Ravijn van nooit meer (korte brief)

Lieve mam,

Tijdens je uitvaart sprak ik over: ‘het ravijn van Nooit Meer’ dat steeds dieper, breder en leger wordt, omdat er geen herinnering meer bijkomt die we samen kunnen delen.

Soms voel ik dat al. Ik huil al minder om je de laatste weken en het is al driekwart jaar geleden dat je voor het laatst vroeg: ‘Heb je niet te veel gedronken om nog te fietsen?’ Op een dag zal ik deze brievenreeks moeten teruglezen om nog precies te weten wie je was en wat ik voelde toen je stierf. Ik weet bijvoorbeeld nog dat ik mijn hand over de jouwe had een half uur voordat je stil werd en dat hij gebald was en ik af en toe een trilling voelde, waardoor ik dacht dat je de aanraking niet prettig vond. Je was toen al in coma, dus je wist waarschijnlijk niet eens dat mijn hand jouw vuistje bedekte. Dat zijn de kleine herinneringen die ik straks nog kan nalezen.

Nalatenschap
Door je straatje durf ik niet meer te fietsen. Alleen als ik een filmpje kijk waarop je staat, komen de tranen nog, en heel soms in bed. Je nalatenschapje heb ik bijna helemaal bekeken en verdeeld. Alleen het grootste deel van je verzonden e-mail is nog over. Daaraan besteed ik een uurtje per dag, omdat lezen over wat je bezighield, terwijl je er niet meer bent, heel zwaar is. Het heeft geen relevantie meer, behalve voor mij en deze brievenreeks.

Callantsoog
Meestal kijk ik naar jou in besneeuwd Callantsoog met je gehaakte, witte mutsje op, zorgvuldig opgemaakt, zoals je zelfs op je sterfbed je lippen nog rood stiftte. Je leek op het besneeuwde strand het onbekommerde deel van jezelf, nog geen 74 en riep tegen de camera: ‘Lekker koud hier; het heeft wel wat die kou’. Tot nu toe moet ik steeds weer huilen als ik je zo zie. Dat zijn de momenten dat ‘het ravijn van Nooit meer’ voor even een beetje dicht gaat, maar dat zal wel minder worden op den duur.

Liefs,

Tuur

PS: Misschien heb ik het al eerder gemeld, maar het aantal mensen dat compassie toont, is op minder dan de vingers van één hand te tellen: een vriend, een vriendin en een buurvrouw. De mensen die ik het langste ken, laten het helemaal afweten. Misschien omdat ze hun ouders nog hebben, of omdat ze al uitgerouwd zijn. Een harde constatering en ik ben niet van plan het hun te vergeven.