Troost (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag een paar vuilniszakken weggebracht die Carine gevuld had. Van medicijnen tot keukengerei en gestampte muisjes: de hele inhoud van je keukenkastjes en badkamer in vuilniszakken gepropt. Er liep een heel spoor aan muisjes door je woonkamer, en deze keer geen echte. Het grootste deel hoort bij de milieustraat of bij de tweede-hands.

Maar ik heb geen zin om het uit te gaan zoeken. Heb er alleen een paar borden en een hardplastic spatel tussenuit gehaald. Drie zakken textiel neem ik nog mee terug naar de textielbak aan de Reigerstraat.

Muizen
Over muisjes gesproken: je kat, Poemi liet je zonder pardon inslapen, omdat ze op de deurmat plaste en je muienoverlast bestreed je met een valkooi. Beetje sentimenteel. Het werkte ook nog. De eerste muis heb je weggebracht naar het Beatrixpark, kilometers bij jou vandaan. De tweede vangst vergat je, zodat hij dood in de kooi lag en de derde bracht je weer weg. De vierde rende over het aanrecht en je zette er een beker overheen die je net zolang liet staan totdat het stil werd. En verdomd, daarna bleef het muisstil, waarschijnlijk heeft de hele muizenpopulatie in de straat elkaar gewaarschuwd voor jou.

Tweeslachtigheid
Die tweeslachtigheid van harde onverschilligheid versus onnavolgbare sentimentaliteit, zat misschien wel in je karakter. Na de dood van Bert ging je zo de laatste jaren ook om met je ex-man Theo. Je was blij met de aandacht en zijn schrijfsels die jij voor gedichten versleet, dan weer liet je je er door je oudste dochter aan herinneren dat hij een krentenweger was geweest die je je alimentatie had onthouden, een verkrachter en autistische psychopaat. Ze wakkerde jouw schuldgevoel aan, en jij verbrak het contact weer een poosje. Of niet en e-mailde rustig verder. Maar iets voor jezelf had je niet en je nam het uiteindelijk altijd voor je dochter op.

Pastelkleuren
Bij het opschonen van je computer een prachtige foto gevonden van de Oude Gracht in november, gemaakt in 2012. Het licht en de kleuren zijn bijna pastel, typisch voor de late herfst. Er staan ook menselijke figuurtjes op, zodat het beeld plaatsbaar wordt in tijd. Precies wat ik belangrijk vind in een foto. Meestal vind ik je portretten en landschappen niet bijzonder. Deze wel. In dit geval staat je naam er niet op. Kijken of mij dat lukt, zoals jij dat deed. Maar dan zonder kwaliteitsverlies. Ik laat hem afdrukken en inlijsten. Hopelijk is hij scherp genoeg.

Dochter verloren
Ik mis je zo ontzettend mam en moet vaak huilen, maar weet dat het niet helpt. Zelfs mijn Antilliaanse buurman troostte me gisteren. Zijn ex-vrouw is kort geleden overleden en hij heeft zijn dochter verloren. Een aardige kerel die weet wat verdriet is. Maar hij leeft nog en heeft blijkbaar weer zin in het leven gevonden.

Heksenproces
Sinds je dood, drie weken geleden, heb ik  geen muziek meer geluisterd. Boeit niet: mijn gedachten zijn bij jou en dan moet ik meestal huilen. En ik was met een boek bezig waarin een heksenproces zit. Anna, een gewone hardwerkende boerin, wordt uiteindelijk gemarteld om een bekentenis af te dwingen. Het kostte even moeite om me met haar te identificeren, maar bij de passage waar ze een soort hondenriem met pinnen omkreeg, ben ik blijven steken. Te lezen wat mensen elkaar aandoen om, wat we nu weten, een dwaling, is me nu te veel. Het is in de kern een waargebeurd verhaal uit het begin van de zeventiende eeuw, waarbij de auteur een verre afstammeling van de vermeende heks is.

Ik schrijf maar door mam, omdat het voelt alsof ik je nog een beetje kan vasthouden, zolang ik aan en over je schrijf.

