huilen, omdat het me eraan herinnerde dat je eens per week voor me kookte, ongeveer tot je kankerdiagnose. Daarna hebben we de oude gasoven weggedaan en een elektrische tweepitter gekocht.

Diepvriesmaaltijden
Koken wilde je niet meer, ook niet voor mij. Het leek alsof je je voorbereidde op het einde, zonder dat ik het doorhad. Je stapte over op diepvriesmaaltijden voor in de magnetron. Je at er steeds minder van, begreep ik en echt lekker vond je ze niet. Samen met een aparte vriezer en losse koelkast knapte je keuken erg op toen je van het gas af was. Je liet het gas steeds vaker aanstaan.

Spinazielasagne
Vele jaren kookte je voor me: vooral je spinazielasagne en mie met zeevruchten vond ik fantastisch. Je volgde nauwgezet de recepten, omdat je van jezelf vond dat je niet goed kon koken. Je rook en proefde de laatste jaren ook steeds minder. Je rook zelfs niet dat je oudste dochter rookte als een ketter en stonk als een asbak. Je wist het wel en je maakte je altijd zorgen over kanker en zo meer. Als hypochonder doe je dat. Uiteindelijk stierf je er zalf aan. Je baarmoeder werd je fataal, waarmee je je parasitaire dochters gebaard had. Je bent nu eindelijk vrij

Uit liefde
Ik kon meestal twee dagen met het eten vooruit. Zelf maak ik die recepten niet: ik houd er niet van ze te volgen en speciale inkopen te moeten doen. En hoe vaak ik ook zei dat het echt niet altijd hoefde, je deed het toch trouw elke week. Tot je niet meer kon en alle energie voor jezelf nodig had. Deed je het gewoon uit liefde of voelde je je verplicht een schuld in te lossen?

Bedankt voor alles mam,

Tuur

PS: Hoewel het vandaag iets beter lijkt te gaan: ik luisterde muziek, zonder het meteen weer uit te zetten, moest ik toch weer kort huilen. Heb met Tony gefietst, maar kan het nooit meer met je delen, je nooit meer iets vertellen. Het blijft niet te bevatten dat je er niet meer bent.

Theo Vlug (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Ik heb nooit bij je nagevraagd wat je wist over je ex-echtgenoot en vader van je drie jongste kinderen. Natuurlijk wel dat hij eerder getrouwd was en tussentijds een keer gescheiden, en weer getrouwd met dezelfde vrouw. Dat ze jong stierf aan leukemie en Theo twee jonge kinderen naliet.

Zijn huwelijksaanzoek aan jou, feitelijk een zakelijk voorstel om voor elkaars wederzijdse kinderen te gaan zorgen, heb ik gelezen. Dat zijn brief twee maanden voor jullie huwelijk gedateerd is, wist ik niet en dat verbijsterde me. Tot zover is jou alles bekend.

Corry als 19-jarige in 1958
Corry als 19-jarige in 1958. Zo moet Theo haar gekend en stiekem geadoreerd hebben. Hij was haar overbuurman toen zij op de Omloop en hij in de Vijgeboomstraat woonde (afbeelding is gemaakt en ingekleurd van een heel vaag zwart-witje, waarbij sterke nadruk is gelegd op verbetering van de gezichtscontouren. Rechts op de foto stond oorspronkelijk nog een studiegenoot van de Kweekschool).

Gerda
Je weet ook dat Theo jongste was uit een gezin met drie oudere broers en een veel oudere zus die Gerda heette. Het leeftijdsverschil tussen Theo en deze Gerda, moet ongeveer even groot geweest zijn als dat tussen jou en je jongste broertje Wim. Ik denk niet dat jij je dat ooit hebt afgevraagd of gerealiseerd.

Van Gerda heb ik na Theo’s dood een vage foto gevonden. Toch was ik blij om eindelijk een gezicht bij deze naam te zien. Een donkerblonde vrouw met een rond gezicht en een eerder grove uitstraling. Ze lijkt wel wat op je oudste dochter Carine.

Opvoedingsgesticht
Gerda stierf aan TBC, toen Theo een jaar of zestien was, rond 1950 of iets eerder. In dezelfde tijd overleed zijn vader aan longontsteking. Volgens Theo was deze Jan Vlug toen 65. Ik heb op verschillende genealogische websites en in archieven gezocht naar ‘Jan Vlug’ en ‘Gerda Vlug’, Utrecht en Rotterdam, maar zonder resultaat. Ze zijn vergeten. Theo’s moeder kon haar zoons niet aan en waarschijnlijk ook niet overweg met het verlies van haar echtgenoot en dochter, kort na elkaar. Ze werd psychiatrisch en Theo kwam in een opvoedingsgesticht terecht. Dit wist je allemaal wel en ook dat Theo’s broer zelfmoord pleegde en een vrouw en vier kinderen achterliet. Wat je ook geweten hebt, is dat het gezin Vlug na het bombardement op Rotterdam naar Utrecht werd geëvacueerd.

Harde jeugd
Delen van dit verhaal kende ik al, maar alles bij elkaar opgeteld, realiseer ik me dat Theo een keiharde jeugd heeft gehad. Zeker als je ook nog bedenkt dat hij veruit de jongste was in een gezin met drie oudere jongens. Nog op zijn sterfbed vertelde hij mij dat zijn broers hem ‘een verwend onderkruipertje’, een ‘pestjochie’ vonden dat werd voorgetrokken. Net als jij, maakte hij de oorlog in Utrecht mee. Theo vertelde dat hij in de Hongerwinter katten en ratten spietste en kolen stal. Hij was toen tien of twaalf jaar oud. Hij miste de veiligheid die jou juist wel ten deel viel in de oorlog. Ik vraag me af of je je dit allemaal gerealiseerd hebt.

Onafhankelijk
Theo was letterlijk een vechter geworden die bereid was zich te handhaven, ten koste van anderen. Dat deed hij, bijvoorbeeld door een onderneming te starten en zich onafhankelijk te maken van werkgevers. We aten en woonden er goed van in de jaren zeventig en er konden zelfs vliegvakanties vanaf voor zes personen, maar het vergoedt niets. Onafhankelijk was jij niet, eigenzinnig wel. Precies de verkeerde voor een autist die alleen maar een vrouw kon krijgen als hij haar afhankelijk van zichzelf had gemaakt. In jouw geval door je ‘dronken’, of tenminste ’tipsy’ te voeren met port om je willig te maken en je een tweede kind aan te naaien. Vruchtbaar was je zeker.

Ambachtschool
Volgens eigen zeggen doorliep Theo versneld de ambachtsschool, omdat daartegenover de belofte stond dat hij met diploma het opvoedingsgesticht mocht verlaten. Na de opleiding moet hij machinebankwerker geworden zijn bij de DEMKA in Utrecht. Theo was er altijd trots op dat hij de ambachtsschool in één jaar had afgerond.

Karakter
Hij bracht zijn Spartaanse opvoeding over op zijn kinderen. Zijn dochters erfden zijn manipulatieve karakter en een zoon zijn autisme. Je dochters erfden van jou je ‘angstige gemoed’, hypochondrie en afhankelijkheidsstoornis. Bepaald niet eenvoudig, mag ik wel zeggen, nu je er niet meer bent.

Trouwen als noodsprong
Theo had losse handjes, sloeg en dreigde makkelijk. Hij maakte zich niet geliefd, al was het ook zo dat hij uit vrije wil een verstandshuwelijk was aangegaan met jou, die buitenechtelijk zwanger was geweest van een man die Theo een groot deel van zijn leven als rivaal moet hebben gezien en bij wie hij in de schaduw stond. Theo zag jou als zijn grote liefde die hij nooit beantwoord kreeg. Voor jou was dit huwelijk een noodsprong, waarbij je jezelf en je baby materieel wilde onderbrengen. Dat is gelukt en hier ben ik nu. Zonder jou, zonder Theo, zonder Bert, zomaar zonder vader, zonder moeder.

Wat ooit was
Alles wat er altijd was, is niet meer
Mijn vader en moeder,
mijn jeugd met Manoes,
of Manuela zoals ze echt heette
en haar ouders.
Alleen hun huis staat er nog.

Dag Theo, dag Corry,

Tuur

Overgeleverd (korte brief)

Lieve mam,

Waarom het me zo’n pijn doet, je de laatste dagen van je leven zo hulpeloos in het grote hospice-bed te te hebben zien liggen met zijn hekken eromheen, weet ik niet precies.

Je lag daar zomaar in je lange, zwarte T-shirt, je luierbroek en je bleke koppie opzij op het kussen en je witte haar, waarschijnlijk nog steeds in twee meisjes-paardenstaarten, zoals je altijd had de laatste jaren. Zo kwetsbaar, tot niets meer in staat. Dat gevoel naar een neergestort oud vogeltje te kijken, zal me niet gauw meer verlaten.

Paniek
Je was geregeld in paniek, zoals die keer dat ik me verslikte en ik blauw aanliep of toen je bij me kwam, omdat je bang was dat je een ‘foute’ moedervlek op je been had. Misschien raakt het me zo, omdat de machteloze kleinheid waarin je lag te sterven model stond voor de afhankelijkheid waarin je levenslang had verkeerd.

Afhankelijkheid
Van een tirannieke vader en een latere echtgenoot, de bijstand met zijn sollicitatieplicht, waarvan je goddank eind jaren negentig werd vrijgesteld, omdat je geboortejaar 1939 was, en ten slotte van je eigen dochters die respectievelijk honden, kleinkinderen, weer honden en eindeloze verwijten bij je achterlieten. Bij mijn verwekker Bert, viel me de afhankelijkheid in de laatste week van zijn leven ook op: hij kon zich net als jij niet meer op z’n zij draaien. Dat vind ik misschien nog wel het ergste: dat je je niet meer kon oprollen in de foetushouding in een vreemd bed met hekken, maar stilletjes op je rug moest blijven liggen. Zo werd je het laatste beetje regie over het leven ontnomen. Jij verdroogde niet, omdat je goed verzorgd werd. Bert verdroogde wel. Dat maakte woede los die me aanzette een boek over hem te schrijven. Het is een geboekstaafde herinnering geworden en niet zoals bij jou een symbool voor je levenslange machteloosheid. Of mijn rouwproces om jou en de inzichten die ik daarbij opdoe een boek waard zijn, moet ik nog zien: anders komt het op mijn weblog terecht. Het zal niet per sé vleiend zijn voor je dochters; des te beter dat ik onder pseudoniem schrijf.

Tot later,

Tuur

Ziektes (korte brief)

Lieve mam,

Hoevaak waren jij en je hypochonderdochter niet aan het speuren in medische encyclopedieën en later op internet naar alle enge ziektes die je zou kunnen hebben? Jullie stuwden de wederzijdse paniek tot grote hoogte op.

Je dochter rookt nog steeds en je maakte je er zorgen over, maar misschien was dat ook wel een beetje omdat dat van jou als moeder verwacht werd. Je kon er toch niets aan veranderen.Je rook het niet eens meer, hoewel haar kleren in het voorbijgaan, stonken als een asbak. Misschien was het geleur met ziektes voor Carine wel gewoon het zoveelste instrument om je aan zich te verplichten.

Bloedinkjes
Toen je echt iets had wat begon als kleine bloedinkjes, waarvan je dacht dat ze door de anti-verzakkingsring kwamen, ging je te laat maar de dokter. Ik meen me te herinneren dat je zeker een half jaar voor de kankerdiagnose wel eens wat over zei. Misschien nog wel eerder ‘dat je een andere wilde die beter paste’ en dat je er last van had. Je had hem er zelf uitgehaald en ik vroeg grappend: ‘of je nu wijdbeens moest lopen’ en ‘of je baarmoeder nu op je knieën hing’. Van bloedingen was toen nog geen sprake, dus ik schat dat dat ergens in 2023 moet zijn geweest. Je baarmoeder werd je fataal, misschien omdat je er te laat bij was. Of omdat de huisarts je te lang op een afspraak heeft laten wachten en je te laat doorverwees. Wie zal het zeggen? Het beklemt me wel.

Tot later,

Tuur

Huilen (brief aan mijn moeder)

Dag lieve mam,

Het is al laat mam, en toch moet ik je iets schrijven. Erg gehuild vanavond, terwijl ik lang weinig voelde vandaag. Hoop dat ik het desperate gevoel van gemis en leegte ooit achter me kan laten en de zon weer zie schijnen. Want dat is er niet meer: ik registreer de warmte van de zon op mijn gezicht niet meer, tot voor kort een grote sensatie. Ik herinner me niet zoiets ooit eerder ervaren te hebben.

Marco Borsato zingt in één van zijn bombastische liedjes: ‘dat de zon niet langer schijnt’. Het bestaat dus echt. Maar maak je geen zorgen mam: ik leef gewoon door, want ik haal adem.

Beste vriend
Ik hoop niet dat het rouwen om jou zo lang gaat duren als om mijn beste vriend, want dan heb ik weinig tijd van leven meer. Zelfs als ik bij jou op bezoek was, voelde ik de tranen achter mijn ogen branden als Benno ter sprake kwam, ook na 25 jaar nog. Zoveel tijd heb ik niet eens meer om over je te praten, laat staan met tranen in mijn ogen.

Onvoorwaardelijke liefde
Na Benno’s dood ontmoette ik Lia die me troostte met haar onvoorwaardelijke liefde. Tot dan toe kende ik alleen die van jou. Er is ook een verschil met mijn verdriet van toen en nu. De tranen komen even heftig en onstuitbaar, maar destijds vatte ik het leven snel weer op, bijvoorbeeld door te gaan ligfietsen.

Perspectief
Ik schiep al snel weer perspectief voor mezelf, hoewel het verdriet jarenlang manifest bleef. Zonder jou is mijn wereld leeg, niets doet er nog toe. Ik kijk geen tv, luister geen muziek, en lees niet meer. Het heeft geen betekenis, zelfs niet als tijdverdrijf. Alleen je nalatenschapje ordenen en brieven aan je schrijven, doe ik nog.

Anker voor altijd
Een ander groot verschil met het sterven van Benno is dat jij er toen nog was, mijn anker voor altijd. Nu is er niets meer dan ‘Het ravijn van nooit meer’. Ik zie je uitgeteerde lichaam met je luierbroekje om, je lange zwarte T-shirt en je je bleke koppie opzij geknikt steeds voor me, machteloos en bewegingloos wachtend op het einde. Als zo vaak in je leven was je te laat en onmachtig om nog regie te nemen. Het paste niet bij je; de dood overkwam je, zoals het leven je was overkomen.

Tegenover elkaar
Je einde stond diametraal tegenover dat van je ex-man Theo, vader van je drie jongste kinderen die euthanasie had gevraagd en gekregen. Zijn einde, nog geen driekwart jaar voor het jouwe, was tekenend voor hem. Bij leven en sterven stonden jullie tegenover elkaar. Je was nooit opgewassen tegen zijn dwingelandij. Toch denk ik dat hij je gesteund zou hebben, zo hij dat gekund had. Ondanks alle onmin, is hij je op handen blijven dragen.

Opschonen
Elke dag schoon ik je laptop verder op: nog 40.000 foto’s te gaan, tweederde gehad. Er zitten, behalve heel mooie vlinders en libellen, ook veel nietszeggende kiekjes bij. En dan die lijstjes die je eromheen hebt geprutst die soms éénderde van het beeld wegnemen. Je hebt het met liefde en enthousiaste onkunde gedaan. Als alle dubbelingen eruit zijn, kunnen je andere kinderen er een kopie van krijgen op usb-stick en moeten ze maar zien wat ze ermee doen. Ik ga daarna handmatig verder opschonen, dat wil zeggen: de resterende foto’s één voor één bekijken en eventueel hernoemen. De mooiste vlinder- en vogelfoto’s ga ik gebruiken om ansichtkaarten van te maken, zoals jij dat ook voor mij deed. Een herfstbeeld van de Oude Gracht ga ik inlijsten en ophangen.

Veel liefs,

Tuur

Radio (korte brief)

Lieve mam,

Vandaag tussen het huisvuil en het textiel een klein batterijradiootje uitgevist voor als de Russen komen. Flessenwater had ik al. Verder heb ik altijd zoveel voorraad in huis dat ik het wel een paar dagen uithoud, tenzij de Bom valt natuurlijk. Daar merk jij dan niks meer van.

Ander elektronisch afval als een elektrische tandenborstel, nog een radio en een elektrische luchtverfrisser apart gehouden voor de milieustraat. Je hebt een brave zoon die meestal weet hoe het hoort. Ook het textiel weer apart in de bak gedaan. Daarvoor moesten wel weer de zakken open die Carine lukraak gevuld had. Daardoor ben ik ook in het bezit geraakt van factor 30 zonnebrand, een fietsdek (handig voor over de vouwfiets) en een rood washandje dat er veelgebruikt en veelgewassen uitziet. Het is helemaal ruw. Ik ga hem een keertje gebruiken, omdat jij het ook deed.

Laatste foto’s
Heb ook een paar foto’s gemaakt van je witte fietsje en je voorraam. Ik heb daarvoor zelfs weer je rode zadeldekje van huis meegenomen. Anders ontbreekt het op één na belangrijkste op de foto. Straks woont er iemand anders en kan het niet meer.

Wulpstraat gefotografeerd met Corry gespiegeld in het raam
Wulpstraat nog zonder fietsje voor de deur, ergens in de herfst.

