Zelfrechtvaardiging (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Uit je mail begrijp ik nu dat je met Theo, mij en je twee stiefkinderen op Minstraat nummer 30  woonde. Je maakte er in 2022 een foto van toen het geschilderd werd. Binnenkort eens kijken of het pand er nog staat en misschien een beetje van je as verstrooien voor de deur.

Op gevaar af dat ik het al eerder heb opgeschreven: In bijna elke mail van je jongste dochter aan jou staat een impliciet of expliciet verwijt, al was het maar de vraag: ‘waarom ze nog niets van je gehoord heeft’. En altijd voel je je verplicht om jezelf te rechtvaardigen: ‘dat je het druk hebt gehad’ of ‘dat je je e-mail niet altijd leest’. Nooit maakte je een direct excuus als: ‘Sorry, vergeten’. Meer dan zelfrechtvaardiging, kon je niet over je hart verkrijgen.

Onnadenkend
Sommige reacties aan je jongste dochter die zich een levenlang tekortgedaan en verwaarloosd voelde, vind ik ronduit dom en onnadenkend. Als ze je een foto stuurt, heb je het over ‘een vaag plaatje’ en in een ander geval ‘dat je er als heks op staat’. Je gooide olie op het vuur in plaats van ze in dank te aanvaarden. Al was het maar om de lieve vrede. Olie op het vuur gooien, was ook jouw rol in twintig jaar mislukt huwelijk.

Oliebollenkraam
De oliebollenkraam waar jij graag kwam, staat weer aan de Maliebaan. Je fietste er graag de singels voor af. Kwam ik bij je langs, kreeg ik een goeie oliebol bij de koffie. Steevast vroeg je of ik er extra suiker op wilde en steevast had je het er al opgedaan voor ik ‘nee’ kon zeggen. Of als je eten had gemaakt: ‘Wil je er nog een aardappel bij?’ En ‘fleng’, hij lag al op mijn bord. Ik liet het maar zo, omdat je het goed bedoelde. Zo had jij het gevoel dat je niet tekortschoot. Juist door je het gevoel te geven dat je hun schatplichtig was. wisten je dochters je schuldgevoel aan te wakkeren.

De kruising met de Nachtegaalstraat is sinds jouw dood heringericht en geen ‘snelweg’ meer, maar een verkeerspleintje geworden waar fietsers voorrang hebben. Het leven gaat door, maar zonder jou is het nog steeds niks.

Leegte
Deze week drie keer bezoek gehad, twee keer naar live-muziek geweest en een keer naar poëzie. Voor mijn doen heb ik me uitzonderlijk vaak onder de mensen begeven. Het besef van leegte wordt er alleen maar groter door: ik kan niets meer met je delen. Je zult nooit meer bellen om te vragen hoe het was en ik kan nooit meer langs je huisje voor een laatste borrel ‘om het af te leren’.

Vrienden
Erik en Arjan waren er nog. Ik mag blij zijn dat ze komen. Als ze vragen hoe het gaat zeg ik: ‘Ongeveer hetzelfde’ en we gaan weer over tot de orde van hun dag. Voor Arjan zijn dat de kleinkinderen, het huis in Frankrijk en zijn danslessen. Erik is druk met het verdelen van een erfenis. Vrienden die met zulke zwaarwegende zaken bezig zijn, wil ik niet belasten met het verlies van mijn moeder. Uit een vroege kerstkaart met de tekst: ‘Na enkele jaren van verlies en loslaten wensen wij jou prettige kerstdagen en het beste voor 2026’, blijkt de bedoeling dat ik je achter me laat.
Niet alleen tonen de vrouwen in mijn omgeving meer compassie, maar blijkt ook dat het verlies van mijn moeder minder belangrijk wordt gevonden dan het verlies van een echtgenoot. Je mag er niet meer zijn, mam. Ik zou me haast schamen voor mijn verdriet, maar waarschijnlijk is het al zover. Over jou praat ik alleen nog met Jacoba die me namens Humanitas bijstaat in mijn rouwverwerking.

Tot later,

Tuur

PS: Zit nu in het muzieklokaal tegenover een meisje van wie ik denk dat ze op jou lijkt toen je 16, 17, 18 was. Een frisse lach met rechte tanden, laag voorhoofd, halflang haar. Niks bijzonders eigenlijk, maar dat kan het nog worden
Zou ik nooit op vallen; ze valt me alleen op, omdat ik denk dat ze op jou lijkt, toen je jong was.