Lieve mam,
Ik vond een kort gescand briefje over hoe je Bert ontmoette tijdens zijn zweefvlieglessen in Hilversum in 1955, terwijl hij in opleiding zou zijn tot luchtmachtpiloot. Hoe je viel voor zijn zwarte krullen, stralende lach en uniform en hoe hij je verdere leven bepaalde.
Je schrijft niet hoe hij je zes jaar aan het lijntje hield en trouwde; bij deze degelijke katholiek opgevoede vrouw (althans dat is wat ik gehoord heb) drie kinderen verwekte en ten slotte één bij jou en je liet zitten met je zwangerschap. Kort voor je moest bevallen en je uit huis gezet was door je vader, bracht mijn verwekker je onder bij vriend Arthur, naar wie ik vernoemd ben. Driekwart jaar nadat ik geboren werd, trouwde je alweer, bij wijze van noodsprong met een weduwnaar die al twee jonge kinderen had. Voor het huwelijk was je al weer zwanger: zo had deze vader van je drie jongere kinderen, je in de tang, zoals later je dochters. Altijd klem, een levenlang gemanipuleerd, ook door je grote liefde Bert.

Blijkbaar schreef je dit, nadat Bert een tia had gehad en op zijn verjaardag.
Slachtoffer
Een leven lang voelde je je slachtoffer van anderen: van een echtgenoot en je vader die jij na zijn dood op handen ging dragen, terwijl je als puber niet eens met hem op wilde fietsen richting school. De man die als zuinigheidsmaatregel een gebruikte lucifer opnieuw aanstak aan de waakvlam van de geiser om het gas aan te steken en jullie daartoe ook verplichtte. Zo absurd en zinloos dat de anekdote altijd de ronde is blijven doen binnen de familie.
Bert werd bij jou thuis ‘meneer Koekoek’ genoemd, omdat hij een ei in een vreemd nest had laten leggen. Over je ontmoeting met deze meneer Koekoek schreef je in 2007 het sentimentele briefje, vermoedelijk kort nadat hij een tia had gekregen als gevolg van een hartkatheterisatie. Ik moest huilen, omdat jullie er beiden niet meer zijn.
Liefs,
Tuur
PS: zo huil ik wat af door de dag heen.