Ingesloten

Je leefde zo ingesloten met rode gordijnen halfdicht en een soort bruine zonwering voor het raam, dat je van een afstandje niet ziet dat je woonkamer al ontmanteld is. Alleen het grotere meubilair staat er nog: twee banken, twee tafeltjes en twee gammele, antieke kasten. Maandag waarschijnlijk meegenomen door het grofvuil. Het is vooral Carine die opruimt en alles in vuilniszakken stopt en ik breng ze naar de huisvuilcontainer, zodat ze niet hoeft te sjouwen.
Zelfs zij verbaast zich over het uitdragerijtje waarin je leefde, terwijl ze toch de deur bij je platliep. Nu de muren kaal zijn en alle schilderijen weg, zie ik pas, hoe afgeleefd en uitgewoond je huisje was.

In bezit genomen
Nu je er niet meer bent, voel ik me pas vrij de deur te openen met de sleutel die we als kinderen alle vier van je hadden. Ik ergerde me altijd mateloos als ik zag hoe Carine ongevraagd je deur opende en nooit aanbelde. Ze had je huis, je AOW en jou in bezit genomen en jij liet het allemaal toe.

Tot later mam,

Tuur

Liefdevolle energie (korte brief)

Lieve mam,

Bij het opruimen van de wanorde op je laptop zie ik hoeveel liefdevolle aandacht en energie je erin hebt gestoken. Sommige foto’s, veelal slechte scans van vage familiekiekjes, hebben meerdere namen en zijn soms tientallen keren opgeslagen.

Ik herken die aandacht uit de tijd dat ik nog bluesprogramma’s van de radio opnam en op de binnenkant van bandrecorderbanden en later compactcassettes nauwkeurig opschreef wie de artiest was, de titel en soms achtergrondinformatie. Alleen maakte ik er geen puinhoop van. Zelfs met speciale software kost het me nog zeker een maand om al je foto’s op te schonen en nog maar één exemplaar over te houden. Ik heb nu nog ruim 60.000 afbeeldingen te gaan en als ze op de automatische piloot zijn opgeschoond, ga ik wat resteert één voor één bekijken wat er verder nog weg kan.

Strontvlieg
Ik verwacht niet meer dan één grote USB-stick over te houden met bruikbaar materiaal, bijvoorbeeld om ansichtkaarten mee te maken. Hoe mooi een bruine strontvlieg met prooi ook is; vergroot aan de muur of geplakt op een ansichtkaart, zal hij weinig fans hebben.

Vlinders en bijen op bloem en enkele landschapjes zullen overblijven verwacht ik, en een enkele familiefoto.

Tot later, mam

Tuur

PS: Waarom ben ik in godsnaam het afgelopen jaar en zeker na je kankerdiagnose niet zuiniger op je geweest: liever en attenter toen het nog kon, dwars tegen de pesterijen van je oudste dochter in? Waarom kon of wilde ik niet zien hoe slecht het met je ging? Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Je prognose was minder dan een jaar. Had het uitgemaakt als je zelf over het einde had willen praten en de regie had genomen, zoals je ex Theo heeft gedaan met zijn euthanasie? Ik weet haast zeker van wel, maar je belde me zelfs niet meer. De voorlaatste keer was op mijn verjaardag dat ik te laat opnam. Ik heb niet teruggebeld en de laatste keer belde je huilend op, terwijl ik liep te wandelen: ‘dat ik maar niet moest komen’, iets wat ik helemaal niet van plan was. Ben ik nalatig geweest en tekort geschoten? Het laatste jaar had ik er zeker meer voor je kunnen zijn, maar ik zou de vraag niet eens aan de psycholoog durven stellen, bang voor een confronterend antwoord.

Huisje opgeruimd (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Tot nu toe niet gehuild sinds gisterenmiddag, toen ik bovenbuurvrouw Kara ontmoette. Zelfs niet toen ik voor je deur stond en in je huisje was. Alleen een paar keer hartgrondig: ‘Godverdomme’ geroepen. Voel vandaag weinig, ook niet dat je weg bent. Misschien ben ik moe van de afgelopen drie weken of van het huilen.

Vandaag weer lukraak door Carine gevulde vuilniszakken in de container gegooid, waarvan een flink deel bij de milieustraat thuishoort. Van een grote aarden pot tot een elektrische fruitpers. Voor deze éne keer dan. Was wel bang dat het persmechaniek in de container stuk zou gaan, maar hij vermaalt zowat alles, blijkbaar. De container bleef opengaan op commando van mijn bankpasje. Het textiel heb ik weer bij ‘mijn’ AH in de textielbak gedaan. Heb er een rode kussensloop met de zwarte kop van Ché tussenuit gehaald. Misschien heb je die zelfs nog wel in de hospice gebruikt, waar je twee van dezelfde kussens had. Als dat zo is, dan is je geur er al uit. Ik rook alleen nog maar muffigheid. Toch ben ik blij dat ik het textiel heb gescheiden van de andere troep die in de zakken zat, want anders had ik de sloop nooit gevonden. Hij ligt nu in de wasmand en zal me altijd aan je herinneren, zolang ik mijn hoofd erop leg.

mama's hofje met witte fietsje en zadeldekje aan tuinbankje

Volgende keer neem ik je zadeldekje nog even mee terug om een foto te kunnen maken van je voorraam, je witte Pelikaan-fiets, zonder bagagedrager die aan je versleten tuinbankje aan een kettingslot staat. Alleen jij zult er niet meer zijn om afscheid van me te nemen. Een vreemd aandenken dat niet ‘echt’ is zonder je rode zadeldekje in beeld. Heb laatst je karakteristieke pling-plongbel opgenomen met de telefoon, maar het geluidsbestandje per ongeluk weggegooid.

Gereedschap
Heb ook een aantal van de talloze spijkers uit de muur getrokken waaraan je schilderingen en ingelijste foto’s hingen. Mits recht uit de muur getrokken, blijven het kleine gaatjes, maar soms komen er kleine stukjes stucwerk mee. Dat zal moeten worden opgevuld en bijgewerkt, vrees ik, alvorens je uitgewoonde boeltje aan het Monumentenfonds kan worden opgeleverd. Heb er een kleine waterpomptang voor gebruikt, omdat de rest van je schamele gereedschap, waaronder vermoedelijk een nijptang al weg was. Ik heb zelf alleen een waterpas meegenomen die nog van opa is geweest.
Zoiets had ik nog niet, maar zit er wel eens om verlegen. Het uittrekken ging behoorlijk zwaar, dus ik denk dat Robert en ik dat verder moeten doen. Ik ga alleen niet op een ladder of trapje staan. De hoge mag Robert uittrekken.

Hand vastgehouden
Vorig jaar zomer, ik denk na je operatie, zaten we nog in het binnentuintje in je straat dat van de weg is afgescheiden met een schapenrooster tegen honden. Er grenzen mooie appartementen aan met grote balkons en ik zei nog dat ik daar wel zou kunnen wonen, hoewel het niet op de begane grond is. Ik zou stoelen in de binnentuin zetten en er veel gaan zitten. Volgens mij heb ik dat ook verteld. Je had mijn hand nodig om nog een beetje te kunnen lopen. Je liep langzaam en het is één van de laatste keren geweest dat ik je hand heb vastgehouden, voordat je de hospice inging. Je wilde weer snel naar huis: de zon was je al snel te warm of je voelde je gewoon ziek, moe en bang. Ik heb me dat allemaal niet gerealiseerd en weet niet of dat erg is. En bij deze herinnering moet ik toch weer bijna huilen. Bijna. Toen ik kort na je dood op hetzelfde bankje zat, voelde ik er niks meer bij.

Tot later mam,

Tuur

Niet voor jezelf opgekomen (brief aan mijn moeder)

Dag mam,

Waarom ben je zo weinig voor jezelf opgekomen, eigenlijk alleen rond je scheiding? Voor zover ik weet heb je zes weken op een afspraak met de gynaecoloog moeten wachten, die wel meteen begreep dat het mis was en van wie je snel hoorde dat je een agressieve vorm van baarmoederkanker had. Daarna nog zes weken op een halve operatie en ervoor nog weken op een afspraak met de huisarts.

Rond je verjaardag in maart moet je al bloedinkjes hebben gehad waarvan je dacht dat die door de rubberen ring kwamen die een baarmoederverzakking moet tegengaan. Al zeker een jaar voor de diagnose klaagde je al over de ring en haalde je hem er zelf uit. Het is feitelijk zinloos om me af te vragen of je nog geleefd zou hebben als je er een jaar eerder bij was geweest en geopereerd zou zijn in een gespecialiseerd ziekenhuis. Het is vast nutteloos nog uit te zoeken wat je overlevingskansen zouden zijn geweest, als je er eerder serieus was genomen. Een dochter was elke dag bij je over de vloer, moet al vroeg van je klachten geweten hebben en heeft, net als ik, niets gedaan.

Geen second opinion
De chirurg die je baarmoeder en een eileider verwijderde, waarin al uitzaaiingen bleken te zitten, was in het gesprek over een second opinion laconiek: ‘dat je nu eenmaal oud was’ en het ziekenhuis geen scans meer zou doen. Ik vond het niet aan haar om op die manier over jouw leven en dood te beschikken en heb dat ook laten weten tijdens het gesprek. De anderen, zijnde je kleindochter en jongste zoon, hielden zich stil. Jij wilde uiteindelijk de second opinion niet en stak liever je kop in het zand. Je deed het voorkomen dat dat je ervan afzag doordat er onenigheid over ontstond tussen je kinderen en een wijsneuzig kleinkind. Ik wilde erbij zijn en dat had je kleindochter niet geregeld en weigerde dat alsnog te doen. Robert wond zich daar enorm over op en schijnt je kleindochter regelrecht bedreigd te hebben. Een second opinion had je waarschijnlijk niet meer aangekund: je was al in paniek tijdens je ziekenhuisopname voor de operatie. Je huilde en verdroeg de katheter niet. Ik denk nog steeds dat je aan het begin stond van dementie.

Niets doen
Je maakte de keuze om niets te doen en je ook dit deel van het leven te laten overkomen, zoals je buiten je scheiding, altijd had gedaan. Na je scheiding liet je je zonder verweer een half leven lang verwijten maken en manipuleren door je eigen dochters. Over Charléne klaagde je vaker, maar dat Carine ‘niet aardig’ voor je was, zei je pas een paar maanden voor je dood toen je, in mijn beleving, vooral huilend op de dood zat te wachten, er geen land meer met je te bezeilen was en je steeds afhankelijker werd van mantelzorg. Toen ik voor mijn dementerende vader zorgde, jouw enige echte liefde, was ik ook lang niet altijd aardig voor hem, omdat hij vooral lastig was. Je hebt het nog kunnen lezen in mijn boek over hem en de strafzaak die hij me naliet.

Niet aardig
Mocht Carine al veel langer ‘niet aardig’ voor je zijn geweest, bijvoorbeeld voor je kankerdiagnose, dan heb je dat wel erg laat laten weten. Dat je dochters niet aardig voor je zijn geweest, wist ik dertig jaar geleden al. Je hebt het zelf laten gebeuren. Uit schuldgevoel, heb je levenslang nagelaten je eigen ruimte op te eisen: niet tijdens je huwelijk en niet erna. En je dochters wisten wel hoe ze je schuldgevoel moesten aanwakkeren: de één had je ‘beschermd’ tegen de losse handjes van je echtgenoot en de ander profileerde zich als ongewenst kind.

Mantelzorg
Je oudste dochter kwam vijf jaar geleden pal achter je wonen, liet je de hele werkweek op haar hond passen, terwijl je niets met dieren had en ze nooit aanhaalde, vrat vanzelfsprekend van je AOW en beheerste zo je leven. Heel praktisch in de eindfase van je leven en van die mantelzorgtaak heeft ze zich gewetensvol gekweten. Ik had die zorg al voor mijn vader geleverd, in mijn eentje, dus ik heb welbewust geweigerd mantelzorg te verlenen en je aan je drie andere kinderen overgelaten. Dat ik daardoor pas op de drempel van de hospice begreep dat je nog maar heel kort te leven had, neem ik mezelf nu kwalijk. Te laat.

Mocht ik de komende maanden genoeg moed kunnen verzamelen om je e-mails te lezen, ben ik benieuwd of de verwijten van je jongste dochter zijn verhard, sinds Carine je volledig in beslag is gaan nemen. Ik wil graag weten of er een verband is tussen de aard van Charléne’s verwijten en het moment dat Carine bij jou de ruif is komen leegvreten als achterbuurvrouw.

Een lang verhaal om een simpele vraag te formuleren: hoe komt het dat je je leven altijd hebt laten bepalen door anderen? Van je tirannieke vader, van wie je onderwijzeres moest worden, via mijn verwekker die jou jarenlang aan het lijntje hield, een echtgenoot met losse handjes tot twee dwingende dochters?

Tot later,

Tuur

Geen verzoening (korte brief)

Lieve mam,

Dit is het eerste ingesproken bericht aan jou. Ik babbel tegen de smartphone en meneer Google schrijft het voor me op. Alleen van interpunctie heeft hij nog nooit gehoord. Die moet ik zelf toevoegen. Scheelt veel typwerk als ik het goed leer gebruiken.

Charléne was vanavond nog hier om een kopie van het schilderij van Ché Guevara te brengen. Het ziet er goed uit. Ik heb haar het origineel gegeven, maar tussen ons komt het niet meer goed, hoe graag jij dat ook wilde op je sterfbed. Er is gewoon te veel gebeurd, vooral rond de dood van Bert en het doorsturen van zijn levensverhaal aan zijn vriendin. Alleen maar om bij twee oude mensen in het gevlei te komen ten koste van mij. Ze heeft daar nooit excuses voor aangeboden en nu is het definitief te laat. Ze was binnen tien minuten weer weg.

Ik zie dat ze verdriet heeft net als ik, maar we kunnen elkaar niet troosten. Daarvoor is vertrouwen nodig en dat ontbreekt. Dat spijt me voor jou vooral: het besmeurt jouw nagedachtenis, maar het is niet anders.

Liefs,

Tuur

Troost (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag een paar vuilniszakken weggebracht die Carine gevuld had. Van medicijnen tot keukengerei en gestampte muisjes: de hele inhoud van je keukenkastjes en badkamer in vuilniszakken gepropt. Er liep een heel spoor aan muisjes door je woonkamer, en deze keer geen echte. Het grootste deel hoort bij de milieustraat of bij de tweede-hands.

Maar ik heb geen zin om het uit te gaan zoeken. Heb er alleen een paar borden en een hardplastic spatel tussenuit gehaald. Drie zakken textiel neem ik nog mee terug naar de textielbak aan de Reigerstraat.

Muizen
Over muisjes gesproken: je kat, Poemi liet je zonder pardon inslapen, omdat ze op de deurmat plaste en je muienoverlast bestreed je met een valkooi. Beetje sentimenteel. Het werkte ook nog. De eerste muis heb je weggebracht naar het Beatrixpark, kilometers bij jou vandaan. De tweede vangst vergat je, zodat hij dood in de kooi lag en de derde bracht je weer weg. De vierde rende over het aanrecht en je zette er een beker overheen die je net zolang liet staan totdat het stil werd. En verdomd, daarna bleef het muisstil, waarschijnlijk heeft de hele muizenpopulatie in de straat elkaar gewaarschuwd voor jou.

Tweeslachtigheid
Die tweeslachtigheid van harde onverschilligheid versus onnavolgbare sentimentaliteit, zat misschien wel in je karakter. Na de dood van Bert ging je zo de laatste jaren ook om met je ex-man Theo. Je was blij met de aandacht en zijn schrijfsels die jij voor gedichten versleet, dan weer liet je je er door je oudste dochter aan herinneren dat hij een krentenweger was geweest die je je alimentatie had onthouden, een verkrachter en autistische psychopaat. Ze wakkerde jouw schuldgevoel aan, en jij verbrak het contact weer een poosje. Of niet en e-mailde rustig verder. Maar iets voor jezelf had je niet en je nam het uiteindelijk altijd voor je dochter op.

Pastelkleuren
Bij het opschonen van je computer een prachtige foto gevonden van de Oude Gracht in november, gemaakt in 2012. Het licht en de kleuren zijn bijna pastel, typisch voor de late herfst. Er staan ook menselijke figuurtjes op, zodat het beeld plaatsbaar wordt in tijd. Precies wat ik belangrijk vind in een foto. Meestal vind ik je portretten en landschappen niet bijzonder. Deze wel. In dit geval staat je naam er niet op. Kijken of mij dat lukt, zoals jij dat deed. Maar dan zonder kwaliteitsverlies. Ik laat hem afdrukken en inlijsten. Hopelijk is hij scherp genoeg.

Dochter verloren
Ik mis je zo ontzettend mam en moet vaak huilen, maar weet dat het niet helpt. Zelfs mijn Antilliaanse buurman troostte me gisteren. Zijn ex-vrouw is kort geleden overleden en hij heeft zijn dochter verloren. Een aardige kerel die weet wat verdriet is. Maar hij leeft nog en heeft blijkbaar weer zin in het leven gevonden.

Heksenproces
Sinds je dood, drie weken geleden, heb ik  geen muziek meer geluisterd. Boeit niet: mijn gedachten zijn bij jou en dan moet ik meestal huilen. En ik was met een boek bezig waarin een heksenproces zit. Anna, een gewone hardwerkende boerin, wordt uiteindelijk gemarteld om een bekentenis af te dwingen. Het kostte even moeite om me met haar te identificeren, maar bij de passage waar ze een soort hondenriem met pinnen omkreeg, ben ik blijven steken. Te lezen wat mensen elkaar aandoen om, wat we nu weten, een dwaling, is me nu te veel. Het is in de kern een waargebeurd verhaal uit het begin van de zeventiende eeuw, waarbij de auteur een verre afstammeling van de vermeende heks is.

