Afscheid van mijn moeder

Nooit meer

Lieve mam, Corry, de naam waaraan je een hekel had (je had liever Cornelia geheten, naar je grootmoeder).

Vanaf het eerste moment dat ik me ergens van bewust was, was je bij me en nog eerder. En nu moet ik zomaar zonder jou verder.

Hoef ik nooit meer naar je malle-Pietjeswinkel aan de Wulpstraat, je overvolle stulpje met zijn schilderijen aan de muur, stapels boeken, speelgoed, kinderfoto’s en dvd’s.

Zie ik nooit meer het in olieverf geschilderde gezicht van opa, die en profiel naar zijn moeder kijkt die een meter verderop aan dezelfde muur hangt.

Nooit meer het zelfportret van je broer Robert die wegkijkt, met wie je als peuter het deeg uit een brood opat en alleen de korst overliet, terwijl jullie onder de tafel zaten. Je had honger en het was oorlog. Jouw oorlog. Met de korst nog intact, zouden je ouders minder snel zien dat het brood was leeggegeten. Kinderlogica.

Nooit meer: je-weet-niet-waar-het-nog-eens-goed-voor-is. En voor ik naar de Action of de tweede-hands ging vroeg ik je, of je ‘iets’ had liggen. En vaak lag het in de kast of op de vliering: een das, een muts, handschoenen. Je bewaarde alles. Aandoenlijk, maar wat moet ik er mee? Een door oma gebreid truitje, een jasje van toen ik vier was, steunzooltjes. Een uitslag van de schaakclub in de krant, ergens uit de jaren zeventig, waar mijn naam tussen staat. Je wilde het me op de valreep allemaal geven. Zo goed bedoeld, maar je hield het toch maar weer zelf. Omdat het vanuit mijn handen linea recta de textielbak in zou gaan.

Nooit meer een borrel bij je drinken en praten over vroeger, over je ouders of over Bert, die waarschijnlijk je enige kortstondige liefde was en van wie ik kind ben. Dat enig kind van jullie samen.

Nooit meer het geluid van de computer herstellen, je modem resetten of een band plakken. Typische mannendingen voor je doen, omdat je al 40 jaar gescheiden bent.

Nooit meer stuur je me een foto, van een insect of een lelijk Nijlganzenjong; je prachtige foto’s, gewoon gemaakt met een compactcamera, waaraan ik kon zien dat je een schildersoog, een kunstenaarsblik had. Google en Facebook vinden ze nog terug: je erfenis leeft nog even voort op internet.

Nooit meer eigenwijze dingen doen, zonder vriendinnen, met alleen je kinderen en zussen in de buurt.

Nooit meer jouw eigenheid van schilderen en wandkleden maken, je eigen wereld, waarin je je terugtrok als bescherming tegen een mislukt huwelijk, een half leven geleden.

Nooit meer vastzitten aan zelfgevlochten touwtjes van schuldgevoel, waaraan een half leven lang getrokken werd, doordat je jezelf aanrekende dat ik met een handicap geboren ben, of omdat je geen aandachtige moeder zou zijn geweest.

Na je scheiding werd je slachtoffer van het Salomonsoordeel. In het Bijbelverhaal vechten twee moeders om dezelfde baby en zijn bereid het kind uit elkaar te trekken.
Jij werd verscheurd, met je aandacht en genegenheid als inzet. Het deed je veel verdriet, maar ik heb het niet aangedurfd het Salomonsoordeel over jou te vellen. Nu ben je eindelijk vrij. Te laat voor excuses. Te laat voor alles.

Wat ik had willen vertellen tijdens de uitvaart: Na je scheiding werd je willig slachtoffer van een variant op het Bijbelse Salomonsoordeel. In het Bijbelverhaal vechten twee moeders om dezelfde baby en zijn bereid het kind uit elkaar te trekken. De echte moeder geeft op, maar jij werd zonder scrupules verscheurd door manipulatie en verwijten met jouw aandacht en genegenheid als inzet.

Wat ik had moeten vertellen tijdens de uitvaart: Inzet waren jouw aandacht en genegenheid. Twee moeders namen de rol van je ex-echtgenoot naadloos over. Zonder klappen, zonder slaag dat wel. Ze wakkerden gewoon naar believen je schuldgevoel aan. Je moest een half leven lang boeten voor wat je allemaal fout en niet fout had gedaan.

Het ravijn van ‘Nooit meer’
Ik ben bang voor het ravijn van ‘Nooit meer’, waar geen ankerpunten meer zijn, geen ontmoetingen met jou, telefoontjes of e-mail, of jouw stem. Bang voor het ravijn van de absolute leegte dat steeds dieper wordt en breder en leger, waar de tijd veel sneller gaat dan in het echte leven. Omdat ik je nooit meer zal zien. Omdat er niets meer is. Bang voor het ravijn van het gemis waar de pijn niet slijt, maar went. De tijd die niet alle wonden heelt, maar steeds nieuwe wonden slaat. Mijn tijd zonder jou.

Dag mam, mijn liefste vriendin en trouwste fan. Voor altijd, nooit meer.

Kijk op mama’s weblog: corry-lengkeek.tekstuur.nl met al haar kunstwerken.

PS: Op de rouwkaart sta ik als ‘Tuur’, zoals jij mij een leven lang noemde, onderaan de andere drie en de kleinkinderen. De vier letters van mijn naam vallen in het niet bij de anderen en dat is precies de bedoeling. Zo heb ik Charléne, Carine, en Robert de voorrang gegeven die ze een levenlang hebben gezocht en heb ik me als eenling van hen afgescheiden. Precies wat ik wilde en het is hun niet eens opgevallen dat ik me op de kaart heb gepositioneerd als enig kind. Sinds je ons hebt losgelaten, ben je weer van mij alleen.

Tuur

(geen brief)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *