Complotdenken (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag bij Inge Broekman geweest. Ze werd 60. Best kans dat ik haar tien jaar geleden voor het laatst gezien heb, toen ze 50 werd, maar blijkbaar is dat genoeg voor vriendschap.

Ik ben er niet achter gekomen hoe jij op het spoor van kunstenaar Willem Broekman bent gekomen of omgekeerd. Inge meent dat jullie beiden lid waren van een Betuwse kunstkring. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat je ergens lid van was, maar ik zou Carine nog eens kunnen vragen: misschien weet zij meer. Het moet ergens begin jaren tachtig geweest zijn.

Je oudste kleindochter mailde nog om iets af te spreken. Ze weet waarschijnlijk van Carine dat het niet goed met me gaat. Vandaag ging het redelijk, trouwens. In de trein richting Deventer huilde ik nog en ik vroeg me af of ik met mijn tranenstroom een verjaardag zou gaan bederven, maar éénmaal bij Inge hoefde ik niet meer te huilen en kon ik zelfs min of meer normaal over je praten. Blijkbaar had ik voldoende afleiding onder vrienden en maakte ik me zorgen om niks.

Goede herinneringen
Inge zei nog dat ze goede herinneringen aan jou en ons huis had: dat het zoete inval was en dat ze zich op haar gemak voelde bij je. Vrienden als Tony en Erik laten zich op dezelfde manier over jou uit en dat pleit voor je. Niemand doorzag blijkbaar dat achter die façade van gastvrijheid huiselijk geweld schuilging.

Betweter
Wie er ook waren: Thaddeus de Heer en zijn jongere broer Johan. De naam Thaddeus herinner je je vast nog wel. Ook later hebben we het nog wel eens over hem gehad. Dat het een betweter was geworden die een ander zijn mening niet gunde en gelovig was als gemalen poppenstront. Johan en Inge hebben als jonkies nog wat met elkaar gehad, althans dat deed de ronde in ons vriendenclubje van toen. Johan liet doorschemeren dat hij Thaddeus in een eigen wereld leeft: hij gelooft in complotten en vindt Putin een goeie kerel. Tot die conclusie was ik al lang geleden gekomen. Hoe zulke lui een vrouw en kinderen kunnen krijgen, is mij een raadsel.

Hoogleraar filosofie
Wat ik bijzonder vond, was het verhaal dat Johan vertelde in de trein terug naar huis. Zijn vader kwam uit een arbeidersgezin en werkte zich op tot hoogleraar filosofie. Hij zag het liefst dat ook zijn zoons hoogleraar werden en stelde daarom extreme eisen aan hen, waardoor Johan zich impliciet door zijn vader gekleineerd voelde.  Hun moeder gaf geen weerwerk, want kwam uit een traditioneel Arabisch vluchtelingengezin, waar de man de baas is. Johans en Thaddeus’ moeder werd dus volkomen overvleugeld door hun hoogleraar-vader. Hij sloeg haar niet, zoals Theo jou wel deed, maar een volwaardige inbreng in het gezin had ze niet, laat staan een eigen leven. En dat is de parallel met jouw situatie: jij werd ook klein gehouden door een overheersende echtgenoot, maar dan onder bedreiging.

omgekeerde parallel
Met Johan zag ik een omgekeerde parallel: van hem werd verwacht dat hij de maatschappelijke ladder even hoog zou beklimmen als zijn vader; van ons werd helemaal niets verwacht, maar we werden evenmin gedwarsboomd. Misschien chargeer ik een beetje en doe ik jou daarmee tekort, maar het enige beetje culturele besef is me op school bijgebracht. Mijn slotconclusie voor vandaag is dat Johans lot met een vader die torenhoge eisen aan zijn zoons stelde, niet uniek is en het mijne ook niet. Als je Johan en mij ziet als twee spelende kinderen, dan heeft Johan in zijn jeugd bovenaan op de wip gezeten en ik beneden. Hij is nu docent en werkt met hoogbegaafden en ik heb de conclusie maar weer eens getrokken dat ik daarvan aardig wat verschijnselen heb. Een voorbeeld: Arjan vroeg mij vlak nadat je was overleden: ‘Hoe gaat het?’ en ik legde aan een psycholoog uit dat hij had moeten vragen: ‘Hoe gaat het, vandaag?’ of ‘Hoe voel je je vandaag?’ Dat is ook de frase die in het Engels gebezigd wordt: ‘How are you today?’ Dat is voor mij een wereld van verschil. Op ‘Hoe gaat het’, kon ik alleen maar antwoorden: ‘Slecht, want mijn moeder is net overleden’. Op ‘Hoe gaat het vandaag’, zou ik bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘Beter dan gisteren, want vandaag heb ik niet niet gehuild’. Johan legde uit dat de behoefte aan adequate vragen en antwoorden typisch is voor hoogbegaafden. Ik begrijp nu ook beter waar de behoefte vandaan komt om zo precies mogelijk te formuleren wat ik opschrijf: hoogbegaafden worden kriegel van multi- interpretabele teksten. En inderdaad: ik ben iemand die behoefte heeft aan duidelijkheid, heldere communicatie en niet aan halve afspraken. Ik zeg daarmee niet dat ik hoogbegaafd ben, maar het gedrag heb ik wel, inclusief het ongeduld van: ‘Begrijp je het nou nog niet?’ Vandaar dat ik je geen computerprogramma’s wilde uitleggen en Robert dat moest doen. Ik onderhield je laptop: hij legde uit hoe hij werkte.

Einstein
Je jongste zoon noemt me niet voor niets ‘Einstein’ als hij zich argumentatief in het nauw gedreven voelt, zoals rond de erfenis. Een revalidatie-arts en een arbeidsdeskundige hebben beiden hoogbegaafdheid gesuggereerd. Het is nooit vastgesteld.

Is het toch nog weer een lange brief geworden, mam en heb ik een paar nieuwe inzichten opgedaan, bijvoorbeeld dat ik niet huil als ik in een veilige omgeving ben met mensen die ik vertrouw. Dat is goed om te weten, want dan hoef ik geen verjaardagen over te slaan. Want ik zag er serieus tegenop om naar Inge te gaan.

Veel liefs,

Tuur

PS: Voorlopig moet ik geen filmpjes meer kijken waarop je staat, want ze trekken onmiddellijk weer tranen los, inclusief het gevoel van machteloosheid in de hospice. Foto’s kan ik iets makkelijker zien. Afstand van je nemen, hoewel ik dat niet wil. Uit zelfbehoud. Gisteravond eindigde in tranen, hoewel het de rest van de dag best goed was gegaan. De filmpjes blijven op mijn smartphone staan, zodat ik altijd even je stem kan horen als ik hem dreig te vergeten. Ik besef nu dat, op het moment dat ik jouw filmpjes kan zien zonder te gaan huilen, jij een rustig plekje hebt gevonden in mijn hart.