Ik schrijf maar door mam, omdat het voelt alsof ik je nog een beetje kan vasthouden, zolang ik aan en over je schrijf.

Waar ik in de eerste weken na je dood niet meer dronk, heb ik deze week maar weer een Affligem-aanbieding gekocht. Vooral de eerste smaakte fantastisch. Heb het vandaag bij eentje gehouden. Als ze op zijn volgen weer een paar ‘droge’ weken. Bij jou zal ik nooit meer een borrel en een biertje halen. Ben benieuwd wanneer ik dat echt ga missen. Morgen weer naar je huisje met fietskar om afval te gaan dumpen in de container in je straat.

Volgende week komt voor het eerst Grofvuil langs om een deel van je boeltje mee te nemen en de week erop weer. Bij elkaar drie kuub. Kijken hoever we dan zijn en hoeveel we dan nog zelf naar de milieustraat moeten brengen. Een busje huren, is het idee.

Nooit meer opstaan
Ik doe verder niet veel op een dag: probeer te slapen en zou het liefst nooit meer opstaan; doe wat opruimwerk in je huisje, schoon een paar uur per dag je computer op, schrijf je elke dag een brief, waarvan ik hoop dat hij aankomt in Heimweestad en kook een enkele keer. Dat laatste gaat met hangen en wurgen, want trek heb ik niet. En ik heb al een week herniapijn al gaat het wel steeds een beetje beter. Masseer mijn rug af en toe met een tennisbal en probeer te blijven wandelen. Lang achter elkaar zitten, lukt nog steeds niet.

Liefdesverdriet
Ik heb allemaal verschijnselen van liefdesverdriet om jou, maar dit keer zonder hoop dat het ooit wat wordt. Proberen nieuwe vriendschappen te sluiten of tenminste nieuwe mensen te leren kennen als afleiding, dat zou het beste zijn. Daar ga ik over nadenken als je huisje leeg is opgeleverd aan het Monumentenfonds. Kan me nu nog niet voorstellen hoe ik zonder jou ooit nog ergens van kan genieten.

Orde van de dag
Mijn vrienden, voor wat ze waard zijn, zijn al weer overgegaan tot de orde van de dag; de telefoon blijft even stil als anders en de buurman vroeg in het voorbijgaan: ‘Alles goed?’ Over orde van de dag gesproken. Eerder angst voor de waarheid van verdriet dan schaamteloze desinteresse, hoop ik. Hij is gewoon onnadenkend dom. Kan hij ook niks aan doen. Voor schaamteloze desinteresse moet je bij Arjan en Vincent zijn die ik al bijna 50 jaar ken. Arjan belde kort na je overlijden op met de vraag: ‘Hoe gaat het?’, terwijl hij net op Facebook had gelezen dat je dood bent. Hij gast er blijkbaar vanuit dat ik jou net zover achter me heb gelaten als hij zijn ouders. Van zichzelf uitgaan, dat kunnen mensen goed. Mocht hij langskomen, ga ik net doen alsof er niets gebeurd is, tenzij hijzelf over jou begint. Vincent, met wie ik nog heb zitten eten in het Wilhelminapark, toen jij in de hospice lag, heeft ook niets meer van zich laten weten, terwijl hij als arts toch als geen ander weet dat een hospice een sterfhuis is. Onbegrijpelijk, maar ik kijk bijna nergens neer van op. Alleen vandaag dan van een nieuwsbericht waarin en 114-jarige werd doodgereden bij het oversteken. Hij was op zijn negentigste marathons gaan lopen bij wijze van rouwverwerking. Hij had intussen zijn vrouw en kinderen allemaal moeten wegbrengen. Heb je alles meegemaakt en ben je in betrekkelijke gezondheid oeroud geworden, word je geveld in het verkeer. Prozaïscher kan haast niet.

Tot later mam,
ik ga met tegenzin een pizza maken.

Veel liefs,

Tuur

PS: Dankzij jou ook na 15 jaar weer in gesprek geraakt met bovenbuurvrouw Kara. Ze klaagde over een plant met giftige bessen bij het gemeenschappelijke hek die ik zou hebben geknakt met de ligfiets.
Dat klopte ook, maar ik verdedigde me door te zeggen dat ik er anders niet langs kon en barstte in huilen uit. De plant heeft ze weggehaald en we hebben wat gedronken. Of het stand houdt weet ik niet, maar jouw dood heeft me dichter bij Tony en de buurvrouw gebracht. Misschien het begin van een nieuw begin?
Dat de wereld al weer is overgegaan tot de orde van de dag, terwijl jij nog steeds dood bent, vind ik bijna onverdraaglijk.

Business as usual (brief aan mijn moeder)

Dag mam,

Toen ik met vier bananendozen voor je deur stond en zelfs je oude witte fietsje nog aan het bankje vaststond, moest ik weer huilen. Er lijkt niet zoveel veranderd. Tot ik de deur open doe.

Het gaat steeds muffer ruiken, omdat er niet meer gelucht wordt. In de verte zou je nog kunnen denken dat je aan het verhuizen bent, maar dat is allang gebeurd. Je bent nu alleen nog herinnering en laat ons je rommeltje opruimen.

Boeken inpakken
Er lag veel post aan ‘De Erven’ op de deurmat, maar veel te erven is er niet. Het opzeggen van instanties lijkt goed gelukt. Nu maar even verder met boeken inpakken. Als ik de voordeur open laat, tocht het een beetje door. Niemand kan jou nog komen stelen. De wandklok tikt rustig verder tot ook daarvan de batterij leeg is. Jij hebt alle tijd.

Business as usual
Wat me opvalt, is dat niemand meer iets van zich laat horen, behalve Tony. Business as usual en dat na drie weken ! Zij hebben hun moeder niet verloren en aan je andere kinderen heb ik geen behoefte. Hoop binnenkort wel naar je zus Clara te gaan.

Ordeloze bende
Heb al je boeken ingepakt in acht bananendozen, inclusief je lukrake verzameling Suske en Wiskes, die je waarschijnlijk voor de kleinkinderen had bewaard. Blij dat ik samen met jou al eerder een paar dozen had opgeruimd. Alles gaat naar ‘de Arm’, omdat de Boektiek moeilijk doet over een dergelijke ordeloze bende boeken. Het aantal nog te ontwarren foto’s lijkt onder de 100.000 gezakt. Vrijwel alles van lage resolutie gooi ik weg, tenzij ik aan de naam zie dat het een bijzonder familiekiekje zou kunnen zijn. Meestal is het dan een slechte zwart-witscan.

Opschrijfboekjes
Je gebruikte je scanner veel, maar kende blijkbaar de optimale instellingen voor foto’s niet. Je schreef mijn aanwijzingen ook niet op, of in een boekje dat je niet meer kon terugvinden. In een kast op je slaapkamer vond ik een agenda, een kast in je woonkamer ligt vol opschrijfboekjes. Ik blijf er maar vanaf en laat het de meiden uitzoeken. Terwijl ik bedenk dat ik niet zou willen weten wat erin staat, ga ik er nu toch een paar doorbladeren. Bij de eerste uit 2007-2008 met een afbeelding van Ché Guevara erop in het rood (helemaal jouw kleur, net als de Ché-kussens die je in de hospice had), houd ik het alweer voor gezien

Mooi handschrift
Lastig te lezen, zo door de lijntjes heen geschreven, hoewel je een mooi handschrift had. Ik wil het eigenlijk niet weten en toch weer wel. Was je bang voor het leven? Waar had je verdriet om? Om jezelf, je ouders, om ons?

Lukrake aantekeningen
De Ché-agenda bevat de gekste verzameling aantekeningen: recepten, welke kaart met welke afbeelding je naar je broers en zussen stuurde, een uitleg over wat inflatie is en de formule van water. Hoewel je niet erg maatschappelijk betrokken was, wilde je als ex-onderwijzeres blijkbaar wel grip krijgen op de wereld om je heen. Halverwege houdt het geschrijf ineens op. Waarschijnlijk gebruikte je vanaf dat moment weer een nieuw opschrijfboekje. Waarschijnlijk was je deze even kwijt.

Versleten
De agenda uit 2011, waarin ook adressen en telefoonnummers staan, oogt alsof hij vele jaren is gebruikt. De neplederen kaft is versleten en vaal. Ook hier weer lukrake aantekeningen en weetjes: hoeveel keer de aarde in de zon past of hoe een dvd te branden vanaf videocamera. In elk geval te bewaren.

Ida Sipora
Heb de biografie over Ida Sipora gevonden. Hij stond voor het grijpen op een plank aan het hoofdeinde van je bed. Ga hem proberen te lezen, omdat jij het verhaal zo mooi vond, hoewel het niet mijn genre is. De biografie over Mussert, de enige die ik ooit las, heb ik niet teruggevonden. De NSB-verkiezingsposter die ik ooit van je kreeg en nu nog bij het raam hangt, wordt vervangen door het Trichtse wandkleedje en op de plek waar Che hing, komt Zicht op Oudewater, geschilderd door jouw vader.

Heb zo hard als ik durfde, vanwege de buren ‘mama’, ‘mama’, ‘mama’ geroepen. Het heeft niet geholpen, je bent niet teruggekomen.

Tot later mam,

Tuur

PS: Nu je muren kaal worden, zie ik pas hoe uitgewoond je huisje was; verf afgebladderd, ook naast de trap: renovatie dringend gewenst. Zelfs het linoleum ligt er al 30 jaar. Bij het inpakken van je boeken begon er plotseling een Furby te praten: blijkbaar had ik iets omgeschopt.

Die Furby’s vond je leuk en ik ook. Ze waren voor de kleinkinderen, maar je hield ze zelf. Ik kreeg een Duitssprekende van je. Doet het net meer, omdat de batterijen uitgelopen zijn. Aan alles komt een eind, mam.

Ontzield huisje (korte brief)

Lieve mam,

Waarom heb ik de laatste maanden voor je dood toch zo weinig aandacht aan je besteed, toen het nog kon? Nu schrijf ik aan je, ruim je computer op en ben de hele dag met je bezig. En als je laptopje schoon is en er Windows 10 op staat, ga ik je resterende foto’s doornemen en je weblog bijwerken. Waarom heb ik dat niet eerder gedaan?

In ‘De bolle Gogh’ was je over de helft gekomen. Tot pagina 373. Op pagina 272 heb ik een dikke zweetdruppel achtergelaten, omdat jij er niet meer bent om de ventilator aan te zetten of de achterdeur open te doen. Het laatste boek dat je bij Bol kocht van het tegoed dat ik je voor je zesentachtigste en laatste verjaardag gaf, heb je waarschijnlijk niet meer gelezen.

Muffe bedoening
Ramen zette je zelden open: te veel werk denk ik. Je hield het boven ‘s-zomers alleen maar uit dankzij de ventilator bij je bed. Ik kwam zelden boven, maar het moet er een muffe bedoening geweest zijn, ook dankzij de stapels boeken die overal en nergens opgestapeld lagen, tot in een oud kinderbedje aan toe. Je leefde ingesloten, bijna gebarricadeerd met je rode gordijnen ook nog eens half dicht. In je woonkamer is me dat nooit zo opgevallen, al had je ook daar de gordijnen altijd halfdicht.
Ben nu boeken aan het uitzoeken en inpakken in bananendozen die ik net bij AH heb gehaald. Al de biografieën die je las, zijn niets voor mij, al hoop ik die over Mussert nog terug te vinden.

Knutselwerkje
Je huisje is definitief ontzield met zijn bijna lege muren. Je wegkijkende broer Robert hangt er nog, evenals Cornelia, moeder van je vader. En enkele collages van eerdere schilderijen, zo te zien in ecoline en vetkrijt, een paard, kindertekeningen en een lelijk knutselwerkje van mij dat jij een leven lang hebt bewaard. Ik neem het maar mee en ga het ergens uit zicht bewaren. Heb vier dozen met boeken gevuld. Morgen verder.

Tuur

Ontruiming (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag zijn we begonnen je huisje te ontruimen. Je jongste zoon neemt veel schilderijen mee, gelukkig. Ik hoef alleen ‘Zicht op Oudewater’ en je Trichtse wandkleedje, maar neem ook wel een paar collages mee. In de slaapkamer hangt al veel, maar is nog plek vrij. Je Schots en scheve meubeltjes zullen wel naar het grofvuil gaan.

Heb ook nog twee van je lange, zwarte T-shirts meegenomen die je de laatste jaren droeg. Je geur was er al uit. Ze hingen in het trapgat en zagen eruit alsof ze net gestreken waren. Maar volgens mij deed je daar niet aan.

Geen afscheidskus
Toen ik wegfietste, waren Carine, Charléne en Robert daar nog, en realiseerde me dat je me nooit meer een afscheidskus zou komen geven vanuit de voordeur als ik op de fiets stapte. Het ravijn van ‘Nooit meer’ opent zich langzaam nu we bezig zijn je laatste sporen uit te wissen.

Bewaren
Je Facebook profiel laat ik staan, evenals je weblog. Ook je foto’s en schilderijen blijven bewaard, maar raken verspreid. Het portret van opa gaat naar je zus Clara en het zelfportret van je broer Robert naar je jongste broertje Wim. Ik ben blij dat het meeste bewaard blijft.

Overal foto’s
Gisteren en vandaag weer meer gehuild; ik mis je zo, mama ! Ik hoop dat het ooit went. Bij jou leek het niet te lukken, wat jouw ouders betreft. Er hing een schilderij van je vader, van zijn moeder en een wandkleed met het gezicht van jouw moeder. Bij mij hangt een wandkleed met een gezicht dat je moeder verbeeldt. Overal verspreid stonden foto’s van hen: op een tafel, op een andere tafel, op een dienblad, ingeklemd tussen een lijst van een kastdeur. Jij verzonk in nostalgie, maar of je stiekem om hen huilde, weet ik niet. Een te confronterende vraag ook, zoals ik nergens naar vroeg.

Opruimen
Nu ik je laptop opruim, zie ik dat je dezelfde foto’s verschillende namen gaf en hebt geprobeerd ze te structureren. Zo had je een map ‘Kindertekeningen’, waar vervolgens ook recepten in stonden die je van internet had gehaald door er een screendump van te maken. Omdat je geen printer had, moet je tijdens het koken heen en weer gelopen hebben tussen je keukentje en je laptop die niet van de stroom af kon, omdat de accu ‘op’ was. Tenzij je een recept vaak gemaakt had, misschien. Haast allemaal voor mij, want voor jezelf zorgde je minder goed. Zo hartverscheurend aandoenlijk. En wat een tijd moet dat gekost hebben met jouw één-vinger typwerk.

Eigenwijs
Het troost me om je te schrijven en het troost me met je laptop en foto’s bezig te zijn. Het opschonen is heel veel werk. Sommige foto’s staan er wel 40 keer op en de kwaliteit is er niet beter op geworden door je bewerkingen en eromheen geprutste lijstjes. Ik heb je jaren geleden proberen uit te leggen dat het format waarin je camera foto’s opslaat, niet geschikt is om te bewerken, maar je was eigenwijs of het vergeten. Alle foto’s die je weer van Google-afbeeldingen naar je computer hebt gekopieerd, zijn sowieso onbruikbaar. Niet bedoeld als backup voor als jij ze niet meer kon vinden in je puinhoop aan mappen, maar alleen om een indruk te geven van wat er op de originele foto stond.

Lage resolutie
Ook dat wilde je niet weten of je begreep niet dat een plaatje van lage resolutie er op beeldscherm soms nog wel redelijk uitziet. Ik heb het zo gelaten en je knutselde in onwetendheid voort. Je maakte digitale lijstjes, plaatste je naam op een foto, vervaagde achtergronden en zette de horizon recht. De kleurstelling van je prutswerk droeg sterk bij aan de foto, alleen de kwaliteit van het beeld zelf ging achteruit.

Detailfotografie
Zwerver en wandelaars in Zocherpark Utrecht op 26 januari 2921

Bij het opschonen valt me op dat je fotowerk van insecten, dus de detailfotografie, prachtig is, maar de portretten van grotere dieren of van mensen meestal rommelig en soms vaag zijn. Slechts een enkele foto met een wat breder perspectief is gelukt, zoals de foto met de zwerver in een winters Zocherpark die je op mijn verzoek hebt gemaakt.

Ik wilde je wat nieuws te doen geven op dat moment, geloof ik. Waanzinnig dat dat nu niet meer kan en dat je nooit meer aan je laptop zult zitten die op een ouderwets schooltafeltje stond met nutteloze ruimte voor een inktpot. Jij zat op een gammele bureaustoel met slijtplekken waar het zitschuim doorheen kwam. Het werd tijd om dood te gaan mam, anders had je je inboedel moeten vernieuwen, maar daar was je te eigenwijs voor en te gierig voor jezelf. Kan het monumentenfonds eindelijk je stulpje verduurzamen. Als laatste in de straat, denk ik.

Steun
Steun komt uit onverwachte hoek: de mensen die ik het langste ken, laten het afweten, op Erik na dan. Verdriet is te confronterend, denk ik. Met Vincent ben ik nog uit eten geweest, kort voor je stierf: niets meer van gehoord. Arjan praat net zo afstandelijk over zijn ouders als Peter de Zwarte. Voor Arjan is het business-as-usual. Hij komt als het hem uitkomt en dan zal ik wel weer gezellig iets te eten voor hem maken. Vooralsnog staat zijn telefoonnummer geblokkeerd. Ben blij dat ik Carine heb gezegd hem geen rouwkaart te sturen, omdat het hem ‘geen reet interesseert’. Zijn huizen en dat hij voor de derde en vierde keer opa wordt, zijn belangrijker. Ik vergeet niet wie er nu wel en niet voor me zijn. Steun komt uit onverwachte hoek: van Tony, buurvrouw Madeleine en bovenbuurvrouw Kara, met wie ik 15 jaar geen contact meer had, zonder dat ik weet waarom. Ze is er nu en het benadrukt de verschillen tussen hoe mannen en vrouwen op verdriet reageren: Kara laat me huilen, Erik geeft goedbedoelde adviezen, maar de meesten komen niet verder dan: ‘Het leven gaat door’ of ‘Alles komt goed’.

Levenloos stofnest
Het is serieus laat nu. Tot straks hoor. Zolang ik je blijf schrijven, ben je nog een beetje in de buurt. Alleen in je huisje vond ik je niet meer, in je computerfoto’s wel. De T-shirts die ik heb meegenomen, ruiken niet meer naar jou, maar naar een muffe overloop die te lang niet is gelucht. Niemand doet meer het raam open, nu jij er niet meer bent. Het is een levenloos stofnest geworden vol oude boeken die jouw ogen nooit meer zullen zien. Ik ben benieuwd of je T-shirts me nog iets gaan doen, zoals het rode zadeldekje van je fiets. Zo niet, dan gaan ze de textielbak in en was het meenemen een vergissing. Heb zelfs een kinderfoto van mij op de kast gezet, alleen maar omdat er een rood lijstje om zit: jouw lievelingskleur. De andere, toch vaag spul die her en der in je woonkamer stonden, heb ik op weg naar huis in een container met bouwpuin gegooid: mijn gezicht en dat van oma rijp voor de milieustraat. Je zou eens moeten weten.

Humor
Wat een typische humor had je trouwens: bij een foto van een kuiken met opengesperde snavel: ‘Bek houden’ of de stadsduif die op de volgende intercity zit te wachten. En de stations zitten er vol mee. En je hebt foto’s vaker gekke namen gegeven. Ik heb je creativiteit op dat punt onderschat, mam, waarschijnlijk omdat je geen lachebekje was met je heimwee naar het verleden, toen je kinderen nog klein waren, je vader mopperde op Feyenoord en oma je nodig had.

PS: Belde vanavond jeugdvriend Peter de Zwarte die tegenwoordig in midden-Spanje woont, maar dat wist je al, denk ik. Zijn moeder is een maand geleden overleden. Mevrouw De Zwarte was bijna 90 en volgens Peter ‘op’. Ze moest uit bed getakeld worden en had veel pijn. Ik herinner me dat ze reuma had. Ze is dus een paar jaar ouder geworden dan jij. En hij zal hun huis geërfd hebben als enig kind. Kom ik aan met mijn 20.000 euro als onterfde. Peters vader is net als Theo vorig jaar overleden.

Stomdronken
Toen ik Peter belde, klonk hij stomdronken, tenzij hij een tia heeft gehad, maar daarover repte hij niet. Wel over broze botten, waardoor hij inmiddels op krukken loopt. Hij is twee jaar jonger dan ik, maar afgezien van een dubbele hernia is bij mij alles nog heel. Die poreuze botten had Peter vroeger ook, waardoor hij veel brak en zijn rechterbeen veel korter is gebleven. Ik heb hem als jochie nog in zijn rolstoel door Tricht geduwd: de lamme helpt de blinde. Volkomen afgestompt die jongen, terwijl ik me herinner dat hij redelijk beschaafde ouders had, al zou zijn vader een driftkikker zijn geweest. Heb ik zelf nooit iets van gemerkt.

Zijn vader was ook archeoloog; bij mij in de gang hangt nog je onaffe stilleven van gebroken Romeinse potten en potscherven, gebaseerd op de vitrine-inhoud bij hen thuis. De getekende contouren staan er; de andere helft is ingekleurd. Je zult het nooit meer voltooien.

Romeinse potten opgegraven door archeoloog Ruud de Zwarte in de jaren zeventig

Hoe Peter zo’n emotie-arme boerenkinkel geworden kan zijn, snap ik niet. Waarschijnlijk gehard als redelijk succesvol horecaondernemer en pandjesbaas. Van de opbrengst is hij nu al jaren met pensioen. Heeft hij bewonderenswaardig gedaan, zonder opleiding of niks. Heb maar niet gezegd dat ik veel om je moet huilen.

Schuldgevoel (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Gisteren huilde ik niet, vandaag wel om wat vooral Charléne jou heeft aangedaan met haar eeuwige verwijten. Niemand staat zo vaak op foto als zij en haar zoon, valt me op nu ik je laptop aan het opschonen ben. Je was altijd met ons bezig en met je zus Clara.

Charléne zou eens een blik moeten werpen op je laptop. Dan nog zou ze niet snappen hoeveel je van ons hield. Ik ga dit wel laten weten aan Robert en Carine in de hoop dat ze er een schuldgevoel aan overhoudt waar ze nooit meer vanaf komt. Een schuldgevoel dat nog groter is dan wat jij met je meedroeg.

Hondenoppas tot de dood
Veel van mijn huilbuien komen doordat ik me schuldig voel. Ik heb je niet proberen te beschermen tegen de verwijten en manipulaties van je dochters. Dat je de honden ‘leuk’ moest vinden, terwijl je niet van dieren hield, en je ze zelden bij naam noemde, behalve als je ze fotografeerde. Ik weet niet eens of je het handenbinders vond die je beletten erop uit te gaan. Alleen in de laatste maanden van je leven raakte je al in paniek als je maar dacht dat ze naar buiten zouden zijn gegaan. En dat terwijl ik zeker wist dat de voordeur dicht zat. Je kon het niet meer aan, maar dat interesseerde je dochter niet. Je bleef gegijzeld als hondenoppas tot de dood erop volgde.

Gemangeld
Soms dacht ik de laatste twee jaar dat je aan het begin stond van dementie. Je werd een leven lang gemangeld en gebruikt, maar ik heb geen idee of je dat erg vond. Je aanvaardde het als je lot, omdat je lage zelfbeeld je influisterde dat alles jouw schuld was. En je dochters zorgden er met hun verwijten en manipulaties wel voor dat je bij hen in het krijt bleef staan en je alles deed wat ze vroegen.

Verwijten
Met name Carine ontnam je de laatste jaren alle ruimte om je eigen gang te gaan door permanent een hond bij je te stallen en vijf en soms zes dagen per week je huis over te nemen. Charléne bleef je tot kort voor je dood bestoken met verwijten over: ’te weinig aandacht’. Een paar weken mantelzorg maken dat niet goed. En ik? Ik was er niet.

Stiefkinderen
Gek is dat mensen als Tony en Erik je op handen droegen, terwijl je voor je twee stiefkinderen toch echt niet goed was. Om jou te behagen was Theo bereid zijn kinderen uit eerste huwelijk te verloochenen en mij voor te trekken. Niki was ‘maar een kind van de spinazie-academie’ en Peter werd de kinderbijslag voor een uitwonende studerende onthouden.

Uit het oog, uit het hart, waarschijnlijk. Ik was een jaar of veertien en herinner me nog goed dat je het niet voor Peter opnam. Peter was een braaf kind. Niki is een ander verhaal, sinds ze op haar zesde van een tante hoorde dat jij haar moeder niet was. Altijd in de contramine, altijd theater maken, al was het meer met een zelfmoordpoging als aandachtstrekker of een spirituele band met een boyband.

Onterving
Gespleten gezinnen zijn er genoeg, inclusief huiselijk geweld, maar tussen je kinderen rot de tweespalt rustig door na je dood en die van Theo. En jouw autistische ex-man met losse handjes deed het erom door alle kinderen, inclusief mij te onterven, uitgezonderd jouw autistische jongste, Robert. Theo wist dat hij zo over zijn graf zou kunnen doorregeren. En hoe graag je ook wilde dat we het zouden bijleggen: met Charléne heb ik alweer gebroken en met Robert wil ik het contact pas weer overwegen als ik de tweede helft van mijn kindsdeel van hem krijg, zijnde ruim 20.000 euro. Hoewel we allemaal onder Theo’s tirannie geleden hebben en ik nog het minst, laat ik het aan zijn geweten over of hij de anderen compenseert. Zolang ik geen geld gezien heb, laat ik ook hem links liggen, nadat je huisje ontruimd is en je financiën afgewikkeld zijn. Jij hebt er geen last meer van.

Veel liefs,

Tuur

PS: Nog wel twee mooie boeken gekocht van je bol.com-tegoed dat ik je nog voor je verjaardag had gegeven, nog maar vier maanden geleden. Je had Dickens gekocht. Toen las je nog, wat je in je laatste weken niet meer deed. Je wachtte op Carine begreep ik; je voelde je in de steek gelaten als ze uit werken ging, was verward en huilerig en poepte jezelf onder, zonder dat je jezelf kon verschonen. Je ging in je badje zitten. Dat heb ik opgemaakt uit een paar zinnen van Carine en Charléne. De zorg moet de laatste twee maanden onnoemelijk zwaar voor Carine geweest zijn, maar dat krijg je ervan als thuiszorgweigeraar.

Dat lucht op voor nu, mam. Hoef ik misschien niet te huilen in bed, straks.

Rust zacht en tot morgen,

Tuur

Mooiste herinnering (mail aan de zus van mijn moeder)

Dag Clara,

Toen Theo stierf, heb ik hem gevraagd wat zijn mooiste herinnering was. Had ik aan Corry ook graag gedaan, en of ze vond of ze ondanks alles een vervuld leven heeft gehad.

Het is er niet van gekomen, misschien ook omdat ze zich pas op de drempel van de hospice leek te hebben verzoend met het einde. Misschien heeft ze daarover wel eens wat tegen jou gezegd?

Puinhoop
Heb de laatste 24 uur niet gehuild, misschien omdat ik nog met haar bezig kan zíjn; met haar financiën, haar weblog en haar laptop die ik nu probeer op te schonen. Haar foto’s zijn een prachtige nalatenschap, maar ze had er een vreselijke puinhoop van gemaakt die nog groter werd toen ze alles probeerde te ordenen in 2022.

Opruimen
Heel aandoenlijk als ik me realiseer hoeveel tijd dat moet hebben gekost. Gelukkig zijn er speciale programma’s om de doublures eruit te halen. Dat is stap één. Dat wist Corry natuurlijk niet. Ik ben benieuwd en bang hoe het voelt als we vanaf zondag haar huisje gaan opruimen. Dan komt het besef dat ze er echt niet meer is, denk ik.

Tuur

Op woensdag 9 juli 2025 15:11 schreef Tuur:

Lieve tante Claar (zoals we als kind zeiden),

Neem maar even rust. Ik vrees dat het sowieso veel huilen wordt, althans van mijn kant. Dat snelle huilen heb ik vast van mama geërfd. Onder omstandigheden kan ik ook in paniek raken. Ik heb er nu alle reden toe. Jij hebt in een half jaar tijd een broer en twee zussen verloren. Het leven is een verschrikking nu.

Ik hoop je binnenkort te kunnen vragen of Corry in haar jeugd ook al een laag zelfbeeld had.

Tot later,

Tuur

Clara op 11 juli 2025 om 11.28 uur:

Lieve Tuur,

Corry was diep teleurgesteld in de mannen in haar leven en als ik dan zei: ‘Je hebt toch ook veel mooie dingen in je leven meegemaakt, bijvoorbeeld met je kinderen, toen ze klein waren. Theo verzon van alles: uitstapjes, huis in Tricht verbouwen, zwembad aanleggen, kersen eten enzovoort, maar daar ging ze nooit op in, omdat de teleurstelling en het verdriet alles overschaduwde.

Ze heeft ook gezegd, dat ze honderd wilde worden, voor jou, haar Tuur. Dat vond ik heel liefdevol. Zo was je moeder ook. Maakte zich vooral zorgen om jou, of jij het wel kon redden zonder haar. Jij was het (enige) kind dat ze écht wilde. (Dat alleen tussen ons). Sterkte met het opruimen van het huis. Dat zal moeilijk zijn.

Liefs,

Clara

(geen brief)

Digibeet (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Heb voor het eerst een hele dag niet om je gehuild en voelde ook geen aandrang. Het zal wel weer komen als we je huisje gaan ontruimen.

Vandaag is het de verjaardag van de buurvrouw, de sterfdag van je enige liefde, Bert en ben je er al ruim twee weken niet meer. Het gemis van de zondagavondborrel met een babbeltje is er nog niet, de grote leegte: ‘Het ravijn van nooit meer’ voel ik ook even niet. Ik kan nog elke dag met je bezig zijn, misschien is daarom het gemis nog niet zo groot.

Doublures verwijderen
Alle instanties zijn opgezegd; alleen Eneco moet nog. Begonnen alle doublures van je laptop te halen met een speciaal zoekprogramma. Sommige dingen staan er wel 10 keer op en van een aantal filmpjes die je van dvd naar je computer had gekopieerd, heb ik bekeken of ze dubbel waren. Van alle schermafdrukken die je van stilstaande filmbeelden hebt gemaakt, kan ik zelfs met behulp van het programma niet bepalen of ze dubbel zijn. Ze hebben vaak dezelfde omvang en dezelfde naam. De beeldkwaliteit is slecht en korrelig. Je maakte ze waarschijnlijk om iets te doen te hebben. Ik was er nooit blij mee als ze me toemailde. Het waren geen uitingen van artisticiteit, maar van onkunde in mijn ogen. Nu ik zie hoeveel screenshots je hebt gemaakt, denk ik ook dat je je verveelde. Zeker in de winter, als er geen insecten te fotograferen waren. Je kon dan alleen naar de botanische tuinen en dat deed je dan ook. Of je oppashond annex handenbinder fotograferen.

Puinhoop
Een enkele keer bekijk ik een screendump, maar dan gooi ik ze weg. Je hebt er zo aandoenlijk veel tijd in gestopt, ook in een poging je wanorde zelf op te schonen. De puinhoop werd er alleen maar groter door.

Ik begrijp nu pas wat je al die uren achter je laptop deed. Zelfs met behulp van een zoekprogramma is het een enorme klus voor mij om de doublures uit je fotocollectie te halen, laat staan er enige orde in aan te brengen. Dat gaat niet meer lukken, denk ik. Als het ver genoeg is opgeschoond, krijgen je drie andere kinderen en je zus een usb-stick met je spulletjes, en moeten ze maar zien wat ze ermee doen.

Tot later, mam

Tuur

PS: Je voormalig echtgenoot Theo heb ik, kort voor zijn dood gevraagd wat zijn beste herinnering was. Waarom heb ik dat bij jou niet gedaan? En ook niet of je in tevredenheid op je leven kon terugkijken? Te confronterend waarschijnlijk, zowel voor jou als voor mij. Pas op de drempel van de hospice leek je te aanvaarden dat je leven voorbij was en was je uitgehuild. Ik vind het wel heel jammer dat ik deze antwoorden niet heb. Misschien weet Clara iets meer.
Ook tijdens het schrijven hiervan hoefde ik niet te huilen.

Rosarium (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Morgen is de sterfdag van Bert en de verjaardag van de buurman. Ook hij vraagt: ‘Hoe gaat het?’, zonder zich af te vragen dat ik daarop geen zinnig antwoord kan geven. Hoe goed bedoeld ook, ook hij wordt door zijn eigen beslommeringen in beslag genomen.

Carine zei gisteren dat ze zich eenzaam voelt. Kan ik begrijpen, nadat ze je een half leven lang voor zich heeft opgeëist.

Gedenksteen
Een mooie gedachte, maar natuurlijk onzin: zou jij oma willen zijn voor Aoife, waarvoor de gedenksteen ligt aan de Biltse Straatweg? Als ik daar kom, zal ik ook aan jou denken. Verder heb ik nog geen plekje, waar ik jou dichtbij zou kunnen voelen, alleen hier achter de computer als ik aan je schrijf. Je weblog is mijn plek en vooral het stukje film, waarin je vertelt over buurvrouw Joke. Het is fijn om je stem te horen, die minder bijzonder was dan van je zus Loes en een stuk hoger.

Rosarium
Had gisteren weer ontzettend hernia-pijn; vandaag gaat het al wat beter. Wandelen, fietsen en liggen gaat, zitten nauwelijks, want dan kom ik niet meer overeind. Zit dit te schrijven op een bankje achter het rosarium. Zag gisteren nog een stukje familiefilm waarop oma er liep, zoals ze dat vroeger met opa moet hebben gedaan, kort voor jouw geboorte.

Stumperdje
Toen begonnen voor hen de zorgen: drie oorlogsbaby’s, wat ik tot de dag van vandaag niet kan begrijpen, armoede en een ‘stumperdje’, zoals opa je omschreef toen je een jaar of vier was. Oma van de trap gevallen en jij in paniek geraakt. De radeloze paniek is je bijgebleven en zag ik af en toe terugkomen, bijvoorbeeld toen ik me verslikte. Robert belde 112, ik liep blauw aan en mijn vriendin redde me met de greep van Heimlich. Een van de weinige keren dat ik met haar bij je ben geweest. Je mocht haar niet, maar dankzij jou staat ze prachtig op een beker waar ik zuinig op ben. Sinds twee weken een aandenken aan jou en haar.

Tot later mam, ik ga weer lopen, anders zit ik langer dan goed is voor mijn rug.

