Lieve mam,
Ik kijk geen tv meer, luister geen muziesk, heb vandaag met de grootste tegenzin boodschappen gedaan en heb geen eetlust. Slapen lukt al helemaal niet, terwijl ik al slecht sliep. Alleen een klein beetje lezen, gaat soms nog. Ik voel me ziek van verdriet en radeloos. Iets wat ik zelfs niet had bij de dood van mijn beste vriend.
Overal waar ik kom, ben jij en toch ook weer niet. Ik was bij de Jumbo en wist dat als ik de Notenbomenlaan zou affietsen en een stukje Abstederdijk, ik dan bij jou zou kunnen aanbellen en je koffie voor me zou maken, al kostte je dat de laatste jaren moeite. Je wist de filters niet meer te vinden, of was vergeten dat je ze nodig had. Soms dacht ik dat je aan het begin stond van dementie. De diagnose is er nooit gekomen, omdat je dochters je vorig jaar na je operatie te vroeg uit het ziekenhuis hebben gehaald. De artsen hadden je nog twee dagen willen houden ter observatie door de geriater. Je was alleen maar een beetje verward van de ruggenprik die je had ondergaan, zeiden Carine en Charléne.
Delier
In werkelijkheid bleef je de elf maanden die je nog geleefd hebt, steken in een delier, en anti-depressiva weigerde je te slikken. Je kwam steeds minder buiten, alleen vorig jaar zomer nog met je kleinkind, gezeten in de duwrollator, zoals jij de rolstoel noemde.

Lennaert Nijgh
Nu begrijp ik waarom Lennaert Nijgh gestorven is, kort nadat zijn ouders overleden: het leven had voor hem geen zin meer. Nu heb ik hetzelfde, en zou ik je achterna willen. Toen Benno stierf, huilde ik weliswaar veel en hartstochtelijk, en huilde ik mezelf soms wakker. De depressie kwam een half jaar later, toen het uit was met mijn eerste liefde. Ik meende na zijn dood en haar troostrijke liefde ‘alles’ wel gezien te hebben. Maar jouw dood zorgt dat mijn wereld leeg is, leger dan ooit tevoren.
Hol gevoel
‘Ik heb geen trek, maar wel een hol gevoel im mijn buik’, zoals je nog tegen me zei op zondag voor je stierf en je je lippen nog stiftte. Dat holle gevoel heb ik ook, zonder dat ik trek heb.
Ik ga nu maar een pizza maken wat ik altijd graag deed, en die proberen op te eten.
Tot later, mam
PS: de pizza smaakte wel, maar ik denk aan de helft genoeg te hebben. Normaal eet ik hem bijna helemaal, of helemaal op, maar de rest is voor morgen. Blij dat ik überhaupt iets gemaakt heb. Neem nog wel een perzik, straks. Donderdag met asperger-Pieter eten in het Proeflokaal. Kom ik tenminste nog onder de mensen. Als ik de moed heb, misschien ook nog even langs ouwe Dick in Baarn. Uit zijn lijdzame, dementerende hoofd, zal geen troost meer ontspruiten. Hij wordt 93, maar zo wil je ook niet worden, opgesloten in het verpleeghuis. Hij vindt het prima, in tegenstelling tot je zus, Loes die jou een paar maanden vooraf ging. Bij haar uitvaart was je al niet meer, maar nog wel bij die van je broertje Bram. Gek dat ik niet heb aangevoeld dat het al zo slecht met je ging en zelfs niet toen je niet bij mijn boekpresentatie was, een maand voor je stierf. Ik wilde of kon het niet onder ogen zien, ook niet doordat ik de laatste twee maanden zo weinig bij je was.
Onvoorwaardelijk
Je was onvoorwaardelijker naar mij dan ik naar jou, al heb jij ook steken laten vallen, bijvoorbeeld toen ik voor mijn verwekker mantelzorgde en je niet begreep waarom ik dat deed, met het argument dat: ‘Hij toch ook nooit iets voor mij had gedaan’. Voor mijn argument: ‘Iemand moet het toch doen’, stond je niet open.
Ik wil binnenkort een testament maken en een euthanasieverklaring tekenen. Na jou ben ik aan de beurt, statistisch gezien. Op dit moment zie ik daar niet tegenop, wel tegen de lijdensweg die jij hebt ondergaan.
Ander perspectief
Het onnodige lijden en verdrogen van Bert door onkundige en nalatige zorg is door jouw vijf dagen in de hospice in een iets ander perspectief komen te staan. Zelfs als je optimaal verzorgd wordt, zoals jij, dan nog is sterven een lijdensweg. Jij kon ook niet meer slikken de laatste twee dagen.
Iedereen kan sterven, maar het is zo zwaar.
Dat je het laatste jaar, nadat je baarmoeder en een eileider waren verwijderd, vooral huilend op de dood hebt zitten wachten en ik nog eens heb gezegd: ‘Op de dood hoef je niet te wachten, hoor die komt vanzelf’, laat me zien dat je zeker vanaf de operatie aan je lijf hebt gevoeld dat je nog maar kort te leven had. Ik heb het allemaal pas gezien en onderkend toen ik je opving voor de deur van de hospice. Dat spijt me mam, anders was ik, ondanks de tegenweer van je oudste dochter, vaker bij je langs gegaan.
Ik heb te veel voor mezelf gekozen, dat is zeker, maar voor spijt is het te laat.
En sinds het laatste staartje Japanse whisky op is en de volle fles brandewijn die ik uit je huisje heb meegenomen, drink ik vrijwel niet meer en thuis al helemaal niet. Ik meng nu een alcoholvrij biertje door de tonic met citroen. Drinken zonder gezelschap, daar is geen lol aan. En zelfs voor het maken van tonic met citroen ben ik soms te lui en dan neem ik maar thee. Een half jaar geleden nog ondenkbaar.