Herinneringen (korte brief)

Lieve mam, 

Je bent er al drie maanden niet meer en nog steeds is mijn levensdrift helemaal weg. Alles wat ik doe, is zinloos, behalve aan je schrijven. Ik huil de laatste dagen iets minder, lijkt het, gewoon omdat er iets meer afstand ontstaat tot de laatste herinneringen aan jou.

Soms zet ik even de foto op mijn scherm waar jij op de pont vanuit Culemborg staat of denk aan het filmpje waarin jij praat over je jeugdvriendje Henry Netto. Het filmpje staat op mijn telefoon, maar als ik het nu bekijk, moet ik weer huilen. Je lijkt zo dichtbij, zo kinderlijk kwetsbaar jezelf, zoals je me de foto van hem wilde laten zien, maar je bent al zover weg.

Ik kan nauwelijks verdragen dat ik je nooit meer iets kan vertellen, dat we nooit meer samen blij zullen zijn. Dan denk ik dat de enige weg is, er zelf ook niet meer te zijn, zonder dat ik behoefte voel me aan mezelf te vergrijpen. Dat niet, mam. Maar, terwijl ik dit opschrijf, voel ik me weer radeloos worden. Ik weet nog steeds niet hoe het verder moet, zonder jou. Dat is in drie maanden niet veranderd. En de mensen bij wie ik terecht kan, zijn op minder dan twee vingers te tellen.

Lezen
Het gekke is dat lezen wel lukt, maar muziek luisteren nog steeds niet. Muziek lijkt verbonden met een andere tijd: een tijd waarin ik me veilig voelde en jij er nog was. Als ik iets opzet, hoor ik niet meer dan geluid dat de stilte verdrijft en me stoort bij het lezen. Niets komt nog aan. Ik doe het enige dat nog zin heeft: jou deze brief schrijven.

Rouwverwerking
Ik heb inmiddels een gesprek gehad met de praktijkondersteuner van de huisarts en contact met Humanitas die vrijwilligers inzet bij rouwverwerking. Misschien gaat het iets helpen. Ik kan me er niets bij voorstellen.

Optreden
Morgen naar Uta die in de buurt van Hannover optreedt. Ik zie te veel op tegen de reis om me erop te kunnen verheugen. Misschien komt dat nog. Volgend jaar, kort na je zevenentachtigste verjaardag, is ze weer in de buurt. Dan treedt ze op in Dũren, net over de grens bij Kerkrade. Misschien vraag ik dan wel weer een paar vrienden mee.

Dag lieve mam, je hoort er nog van.

Tuur

PS: Misschien heb ik dit al eerder in een PS gezet, maar altijd voordat ik ga slapen, corrigeer ik nog één van de inmiddels honderdtien brieven aan jou. Als een soort nachtzoen, een afscheid tot morgen. Daarstraks keek ik nog vertwijfeld naar mijn telefoon en realiseerde me dat ik nooit meer 258 10 31 hoef te bellen, het enige nummer dat ik nooit meer zal vergeten. Het is dertig jaar jouw nummer geweest en ik heb het wel 10.000 keer gebeld.