Tuur

PS: Was met asperger-Pieter eten in het Proeflokaal en heb niet om je gehuild, zelfs niet mijn tranen hoeven wegslikken. Goed hè? Wat nog heel lang op mijn netvlies zal blijven plakken is, ijdel als je was, hoe je voor het laatst je lippen stiftte en je lippen naar binnen zoog om de rode kleur gelijkmatig te verdelen. Dat heb je een miljoen keer gedaan zonder dat je er een spiegel bij nodig had. Het raakt mij zo diep, omdat ik me nu realiseer dat je het deed met het laatste restje energie dat je had. Je was ijdel op de automatische piloot, omdat je het altijd was geweest en je het de volgende dag niet meer kon. Mijn suggestie om je dochters te vragen de volgende dag je ogen te doen, kwam al te laat. Het spijt me zo mam, dat ik pas op de drempel van de hospice begreep hoe slecht het met je ging en dat we zo weinig liefdevolle, maar veel oppervlakkige gesprekken hebben gevoerd. Dat ik je nu pas echt leer kennen en me verdiep in wie je was. Nu het voor alles te laat is.

Heksenhanden (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Je bent er al twee weken niet meer. Het is als gisteren dat ik je bleke koppie naar links gedraaid op het kussen zag liggen, terwijl je bewegingloos op je rug lag, zoals de laatste twee dagen toen je langzaam van ons wegging en je er zo hulpeloos bij lag in je luierbroek, met je dikke buik en opgezette been vol van vocht en kanker, terwijl je verder zo dun was geworden, omdat je niet meer at. De kanker vrat je ondertussen van binnenuit op als de smerigste parasiet die er bestaat.

Pas kort voor de uitvaart zag ik je in je rieten mand liggen en hoe je bleke heksenhanden had gekregen met lange dunne vingers. Je zus Clara was het ook opgevallen. Heel even raakte ik je haar aan en voelde hoe koud je was. Doordat je mooi was opgemaakt, herkende ik je nog en vond de aanblik niet eng, zoals bij mijn schoolvriend Benno. Hij kwam vroeger graag bij ons, omdat je aandacht voor hem had.

Backup
Heb bijna een tweede back-up van je laptop gemaakt, zodat ik er ééntje kan opschonen. Je hebt alles er vier keer opstaan. Ik heb ook je mooiste foto’s van je Facebook-profiel gehaald om ze op je weblog te zetten. Dan vindt Google-afbeeldingen ze straks ook weer terug. Bezig zijn met je nalatenschap en het goed laten zien op internet, is het enige wat ik nog belangrijk vind, omdat ik wil dat je voortleeft, ook al was je geen BN’er. Ook op Facebook staan veel foto’s dubbel trouwens. Ik moet nog steeds veel huilen, bijvoorbeeld toen ik je profielfoto’s uit het begin terugzag. Ik mis je zo erg mam. Carine zei vandaag ook dat ze zich eenzaam voelt, maar zij liep dan ook de deur bij je plat, omdat ze er belang bij had: om zich vol te vreten van jouw AOW en haar honden bij je achter te laten. Jaren geleden moest je al haar Ziggo-abonnement overnemen, terwijl je bij KPN veel goedkoper uit was, maar ja: ze kon het abonnement niet opzeggen, dus draaide jij als goede moeder voor de kosten op. Dat heeft je in een jaar of tien tijd een paar duizend euro gekost. Waarbij ik ook zo eerlijk moet zijn te melden dat ze je later aan extra huursubsidie heeft geholpen, waar je recht op bleek te hebben. Het monumentenfonds was vergeten te indexeren. Je hebt de meevaller braaf met je dochter gedeeld, want zo lagen de verhoudingen. Je had en hield niets voor jezelf. Alles voor je kinderen: de parasieten van je baarmoeder.

Dief en manipulant
Sinds jij er niet meer bent om Charléne’s verwijten te vangen, gaat ze vol op mij en Carine los. Ik heb haar e-mail en telefoonnummer inmiddels geblokkeerd, zoals ik dat eerder ook bij Carine had gedaan. Bij Léne is het definitief. Het bijleggen van onze geschillen, zoals jij graag wilde, is gelukt, zolang jij in de hospice lag. Als je huisje is ontruimd, ergens eind augustus, ga ik doen wat je stiefzoon deed: Charléne, Carine en Robert nooit meer zien. De één heeft mij rond de dood van Bert geflikt en jou een half leven lang verwijten gemaakt. Robert is een dief die de erfdelen van zijn broer en zussen in eigen zak steekt, en Carine is de manipulant die me bij je weghield.  Maar het was mijn kortzichtige en zelfzuchtige verantwoordelijkheid dat ik mijn hoofd naar haar manipulaties heb laten hangen, in plaats van haar te negeren. Hoe ze is, kun je goed zien in een stukje film waarin ik de wandelstok van opa heb gerepareerd en op maat gezaagd, een maand na je operatie. Jij liep er braaf mee te oefenen, terwijl er bij Carine alleen een sneer afkon: ‘dat er immers invalidenstokken te koop zijn.’ Ik deed moeite de stok die je speciaal had bewaard sinds opa’s dood, voor jou geschikt te maken als loophulp. Weer iemand die zich alleen maar in zichzelf kan verplaatsen.

Afgestompt
Net als mijn zogenaamde vriend Arjan, die in de afgelopen twee weken één telefoontje aan me heeft vuilgemaakt. Vincent, met wie ik heb zitten eten toen je in de hospice lag, heeft helemaal niet meer van zich laten horen, alleen gezegd: ‘dat het leven doorgaat’. Hij is arts en ondernemer en misschien daardoor emotioneel afgestompt of gewoon intelligent, maar dom, zodat hij zich alleen maar kan uiten in clichés. Ik weet dat wat ikzelf zou doen, niet mag verwachten van anderen, maar teleurstellend is het wel. De aandacht komt uit onverwachte hoek: van buren en een enkele voorbijganger. En van mijn hernieuwde vriend Tony, natuurlijk.

Lijdensweg (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Ik kijk geen tv meer, luister geen muziesk, heb vandaag met de grootste tegenzin boodschappen gedaan en heb geen eetlust. Slapen lukt al helemaal niet, terwijl ik al slecht sliep. Alleen een klein beetje lezen, gaat soms nog. Ik voel me ziek van verdriet en radeloos. Iets wat ik zelfs niet had bij de dood van mijn beste vriend.

Overal waar ik kom, ben jij en toch ook weer niet. Ik was bij de Jumbo en wist dat als ik de Notenbomenlaan zou affietsen en een stukje Abstederdijk, ik dan bij jou zou kunnen aanbellen en je koffie voor me zou maken, al kostte je dat de laatste jaren moeite. Je wist de filters niet meer te vinden, of was vergeten dat je ze nodig had. Soms dacht ik dat je aan het begin stond van dementie. De diagnose is er nooit gekomen, omdat je dochters je vorig jaar na je operatie te vroeg uit het ziekenhuis hebben gehaald. De artsen hadden je nog twee dagen willen houden ter observatie door de geriater. Je was alleen maar een beetje verward van de ruggenprik die je had ondergaan, zeiden Carine en Charléne.

Delier
In werkelijkheid bleef je de elf maanden die je nog geleefd hebt, steken in een delier, en anti-depressiva weigerde je te slikken. Je kwam steeds minder buiten, alleen vorig jaar zomer nog met je kleinkind, gezeten in de duwrollator, zoals jij de rolstoel noemde.

Corry in de rolstoel mrt kleinkind bij Pannenkoekenhuis Rhijnauwen een zonnige 5 oktober 2024.
Corry in de ‘duwrollator’ met kleinkind bij pannenkoekenhuis Rhijnauwen op 5 oktober 2025. Het was geen koude dag, maar mama is gekleed als een mummie. Ze is al erg dun geworden en heeft geen driekwart jaar meer te leven. Ze lacht vermoedelijk als een boer met kiespijn, al ging ze er graag op uit met de rolstoel. Door artrose ging het lopen steeds moeilijker

Lennaert Nijgh
Nu begrijp ik waarom Lennaert Nijgh gestorven is, kort nadat zijn ouders overleden: het leven had voor hem geen zin meer. Nu heb ik hetzelfde, en zou ik je achterna willen. Toen Benno stierf, huilde ik weliswaar veel en hartstochtelijk, en huilde ik mezelf soms wakker. De depressie kwam een half jaar later, toen het uit was met mijn eerste liefde. Ik meende na zijn dood en haar troostrijke liefde ‘alles’ wel gezien te hebben. Maar jouw dood zorgt dat mijn wereld leeg is, leger dan ooit tevoren.

Hol gevoel
‘Ik heb geen trek, maar wel een hol gevoel im mijn buik’, zoals je nog tegen me zei op zondag voor je stierf en je je lippen nog stiftte. Dat holle gevoel heb ik ook, zonder dat ik trek heb.

Ik ga nu maar een pizza maken wat ik altijd graag deed, en die proberen op te eten.

Tot later, mam

PS: de pizza smaakte wel, maar ik denk aan de helft genoeg te hebben. Normaal eet ik hem bijna helemaal, of helemaal op, maar de rest is voor morgen. Blij dat ik überhaupt iets gemaakt heb. Neem nog wel een perzik, straks. Donderdag met asperger-Pieter eten in het Proeflokaal. Kom ik tenminste nog onder de mensen. Als ik de moed heb, misschien ook nog even langs ouwe Dick in Baarn. Uit zijn lijdzame, dementerende hoofd, zal geen troost meer ontspruiten. Hij wordt 93, maar zo wil je ook niet worden, opgesloten in het verpleeghuis. Hij vindt het prima, in tegenstelling tot je zus, Loes die jou een paar maanden vooraf ging. Bij haar uitvaart was je al niet meer, maar nog wel bij die van je broertje Bram. Gek dat ik niet heb aangevoeld dat het al zo slecht met je ging en zelfs niet toen je niet bij mijn boekpresentatie was, een maand voor je stierf. Ik wilde of kon het niet onder ogen zien, ook niet doordat ik de laatste twee maanden zo weinig bij je was.

Onvoorwaardelijk
Je was onvoorwaardelijker naar mij dan ik naar jou, al heb jij ook steken laten vallen, bijvoorbeeld toen ik voor mijn verwekker mantelzorgde en je niet begreep waarom ik dat deed, met het argument dat: ‘Hij toch ook nooit iets voor mij had gedaan’. Voor mijn argument: ‘Iemand moet het toch doen’, stond je niet open.

Ik wil binnenkort een testament maken en een euthanasieverklaring tekenen. Na jou ben ik aan de beurt, statistisch gezien. Op dit moment zie ik daar niet tegenop, wel tegen de lijdensweg die jij hebt ondergaan.

Ander perspectief
Het onnodige lijden en verdrogen van Bert door onkundige en nalatige zorg is door jouw vijf dagen in de hospice in een iets ander perspectief komen te staan. Zelfs als je optimaal verzorgd wordt, zoals jij, dan nog is sterven een lijdensweg. Jij kon ook niet meer slikken de laatste twee dagen.
Iedereen kan sterven, maar het is zo zwaar.

Dat je het laatste jaar, nadat je baarmoeder en een eileider waren verwijderd, vooral huilend op de dood hebt zitten wachten en ik nog eens heb gezegd: ‘Op de dood hoef je niet te wachten, hoor die komt vanzelf’, laat me zien dat je zeker vanaf de operatie aan je lijf hebt gevoeld dat je nog maar kort te leven had. Ik heb het allemaal pas gezien en onderkend toen ik je opving voor de deur van de hospice. Dat spijt me mam, anders was ik, ondanks de tegenweer van je oudste dochter, vaker bij je langs gegaan.
Ik heb te veel voor mezelf gekozen, dat is zeker, maar voor spijt is het te laat.

En sinds het laatste staartje Japanse whisky op is en de volle fles brandewijn die ik uit je huisje heb meegenomen, drink ik vrijwel niet meer en thuis al helemaal niet. Ik meng nu een alcoholvrij biertje door de tonic met citroen. Drinken zonder gezelschap, daar is geen lol aan. En zelfs voor het maken van tonic met citroen ben ik soms te lui en dan neem ik maar thee. Een half jaar geleden nog ondenkbaar.

Afgewezen (korte brief)

Lieve mam,

Schoolvriendinnetje Ida sinds lang even aan de lijn gehad. Ze had zowaar een werkende mobiel. Ze zit al zeker twee jaar in de psychiatrie, maar denkt dat ze nog begeleid kan gaan wonen, ooit. Hoop doet leven, nietwaar? Je vond haar altijd een leuk meisje en ze stuurde je trouw kaartjes voor je verjaardag en jij haar af en toe ook.

Heb verteld dat je er niet meer bent, maar ik had niet het idee dat het haar raakte. Zal wel door de psychoses en de medicatie komen.

Beetje teleurstellend dat zo’n mededeling niet meer aankomt. Je zou Ida nauwelijks meer herkennen, denk ik. Ze heeft zich in zichzelf teruggetrokken. Ze hoest veel, maar dat kan van de stress zijn. Klinkt niet goed. Maar ze hoest al veel langer, herinner ik mij. Zo dodelijk als baarmoederkanker is het niet, maar ze is nog geen 86 (dat is wel een heel wrang grapje, mam). Ik neem vaak afscheid de laatste tijd: van jou, van Theo, van je broer, je zus; het gaat maar door.

Veel liefs,

Tuur

PS: Over afscheid nemen gesproken: Ik heb het fotoboek van mijn teckelvriendje van lang geleden in een container gegooid. Ik wilde er eerst een ritueeltje van maken, omdat ik het bijna dertig jaar bewaard had, maar jouw dood maakt dat overbodig. Ik heb Bobo’s riempje opgehangen naast een rode zakdoek van Bert en het rode zadeldekje dat op je fiets zat. Een plukje haar van jou dat Carine me heeft gegeven, een krulletje van Bert, gevat in een medaillonnetje, samen in een blikje gedaan. Misschien wil ik jouw lokje nog wel in een kokertje doen, maar dan zal ik voor het eerst van mijn leven een kettinkje moeten gaan dragen. Dat kokertje moet wel van doorzichtig kunststof zijn en vooral verliesbestendig. Dan kan ook de gouden ring eraan die je van Bert hebt gekregen.

Je moet wel veel van hem gehouden hebben. Op zijn medaillonnetje staat 1959, dat is vier jaar na jullie eerste ontmoeting en hij heeft dan al een kind bij een ander. Wat ongelooflijk verdrietig is het idee dat je jaren op hem bent blijven wachten, terwijl hij jou aan het lijntje hield. Pas toen ik er was, en je afgewezen werd, geloofde je er niet meer in. Dat jij hebt moeten overlijden om afscheid te kunnen nemen van een hondje, ook al was hij elf jaar mijn trouwste metgezel, zegt veel over jou en mijn liefde voor hem. Uiteindelijk weet ik wat het zwaarst weegt.

Veel liefs,

Tuur

Dode dingen (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Je bent er al twee weken niet meer, zo snel gaat dat. Heb wat glazen en bekers opgehaald, omdat er bij mij kort achter elkaar twee kapot waren gevallen. Jij hebt ze niet meer nodig. Heel praktisch.

Papier-maché kop
Heb ook de kleine pinda-bakjes, het zijn er tien, en de grotere schaal meegenomen die ik als kind van serpentines en harde lak heb gemaakt. Alleen de voet van de grote schaal is ingezakt. Lief dat je dat voor me bewaard hebt. Mijn andere maaksels zal ik wel gaan weggooien bij het ontruimen van je huisje of als ik wat uitgerouwd ben.

Geen kunstenaar
Ik vind mezelf niet zo’n kunstenaar. Onlangs heb ik de papier-maché-kop weggegooid die op een heks of tovenaar leek.
Hij heeft hier dertig jaar op de kast gestaan en is nu vervangen door een mooie pop van jouw hand. Dankzij jou staan er veel foto’s hoog op de kast hier, omdat je ze gaf, ingelijst en wel, en omdat jouw huisje er vol mee stond, vooral van kinderen en kleinkinderen. Bij mij staan vooral foto’s uit mijn kindertijd, maar ook die waar je trots op was met twee kleindochters op schoot.

Corry met kleindochters Lyra en Vela in 2001

(Kleinkind Lyra staat als één-jarige links op de foto en onderaan, maar dan zeventien jaar later)

Je was ongeveer zestig en zag er prachtig uit op een vrolijk ‘s-zomers plaatje. Je wees zelfbewust naar iets of iemand, en had vlot, blonde-meidenhaar. Niet afwerend, zoals je normaal reageerde op een camera. Haast onwerkelijk, dat ook jij dit was.

En hieronder je oudste kleindochter (rechts op de bovenste foto). Vela is daar net veertien. Jullie waren in een vrolijke bui, hoewel je meestal niet één van de vrolijksten was.

Corry met kleindochter Vela in de zomer van 2011

Je ziet er wat gevulder uit en maakte in die tijd veel foto’s. Je voelde je blijkbaar goed toen. Fijn om te zien. In 2018 zie ik je weer met je dan nog jongste kleindochter. Jullie zijn een mooi, intiem stel.

Corry met kleindochter Lyra in 2018

Dode dingen
Uit je huisje is je geur verdwenen, alles is muf en ik herken niets meer. Het zijn dode dingen, zoals Jos Brink zingt.

Gisteren zat ik in de trein vanaf het Afrikafestival en realiseerde me, dat ik voor het eerst wel steeds dichter bij Utrecht kwam, maar niet dichter bij jou. Toen moest ik huilen en daarnet ook. Ik huil meerdere keren per dag, meestal in korte buien. Ik probeer me in te houden als er anderen bij zijn. Meestal lukt dat, maar liefst zou ik willen schreeuwen en krijsen en zo hard mogelijk ‘mama !’; roepen, maar ik heb dat nog maar één keer gedaan, terwijl ik buiten liep.

Honderd worden
Ik zet soms de tv aan of muziek en na vijf minuten weer uit; niets heeft nog betekenis zonder jou. Ik heb zelfs geen trek meer of zin om te eten. Alleen kleine stukjes lezen vind ik soms nog wel prettig; het verzet mijn gedachten een beetje.

