Optreden Uta Köbernick (korte brief)

Lieve mam, 

Vandaag een entreekaartje, overnachting en treinticket geboekt om mijn grote cabaretliefde te zien in de buurt van Hannover. Dichter bij de grens treedt ze niet op. Ik verheugde me hier al lang op, maar ondertussen ben jij doodgegaan en heeft niets meer betekenis.

Toch moet ik in beweging komen, om te overleven, dus ga ik vanavond naar iets met poëzie in het Muzieklokaal. Ik zal je ook wel wat schrijven als ik onderweg ben naar Hannover. Je gunde het me zo en ik vertelde je altijd wat ik meemaakte, als ik haar had zien optreden en ontmoet, hoe onbenullig ook. Nu kan ik het alleen nog maar opschrijven en net doen of jij het leest. Jou schrijven is het enige wat me op de been houdt.

Tussendoor moest ik weer zo huilen, omdat ik me realiseerde dat de mensen die het meest van me hielden: jij, Theo en Bert er niet meer zijn.

Geen trek meer
Tony nog gesproken en verteld dat ik nog maar één keer per dag eet, geen trek meer heb en langzaam afval. Misschien komt het alleen maar doordat ik niet meer drink, of is er toch meer aan de hand? Heb hem maar gevraagd om me een beetje in de gaten te houden. Ook Carine gebeld en voorgesteld een beetje contact te houden, ondanks alles. Dat zou wel naar jouw zin zijn. In je twee autistenkinderen hebben we beiden geen zin meer. Carine heeft volgens mij, net als jij, veel te weinig te doen. Ze heeft geen hobby’s, waar jij tenminste nog je fotografie had. Carine heeft alleen maar de hond.

Tot later mam

Tuur

PS: Zit nu in het Muzieklokaal bij een poëziemanifestatie van de Utrechtse Rederijkerskamer. Als onderwijzeres weet je waarschijnlijk wel wat dat is en anders zou je het wel Googlen. Het begon met een heel stoffig liefdesgedicht uit 1880 van een zekere Van Beers. Ik ben geen gedichtenlezer, laat staan een poëzieluisteraar. Toch ben ik er even uit.