Lieve mam,
Ik zit nu op de groene tuinstoel die nog steeds voor je raam op de stoep staat. Niemand wil hem blijkbaar meenemen.
Als ik naar binnen kijk, zie ik dat het sanitair al gesloopt is: ik zie in elk geval een spoelbak en een toiletbril in de woonkamer liggen. Blijkbaar is de renovatie al begonnen.
Ik wilde weten hoe het voelt om van het Muzieklokaal naar jouw huisje te fietsen: de Oude Gracht en de Twijnstraat af van Noord naar Zuid, zoals ik zo vaak deed. Je maakte dan meestal een tosti met kaas en sambal voor me als bodempje voor het bier en de whiskey die eroverheen zouden komen. Na je kankerdiagnose werd het steeds kariger, omdat je zelf nauwelijks nog boodschappen deed. Ik vond het niet erg, maar het deed ook geen belletje rinkelen over een naderend einde. We knapten je keuken op met een nieuwe, schone vriezer, koelkast en een elektrische tweepitter, terwijl je in het ziekenhuis lag. Ik monteerde rode handgrepen aan de keukenkastjes, omdat jij dat graag wilde. Waarschijnlijk uit zelfbescherming liet ik niet tot me doordringen dat het maar voor even zou zijn. Je keuken knapte daadwerkelijk op en ik heb dat ook zo gezegd. Ik herinner me niet dat je erop reageerde. Jij besefte donders goed, veel beter dan wij, dat het opruimen was begonnen. Je hield je mond, zoals je altijd had gedaan: uit schuldgevoel, wanhoop of om ons te sparen.
Rieten tuinstoel
De rieten tuinstoel staat nog bij buurvrouw Joke voor de deur, dus blijkbaar leeft ze nog. De éne kankerdiagnose is de andere niet en ze heeft een veel betere behandeling gehad, denk ik. Of ze was er gewoon op tijd bij en jij niet.
Buurvrouw Joke doet niet open of is er niet. Jammer, anders had ik misschien even over je kunnen praten.
Pling-plongbel
Ik had verwacht dat ik zou moeten huilen, maar voorlopig niet. Je ontmantelde huisje is niet meer van jou. Je pling-plongbel doet het nog, maar galmt erg.
Pas in het binnentuintje aan je straat waar we vorig jaar nog op het bankje gezeten hebben en ik je hand vasthield, moest ik een beetje huilen. Carine en ik hebben er een paar weken terug wat van je as verstrooid. Dat was goed. Ga haar nu even bellen, misschien wil ze komen om je te gedenken, en anders ga ik naar huis. Langzaam overvalt me weer de onvoorstelbaarheid van je dood. Intussen is er al weer een brief af en geeft Carine niet thuis.
Pas op weg naar huis komen de echte tranen, omdat er niets meer is om naar terug te gaan. Omdat er niets meer is. En plotseling, als ik deze brief afgeschreven heb, word ik weer zo radeloos als in het begin, alsof deze woorden vertraagd tot me doordringen. Ik hoor mezelf piepen en snotteren, terwijl ik zou willen gillen en schreeuwen dat je terug moet komen, mam. Maar dat heeft nog nooit geholpen en wat zouden de buren er wel van denken? Al bij al weer veel en radeloos gehuild na vertrek van je hofje. Ik houd het niet lang vol zo. Het voelt uitzichtloos. Om je toch nog iets troostends te doen in jouw nagedachtenis heb ik twee mooie vlinderfoto’s op je creatieve blog gezet en weet ik nu hoe een Atalantavlinder en een gehakkelde Aurelia eruit ziet: beide oranje met vlekken, maar net een beetje anders. Maar wat raar dat ik je nooit gevraagd heb wat je op een mooie dag aan insecten ‘gejaagd’ had. Hier had je geen namen bijgezet, hoewel ik de foto’s opvallend mooi en scherp vond. En: je had er geen digi-lijstjes omheengeklooid. Waarschijnlijk weet ik nu ook hoe jij erachter kwam hoe een vlinder heette die je gespot had. Gewoon door te Googlen op: “Oranje vlinder met donkere vlekken”, zoals ik gedaan heb. Volkomen bizar dat we er nooit over gepraat hebben. Je stuurde de foto’s soms wel door. Het troost me om alsnog iets van je werkwijze te begrijpen. Ik ga zeker verder met het plaatsen van mooie insectenfoto’s op je blog. En ik ga een categorie landschappen toevoegen.
Tot later,
Tuur
PS: Hoewel ik alle brieven aan jou gecorrigeerd heb, moest ik voor het slapen gaan nog even met je bezig zijn. Ik heb twee getekende portretten toegevoegd aan je kunstzinnige weblog. Eén pasteltekening vond ik tussen je brieven bij een werkstuk over verslaving met twee sticky-rokende jongeren en op de andere sta jij zoenend met je tweede echtgenoot. Beide geen ‘hogere kunst’, maar gemaakt door jouw naïeve zelf. Had ik je maar eerder begrepen, wie weet had ik je dan kunnen beschermen.