Je aanwezigheid was zo vanzelfsprekend, mijn leven lang, dat ik dacht dat je voor altijd bij me zou blijven. Voor mij wilde je honderd worden.

Misschien maar goed met je artrose en je rugpijn dat het niet is uitgekomen. En je had toch niet gewild dat je mij moest wegbrengen, zoals je zus Clara met haar jongste, kleine Ankie heeft moeten doen? Ze is er na meer dan 45 jaar nog steeds niet overheen.

Tot later mam,

Tuur

Festival (korte brief)

Lieve mam,

Ondeeweg naar het Afrikafestival. Kan ik je nooit meer vertellen hoe het is geweest, wat ik altijd deed als ik met Lia naar het strand was geweest. Zoals vorig jaar zomer nog.

Wat ik me afvraag is, waarom je iemand als mijn vriend Tim niet gewoon het voordeel van de twijfel kon geven. Hoe ben je zo eenkennig en eenzelvig geworden?

Zit nu op een terrasje buiten het festivalterrein. De muziek doet me niks meer, misschien ook vanwege mijn halfdove rechteroor. Het gaat me meer om de mensen die ik ontmoet. Erik en zijn vriendin zijn er ook. Zie op tegen de herrie aan mijn kop.
Waarschijnlijk zou ik je nu even gebeld hebben. Kan niet meer. Daarom maar deze brief.

Wat is het hard gegaan, mam. Vorig jaar april fietste ik nog met Theo en had jij je kankerdiagnose nog niet. Iets meer dan een jaar later zijn jullie er niet meer. Afgelopen december liet ik Deep Seek nog een gedicht schrijven in de stijl van Theo waarmee je blij was. Onvoorstelbaar

Veel liefs,

Tuur

PS: Was een paar uurtjes op het Afrikafestival. Voor de topact Joussou N’Dour alweer weggegaan, omdat Erik en zijn vriendin ook weggingen. Ik had ook bij Joke en Janne kunnen blijven, twee oudere dames die we twee jaar geleden ontmoet hebben. Waarom ik niet nog een paar uur gebleven ben, begrijp ik niet, want Erik en Marjan zijn ook gewoon hun eigen gang, dus naar Maurik gegaan. Ik heb niet eens gegeten, terwijl op het festival allerlei kraampjes waren met lekker eten. Dat wordt een frietje of een boterham. Anders ben ik nooit zo volgzaam, maar zonder jou ben ik de weg kwijt en ontheemd. Sta ik ook nog zinloos te wachten in Borne vanwege een kapotte trein. Een half uur vertraging. Talloze redenen om nog een paar uur bij het festival te blijven, maar ik heb het niet gedaan. Als ik straks in de trein naar huis stap, brengt die me voor het eerst geen meter dichter bij jou. Thuis heb ik ook niks te zoeken. Alles is zinloos geworden, mam. Hoe moet ik nu verder?
Het regende veel op het festival, we moesten veel onderdak staan, maar op de terugweg trok de lucht open tussen Apeldoorn en Amersfoort en werd het lichter.

Losbandig (korte brief)

Lieve mam,

Een gelukkige hand van kerels kiezen, had je niet. Daarna brak je losbandige periode aan, waarbij we samen bluesfestivals afliepen en jij backstage ging om je zoon te introduceren bij “Bluesmen”. Zo heb ik nog gepraat met Katie Webster en een gitarist van Muddy Waters van wie ik fan was.

Het waren ook vijf jaar van toenemende eenzaamheid, geïsoleerd in Geldermalsen, hoewel je toen nog auto reed. Je deed er zelf niets tegen, had nauwelijks vriendinnen, alleen de namen “Sonja” en “José” staan me bij. Uiteindelijk haalde Carine je terug naar je geboortestad, kwamen er kleinkinderen en leefde je op. En weer had iemand anders de loop van je verdere leven bepaald.

Backstage
Aan je “licht wilde periode” wilde je niet graag herinnerd worden: na de scheiding van je ‘kut-Marokkaan”, je tweede echtgenoot die diende om van de eerste af te komen, de vader van drie van je kinderen. We liepen samen bluesfestivals af; je bracht me backstage in contact met bluesartiesten als Jimmy Rogers. We keken naar the Red Devils en Screaming Jay Hawkins in Ospel en naar Fats Domino waar ik in een hotel in een stoel sliep en jij een nacht had met een bandlid, nadat ik je de condoom had gegeven die ik in mijn portemonnee had. Je was er blij mee, maar of je hem gebruikt hebt, weet ik niet. Ik vermoed van niet, gezien je persoonlijkheid die gewend was om door mannen te worden overlopen, bepraat en bespeeld.

Marie-Johanna
En je bent door Carine opgehaald uit een Amsterdamse hotelkamer, kotsmisselijk en daas van de per ongeluk gerookte marihuana van blueszanger Johnny Copeland. Het tekent je naïviteit. Over hem had je het nog wel eens; voor je andere avonturen schaamde je je, omdat je drie andere kinderen je die schaamte aanpraatten. Hoe je op de hotelkamer van Copeland terechtkwam, weet ik niet. Ik was niet in de buurt, geloof ik. Ze zijn allemaal dood, net als jij. Je zal toen begin vijftig geweest zijn, eindelijk in het volle leven en voor even onafhankelijk. Voor heel even.

Veel liefs,

Tuur

Euthanasieverklaring (korte brief)

Lieve mam,

In de hospice hebben we eendrachtig voor je gezorgd en onze geschillen aan de kant gezet, omdat jij dat wilde en het feitelijk je laatste wens was; nu verheug ik me erop je jongste drie voor altijd gedag te kunnen zeggen: de dief, de manipulant en de verwijtenmaker, zoals ik ook met mijn oudere halfbroers heb gedaan. Dat spijt me heel erg voor jou als moeder, maar het zij zo. Je bent er niet meer om te bemiddelen of te verzachten.

Een positief gevolg van jouw dood is dat Tony een echte vriend blijkt. We hebben vandaag weer gefietst, door het bos naar Lage Vuursche, een route die ik ook met Theo heb gereden een paar jaar geleden. Theo reed wel harder, maar die was dan ook pas 90. Grapje. Theo reed op een peperdure elektrische fiets en Tony op een racefiets en hij moet nog fietsconditie opbouwen. Hij blij, want ik laat hem nieuwe routes zien en zorg dat hij niet stilvalt, en ik heb weer een fietsmaatje als dit doorzet.

Afrikafestival
Dankzij jou mam, heel erg bedankt. Morgen verder: dan ga ik met Erik en zijn vriendin naar het Afrikafestival in Hertme. Ik ga vooral om twee oudere dames weer te ontmoeten: Janne en Joke. Joke met zuurstofflessen en al, omdat ze COPD heeft, en Janne is gescheiden en blijkt een dochter te hebben. Ze was een beetje ondeugend, maar ik vond haar als vrouw niet erg aantrekkelijk, staat me bij.

Euthanasieverklaring
Tussen je bankafschriften vond ik een incasso van de NVVE. Je had zelfs een euthanasieverklaring die je jaarlijks moest bevestigen bij de huisarts. Ik vond het heel dapper, maar het was niets voor jou.

Geen regie
Je hebt zelden regie genomen over je eigen leven. Waarom zou je het wel doen toen de dood naderde? Zelfs voor het versnellen van de dood door palliatieve sedatie, was je te laat. Je kon niet meer aangeven wat je wilde, dus stierf je na vijf dagen hospice op eigen kracht met hulp van een morfinepomp en slaapmiddelen.

Morgen meer.

Veel liefs,

Tuur

PS: In jouw e-mails stond nooit een onvertogen woord, behalve als het om Theo ging.

Wandkleed (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vanmiddag kwam je jongste dochter het getekende wandkleed van Ché Guevara ophalen. Ik heb het aan haar afgestaan, omdat ik wist dat ze het graag wilde hebben en omdat ik dan iets anders van je kan ophangen.

Ik denk aan het wandkleedje van ons oude huis in Tricht of het ‘Gezicht op Oudewater’, zo mooi los geschilderd door je vader. Kunnen Charléne’s vrienden naar de getekende kop en afgeknipte handen van Ché kijken in plaats van de enkeling die bij mij over de vloer komt.

getekend portret omlijst met stoffem elementenHet kostte me moeite, omdat het je beste werk is, in mijn ogen en het heeft ook niets geholpen. Sinds jij er niet meer bent, richt ze haar verwijten vol op mij en Carine. In elke e-mail die ze stuurt en elke derde zin die ze zegt, zit een verwijt. Toen ik haar Ché aanbood, vond ze dat ontijdig, omdat jij nog leefde. Toen ik aangaf niet te willen meebetalen aan de uitvaartkosten, omdat je jongste zoon enig erfgenaam van zijn vader is, was ze het met me eens, maar beviel mijn toon haar niet. Bij het ophalen van Ché toonde ik volgens haar te weinig compassie voor wat Carine haar had aangedaan. Ik kan het nooit goed doen en hetzelfde gold voor jou. Ik heb daarop gezegd dat ‘het er op je zestigste niet meer om gaat wat er in je jeugd gebeurd is, maar hoe je er mee omgaat en dat ze in de relatie met Carine medeverantwoordelijk is voor wat er is gebeurd.’ Het mocht niet baten, Lén zit te vol zelfmedelijden om tot reflectie te kunnen komen. Ook je zus Clara constateerde dat je jongste dochter zichzelf ‘vooral zielig vindt’.

Zelfmedelijden
Zelfmedelijden heb ik bij jou nooit bespeurd, wel denk ik dat jullie beiden een laag zelfbeeld hebben. Lén zegt veel therapieën te hebben gevolgd, maar zolang ze naar bevestiging van haar leed blijft zoeken, is ze niet te helpen.
Ze is alleen maar ten diepste zielig, een stumperdje, zoals opa over jou schreef, maar verder contact met haar zou slechts ten koste van mij gaan. Een stumper, omdat ze blijft zwelgen in zelfmedelijden en verwijt, zonder ooit verantwoordelijkheid te nemen voor haar eigen aandeel in het leven, zoals jij en Carine dat ook zelden gedaan hebben.

Foute mannen
Jullie waren slachtoffer van ‘foute mannen’ en van elkaar. Het slachtofferschap is levenslang je trouwste bondgenoot gebleven die je kon oproepen wanneer je maar wilde. Meestal heette hij Theo en in Carine’s geval ook nog, ex-echtgenoot Alex en hoewel ik hem een narcistische, arrogante klootzak vond die net als mijn vader zijn eigen kinderen kleineerde, heb ik ook meegemaakt hoe hij gepest werd. Dat ging ongeveer zo: Alex nam iets voor Carine mee van zakenreis, bijvoorbeeld dure bonbons. In plaats van een bedankje en ze vervolgens weg te geven aan een liefhebber zei ze: ‘Bedankt hoor, Alex, je weet toch dat ik suikerziekte heb?’ Carine ten voeten uit. En jij deed dit soort dingen ook bij Theo, mam, liefst als er anderen bij waren en je je kortstondig sterk voelde. Theo had losse handjes en je lokte er klappen mee uit. Telkens weer. Uit machteloosheid en omdat je was wie je was: recalcitrant, eigenwijs en chaotisch. Je vocht met een autist die daar niet tegen kon, fysiek sterker was en vrouwen sloeg. Carine sprong er tussen, de anderen, ikzelf incluis, distantieerden zich ervan.

Medestander
Voor Carine’s medestanderschap heb je de rest van je leven een torenhoge prijs betaald. Mocht je ooit de illusie hebben gehad dat je na je twee scheidingen van Theo en de Marokkaan (die mij niet mocht, omdat ik, buiten mijn schuld, kind van mijn vader was) regie over je eigen leven had kunnen nemen, dan heeft Carine die de grond in geboord. Je enige kans om aan haar juk te ontsnappen, zou een nieuwe liefde zijn geweest met een sterke persoonlijkheid en respect en bewondering voor jouw eigenheden, die Carine’s dwingelandij zou hebben ingedamd. Maar waarschijnlijk ben je nooit volwassen genoeg geworden om zo iemand te kunnen ontmoeten (het niet-volwassen worden is een observatie van Charléne, waarbij ik nooit heb stilgestaan, en die mij zeer plausibel lijkt).

Heel veel liefs,

Tuur

PS: Niet leuk om te lezen, dit alles. Dat spijt me, mam. Ik had je dit bij leven nooit kunnen vertellen; je zou je alleen maar bedreigd hebben gevoeld.

Alleen maar lief (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Ik realiseer me nu dat ik sinds de afwijzende e-mail van Carine op de uitnodiging voor de boekpresentatie, begin april, alleen nog bij je kwam als ze wegging. Dat werkte totdat je volledig zorgafhankelijk werd.

Ik herinner me dat ik direct na de boekpresentatie een boek bij je door de bus heb gedaan. Dat deed ik, nadat ik een exemplaar met persbericht had gepost bij stadskrant Duic.

Onderschatting
Ik heb niet bij je aangebeld, maar wist ook niet of Carine op dat moment bij je zat. Ik wilde je plezieren met mijn boek, maar kon en wilde de zoveelste confrontatie met Carine, die meent: ‘dat de Thuiszorg niets te bieden heeft.’ Ik was het zat en koos voor mezelf. Om mezelf te beschermen tegen de aftakeling die ik bij mijn verwekker Bert heb gezien. Daardoor zijn juist mijn laatste herinneringen aan jou goed, maar heb ik je wel tekort gedaan in de laatste maanden van je leven. Jij nam mij, aangekomen in de hospice, niets kwalijk. Je was blij me te zien en pakte mijn hand. Had ik wel bij je aangebeld en was bij je binnengestapt, dan had ik me over mijn eigen woede heengezet en begrepen dat je stervende was. Dan had ik je kunnen steunen, zoals ik in de hospice heb gedaan, net als je andere kinderen. Ik heb onderschat hoe slecht je eraan toe was.

Ik vermoed dat dat zaterdag 24 mei was. Ik bezorgde eerst het boekje met persbericht bij Duic aan de Helling en fietste toen via de Oosterkade terug naar je straatje om het boek door je bus te gooien. Het was een grijze en miezerige dag.

Door roeien en ruiten
Je belde me de laatste maanden niet meer en als ik jou belde, kreeg ik Carine aan de lijn, meen ik me te herinneren. Zo dronk ik ergens op een zondagavond voor het laatst een borreltje bij je, eind april of begin mei, en trof ik je nog een keer huilend in de tuin, waar je tot twee keer toe snikte: ‘Jij was mijn Tuurtje’ en dat opa je ‘een stumperdje’ had genoemd. Je schijnt die brief aan oma nog te hebben. Om kort te gaan: ik had voor jou door roeien en ruiten moeten gaan, zoals je dat voor mij zou hebben gedaan, desnoods ten koste van Carine. Ik deed het niet mam, en het is nu te laat. En, omdat ik al mijn schuldgevoel al bij de dood van mijn beste vriend en Bert heb opgebruikt, kan ik het nu niet meer voelen. Ik heb d inschattingsfout gemaakt niet te zien hoe slecht je eraan toe was en pas in de hospice jouw belang voorop gesteld. Beter laat dan nooit, gedane zaken nemen geen keer en beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Mooie gezegden die impliceren dat het altijd te laat is voor spijt. En hoewel ik weet dat je me in je laatste maand thuis gemist hebt, verdriet had van mijn wegblijven, was het op de drempel van de hospice goed, zonder woorden. Mijn schuldgevoel heb ik afgekocht door op zaterdagmiddag, na op je binnenkomst een ingelijste foto te brengen van jou en je leerling Janie Vermulm, van wie je na 65 jaar de naam nog wist. Janie heb ik gevonden en ik ga haar ontmoeten bij leven en welzijn. Wat me echt spijt is dat mijn zoektocht voor jou te laat is gekomen.

Laag zelfbeeld
Aan je zus Clara ga ik binnenkort vragen waar je zo’n laag zelfbeeld vandaan had. Was dat je dat in je vroege jeugd al zo, toen je vader je een stumperdje noemde? Komt het door je tirannieke vader of echtgenoot, of omdat Bert je de deur wees toen je zwanger en wel voor zijn neus stond en hij voor zijn vrouw koos? Heb je je heel vaak afgewezen gevoeld of is er een andere reden? En waarom heeft je prachtige creatieve werk en hebben je exposities, gesteund door Willem Broekman je niet opgetild? Je zus Clara is de enige die nog antwoorden zou kunnen hebben. En waarom heb ik dit alles niet eerder gezien?

Alleen maar lief
Carine en Tony beweren dat je  ‘alleen maar lief’ was en als ik je op foto’s zie met leerlingen uit je invalklasje, lijkt dat ook zo. Maar Theo en zijn twee kinderen uit eerste huwelijk moest je niet. Als ik je hooghartig, met geloken ogen zie staan op je huwelijksfoto, keek je toen al op hem neer. Ik hoop het mis te hebben. Theo verwekte na de geboorte van je jongste zoon Robert een buitenechtelijke dochter die net als ik gewettigd werd. Ik door Theo en deze Diana door een zekere Fuchs. Uit de burgerlijke stand van de gemeente Amersfoort blijkt dat mijn buitenechtelijke verwekker Bert V. het buitenechtelijke kind van Theo heeft aangegeven. Toeval? Dief en diefjesmaat waren mijn verwekker en adoptiefvader zeker, en tussen mij en Diana bestaat dus een dubbele band.

