Nieuwjaar (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Gisteren werd je voor het eerst sinds jaren niet misbruikt om de verwende kolereteckel van je manipulantendochter op te vangen. Jij bent dood en het beest is dood. Het zal nooit meer worden opgeschrikt door oudejaarsvuurwerk, waarvan het minder last zou hebben op jouw oudemensenhofje.

Dit jaar mag voor het laatst particulier voorwerk worden afgestoken. Het zal daarom wel extra veel worden. Ik ga het proberen te zien als eresaluut aan jou en aan je denken als ik omhoog kijk. De beste wensen voor 2026 ga ik niet aannemen, noch uitdelen.

Gemis
Wat ik wil proberen, is iets van mijn verdriet om jou in 2025 achter te laten. De beelden van je hulpeloosheid in het hospice-bed. Het schuldgevoel over mijn afwezigheid in de laatste maanden van je leven. De manier waarop je gemanipuleerd werd door je eigen dochters. Allemaal niets meer aan te doen. Wat overblijft is het gemis, omdat je er niet meer bent; omdat ik niets meer aan je kan vragen; je niets meer kan vertellen. Er is niets om naar uit te kijken. Dat is ‘het beste’ voor 2026.

Nooit meer
2026 is het eerste jaar waarin je niet meer geleefd hebt. Ik hoef je nooit meer ‘Het beste voor het nieuwe jaar’ te wensen. Je hoeft nooit meer een verjaarscadeautje en je zult me op 8 juni nooit meer een kaartje sturen met een heimweetekstje erop over vroeger toen ik nog ‘jouw Tuurtje’ was. De enige keer in het jaar dat je mijn geboortenaam gebruikte en op de envelop schreef. Ik vond het er altijd vreemd formeel uitzien van jouw hand, degene die me levenslang het meest nabij was. Ongemakkelijk bijna, maar ik heb er nooit iets van gezegd. Ik denk dat ik de meeste kaarten nog wel heb. Ik zal ze te zijnertijd herlezen als ik een beetje ben uitgehuild. Misschien op mijn volgende verjaardag.

Confrontatie
Altijd als ik over de Oosterkade fiets op weg naar iets of iemand doe ik de groeten aan de Wulpstraat met: ‘Dag straatje van mama’, maar ik fiets er moeiteloos voorbij. De confrontatie met een nieuwe bewoner van wat een half jaar geleden nog jouw knusse uitdragerijtje was, of zelfs maar een fris geverfde voordeur na renovatie, lijkt me te moeilijk.

Eenzame kerst
Met kerst was ik alleen, heb de dagen verslapen: geen uitnodiging van Erik of Nicole dit keer en zelfs niet van je ex Theo, waar ik in verband met zijn verjaardag op 30 december nog wel eens heenging. Hij zou 92 geworden zijn. Uit je mail begreep ik dat hij pas eind 2023 de sleutels van zijn winkel inleverde bij de verhuurder. Van zijn noodgedwongen pensioen heeft hij niet lang kunnen genieten, al begreep ik dat hij moeite had zijn laatste gezonde maanden zinvol te vullen: beetje puzzelen, beetje lezen, beetje houthakken. Theo is bijna in het harnas gestorven, zoals hij dat voor zich zag. Ik herinner me nog een reportage van tv-Utrecht over de Rijnlaan, waarin hij figureerde. Hij zei daar: ‘Ik stop er pas mee als ik tussen zes plankjes lig’, typisch voor zijn beeldende fijnzinnigheid.

Tot later mam,

Tuur

Krijg ook prettige feestdagen en de beste wensen voor 2026 gewenst. Vast heel goed bedoeld, maar er zijn geen prettige feestdagen meer en ook geen best jaar, zo zonder jou.
Maar blijkbaar is compassie tonen, na een half jaar al te veel verwacht. Je bent immers mijn moeder maar, en niet mijn partner of kind. Dat kan het gebrek aan mededogen misschien verklaren, al had ik er weinig last van toen Theo en Bert stierven. Blijkbaar spelen vooral de afstandelijke relatie die ik met hen had en navenant lage verwachtingen van anderen een grotere rol dan hun gebrek aan medeleven. Desondanks doen deze kerstkaarten, zonder persoonlijke noot, zonder een woord over jou, meer kwaad dan goed. Overspannen verwachtingen, teleurstelling en projectie heet dat. Weet ik allemaal; niets menselijks is mij vreemd.