Nooit meer (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Woensdag naar het strand met Lia, zoals we elke zomer wel een keertje doen. Ik belde haar om af te spreken en zij belde terug om te melden dat ze kon. Geen woord over jou, geen vraag over ‘hoe het gaat’. Alleen: ‘Leuk Tuur’. Business as usual. En dat, terwijl haar vader vlak voor jou overleden is. Maar ja, Lia is nogal spiritueel in beslag genomen: op zoek naar zichzelf. Ik zal moeten proberen het droog te houden en me daarom beperken tot algemeenheden over haar katten. Ik neem aan dat ze wel gaat merken dat ik stiller ben dan anders.

En ik kan je niet meer bellen als ik straks in de trein zit op weg naar huis, zoals ik bijna altijd deed, om te vertellen hoe het was. Nooit meer.

Je huisje is ontruimd. Zelfs je keukendeur hangt weer in de deurpost waar ooit een kinderschommel hing. Het allerlaatste bij het grofvuil gezet: je plastic badje uit de douche, rollen vinyl er rechtop ingezet, lege schilderijlijsten, een kastje, elektronica en je nog werkende koffiezetter die je alleen gebruikte om mij te plezieren, omdat je zelf oploskoffie dronk. Je moest hem dan zelfs van de vliering halen, omdat je blijkbaar vond dat hij in je keukentje in de weg stond. Met je wrakke lijf de trap op en af. Ik vroeg me liever niet af wat je deed als ik er niet was. Het is bijna altijd goed gegaan, ondanks artrose. Je hebt nooit een heup gebroken en een traplift wees je vorig jaar nog af.

Tot later mam, maar eigenlijk: ‘Tot nooit meer’.

Tuur