Geen kwaad woord
Carine en Tony willen geen kwaad woord over je horen en ook mijn vriend Erik koestert warme gevoelens voor je. Mijn vriend Tim met zijn gereserveerde en kakkineuze uitstraling, zegt jou twee keer ontmoet te hebben en noemt je een ‘knorrig mens’. Hoe kan dat? Mijn schoolvriendinnetje Ida mocht je graag, mijn latere latrelatie, Ida met Brabants accent, vond je een trut. Je zag niet dat zij ook uit een gezin met huiselijk geweld kwam, een laag zelfbeeld had en er zelfs een kind met handicap in het gezin was. Veel parallellen met onze eigen situatie. Misschien had Ida je gastvrijheid wel nodig gehad. Je sloot je af en had je oordeel klaar: boerentrien waarschijnlijk, zoals Charléne haar noemde. Mijn eerste lief met haar onberispelijke taalgebruik sloot je in je hart, waarschijnlijk omdat je mij haar zozeer gunde en omdat je haar onvoorwaardelijkheid herkende.

Uitsluiten
Je sloot mensen blijkbaar makkelijker buiten je intieme kring dan erin. Het voordeel van de twijfel kreeg niemand. Iedereen moest je genegenheid verdienen. Uitgezonderd je kinderen, broers en zussen. In ruil voor helemaal niets, liet je je maken, breken en manipuleren door je eigen dochters.

Reflectie
Och mama, waarom leer ik je nu pas kennen en begrijpen, nu ik voor het eerst diep over je nadenk en reflecteer op wie je werkelijk was en je niets meer kunt terugzeggen? Misschien had ik je op dit alles kunnen aanspreken toen je veel jonger was, maar de laatste jaren zou je het waarschijnlijk als verwijten hebben opgevat en die heb ik altijd aan Charléne overgelaten.

Dag mam, tot gauw,

Tuur

Toch nog een lange PS:
Ik heb tijdens het schrijven van deze brief een kopie gemaakt van je ouwe, trouwe laptop, zodat ik nog heel lang in je accounts kan, bijvoorbeeld bij een computercrash. Mijn gebabbel over dit soort veiligheidskopieën ging altijd aan je voorbij: je zei dat je het toch niet snapte, maar ik vertelde het waarschijnlijk, omdat ik de aandacht wilde die ik toch al kreeg, of om stiltes te voorkomen.
Doordat ik alleen woon, was jij in een week soms mijn enige vertrouwde aanspraak. Dat moet ik nu missen en nieuwe aanspraak zoeken. Vriendschap plus misschien, liefst met een vrouw, wat zou jij me dat gunnen, maar je zult het nooit meer zien gebeuren.

Het is inmiddels kwart over drie ’s nachts, zo lang heb ik zitten
schrijven, bijna 12 uur achter elkaar en het lucht me op. Op een dag ken ik je echt.

Erkenning (korte brief)

Lieve mam,

Waarschijnlijk ben je een heel leven lang op zoek geweest naar erkenning door je kinderen. Je cijferde jezelf daarvoor helemaal weg. In ruil voor je onvoorwaardelijkheid werd je het slachtoffer van manipulatie en verwijt. Ik haakte af in de eindfase van je leven. Als ik dat had begrepen, zou ik niet voor mezelf gekozen hebben, maar je onvoorwaardelijkheid hebben beantwoord.

Aan Theo’s en Bert’s sterfbed kon ik wel onvoorwaardelijk zijn. Jou en de situatie heb ik op de valreep verkeerd begrepen en ik koos voor mezelf. Dom en kortzichtig. Wel het beste voor mij, maar niet voor jou.

Laag zelfbeeld
Je jongste dochter en jij hebben een vergelijkbaar laag zelfbeeld. Jij gaf alles om maar ‘lief genoeg’ gevonden te worden. Je jongste dochter doet diametraal het tegenovergestelde, gedreven door dezelfde stoornis. Ze heeft het maken van verwijten tot tweede natuur ontwikkeld, omdat vrienden en familie niet aan haar verwachtingen voldoen. Jij heeft daaronder het meest geleden. Wat je ook gaf of deed, het was nooit genoeg. Charléne raakt er mensen door kwijt, waardoor ze precies de bevestiging krijgt die ze niet wil: ‘Zie je wel, niemand vindt me aardig’, waardoor haar lage zelfbeeld nog verder daalt.

Geven
Charléne zoekt openlijke bevestiging, jij hoopte dat ‘geven’ genoeg zou zijn om gezien te worden. Bij sommige mensen werkte dat, zoals bij mijn vrienden Tony en Erik die je die waardeerden om je gastvrijheid. Je eigen dochters maakten passend gebruik van je onvoorwaardelijkheid en namen je alles af. Je was, sinds Carine achter je kwam wonen, niemand meer, gedegradeerd tot hondenoppas, overladen met verwijten door je andere dochter.

Geen speelruimte meer
Ten laatste, toen Carine jouw huis als het hare ging beschouwen, werd je elk speelruimte, het laatste beetje autonomie ontnomen om zelf iets te willen. Je had alleen nog het fotograferen rond je huis.
Je maakte jezelf als hondenoppas definitief tot gevangene van je oudste dochter. Carine zoog je leeg als de kanker die je velde. Je hebt niet voor niets honderden foto’s van de hond gemaakt. Dan hoefde je de deur niet uit. Je impliciete gevangenschap zal er ook wel de reden van zijn geweest dat je nooit meer bij me kwam. Ik besefte pas dat je kinderen parasieten waren, toen je stierf aan de baarmoeder, waarmee je hen had gebaard.

Nooit voor jezelf opgekomen
Waarom ben je nooit voor jezelf opgekomen en kon charmeur Bert V. en mijn verwekker je zes jaar aan het lijntje houden, alvorens hij je bezwangerde? Daarna nog eens voortijdig door een tirannieke echtgenoot, waarna je je verpandde aan een jaloerse Marokkaan, waarschijnlijk om hem aan een verblijfsvergunning te helpen. Ten slotte heb je je in de mangel laten nemen door je eigen dochters.

Onvoorwaardelijke liefde
De enige zichtbare waardering kwam van kleindochter Lyra en je zus Clara die ook in jouw stervensdagen aanwezig waren. Zij waren de enigen die de onvoorwaardelijke liefde gaven die je zelf gegeven hebt. En misschien je jongste zoon ook wel. Door hem niet te noemen, zou ik hem wellicht te kort doen.

Dag mam, tot later

Tuur

PS: Te zien aan je bankafschriften ben je doorgegaan met koken voor mij tot juni 2024, de maand van je kankerdiagnose. Dat is langer dan ik gedacht had.

Eerste observaties (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Waarschijnlijk ben je een heel leven lang op zoek geweest naar erkenning door je kinderen. Je cijferde jezelf daarvoor helemaal weg. In ruil voor je onvoorwaardelijkheid werd je het slachtoffer van manipulatie en verwijt. Ik haakte af in de eindfase van je leven. Als ik dat had begrepen, zou ik niet voor mezelf gekozen hebben, maar je onvoorwaardelijkheid hebben beantwoord.

Aan Theo’s en Bert’s sterbed kon ik wel onvoorwaardelijk zijn. Jou en de situatie heb ik op de valreep verkeerd begrepen en ik koos voor mezelf. Dom en kortzichtig. Wel het beste voor mij, maar niet voor jou.

Laag zelfbeeld
Je jongste dochter en jij hebben een vergelijkbaar laag zelfbeeld. Jij gaf alles om maar ‘lief genoeg’ gevonden te worden. Je jongste dochter doet diametraal het tegenovergestelde, gedreven door dezelfde stoornis. Ze heeft het maken van verwijten tot tweede natuur ontwikkeld, omdat vrienden en familie niet aan haar verwachtingen voldoen. Jij heeft daaronder het meest geleden. Wat je ook gaf of deed, het was nooit genoeg. Charléne raakt er mensen door kwijt, waardoor ze precies de bevestiging krijgt die ze niet wil: ‘Zie je wel, niemand vindt me aardig’, waardoor haar lage zelfbeeld nog verder daalt.

Geven
Charléne zoekt openlijke bevestiging, jij hoopte dat ‘geven’ genoeg zou zijn om gezien te worden. Bij sommige mensen werkte dat, zoals bij mijn vrienden Tony en Erik die  je die waardeerden om je gastvrijheid. Je eigen dochters maakten passend gebruik van je onvoorwaardelijkheid en namen je alles af. Je was, sinds Carine achter je kwam wonen, niemand meer, gedegradeerd tot hondenoppas, overladen met verwijten door je andere dochter.

Geen speelruimte meer
Ten laatste, toen Carine jouw huis als het hare ging beschouwen, werd je elk speelruimte, het laatste beetje autonomie ontnomen om zelf iets te willen. Je had alleen nog het fotograferen rond je huis.
Je maakte jezelf als hondenoppas definitief tot gevangene van je oudste dochter. Carine zoog je leeg als de kanker die je velde. Je hebt niet voor niets honderden foto’s van de hond gemaakt. Dan hoefde je de deur niet uit. Je impliciete gevangenschap zal er ook wel de reden van zijn geweest dat je nooit meer bij me kwam. Ik besefte pas dat je kinderen parasieten waren, toen je stierf aan de baarmoeder, waarmee je hen had gebaard.

Nooit voor jezelf opgekomen
Waarom ben je nooit voor jezelf opgekomen en kon charmeur Bert V. en mijn verwekker je zes jaar aan het lijntje houden, alvorens hij je bezwangerde? Daarna nog eens voortijdig door een tirannieke echtgenoot, waarna je je verpandde aan een jaloerse Marokkaan, waarschijnlijk om hem aan een verblijfsvergunning te helpen. Ten slotte heb je je in de mangel laten nemen door je eigen dochters.

Onvoorwaardelijke liefde
De enige zichtbare waardering kwam van kleindochter Lyra en je zus Clara die ook in jouw stervensdagen aanwezig waren. Zij waren de enigen die de onvoorwaardelijke liefde gaven die je zelf gegeven hebt. En misschien je jongste zoon ook wel. Door hem niet te noemen, zou ik hem wellicht te kort doen.

Dag mam, tot later

Tuur

PS: Te zien aan je bankafschriften ben je doorgegaan met koken voor mij tot juni 2024, de maand van je kankerdiagnose. Dat is langer dan ik gedacht had.

Over-pijn-zingen (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

De vrijdag voor je stierf (20 juni 2025) de dag van de uitslag van het kankeronderzoek en je vol bleek te zitten met uitzaaiingen, ving ik rond 18.00 uur op bij de hospice waar je met de ziekenwagen aankwam. Die vrijdagnacht bleef ik slapen in een verstelbare stoel.

Je kon nog met hulp naar het toilet schuifelen en we hebben nog gepraat over je ex-leerling Janie van wie ik de volgende dag nog een foto op je nachtkastje heb gezet. Maandag heb ik je aan anderen overgelaten en dinsdag was je al niet meer aanspreekbaar.

Beter worden
Je wilde beter worden en wilde niet beseffen niet dat je niet meer dan een roesje, een slaapmiddel en een beetje morfine kreeg. Je was gewend dat je beter zou worden gemaakt als je in een ziekenhuisbed terechtkwam. Dat had je levenslang zo geleerd en daar klampte je je aan vast. Je begreep ook niet goed, waarom je niet meer hoefde te eten, hoewel je een hol gevoel in de buik zei te hebben. Je wilde twee keer een piepklein stukje van een snoepschuimpje. Je wilde daarna je tanden nog poetsen, zoals je dat een levenlang gewend was
gweest. Je had bijna al je eigen tanden nog, waaarschijnlijk een unicum voor jouw generatie. Ik zei: ‘Dat hoeft niet hoor, mam’,bang dat ze uit bed zou klimmen. In mijn achterhoofd speelde: ‘Je hebt je tanden nog maar een paar dagen nodig.’  Misschien een goed moment om over afscheid nemen te beginnen, maar ik deed het niet. Misschien dacht jij
hetzelfde en accepteerde je daarom dat het poetsritueel werd
overgeslagen. Afscheid nemen deden we niet  Je dronk  ook nog slokjes water uit een glas als ik de rug van het bed overeind zette. Zondag was het glas al een tuitflesje geworden waaruit je muizenbeetjes dronk in zijligging.

Postoel
Het moeizame schuifelen naar de WC, werd de postoel en een dag later een luier. De postoel heb je maar één keer gebruikt, waarschijnlijk had je nauwelijks ontlasting meer. Dinsdag hoefden alleen je lippen nog nat gemaakt te worden en bleken de piepkleine stukjes kers die ze je hadden geprobeerd te voeren nog in je mond te zitten. Je had niet meer kunnen slikken.

Geen afscheid
Op woensdag stierf je toch nog onverwacht; ik zat in de tuin van de hospice te lezen, terwijl ik een half uur eerder je hand nog had vastgehouden. Carine was bij je op de kamer, toen het plotseling stil werd. Ik heb je geen afscheidskus meer gegeven.

De allergekste anekdote is dat ik dacht dat je aan de binnenkant van haar rechterknie een verdikte ader had. Ik dacht aan een heel grote spatader, maar jij beweerde dat het kauwgom was. De verpleegster die erbij stond en ik zeiden wijselijk niets; ik dacht alleen: ‘Je zult wel een beetje in de war zijn door de morfinepleister.’  Op je sterfdag bleek dat je een aantal dagen eerder kauwgom had liggen kauwen wat gaan zwerven door het bed. Van je been halen zou pijnlijk zijn, ook vanwege de haartjes die er onder zaten, dus hebben jij en mijn halfzus die mantelzorg verleende, het laten zitten. Wrang bewijs dat jullie beiden woordeloos wisten dat het einde nabij was, ook voordat je in de hospice terechtkwam.

Lippenstift
Je had in de laatste dagen 10 centimeter diepe gaten tussen hals en sleutelbeen. Toch deed je zondagmiddag nog lippenstift op en heb ik je beloofd aan je dochters te vragen om je op te maken. Het hoefde niet meer. Maandag had je al een morfinepomp en was je nauwelijks meer aanspreekbaar. Op een filmpje van eind augustus 2024 valt me ineens op dat je die gaten tussen hals en sleutelbeen toen ook al had, misschien minder diep, maar toch. Je zei zelf dat je dun was, maar: ‘de buurvrouw nog dunner’ en toch gingen bij mij destijds geen alarmbellen af. Je moet al langere tijd slecht gegeten hebben, maar je dochter die kind aan huis was, heeft er naar mij toe nooit iets over gezegd. Ook ruim voor je kankerdiagnose, zijn er meerder signalen geweest dat het niet goed met je ging, maar niemand heeft ze opgepikt. Onbegrijpelijk.

Aangeraakt
De laatste keer dat ik je echt intens heb aangeraakt, was van vrijdag- op zaterdagnacht toen ik naast je in een stoel sliep in de hospice en ik je onder de armen pakte om je terug in bed te leggen waar je was uitgeklommen en daarna gevallen.

Een levenlang geven
Je hoefde een levenlang alleen maar te geven, maar genoeg was het nooit. Zo gaat dat met parasieten. Pas op je sterfbed hebben we iets teruggegeven door er voortdurend te zijn:  de klok rond. Dat was cruciaal voor je, want de alarmknop die je om je pols had, kon je niet bedienen. Je zei voortdurend de vrijwilligers van de hospice ‘lief’ te vinden maar wilde, als vanouds niet onder vreemden zijn. Op een half uur afwezigheid van mij op zaterdagochtend en de aankomst van je jongste zoon, had je gereageerd met: ‘Waar zijn mijn kinderen?’ Ik dacht wel even weg te kunnen.

Veel liefs,

Tuur

PS: Ik denk nu dat je vorig jaar kort na de operatie al voelde dat je nog maar kort te leven had en daarom depressief en huilerig was. Je hebt elf maanden in het besef geleefd dat je niet lang meer bij ons kon blijven en ons niet meer zou kunnen beschermen: je huilde uit onmacht.
Jij kende je lichaam het beste en moet gevoeld hebben dat je toen al vol zat met kanker, ondanks baarmoederverwijdering. Achteraf bezien, zou je zeggen dat we je eerder hadden moeten laten gaan. Je hebt bijna een jaar onnodig geleden na een zinloze operatie. Maar niet-behandelen past niet binnen onze medische filosofie en het is wijsheid achteraf.

Afscheid van mijn moeder

Nooit meer

Lieve mam, Corry, de naam waaraan je een hekel had (je had liever Cornelia geheten, naar je grootmoeder).

Vanaf het eerste moment dat ik me ergens van bewust was, was je bij me en nog eerder. En nu moet ik zomaar zonder jou verder.

Hoef ik nooit meer naar je malle-Pietjeswinkel aan de Wulpstraat, je overvolle stulpje met zijn schilderijen aan de muur, stapels boeken, speelgoed, kinderfoto’s en dvd’s.

Zie ik nooit meer het in olieverf geschilderde gezicht van opa, die en profiel naar zijn moeder kijkt die een meter verderop aan dezelfde muur hangt.

Nooit meer het zelfportret van je broer Robert die wegkijkt, met wie je als peuter het deeg uit een brood opat en alleen de korst overliet, terwijl jullie onder de tafel zaten. Je had honger en het was oorlog. Jouw oorlog. Met de korst nog intact, zouden je ouders minder snel zien dat het brood was leeggegeten. Kinderlogica.

Nooit meer: je-weet-niet-waar-het-nog-eens-goed-voor-is. En voor ik naar de Action of de tweede-hands ging vroeg ik je, of je ‘iets’ had liggen. En vaak lag het in de kast of op de vliering: een das, een muts, handschoenen. Je bewaarde alles. Aandoenlijk, maar wat moet ik er mee? Een door oma gebreid truitje, een jasje van toen ik vier was, steunzooltjes. Een uitslag van de schaakclub in de krant, ergens uit de jaren zeventig, waar mijn naam tussen staat. Je wilde het me op de valreep allemaal geven. Zo goed bedoeld, maar je hield het toch maar weer zelf. Omdat het vanuit mijn handen linea recta de textielbak in zou gaan.

