Station Hannover (brief aan mijn moeder)

Dag mam,

Wacht nu op de trein richting Amsterdam. Heb nog ruim twee uur te gaan. Kan ik nu wat schrijven en straks mijn e-book uitlezen. Blij dat ik de mobiele oplader bij me had, anders was de telefoon gisteren al leeg geweest. De oplader is nu ook leeg, zodat ik de telefoon tussendoor moet uitzetten om hem nog te kunnen gebruiken tot thuis.

Voortaan twee opladers meenemen of een betere kopen. Het internet is hier vaak slecht, dus schrijven op mijn weblog, waarvoor internet nodig is, is een risico. Als ik straks probeer op te slaan en internet werkt niet, ben ik alles kwijt wat ik tot nu toe geschreven heb. Je zei altijd dat je dit soort technische dingen niet begreep, maar ik vertelde ze toch.

Wietgeur
Zit nu op een trap achter Hannover Centraal. Bankjes zie ik nergens. Wiet ruik ik wel. De geur van de Voorstraat is overal, ook in Hannover. Stadsduiven zie je wel, maar veel minder dan op Utrecht CS. Blijkbaar is het hier schoner, of ligt er tenminste minder te eten op straat. Of ze worden hier gevangen en netjes vergast. Zijn Duitsers goed in. Het stationsgebied van Hannover doet me een beetje aan Rotterdam denken: heel ruim opgezet. Het mist de monumentale kneuterigheid van Amsterdam CS.

Veel gehuild
Toch weer veel huilbuien gehad vandaag. Als jij er nog geweest was, zou ik best trots zijn op mijn ééndaagse concerttrip naar Duitsland. Nu jij er niet meer bent, voel ik me nergens meer thuis. Ik verlang naar mijn eigen bed, maar verder is daar ook niks meer: jij wacht niet meer op mij en mijn verhalen.

Op je uitvaart sprak ik over ‘het ankerpunt’ dat je in mijn leven was geweest en dat dat nu weg is, maar het gaat veel verder: zonder jou ben ik nergens meer thuis, omdat jij als moeder een groot deel van mijn identiteit hebt gevormd. Bij jou kwam ik vandaan; uit jou ben ik gekomen. Dat is nu weg; een groot deel van wie ik was, is nu weg. Ik kan je nooit meer aan iemand voorstellen met: ‘Dit is mijn moeder.’ Ik heb geen idee of ik zonder dat alles een nieuw evenwicht kan vinden. Want daarom gaat het volgens mij: een nieuw evenwicht vinden zonder jou en wat je me gaf, zonder anker, zonder thuis. Dit is me duidelijk geworden nu ik uit Hannover kom: een stad waar voor mij niets is, naar mijn eigen stad waar voor mij niets meer is. Ik fietste over het Stationsplein en zag op Hoog Catharijne voor het eerst ‘The Mall’ staan. Het zei me niets. Ik gaf een vrouw die bij AH stond te bedelen ongezien een handvol losgeld. Ze oogde er blij mee en ik zei: ‘Het betekent niets’. Zonder jou is er niets, mam.

Heb een grote bak rijst met falafel naar binnen gewerkt. Anders eet ik te weinig en appels zijn niet genoeg. Mijn broek zakt al af op het allerlaatste gaatje en dat is nog nooit gebeurd. Het komt deels doordat ik niet meer drink. Daar sus ik mezelf maar mee. Om het cru te zeggen: ik hoef alleen nog maar helemaal te stoppen met eten en dan ben ik over drie maanden bij je. Ik weet nog niet of ik dat wil, maar zie het momenteel als het lot een handje helpen. Ik heb nu een paar kilo perziken gekocht. Ik heb geen trek, maar fruit lust ik nog wel en er zit veel suiker in, dus ik doe mijn best. Morgen ga ik sowieso koken, om maar eens een germanisme te gebruiken

Tot later mam,

Tuur

PS: In de internationale trein veel gemak gehad van mijn vouwfietsje en ook dat het heel klein opvouwbaar is: de deuren zijn smal en de ruimte op de balkons gering. Er is dan weer veel ruimte voor bagage en mijn Brompton past algauw ergens tussen of onder. Zonder mijn fietsje zou ik dit reizen allang niet meer kunnen. Tussen station en pension, en tussen pension en schooltheater heen en terug lagen al gauw zeven kilometer. Voor mij nauwelijks meer te belopen. Op de fiets een keer verkeerd afslaan, is geen probleem, lopend wel. Het vouwfietsje en Google Maps zijn een ideale combi. Twee dagen geen zon gezien en aan de Duits-Nederlandse grens scheen de zon weer. Het is nu bijna acht uur en al bijna donker. Toen je stierf, was het hoogzomer en nog licht. Rond deze tijd zou ik vanaf het station nog even naar je toe gefietst zijn via de Mariaplaats en de Springweg, een borreltje bij je drinken en mijn verhaal doen. Dat kan nu niet meer mam, nooit meer. Daarom huil ik zoveel, maar met steeds een ander beeld op mijn netvlies. Vandaag vooral hoe je routineus je lippen stiftte een paar dagen voor je stierf. Je vond het belangrijk, ondanks alles, alsof je ermee wilde ontkennen dat je stervende was. Huilen, steeds maar huilen en ik word getroost door wildvreemde mensen.