Lieve mam,
Tot nu toe niet gehuild sinds gisterenmiddag, toen ik bovenbuurvrouw Kara ontmoette. Zelfs niet toen ik voor je deur stond en in je huisje was. Alleen een paar keer hartgrondig: ‘Godverdomme’ geroepen. Voel vandaag weinig, ook niet dat je weg bent. Misschien ben ik moe van de afgelopen drie weken of van het huilen.
Vandaag weer lukraak door Carine gevulde vuilniszakken in de container gegooid, waarvan een flink deel bij de milieustraat thuishoort. Van een grote aarden pot tot een elektrische fruitpers. Voor deze éne keer dan. Was wel bang dat het persmechaniek in de container stuk zou gaan, maar hij vermaalt zowat alles, blijkbaar. De container bleef opengaan op commando van mijn bankpasje. Het textiel heb ik weer bij ‘mijn’ AH in de textielbak gedaan. Heb er een rode kussensloop met de zwarte kop van Ché tussenuit gehaald. Misschien heb je die zelfs nog wel in de hospice gebruikt, waar je twee van dezelfde kussens had. Als dat zo is, dan is je geur er al uit. Ik rook alleen nog maar muffigheid. Toch ben ik blij dat ik het textiel heb gescheiden van de andere troep die in de zakken zat, want anders had ik de sloop nooit gevonden. Hij ligt nu in de wasmand en zal me altijd aan je herinneren, zolang ik mijn hoofd erop leg.

Volgende keer neem ik je zadeldekje nog even mee terug om een foto te kunnen maken van je voorraam, je witte Pelikaan-fiets, zonder bagagedrager die aan je versleten tuinbankje aan een kettingslot staat. Alleen jij zult er niet meer zijn om afscheid van me te nemen. Een vreemd aandenken dat niet ‘echt’ is zonder je rode zadeldekje in beeld. Heb laatst je karakteristieke pling-plongbel opgenomen met de telefoon, maar het geluidsbestandje per ongeluk weggegooid.
Gereedschap
Heb ook een aantal van de talloze spijkers uit de muur getrokken waaraan je schilderingen en ingelijste foto’s hingen. Mits recht uit de muur getrokken, blijven het kleine gaatjes, maar soms komen er kleine stukjes stucwerk mee. Dat zal moeten worden opgevuld en bijgewerkt, vrees ik, alvorens je uitgewoonde boeltje aan het Monumentenfonds kan worden opgeleverd. Heb er een kleine waterpomptang voor gebruikt, omdat de rest van je schamele gereedschap, waaronder vermoedelijk een nijptang al weg was. Ik heb zelf alleen een waterpas meegenomen die nog van opa is geweest.
Zoiets had ik nog niet, maar zit er wel eens om verlegen. Het uittrekken ging behoorlijk zwaar, dus ik denk dat Robert en ik dat verder moeten doen. Ik ga alleen niet op een ladder of trapje staan. De hoge mag Robert uittrekken.
Hand vastgehouden
Vorig jaar zomer, ik denk na je operatie, zaten we nog in het binnentuintje in je straat dat van de weg is afgescheiden met een schapenrooster tegen honden. Er grenzen mooie appartementen aan met grote balkons en ik zei nog dat ik daar wel zou kunnen wonen, hoewel het niet op de begane grond is. Ik zou stoelen in de binnentuin zetten en er veel gaan zitten. Volgens mij heb ik dat ook verteld. Je had mijn hand nodig om nog een beetje te kunnen lopen. Je liep langzaam en het is één van de laatste keren geweest dat ik je hand heb vastgehouden, voordat je de hospice inging. Je wilde weer snel naar huis: de zon was je al snel te warm of je voelde je gewoon ziek, moe en bang. Ik heb me dat allemaal niet gerealiseerd en weet niet of dat erg is. En bij deze herinnering moet ik toch weer bijna huilen. Bijna. Toen ik kort na je dood op hetzelfde bankje zat, voelde ik er niks meer bij.
Tot later mam,
Tuur