Waar ik in de eerste weken na je dood niet meer dronk, heb ik deze week maar weer een Affligem-aanbieding gekocht. Vooral de eerste smaakte fantastisch. Heb het vandaag bij eentje gehouden. Als ze op zijn volgen weer een paar ‘droge’ weken. Bij jou zal ik nooit meer een borrel en een biertje halen. Ben benieuwd wanneer ik dat echt ga missen. Morgen weer naar je huisje met fietskar om afval te gaan dumpen in de container in je straat.

Volgende week komt voor het eerst Grofvuil langs om een deel van je boeltje mee te nemen en de week erop weer. Bij elkaar drie kuub. Kijken hoever we dan zijn en hoeveel we dan nog zelf naar de milieustraat moeten brengen. Een busje huren, is het idee.

Nooit meer opstaan
Ik doe verder niet veel op een dag: probeer te slapen en zou het liefst nooit meer opstaan; doe wat opruimwerk in je huisje, schoon een paar uur per dag je computer op, schrijf je elke dag een brief, waarvan ik hoop dat hij aankomt in Heimweestad en kook een enkele keer. Dat laatste gaat met hangen en wurgen, want trek heb ik niet. En ik heb al een week herniapijn al gaat het wel steeds een beetje beter. Masseer mijn rug af en toe met een tennisbal en probeer te blijven wandelen. Lang achter elkaar zitten, lukt nog steeds niet.

Liefdesverdriet
Ik heb allemaal verschijnselen van liefdesverdriet om jou, maar dit keer zonder hoop dat het ooit wat wordt. Proberen nieuwe vriendschappen te sluiten of tenminste nieuwe mensen te leren kennen als afleiding, dat zou het beste zijn. Daar ga ik over nadenken als je huisje leeg is opgeleverd aan het Monumentenfonds. Kan me nu nog niet voorstellen hoe ik zonder jou ooit nog ergens van kan genieten.

Orde van de dag
Mijn vrienden, voor wat ze waard zijn, zijn al weer overgegaan tot de orde van de dag; de telefoon blijft even stil als anders en de buurman vroeg in het voorbijgaan: ‘Alles goed?’ Over orde van de dag gesproken. Eerder angst voor de waarheid van verdriet dan schaamteloze desinteresse, hoop ik. Hij is gewoon onnadenkend dom. Kan hij ook niks aan doen. Voor schaamteloze desinteresse moet je bij Arjan en Vincent zijn die ik al bijna 50 jaar ken. Arjan belde kort na je overlijden op met de vraag: ‘Hoe gaat het?’, terwijl hij net op Facebook had gelezen dat je dood bent. Hij gast er blijkbaar vanuit dat ik jou net zover achter me heb gelaten als hij zijn ouders. Van zichzelf uitgaan, dat kunnen mensen goed. Mocht hij langskomen, ga ik net doen alsof er niets gebeurd is, tenzij hijzelf over jou begint. Vincent, met wie ik nog heb zitten eten in het Wilhelminapark, toen jij in de hospice lag, heeft ook niets meer van zich laten weten, terwijl hij als arts toch als geen ander weet dat een hospice een sterfhuis is. Onbegrijpelijk, maar ik kijk bijna nergens neer van op. Alleen vandaag dan van een nieuwsbericht waarin en 114-jarige werd doodgereden bij het oversteken. Hij was op zijn negentigste marathons gaan lopen bij wijze van rouwverwerking. Hij had intussen zijn vrouw en kinderen allemaal moeten wegbrengen. Heb je alles meegemaakt en ben je in betrekkelijke gezondheid oeroud geworden, word je geveld in het verkeer. Prozaïscher kan haast niet.

Tot later mam,
ik ga met tegenzin een pizza maken.

Veel liefs,

Tuur

PS: Dankzij jou ook na 15 jaar weer in gesprek geraakt met bovenbuurvrouw Kara. Ze klaagde over een plant met giftige bessen bij het gemeenschappelijke hek die ik zou hebben geknakt met de ligfiets.
Dat klopte ook, maar ik verdedigde me door te zeggen dat ik er anders niet langs kon en barstte in huilen uit. De plant heeft ze weggehaald en we hebben wat gedronken. Of het stand houdt weet ik niet, maar jouw dood heeft me dichter bij Tony en de buurvrouw gebracht. Misschien het begin van een nieuw begin?
Dat de wereld al weer is overgegaan tot de orde van de dag, terwijl jij nog steeds dood bent, vind ik bijna onverdraaglijk.