Levensangst (korte brief)

Lieve mam,

Op je vijfentachtigste verjaardag, kort voor je kankerdiagnose, breng je onder woorden, zoals ik je al langere tijd zag: ‘Ik heb mezelf overleefd en wil mijn familie niet meer onder ogen komen, wankel ter been en lelijk geworden. Mijn kinderen blijf ik zien zo lang het kan. Ik ben ook depressief en geen leuk gezelschap. Ik doe alleen nog boodschappen in de buurt op de fiets en dat is het! Ik vermaak me binnenshuis met foto’s op de laptop.’

Van je manipulantendochter begreep ik dat mijn enige vriend in deze rouwperiode seksuele avances naar haar heeft gemaakt. Hij smeedt het ijzer als het heet is, maar netjes is anders. Ze zit net zo in zak in als ik en is waarschijnlijk nog kwetsbaarder, omdat ze onder de angstremmers zit.

Jij zou Tony rücksichtslos ‘nooit meer willen zien’: jouw solidariteit lag onvoorwaardelijk bij ons, je kinderen en je zussen. Ik ga er niets over zeggen, anders ben ik mijn laatste vriend ook nog kwijt.

Doodsangst
Carine belde nog vandaag. Met haar gaat het ook niet goed. Ik begrijp dat ze de éne na de andere angstremmer voorgeschreven krijgt, zonder resultaat. Ze zegt gebukt te gaan onder doodsangst en het is niet aan mij om haar erop te wijzen dat ze lijdt aan het tegendeel: levensangst. In haar geval is het leven letterlijk een aandoening die op jouw conto valt te schrijven. Tegen levensangst zijn volgens mij geen medicijnen, behalve onder de mensen komen en ondernemen waar je bang voor bent. Maar ze is 62 inmiddels en het zal mijn tijd wel duren. De confrontatie zoeken kost alleen maar energie. De éne heilloze relatie volgde tot een paar jaar geleden, de andere op; de éne hond werd na drie dagen vervangen door de andere, ten koste van jouw laatste levensmaanden. Alleen maar om het leven niet onder ogen te hoeven zien; om zelf niets van het leven te hoeven maken.

Levensvervulling
Iets dergelijks deed jij ook door je op te werpen als fultime-oma en daar je levensvervulling aan te ontlenen. Carine zorgde er wel voor dat je niets meer voor jezelf overhield. Toen de kleinkinderen groter werden, namen jij en je dochter elkaar in een wederzijdse wurggreep van levensangst en werd je gedegradeerd tot hondenoppas. Gedeelde angst is immers dubbele angst. Uiteindelijk kwam je tot de conclusie dat je jezelf overleefd hebt.

Veel liefs,

Tuur

PS: Ik was sinds maanden weer een op een normale tijd uit bed en niet diep in de middag, Ik wilde naar een klassiek zondagochtendconcert, maar aldaar aangekomen, bleek er niets te doen. Zonder taal of teken van afgelasting. Het was een stralend zonnige winterdag die tot nu toe allemaal aan me voorbij waren gegaan. Bij thuiskomst toch weer de halve dag verslapen. Was toch blij even onderweg te zijn geweest.