Nieuw hoofdstuk (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag zowaar begonnen aan een nieuw boek, omdat ik niet kan blijven huilen. Ik raak de draad vooralsnog niet kwijt en het heeft een poëtische stijl. Het is van Joke van Leeuwen en begint gelukkig niet met moord en doodslag. Tegen dood en doodgaan kan ik momenteel niet goed.

Vandaar dat het boek waarmee ik bezig was toen jij en het hospice lag en waarin ik las op het moment dat jij stierf, sindsdien stilligt. Het gaat over Anna die van hekserij beschuldigd wordt en de facto wordt doodgemarteld om een bekentenis af te dwingen. Daar kan ik nu niet tegen. Ik heb jou zien lijden en dat is blijkbaar genoeg voorlopig. Ik hoop dat Van Leeuwen nog even poëtisch blijft en niet al te gewelddadig wordt. Ben wel blij dat ik weer een beetje kan lezen.

Naar de kapper
Morgen maar weer eens een afspraak maken met de kapper. Jij bent er niet meer om te zeggen dat dat nodig is, maar ik krijg er geen model meer in. Soms vond je halflang beter staan met warrige krullen erin, maar als ik dan langskwam en het was geknipt en gekleurd, dan vond je dat toch weer mooier. Nu moet ik dat allemaal zelf bepalen. Lia heeft zowaar de tondeuse op mijn nekharen en wenkbrauwen gezet; iets wat jij ook wel eens deed en met Tony heb ik tot nu toe twee keer gefietst als vervanger van Theo, jouw brute ex, die tot vorig jaar mijn fietsmaatje was. Net iets meer dan een jaar geleden en nu zijn jullie er beiden niet meer.

Corry op de Linge in de Betuwe, een plek waar ze graag kwam.
Corry op de Linge in de Betuwe, een plek waar ze graag kwam.

Wat had ik nog graag met Theo over jou gepraat. Hij zou waarschijnlijk de enige geweest zijn die me had kunnen troosten. Maar wie weet, je zus Clara ook wel. Zij mist je ook heel erg. Ik zal het dinsdag weten.

Tot later mam.

Tuur

PS: Sinds jij er niet meer bent als vanzelf gestopt met drinken. Op de zondagavondborrel bij jou, kon ik me verheugen, nu hoeft ook dat niet meer. Heel gezond. Leverde wat brieven af bij je oudste dochter uit je ‘Marokkaanse periode’ en reed langs je huisje. Ik stopte voor de deur van de buurvrouw en dacht: ‘Verrek, zit er tijdelijk alweer iemand in?’ Er hing witte luxaflex voor het raam, maar jij woonde één deur verderop. Ik herkende het al niet meer, zo zonder je bruine ‘vitrage’, rode gordijnen, bankje en witte fietsje voor de deur. Ik hoop dat dat een goed teken is, maar ik voel nog steeds niks, hoewel ik weer begonnen ben met lezen. Ik huil sinds gisteren weer veel. Ik mis je zo man, en kan nauwelijks verdragen dat het voor altijd zal zijn. Ik kan vast nooit meer lachen. Ik vond ook je echtscheidingspapieren uit 1984 en 1989 van Theo en je tien jaar jongere Marokkaan. Beide jaloerse types, maar Rachid nog wel een graadje erger. Hij werd zelfs boos als het over mijn verwekker ging.
Na je scheidingen brak je losbandige periode aan, waarbij we samen bluesfestivals afliepen en jij backstage ging om je zoon te introduceren bij ‘Bluesmen’. Zo heb ik nog gepraat met Katie Webster en een gitarist van Muddy Waters van wie ik fan was. Het waren ook vijf jaar van toenemende eenzaamheid, geïsoleerd in Geldermalsen, hoewel je toen nog auto reed. Je deed er zelf niets tegen, had nauwelijks vriendinnen, alleen de namen ‘Sonja’ en ‘José’ staan me bij. Uiteindelijk haalde Carine je terug naar je geboortestad, kwamen er kleinkinderen en leefde je op. En weer had iemand anders de loop van je verdere leven bepaald.