Doodsangst (korte brief)

Lieve mam,

Hoe eenzaam moet je geweest zijn, overgeleverd aan je manipulantendochter en de doodsangst, huilend op de bank. Een zoon met jong gezin in Amsterdam, een dochter die je alleen verwijten maakte en ik die steeds meer wegbleef. Je poepte jezelf onder, rook het niet meer en als je het merkte, ging je in je badje zitten, omdat je jezelf niet goed meer kon verschonen.

Je wilde het voor je zoons niet weten, dus je belde ons af, of we mochten niet komen. Verder belde je ons steeds minder en nam je de telefoon steeds minder op: waarschijnlijk wilde je ons niet tot last zijn met je verdriet. Waarover moest je praten: ‘Dat het slecht ging?’ ‘Dat je bang was om dood te gaan?’ Dat wilde je niet. Liever stak je je kop in het zand.  En thuiszorg kreeg je niet, want die had je op instigatie van je manipulantendochter geweigerd als ‘nutteloos’.

Vrijwilliger
Ik voelde wel dat je eenzaam was, maar onderschatte de urgentie. Ik zocht een vrijwilliger, een meisje, maar zette niet door. In je laatste maanden had ik iemand gevonden die vlak achter je woonde, maar ik durfde haar niet uit te leveren aan je dochter en jouw angsten.

Verdrietig
Waarom schrijf ik dit alles op? Omdat ik vanavond een enkele e-mail onder ogen kreeg van je zus Clara aan jou van vier maanden voor je dood, waaraan ik zag hoe verdrietig je moet zijn geweest. Clara kwam anders nooit bij je, in je piepkleine, propvolle uitdragerijtje. Nu wel, omdat je niet meer naar haar toe ging. Toch heb ik van Clara begrepen dat ook zij niet heeft gezien dat je de facto stervende was. En ondertussen had je jongste dochter je nog geen maand eerder de zoveelste verwijtmail gestuurd. Nu ik zoveel over je heb opgeschreven en nieuwe inzichten heb opgedaan begrijp steeds minder hoe ik welbewust bij je ben weggebleven, terwijl ik er als enig kind voor je had moeten zijn.

Veel liefs,

Tuur

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *