Alleen maar lief (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Ik realiseer me nu dat ik sinds de afwijzende e-mail van Carine op de uitnodiging voor de boekpresentatie, begin april, alleen nog bij je kwam als ze wegging. Dat werkte totdat je volledig zorgafhankelijk werd.

Ik herinner me dat ik direct na de boekpresentatie een boek bij je door de bus heb gedaan. Dat deed ik, nadat ik een exemplaar met persbericht had gepost bij stadskrant Duic.

Onderschatting
Ik heb niet bij je aangebeld, maar wist ook niet of Carine op dat moment bij je zat. Ik wilde je plezieren met mijn boek, maar kon en wilde de zoveelste confrontatie met Carine, die meent: ‘dat de Thuiszorg niets te bieden heeft.’ Ik was het zat en koos voor mezelf. Om mezelf te beschermen tegen de aftakeling die ik bij mijn verwekker Bert heb gezien. Daardoor zijn juist mijn laatste herinneringen aan jou goed, maar heb ik je wel tekort gedaan in de laatste maanden van je leven. Jij nam mij, aangekomen in de hospice, niets kwalijk. Je was blij me te zien en pakte mijn hand. Had ik wel bij je aangebeld en was bij je binnengestapt, dan had ik me over mijn eigen woede heengezet en begrepen dat je stervende was. Dan had ik je kunnen steunen, zoals ik in de hospice heb gedaan, net als je andere kinderen. Ik heb onderschat hoe slecht je eraan toe was.

Ik vermoed dat dat zaterdag 24 mei was. Ik bezorgde eerst het boekje met persbericht bij Duic aan de Helling en fietste toen via de Oosterkade terug naar je straatje om het boek door je bus te gooien. Het was een grijze en miezerige dag.

Door roeien en ruiten
Je belde me de laatste maanden niet meer en als ik jou belde, kreeg ik Carine aan de lijn, meen ik me te herinneren. Zo dronk ik ergens op een zondagavond voor het laatst een borreltje bij je, eind april of begin mei, en trof ik je nog een keer huilend in de tuin, waar je tot twee keer toe snikte: ‘Jij was mijn Tuurtje’ en dat opa je ‘een stumperdje’ had genoemd. Je schijnt die brief aan oma nog te hebben. Om kort te gaan: ik had voor jou door roeien en ruiten moeten gaan, zoals je dat voor mij zou hebben gedaan, desnoods ten koste van Carine. Ik deed het niet mam, en het is nu te laat. En, omdat ik al mijn schuldgevoel al bij de dood van mijn beste vriend en Bert heb opgebruikt, kan ik het nu niet meer voelen. Ik heb d inschattingsfout gemaakt niet te zien hoe slecht je eraan toe was en pas in de hospice jouw belang voorop gesteld. Beter laat dan nooit, gedane zaken nemen geen keer en beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Mooie gezegden die impliceren dat het altijd te laat is voor spijt. En hoewel ik weet dat je me in je laatste maand thuis gemist hebt, verdriet had van mijn wegblijven, was het op de drempel van de hospice goed, zonder woorden. Mijn schuldgevoel heb ik afgekocht door op zaterdagmiddag, na op je binnenkomst een ingelijste foto te brengen van jou en je leerling Janie Vermulm, van wie je na 65 jaar de naam nog wist. Janie heb ik gevonden en ik ga haar ontmoeten bij leven en welzijn. Wat me echt spijt is dat mijn zoektocht voor jou te laat is gekomen.

Laag zelfbeeld
Aan je zus Clara ga ik binnenkort vragen waar je zo’n laag zelfbeeld vandaan had. Was dat je dat in je vroege jeugd al zo, toen je vader je een stumperdje noemde? Komt het door je tirannieke vader of echtgenoot, of omdat Bert je de deur wees toen je zwanger en wel voor zijn neus stond en hij voor zijn vrouw koos? Heb je je heel vaak afgewezen gevoeld of is er een andere reden? En waarom heeft je prachtige creatieve werk en hebben je exposities, gesteund door Willem Broekman je niet opgetild? Je zus Clara is de enige die nog antwoorden zou kunnen hebben. En waarom heb ik dit alles niet eerder gezien?

Alleen maar lief
Carine en Tony beweren dat je  ‘alleen maar lief’ was en als ik je op foto’s zie met leerlingen uit je invalklasje, lijkt dat ook zo. Maar Theo en zijn twee kinderen uit eerste huwelijk moest je niet. Als ik je hooghartig, met geloken ogen zie staan op je huwelijksfoto, keek je toen al op hem neer. Ik hoop het mis te hebben. Theo verwekte na de geboorte van je jongste zoon Robert een buitenechtelijke dochter die net als ik gewettigd werd. Ik door Theo en deze Diana door een zekere Fuchs. Uit de burgerlijke stand van de gemeente Amersfoort blijkt dat mijn buitenechtelijke verwekker Bert V. het buitenechtelijke kind van Theo heeft aangegeven. Toeval? Dief en diefjesmaat waren mijn verwekker en adoptiefvader zeker, en tussen mij en Diana bestaat dus een dubbele band.

Geen kwaad woord
Carine en Tony willen geen kwaad woord over je horen en ook mijn vriend Erik koestert warme gevoelens voor je. Mijn vriend Tim met zijn gereserveerde en kakkineuze uitstraling, zegt jou twee keer ontmoet te hebben en noemt je een ‘knorrig mens’. Hoe kan dat? Mijn schoolvriendinnetje Ida mocht je graag, mijn latere latrelatie, Ida met Brabants accent, vond je een trut. Je zag niet dat zij ook uit een gezin met huiselijk geweld kwam, een laag zelfbeeld had en er zelfs een kind met handicap in het gezin was. Veel parallellen met onze eigen situatie. Misschien had Ida je gastvrijheid wel nodig gehad. Je sloot je af en had je oordeel klaar: boerentrien waarschijnlijk, zoals Charléne haar noemde. Mijn eerste lief met haar onberispelijke taalgebruik sloot je in je hart, waarschijnlijk omdat je mij haar zozeer gunde en omdat je haar onvoorwaardelijkheid herkende.

Uitsluiten
Je sloot mensen blijkbaar makkelijker buiten je intieme kring dan erin. Het voordeel van de twijfel kreeg niemand. Iedereen moest je genegenheid verdienen. Uitgezonderd je kinderen, broers en zussen. In ruil voor helemaal niets, liet je je maken, breken en manipuleren door je eigen dochters.

Reflectie
Och mama, waarom leer ik je nu pas kennen en begrijpen, nu ik voor het eerst diep over je nadenk en reflecteer op wie je werkelijk was en je niets meer kunt terugzeggen? Misschien had ik je op dit alles kunnen aanspreken toen je veel jonger was, maar de laatste jaren zou je het waarschijnlijk als verwijten hebben opgevat en die heb ik altijd aan Charléne overgelaten.

Dag mam, tot gauw,

Tuur

Toch nog een lange PS:
Ik heb tijdens het schrijven van deze brief een kopie gemaakt van je ouwe, trouwe laptop, zodat ik nog heel lang in je accounts kan, bijvoorbeeld bij een computercrash. Mijn gebabbel over dit soort veiligheidskopieën ging altijd aan je voorbij: je zei dat je het toch niet snapte, maar ik vertelde het waarschijnlijk, omdat ik de aandacht wilde die ik toch al kreeg, of om stiltes te voorkomen.
Doordat ik alleen woon, was jij in een week soms mijn enige vertrouwde aanspraak. Dat moet ik nu missen en nieuwe aanspraak zoeken. Vriendschap plus misschien, liefst met een vrouw, wat zou jij me dat gunnen, maar je zult het nooit meer zien gebeuren.

Het is inmiddels kwart over drie ’s nachts, zo lang heb ik zitten
schrijven, bijna 12 uur achter elkaar en het lucht me op. Op een dag ken ik je echt.