Nooit meer een borrel bij je drinken en praten over vroeger, over je ouders of over Bert, die waarschijnlijk je enige kortstondige liefde was en van wie ik kind ben. Dat enig kind van jullie samen.

Nooit meer het geluid van de computer herstellen, je modem resetten of een band plakken. Typische mannendingen voor je doen, omdat je al 40 jaar gescheiden bent.

Nooit meer stuur je me een foto, van een insect of een lelijk Nijlganzenjong; je prachtige foto’s, gewoon gemaakt met een compactcamera, waaraan ik kon zien dat je een schildersoog, een kunstenaarsblik had. Google en Facebook vinden ze nog terug: je erfenis leeft nog even voort op internet.

Nooit meer eigenwijze dingen doen, zonder vriendinnen, met alleen je kinderen en zussen in de buurt.

Nooit meer jouw eigenheid van schilderen en wandkleden maken, je eigen wereld, waarin je je terugtrok als bescherming tegen een mislukt huwelijk, een half leven geleden.

Nooit meer vastzitten aan zelfgevlochten touwtjes van schuldgevoel, waaraan een half leven lang getrokken werd, doordat je jezelf aanrekende dat ik met een handicap geboren ben, of omdat je geen aandachtige moeder zou zijn geweest.

Na je scheiding werd je slachtoffer van het Salomonsoordeel. In het Bijbelverhaal vechten twee moeders om dezelfde baby en zijn bereid het kind uit elkaar te trekken.
Jij werd verscheurd, met je aandacht en genegenheid als inzet. Het deed je veel verdriet, maar ik heb het niet aangedurfd het Salomonsoordeel over jou te vellen. Nu ben je eindelijk vrij. Te laat voor excuses. Te laat voor alles.

Wat ik had willen vertellen tijdens de uitvaart: Na je scheiding werd je willig slachtoffer van een variant op het Bijbelse Salomonsoordeel. In het Bijbelverhaal vechten twee moeders om dezelfde baby en zijn bereid het kind uit elkaar te trekken. De echte moeder geeft op, maar jij werd zonder scrupules verscheurd door manipulatie en verwijten met jouw aandacht en genegenheid als inzet.

Wat ik had moeten vertellen tijdens de uitvaart: Inzet waren jouw aandacht en genegenheid. Twee moeders namen de rol van je ex-echtgenoot naadloos over. Zonder klappen, zonder slaag dat wel. Ze wakkerden gewoon naar believen je schuldgevoel aan. Je moest een half leven lang boeten voor wat je allemaal fout en niet fout had gedaan.

Het ravijn van ‘Nooit meer’
Ik ben bang voor het ravijn van ‘Nooit meer’, waar geen ankerpunten meer zijn, geen ontmoetingen met jou, telefoontjes of e-mail, of jouw stem. Bang voor het ravijn van de absolute leegte dat steeds dieper wordt en breder en leger, waar de tijd veel sneller gaat dan in het echte leven. Omdat ik je nooit meer zal zien. Omdat er niets meer is. Bang voor het ravijn van het gemis waar de pijn niet slijt, maar went. De tijd die niet alle wonden heelt, maar steeds nieuwe wonden slaat. Mijn tijd zonder jou.

Dag mam, mijn liefste vriendin en trouwste fan. Voor altijd, nooit meer.

Kijk op mama’s weblog: corry-lengkeek.tekstuur.nl met al haar kunstwerken.

PS: Op de rouwkaart sta ik als ‘Tuur’, zoals jij mij een leven lang noemde, onderaan de andere drie en de kleinkinderen. De vier letters van mijn naam vallen in het niet bij de anderen en dat is precies de bedoeling. Zo heb ik Charléne, Carine, en Robert de voorrang gegeven die ze een levenlang hebben gezocht en heb ik me als eenling van hen afgescheiden. Precies wat ik wilde en het is hun niet eens opgevallen dat ik me op de kaart heb gepositioneerd als enig kind. Sinds je ons hebt losgelaten, ben je weer van mij alleen.

Tuur

(geen brief)

Signalwisseling met een vriendin tussen 20 juni en 4 juli 2025

Vrijdag 20 juni 2025

Slaap vannacht in een stoel bij moeder in de hospice. Ze slaapt al. Kanker uitgezaaid en overal vochtophoping. Ik ben straks wees, net als jij. Nog een paar dagen schat ik. Heb al een foto-presentatie gemaakt en opgeschreven wat ik wil vertellen. Het heet ‘Nooit meer’ en eindigt met: ‘Voor altijd nooit meer.’ Ik heb het ook opgenomen voor als ik te emotioneel ben. Maar eigenlijk is is dit verwerking. Ik had vorig jaar al afscheid van mama genomen.

Nicole, maandag 23 juni, 13.10 uur

Is zij rustig? Hoop voor jou en jouw moeder dat het vredig verloopt. Het is niet niks wanneer je op een goeie dag vooraan loopt. In redelijk korte tijd vader en moeder weg. Als je zin hebt om te bellen, kan altijd, zie maar. Zou graag zijn bij het afscheid van haar, sterkte, wijsheid en liefde.

Tuur, maandag 23 juni, 22.54 uur

Als je dat echt wilt, graag. Ik voel me als enig kind vaak erg alleen nu. Maar komen is zwaar. Zoveel verdriet te zien. Mam is nu rustig. Heeft een morfinepomp gekregen. Mijn halfbroer Robert slaapt er twee nachten en zegt dat ze sinds vandaag niet meer drinkt. Morgen ga ik hem aflossen. Heb gelukkig nog twee keer wat herinneringen met haar kunnen ophalen. Zonder vocht zal het eind van de week voorbij zijn. Gelukkig wordt ze beter verzorgd dan mijn vader, maar mijn moeder als een klein, oud vogeltje te zien liggen met gaten van 10 centimeter diep tussen hals en sleutelbeen, is
verschrikkelijk.

Machteloosheid
Drink nu het laatste bodempje goede whisky die ze trouw voor me kocht. Hier thuis huil ik af en toe uit machteloosheid; in de hospice huil ik hartstochtelijk als ik haar zie liggen, maar moet ik het zachtjes doen om haar niet te verontrusten. Ik besef nu pas wat het betekent als tranen over je wangen biggelen, terwijl je geen geluid maakt. Gisteren zei ze nog dat ze niet begrijpt waarom ze zich, ondanks medicatie niet beter gaat voelen. Ze is immers gewend dat de dokter je beter maakt. Ze beseft half dat ze niet meer naar huis zal gaan. Ze is ook verward. Heeft rode opliggende beadering op haar benen die heel dik zijn door het vocht en denkt dat het kauwgom is. Ik kan soms nauwelijks geloven dat dit zielige muisje mijn moeder is.

Heb een foto-slide gemaakt en een toespraak geschreven, maar mijn halfzussen willen niet dat ik hem voordraag, omdat ze voelen dat ze een manipulantenrol toebedeeld krijgen. Ik trek een parallel met het Salomonsoordeel. Ik vind het prima. Ze mogen kiezen: ik draag een milde versie voor of zet ik een bikkelharde versie op internet en stuur hem naar iedereen die ik ken. Vandaag heb ik de milde versie ter lezing naar mijn halfbroer gestuurd. Wellicht kan hij mijn halfzussen nog overreden te accepteren wat ik wil zeggen.

Tuur, dinsdag 24 juni, 00.22 uur

Ik ga naar de uitvaart om me niet onmogelijk te maken bij een paar mensen die ik een warm hart toe draag, dus vooral om strategische redenen. Uit respect voor mijn moeder kan ik niet wegblijven, hoewel ze dan toch al dood is. Maar als jij mij komt steunen, kan ik mijn halfzussen en halfbroertje met goed fatsoen links laten liggen. Dat is wat ik het liefste wil.
Sinds mijn vader overleden is, weet ik dat ik enig kind ben en dat wil ik per sé zo houden.

Soms denk ik eraan dat ze in een hospice ligt te sterven en dan raakt die gedachte mijn emoties niet. Het enige dat ik dan voel, is ongeloof. Het kan niet waar zijn.

Ik vind het zo onvoorstelbaar. Iedereen kan sterven, maar het is zo
zwaar en zo wreed, hoewel ze goed verzorgd wordt. Mijn moeder sterft aan baarmoeder waarmee ze vier kinderen het leven gaf. Eergisteren praatte ik nog met haar, nu kan ze niet meer slikken.
Soms staart ze naar me en knijpt ze wat in mijn hand, verder is slecht te beoordelen wat ze nog meekrijgt. We slapen er ombeurten. Er is altijd iemand bij haar. Het is zo’n piepklein oud vogeltje geworden. Een maand terug dronk ik nog een borrel bij haar en vroeg ze als vanouds: ‘Heb je niet teveel gedronken om te fietsen?’ Nu kan ze me niet meer beschermen. Ze heeft al haar energie nodig om te sterven. Fijn dat je komt. Ik hoop dat ik je hand mag vasthouden.

Ik kan het soms nauwelijks verdragen haar zo hulpeloos te zien liggen. Ik zou willen gillen en schreeuwen, maar doe het niet.

Tuur, dinsdag 24 juni, 19.50 uur

Mama wordt van binnenuit opgevreten door de kanker. Mensonterend. Dan heb ik wel bewondering voor mijn opvoeder, Theo die euthanasie vroeg en kreeg. Maar waarschijnlijk kon en wilde mijn moeder ons niet eerder loslaten. En nu kan ze niet meer slikken of praten en moet ze de lijdensweg tot het bittere einde gaan. Eergisteren praatte ik nog met haar. Vrijdag kon ze nog met hulp naar het toilet. Het is niet te bevatten en misschien maar goed dat ik de moeder van een maand geleden niet meer echt herken in dit hulpeloze muisje. Mijn halfzus had vanmiddag geprobeerd haar nog een paar stukjes kers te voeren. Die bleek ze nog steeds in haar mond te hebben toen Carine haar een paar druppels water gaf via een sponsje. Het enige wat nog kan is haar hand vasthouden. Dat voelt ze wel en daar reageert ze op.

Tuur woensdag 25 juni, 9.19 uur (haar sterfdag)

Mama kan niks meer aangeven, dus is ze te laat voor euthanasie of palliatieve sedatie. Ze heeft wel een morfinepomp en de dosis kan tussentijds worden opgevoerd, maar omdat ze waarschijnlijk uit angst, niet eerder een beslissing heeft genomen, moet ze nu helemaal wegteren.
Pijn heeft ze wellicht nauwelijks, maar niet kunnen slikken en verdrogen, moet ze wel degelijk voelen. Ga er zo weer heen om mijn halfzus af te lossen.

Tuur, donderdag 26 juni, 11.56 uur

Het regent sinds gisterenavond. Mijn wereld huilt om mama.

Nicole, zaterdag 28 juni

Mooie beeldspraak.
Zij heeft de wereld iets veranderd, gegeven.

Tuur, woensdag 2 juli

Ik had mijn moeder van de elektronische adreslijst afgehaald, maar heb haar weer teruggezet. Ze woont nu aan de Wulpstraat 9 in Heimweestad. Zo moet het blijven zolang ik bijzinnen ben.

Nicole 3 juli

Zo kun je haar blijven bezoeken in jouw mooie taal.

Ik bedacht mij gisteren toen ik terugreed naar huis dat jullie als haar vier kinderen, drenkelingen zijn die zich na een onveilige jeugd, vastklampen aan je moeder.

Tuur, vrijdag 4 juli

Dat zou kunnen meespelen, maar ons lot is niet uniek. Vrijwel elk zoogdier klampt zich aan de moeder vast. Zelfs het vechten om voorrang komt veel voor. Mijn halfzussen proberen mij nu een schuldgevoel aan te praten, omdat ik de laatste maand weinig bij mijn moeder was. Ik heb welbewust verstek laten gaan en daarmee op de koop toe genomen dat ik mam daarmee verdriet zou doen. Maar daardoor zijn mijn laatste herinneringen aan mijn moeder goed, in tegenstelling tot die aan mijn vader.

Voor mij was het heilzaam om mij goeddeels te onttrekken aan mijn moeders lijden, mede om Carine’s treiterijen te ontlopen. Ze weigerde tot voor kort zelfs tegen me te praten en omdat ze vrijwel altijd bij mijn moeder zat, heb ik haar gewaarschuwd dat dat gevolgen zou hebben voor mama. Misschien had ik haar moeten behandelen zoals ze mij deed: negeren dus, door roeien en ruiten gaan, maar voor spijt is het altijd te laat. Mijn moeder had een piepklein huisje, me terugtrekken met Corry was onmogelijk en Carine wegsturen ook, omdat ze steeds meer zorg nodig had en Carine welbewust de  thuiszorg had geweigerd die ik had geïnitieerd.

Gedwarsboomd
Ik voelde me de laatste tien maanden sinds mama’s operatie in alles gedwarsboomd en wilde niet hetzelfde zien als bij Bert. Dus heb ik Corry uiteindelijk aan Carine en de andere twee overgelaten en gedacht: ‘Je hebt mam een levenlang geclaimd; je mag haar nu hebben’. Dat was goed, want anders was weer alle aandacht naar mij gegaan. Maar dat is redeneren achteraf en riekt naar zelfrechtvaardiging en dat is niet mijn bedoeling. Dat ga ik hun allemaal niet proberen uit te leggen. Toen ze
naar de hospice ging ben ik met liefde weer ingehaakt en hebben we gevieren eendrachtig voor Corry gezorgd. Ze vonden ze de zoete inval van zoveel mensen en vijf dagen continu waken en ondersteunen, bijzonder. Dat hebben we goed gedaan.

Mijn halfbroer en halfzussen beseffen nog niet dat mijn moeder sinds haar overlijden weer helemaal alleen van mij is, zoals het was toen ik haar achternaam kreeg en ik enig kind was. Ik zie er naar uit hen voor altijd los te mogen laten, zoals ik eerder al heb gedaan met de halfbroers van vaderskant.

Heb aan haar weblog gewerkt gisteren en vandaag een lange brief aan haar geschreven. Dat troost me.

Fietsmaatje
Tony die je vast ook gesproken hebt, is sinds vandaag mijn nieuwe fietsmaatje en past net zo goed op me als mijn adoptiefvader, Theo deed.
Alsof mijn moeder over hun schouders meekijkt en zegt: ‘Denk erom, pas
goed op mijn liefdeskind. Ik moest er onderweg erg om huilen, omdat ik weet dat mam er heel blij om zou zijn geweest. Ik ben dus Jantje huilt, Jantje lacht.

Tony heeft zijn moeder vroeg verloren, blijkt ook enig kind van zijn
ouders te zijn met nog een setje oudere halfbroers. Ook dat lot is dus niet uniek.

Op een mooie dag zullen we (elkaar) zien goed? Dat is de betekenis van ‘Un Bel Di Vedremo’ uit de opera van Puccini waarmee de uitvaart begon.
Mijn vader floot dat voor haar, vertelde Corry altijd. Hun herkenningsmelodie

(geen brief)

Erfenis (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Rond jouw baarmoederoperatie, ongeveer een jaar geleden, was je jongste zoon nog executeur-testamentair namens zijn vader Theo die net
twee hartaanvallen achter de rug had. Robert wist toen al dat al zijn broers en zussen onterfd waren, behalve hijzelf. Hij zou, behalve zijn kindsdeel, zeven wettelijke porties van Theo’s andere kinderen ontvangen, bij elkaar ongeveer twee ton, inclusief erfbelasting.

In december 2024 sprak ik hem er op aan, kort na Theo’s overlijden. Robert ontkende toen dat het om negen maal 23.000 Euro zou gaan voor hem en eenmaal 23.000 Euro voor de onterfden. Hij zou slechts ongeveer 80.000 Euro tegemoet kunnen zien. Een leugen. Daarnaast liet hij impliciet weten dat hij mij en zijn twee zussen, desnoods hun wettelijke portie zou betwisten. Wij zouden al het een en ander ontvangen hebben, waaronder ik een belastingmeevaller die hiervan echter losstaat.

Mentale afwezigheid
De timing van je operatie en je erop volgende kwetsbaarheid paste perfect om te verzwijgen dat wij onterfd waren. Onder normale omstandigheden zou je bij Robert hebben gepleit voor je andere kinderen; dat wij tenminste recht hebben op ons kindsdeel, zijnde twee wettelijke porties. Hoewel ik jou, Carine en Charléne hiervan per e-mail op de hoogte heb gesteld, inclusief, globale berekening van de verdeling, was je al te veel op jezelf teruggeworpen om Robert erop aan te spreken. Je was te kwetsbaar, afhankelijk en labiel geworden. Charles heeft die goed ingeschat en van je “mentale afwezigheid” optimaal gebruik gemaakt om de inhoud van het testament voor ons te verzwijgen. We kwamen er bij toeval achter, kort ma Theo’s overlijden via de nieuwe testamentair executeur, en buurvrouw van Theo. Voor mij geldt dat ik na het ontruimen van je huisje nooit mer met Robert wens om te gaan, omdat hij in mijn
optiek, willens en wetens dief is van zijn eigen broers en zussen.

Tot later, mam en veel liefs. (Deze boze brief is natuurlijk niet tegen jou gericht). Ik heb je werkelijk nooit iets te verwijten gehad.

Tuur

PS: dit is de dag (vrijdag) waarop je het hospice inging en ik je voor de deur opving en je nog vijf dagen te leven had. Waarschijnlijk heb ik dit bericht geschreven, zittend in de stoel waarop ik probeerde te slapen tijdens het waken over jou. Het is mijn eerste brief aan jou.