Psychiater (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vanmorgen met de psychiater gesproken over wel of niet een anti-depressivum. Het mocht wel, maar het leek hem niet nodig. Hij vond dat ik goed op weg was in mijn rouwproces en wist wat ik onder de mensen moest komen.

Ik gaf aan dat een anti-depressivum me eerder had geholpen na de dood van Benno, maar ook dat er verschillen zijn met nu. Na zijn dood en de liefde van Lia die erop volgde had ik het gevoel ‘alles wel gezien te hebben’. Ik kwam onverschillig in het leven te staan; iets dat in mijn herinnering jaren heeft geduurd. Na jouw dood overheerst wanhoop en dat is anders dan onverschilligheid.

Niet depressief
Vandaar dat een anti-depressivum misschien niet gaat helpen. Ik gaf ook aan dat ik niet van plan ben om nog jaren vol te maken als het verdriet en gemis zo groot blijft, en dat stoppen met eten mij een reële optie lijkt. Desondanks kwam ik blijkbaar niet echt depressief over. Het leek hem een goed teken dat ik veel om je huil. Dat ik goed weet wat ik moet doen om er bovenop te komen, veel schrijf en aan zelfreflectie doe, leek hij zelfs te bewonderen.

Ongelijkwaardig
Achteraf bezien had ik wel willen weten of zijn ouders nog leven, maar ik heb alleen gevraagd hoe oud hij is. Wat de uitwisseling van informatie betreft, is de relatie tussen hulpverlener en cliënt natuurlijk ongelijkwaardig. Jammer is dat, want als hij zijn ouders ook kwijt is, zou ik misschien van hem kunnen leren.

Jacoba
Vanmiddag praten mat Jacoba die me probeert te helpen bij mijn rouwverwerking. Iedereen schijnt haar ‘Kootje’ te noemen, maar ik heb gevraagd of ik haar gewoon bij haar echte naam mocht noemen. Even wennen voor haar geloof ik, maar ik heb uitgelegd dat ik iets goed te maken had naar Trijntje waar ik lang vrijwilliger was en die iedereen Tine noemde, en ik dus ook. Een vergissing, vind ik achteraf die ik niet nog eens wil maken. En Jacoba is een naam met stijl. Ze is zes jaar jonger dan jij, maar heeft een heel oude, versleten stem. Gek he? Jij had dat helemaal niet; Theo ook niet trouwens. Ik weet nu dat ze drie kinderen heeft en kleinkinderen en dat haar man al tien jaar dood is. Volgende keer verder vragen hoeveel kleinkinderen ze heeft en of haar man veel ouder was dan zij. Ik las haar het tekstje aan Nicole voor over hoe je manipulantendochter je ‘in gijzeling’ nam. Jacoba vroeg daarop of ik boos was en dat gaf ik toe. Ik gaf ook aan dat bespreken ervan geen zin meer heeft, omdat het mosterd na de maaltijd is; het maken van verwijten niet in mijn aard ligt en dat zelfreflectie en verantwoordelijkheid nemen binnen ons gezin niet voorkomen. We hebben ook nog iets leuks besproken, namelijk mijn avonturen met cabaretliefde Uta. Soms moet er even wat lucht tussen de tranen door.

Jouw gezicht
Soms zie ik je gezicht langskomen bij het opstarten van de computer en daarna je mooiste foto van de Oude Gracht in herfstkleuren. Je lijkt soms ineens ver weg en dan weer huil ik mijn ogen rood. Die paar seconden dat je in beeld bent, kijk ik altijd intensief naar je, alsof ik je gezicht steeds opnieuw moet inprenten om je niet te vergeten. Alsof ik bang ben om je te vergeten. Dat ik je elke dag verplicht een beetje eer moet bewijzen en dat is waar. Sommige foto’s kan ik al dromen, bijvoorbeeld die van Facebook.

Onverdraaglijk
Met wat ooit je huisje was, voel ik geen binding meer, maar ik durf ook niet door je straatje te fietsen. Dan zou mijn oog uit nieuwsgierigheid toch naar je voordeur en kale voorraam getrokken worden. Ook het idee dat er ooit iemand anders achter jouw voordeur zal komen te wonen die straks alleen nog van-horen-zeggen van jouw bestaan weet, lijkt me onverdraaglijk. Ik durf niet meer in de buurt van de plek te komen die me ooit zo vertrouwd was. Eén keer geprobeerd sinds we je huisje ontruimd hebben en het heeft me twee weken uit het lood geslagen. Ik wil je niet loslaten, maar het is misschien onvermijdelijk. Ik voel me nu al schuldig, mama dat ik je nagedachtenis ga verwaarlozen en dat het onontkoombaar is. Al was het maar uit zelfbehoud. Me wentelen in gemis, of je een vredig plekje geven. Dat lijkt de keuze. Bij Benno heeft het 15, misschien wel 20 jaar geduurd voordat de acceptatie kwam. Voor jou heb ik zoveel tijd hopelijk niet meer. En dat is niet cynisch bedoeld.

Muziekcafé
Ben met asperger-Pieter naar een cultureel café in Houten gegaan om mezelf uit te laten. Hij zou er vrienden of kennissen ontmoeten, maar er kwam niemand opdagen. Jammer, want ik had graag kennis gemaakt met zijn entourage, al was het maar om nieuwe gezichten te zien.

We gingen er samen heen, maar ik was er veel eerder, omdat ik het vouwfietsje bij me had en Pieter met de bus moest. Ik voelde me zo eenzaam mam, en ook nu de muziek speelt, kan ik mijn beeldschermpje nauwelijks zien door mijn tranen heen. Wat heb je me aangedaan door dood te gaan?

Pieter mocht blij zijn dat ik er was, al beweerde hij onderweg terug naar het station dat het hem niks uitmaakte dat zijn ‘vrienden’ niet waren gekomen. Ik heb het zo gelaten, al is mijn betekenis misschien groter dan ikzelf denk. En betekenis in het leven is het enige waarnaar ik op zoek ben.

Dat ik hier temidden van de evergreens, de kroegherrie met ‘een vriend’ naast me zit te huilen, zegt genoeg. Muziek luisteren kan ik niet meer. Het betekent niks. Thuis muziek luisteren kan ik misschien nooit meer, omdat het me bindt aan een verleden met jou. Jaap Fisher bijvoorbeeld; we luisterden er samen wel naar. Of Boudewijn de Groot met wie je zelfs nog hebt gecorrespondeerd. Als ik weer naar hen kan luisteren, heb ik je waarschijnlijk een rustig plekje gegeven.

Truste mam,

Tuur

PS: Theo’s eerste sterfdag vandaag, 21 november, de verjaardag van je stiefdochter. Hij zal zijn euthanasie wel expres zo gepland hebben om levenslang haar verjaardag te verpesten.